De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een wonder van genade

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een wonder van genade

DE SCHRIFT ALLEEN [2]

8 minuten leestijd

Het gevaar van de inkapseling van het 'alleen de Schrift' ontstaat, doordat men de Schrift en de uitleg van de Schrift gaat vereenzelvigen met de gangbare traditie. En vul dan maar in binnen de huidige gereformeerde gezindte. Omdat we dit en dat al jaren gewend zijn of omdat bepaalde dominees dat zeggen of kinderen van God, daarom moet die en die Schriftplaats zo en zo worden uitgelegd, terwijl grondige bestudering van de tekst en de context misschien daarover een heel ander licht zou werpen. Wellicht zelfs een tegenlicht, waardoor een bepaald deel van onze traditie zelfs duister zou worden of in ieder geval niet meer gelezen zou kunnen worden in het licht van de Heilige Schrift, waarmee dan tegelijkertijd het 'door de Schrift alleen' alleen maar verdonkeremaand wordt.
U ziet hoe op die manier de Schrift wordt uitgelegd vanuit de traditie en dat men op die manier weer heel gewoon rooms is. We kunnen blijkbaar de belijdenis met de mond roemen, maar met de praktijk verdoemen. In feite zit hier de oerzonde achter van het als God willen zijn en daarmee ook de zonde van het aan het woord willen komen en blijven, eventueel tegen het Woord van God in. Overal waar men geen genade kent en geen waarachtig geloof, zien we dit gebeuren, de leer van de algemene genade en het historisch geloof ten spijt. De werkelijkheid van het geesteloze karakter van ons kerkelijke leven is daarmee vele malen ernstiger dan men over het algemeen denkt. Kinderen van de Reformatie die weer leven in de middeleeuwse duisternis van de inkapseling van het Woord door de traditie, die zich vormt door de gewoonte of geijkt wordt door kerkelijke leiders en zelfs kerkelijke vergaderingen, van kerkenraadsvergaderingen tot synodes. Dat was nou precies wat de Reformatie en daarmee onze Nederlandse Geloofsbelijdenis ten scherpste afkeurde en afwees. We hebben er gewoon geen erg in. Is het zo erg? Over het geheel genomen: ja!

Bekering
Waar men aan deze zaken tornt, daar krijgt men weer te maken met kerkelijke rechtbanken en zelfs vervolging van een kerkelijke inquisitie of een kerkelijk volksgericht. Zo taai is de dwaling, zo dodelijk is de zonde, ook de kerkelijke zonde, waarover de Reformatie haar licht liet schijnen met het 'alleen de Schrift'.
Daarmee wil dan tegelijkertijd gezegd zijn dat de Schrift het alleen voor het zeggen krijgt in de waarachtige bekering. Daarbuiten is het altijd: de Schrift en mijn of onze eigen mening. Laten we van die kant de waarachtige bekering eens nadrukkelijk voor het voetlicht halen. Want zij wordt immers alleen maar bewerkstelligd door de Schrift alleen. Daarmee heb ik in één adem ook de Geest genoemd.
Want voor de Reformatie zijn Woord en Geest één. Hebt u er erg in dat er naast de drie sola's geen sprake is van een eventuele vierde, namelijk Solus Spiritus? Als dan de waarachtige bekering alleen door de Schrift (in de Geest) tot stand komt, dan zal men alleen binnen die waarachtige bekering 'de Schrift alleen' willen laten spreken. Daardoor en daarvan en daarvoor leeft men dan immers: 'Spreek Heere, want Uw knecht hoort!'

Belijdenisgeschriften
Zonder genade is er altijd het gevaar van de vereenzelviging van Schrift en belijdenis. Maar de belijdenis zegt toch hetzelfde als de Schrift? Dat geloven wij, ja, uit genade. Daarbuiten praten we alleen maar na. Ondertussen is de Schrift méér dan de belijdenis. Het gaat niet alleen om het sola scriptura, maar ook om het tota scriptura. Wie zou durven zeggen dat met de belijdenisgeschriften de volheid van de Schriften is uitgeput? Wie dat zegt, verklaart de belijdenisgeschriften voor canoniek. Dan hoeft men voortaan de Bijbel niet meer te lezen, want dan kan men volstaan met de belijdenisgeschriften.
U voelt wel dat dit niet kan. De belijdenisgeschriften geven voor ons de hoofdlijnen weer van de geloofsleer, en dat is niet gering. Daarop mogen we zuinig zijn. En ik ben er bovendien van overtuigd dat de belijdenisgeschriften zo bijbels zijn dat men deze geschriften alleen maar kan verstaan door de Geest, evenals de Schrift zelf. Maar aan elkaar gelijk zijn ze niet! De Schrift noemen wij norma normans (normerende norm) en de belijdenisgeschriften noemen wij norma normata (genormeeerde norm). Wie dus de belijdenisgeschriften wil verdedigen, moet opkomen vanuit de Schrift, anders hebben we geen been om op te staan. Over het vaste fundament gesproken!

In statu confessionis
Daarbij moeten we bedenken hoe en wanneer de belijdenisgeschriften zijn ontstaan. Ik beperk mij nu tot de reformatorische belijdenisgeschriften. De kerk was toen in statu confessionis (in staat om te belijden). Dat maakt zij niet, daar wordt zij toe gebracht. Zo is dat met de enkele gelovige en zo is dat met de kerk, en uiteraard ook omgekeerd.
Ten tijde van de Reformatie richtte het zwaard van de Geest zich op bepaalde fronten. U vindt de uitwerking van de drie 'sola's' tegen het front van het semi-pelagianisme terug in de Nederlandse Geloofsbelijdenis en in de Heidelbergse Catechismus. U vindt de hernieuwde strijd tegen het semi-pelagianisme in de vorm van het arminianisme terug in de Dordtse Leerregels. Dit betekent dat er zich momenteel een nieuw front zou kunnen aandienen, waartegen de kerk belijdenderwijs heeft te strijden. Ik denk aan de vervangingsleer, die zijn duizenden verslaat, en waardoor het mondiale en kosmische aspect van de verlossing grotendeels buiten het zicht blijft. Zou hier geen belijdend artikel passen ten aanzien van de verhouding Israël en de kerk?
Ik denk aan het front van de secularisatie, waarbij de kerk door de wereld letterlijk wordt doodgezwegen als zijnde niet interessant. De secularisatie was in het corpus christianum ten tijde van de Reformatie een onbekend verschijnsel. Wat heeft de kerk momenteel te belijden ten aanzien van de praktische 'God-is-dood-theologie'?

Kerkleer en geloofsleer
Dient er zich momenteel geen nieuw front aan waartegen de kerk haar geloof heeft te belijden? Ik denk aan de vele afscheidingen en recente kerkscheuringen! Daarvoor behoeft geen nieuwe belijdenis te worden geformuleerd, maar een en ander zouden aanleiding kunnen zijn dat de artikelen 27 tot 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis geactualiseerd worden. Want blijkbaar is daaromtrent een enorm meningsverschil om niet te zeggen een wezenlijke verwarring. Is het waar dat er in grote lijnen in de gereformeerde gezindte net eender gepreekt, wordt, en geldt dit in ieder geval voor de hervormde gemeenten in de Protestantse Kerk en de hersteld hervormde gemeenten? Oppervlakkig gezien en gepreekt wel, maar mijns inziens gaat het wel degelijk om een leergeschil ten aanzien van de rechtvaardiging van de goddeloze.
Opnieuw zal het geding dan blijken te lopen over het sola gratia en het sola fide'. Ik ben er diep van overtuigd dat kerkleer en geloofsleer heel wezenlijk innerlijk samenhangen. Als ik nu persoonlijk genoemde artikelen actueel zou moeten belijden, dus in zekere zin heel persoonlijk in statu confessionis, dan zou ik het nu zo moeten zeggen: binnen een afgescheiden gemeente moet per bijbelse definitie de 'rechtvaardiging van de vrome' worden gepreekt, want anders heeft zo'n afgescheiden kerk of gemeente geen identiteit. Ik denk in dezen aan de theologische en kerkelijke houding van Kohlbrugge. Dat wil niet zeggen dat incidenteel in een afgescheiden gemeente de rechtvaardiging van de goddeloze niet kan worden gepreekt, dat kan God zij dank wél, maar doorgaans en vooral doorgaand komt men dan toch in aanvaring met de eigen grenzen en identiteit van zo'n kerk of gemeente.
Ik wilde maar zeggen: we zweren allemaal bij de belijdenis, en dus ook bij de Nederlandse Geloofsbelijdenis, maar omtrent genoemde artikelen over de kerk bestaan blijkbaar de grootste misverstanden. Opnieuw dienen we dan terug te gaan naar het de Schrift alleen om deze belijdenis bij vernieuwing te be-amen en persoonlijk en kerkelijk mee te belijden.

Concreet belijden
Dit toont opnieuw aan dat we het 'de Schrift alleen' nooit vrijblijvend kunnen belijden. Evenals toen kunnen we ook nu alleen maar belijden in concrete toegespitste situaties. Want wie denkt dat momenteel de geloofsleer niet in het geding is, heeft mij niet begrepen, toen ik in de vorige aflevering schreef dat de geestelijke duisternis in de kerken van de Reformatie momenteel wellicht dieper is dan ten tijde van de Middeleeuwen. Ik zei dat we ook nu, evenals toen, alleen maar kunnen belijden in concrete toegespitste situaties. Dat heeft altijd consequenties, ook kerkelijke consequenties. Zonder genade kunnen we het met de belijdenisgeschriften best eens zijn, althans naar eigen zeggen, maar als het er heel wezenlijk op aankomt, dan zal altijd blijken dat we op bepaalde punten de belijdenis niet Schriftuurlijk verstaan. Het een hangt aan het ander. Als we het ene niet verstaan, dan ook wezenlijk het andere niet. Want de Schrift is ten diepste het éne Woord van God, ten slotte en om te beginnen. We zijn er zonder genade zo goddeloos handig in om bepaalde gedeelten of uitspraken van de Schrift te isoleren van het gehele Schriftgetuigenis om dit dan vervolgens te gaan verabsoluteren en daarmee onze eigen persoonlijke of kerkelijke mening te onderbouwen en zo in feite onderuit te halen. Als we denken dat we ons laten leiden door 'de Schrift alleen' dan zitten we er al naast. Het 'de Schrift alleen' domineert alleen in ons leven in diepe afhankelijkheid van God: 'Spreek Heere, want Uw knecht hoort!' Dit spoort met het 'Hoor en uw ziel zal leven', en zo met 'het spoor van Gods gerechtigheden'.
Dan zien we de wonderen van Gods Wet en heilig evangelie in de Schrift, en alleen door de Schrift, en zo in de belijdenis van de kerk. Want 'de Schrift alleen' is een wonder van genade.
Het is en blijft een wonder als een mens daar amen op mag zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een wonder van genade

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's