Uit de pers
Zingen
Op het orgel bij ons thuis vroeger lagen twee boeken: J. Worp - Psalmen en Joh. de Heer - Zangbundel. Daar werd, in ieder geval op zondagavond, uit gespeeld en gezongen. Altijd eerst een aantal psalmen. Maar daarna ook uit de bundel van Johannes de Heer: 'Komt tot uw Heiland, toef langer niet', of 'Heer! Ik hoor van rijke zegen', of 'Zouden wij ook eenmaal komen?' , of 'Veilig in Jezus' armen' of 'Daar ruischt langs de wolken' of 'Ik wensch te zijn als Jezus'.
Er werd soms wel bij gezegd dat er liederen waren die remonstrantse invloeden lieten horen, maar toch: ze raakten je hart en Johannes de Heer werd gerespecteerd om zijn oprechte bedoelingen.
In mei zal het honderd jaar geleden zijn dat Johannes de Heer zijn Zangbundel ten dienste van Huisgezin en Samenkomsten publiceerde. In het weekblad De Reformatie (5 februari 2005) schrijft dr. J. Smelik een uitvoerig en interessant artikel over Het geheim van een honderdjarige zangbundel.
Joh. de Heer (1866-1961) is ook bekend geworden als redacteur van het nog altijd verschijnende blad Het Zoeklicht. Maar vooral kennen we hem door zijn Zangbundel.
De bundel heeft een opmerkelijke ontstaansgeschiedenis. Het was in het voorjaar van 1903 toen de aandacht van Joh. de Heer tijdens het bijbellezen bepaald werd bij de woorden uit 1 Koningen 5 vers 9: ' ... ik zal het op vlotten over de zee doen voeren ... en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen dat gij mijn huis spijs geeft.' De Rotterdamse evangelist was ervan overtuigd dat God door middel van deze bijbeltekst hem persoonlijk een opdracht gaf. Maar welke?
De bijbeltekst was voor De Heer aanleiding om verwachtingsvol de zee over te steken naar Engeland. Hij hield de mogelijkheid open dat daar een of ander muziekinstrument uitgevonden was waarmee hij veel geld kon verdienen om het evangelisatiewerk te steunen. Na acht dagen in Londen rondgezworven te hebben, keerde De Heer onverrichterzake naar huis. Daar concludeerde hij samen met zijn vrouw dat 'over de zee' misschien wel betekende dat hij naar Australië, Afrika of Amerika moest.
Een jaar later was De Heer voor zaken weer in Londen. In een etalage van een boekhandel zag hij de muziekbundel Victory Songs liggen, waarin 801 liederen stonden. Met een schok realiseerde De Heer zich dat een dergelijke liedbundel de 'geestelijke spijze' was die hij 'op vlotten over de zee moest wegnemen' om het in Nederland uit te delen.
Thuisgekomen begon De Heer direct met het samenstellen van een liedbundel. Daarbij werd hij geholpen door zijn vriend J. Houy (1872-1957) uit Rotterdam. Aan de bundel werkte hij negen maanden, dag en nacht. De Heer verzamelde en selecteerde niet alleen liederen, hij vertaalde er ook diverse. Later noemde hij dit 'een geweldige arbeid, die, menschelijkerwijze gesproken, niet voor mijn schouders berekend was; vooral omdat ik in dien tijd t.o.v. de Hollandsche taal nog zeer ten achter was.' (...)
Joh. de Heer reisde in februari 1905 naar Engeland af om de opwekkingsbeweging van nabij mee te maken. Tijdens een samenkomst in Briton Ferry zag hij opeens de tekst uit 1 Koningen 5 op een witte muur geprojecteerd. Er was voor hem toen geen enkele twijfel meer mogelijk: de zangbundel was de geestelijke spijze die hij van overzee naar Nederland moest brengen. Later schreef De Heer over deze gebeurtenis in Engeland: Deze wonderbare ervaring, die ook weer indirect verband hield met de geschiedenis van de Zangbundel, gaf grote kracht aan mijn verdere arbeid. Eigenlijk is van toen af, februari 1905, mijn evangelisatiearbeid in woord en lied eerst recht begonnen.'
In Wales was in 1905 een Opwekking ontstaan en in navolging van de revivalmeetings in Wales, aldus dr. Smelik, werden ook in Nederland gedurende de jaren 1905 en 1906 opwekkingsbijeenkomsten georganiseerd. De introductie van de Zangbundel is nauw verbonden met deze samenkomsten.
Smelik laat in zijn bijdrage de achtergrond zien waarom de Zangbundel zo breed ingang vond onder het protestantse volksdeel. Kennelijk leefde er juist onder het 'enkel psalmenzingende volksdeel' een sterke behoefte om in de huiselijke kring ook andere liederen te zingen. Smelik spreekt van een Nederlandse liedcultuur en liedtraditie. Al in de zeventiende eeuw werden veel liederen geschreven tot stichting van de eenvoudige gelovigen. 'De Nadere Reformatie propageerde liederen die naar inhoud en vorm voor alles geschikt waren om de zangers in religieus opzicht op te voeden', aldus dr. Smelik.
'En ook vandaag de dag is vooral onder invloed van de evangelische beweging veel sympathie voor liederen die naar inhoud en vorm dicht bij de gewone gelovigen staan. Tegenwoordig noemen we dat repertoire dan 'opwekkingsliederen'. Maar tot op zekere hoogte gaat het om liederen die voortkomen uit dezelfde visie, instelling en motivatie als we bij Johannes de Heer aantreffen. Ik schreef 'tot op zekere hoogte', want er zijn ook duidelijke verschillen aan te wijzen. Het voert te ver om daar hier uitgebreid op in te gaan. Maar om kort een paar punten te noemen:
Als het om inhoudelijke aspecten gaat kunt u bijvoorbeeld denken aan het gegeven dat in de bundel van Joh. de Heer meer nadruk ligt op Jezus en zijn plaatsvervangend en verzoenend lijden. De opwekkingsliederen hebben op z'n minst de neiging om het werk van de Geest op de voorgrond te plaatsen. Een ander verschil is dat de tekstdeclamatie, de verstaanbaarheid van de tekst, wel bij Joh. de Heer maar niet in het moderne opwekkingsrepertoire een belangrijke rol speelt. Daar speelt de beleving die muziek oproept en moet oproepen, een veel grotere rol. Ten slotte noem ik dat het gospelrepertoire zich onderscheidt door het gebruik van middelen en stijlen uit de amusementsindustrie en de lichte muziek. Joh. de Heer zette zich juist af tegen wereldlijke muziekstijlen.
Sinds de komst van de moderne gospelmuziek vanaf de jaren zestig uit de vorige eeuw heeft de Zangbundel van Joh. de Heer aan populariteit ingeboet. Karakteristiek hiervoor is het gegeven dat herdrukken eind jaren tachtig veel minder frequent verschijnen. Wanneer jongere generaties al behoefte hebben aan eenvoudige, directe geloofsliederen, dan zoeken zij hun toevlucht doorgaans eerder bij een andere lijfbundel: de Opwekkingsliederen. De zangbundel van Joh. de Heer is de laatste decennia vooral de bundel van oudere generaties geworden. Liederen uit deze bundel hebben momenteel nog het meest een functie binnen het ouderenpastoraat.'
De vraag naar het zingen van 'vrije liederen' naast de psalmen is kennelijk niet iets nieuws of modieus, maar al van eeuwen juist onder het reformatorische volksdeel. Zeker, niet in de erediensten, hebben we altijd gezegd. Maar is die scheiding toch niet wat geforceerd? Je kunt het geloofsleven toch niet in parten delen?
Zoeken
De Evangelische Omroep bracht eind 2004 voor de tweede keer een aantal programma's op de televisie waarin Bekende Nederlanders op zoek gingen naar God. In De Wekker (4 februari 2005) wijdt dr. Stefan Paas, evangelisatieconsulent van de Christelijke Gereformeerde Kerken, daar een nabeschouwing aan onder het opschrift:
Wie zoekt God? Zoeken, zo schrijft hij, is in de moderne betekenis vaak een aanduiding voor: je niet vastleggen. Maar in de Bijbel heeft zoeken altijd een object, aldus dr. Paas. Je zoekt om iemand of iets te vinden want anders zoek je niet.
Maar kun je God zoeken, zonder Hem te kennen? Hoe weet je wie je zoekt, als je niets van God weet? Mensen kunnen wel zeggen dat zij God zoeken, maar weten ze dan wat ze zeggen? Vaak is 'God' niet meer dan een woord, een lege plek waar mensen hun gedachten op projecteren. Chazia Mourali zei het ook met zoveel woorden in een van de laatste uitzendingen. Zij meende dat christenen projecties maken van God en iedere christelijke groep heeft een god die bij die groep past. Zelf hechtte zij eraan dat God de 'Onkenbare' is. Maar hoe kun je een 'onkenbare god' zoeken? Juist zo'n god is het ideale projectiescherm voor veel moderne Nederlanders. Je kunt je van alles bij deze god voorstellen, maar hij/zij/het zal nooit iets van je vragen of verwachten. Je kunt altijd ontwijken, zodra het concreet dreigt te worden, zodra je het gevoel krijgt dat er iemand trekt aan de andere kant van het touw, zodra je tot je schrik beseft dat er Iemand naar jou zoekt. Het is een god die veel mensen aanspreekt, maar tot niemand spreekt. (...)
Vaak verstaan wij 'zoeken' als iets wat moet leiden tot geloof. We vergeten dan dat volgens de Bijbel zoeken juist voortkomt uit geloof. 'Wij moeten God zoeken, omdat Hij verborgen is', zegt Augustinus. 'Maar wij moeten Hem blijven zoeken als wij Hem gevonden hebben, omdat Hij onmetelijk is'. Geloof is vast vertrouwen en zeker weten, maar het is geen zelfgenoegzaamheid. Veel mensen zetten 'zoeken' tegenover geloof. Het eerste is voor hen een houding van bescheidenheid, terwijl iemand die zegt dat hij het gevonden heeft, al snel wordt beschuldigd van betweterigheid en intolerantie. Maar het is juist zo dat geloof een deur opent naar een geweldige zoektocht. Een zoektocht in vertrouwen, aan de hand van Jezus, dat wel. Maar toch: overal in de Bijbel zien we dat geloven mensen aandrijft om verder te zoeken. Zij worden juist bescheidener over hun eigen mogelijkheden, zij weten steeds minder, lijkt het wel. Geloof maakt nederig en hongerig, anders is het geen geloof.
Zoeken alleen gelovigen naar God? Is er geen zoeken van hen die nog zonder God leven? Daarover schrijft dr. Paas het volgende:
Toch geeft de Bijbel wel aanleiding om te zeggen dat er ook 'zoeken naar God' is door mensen die Hem nog niet kennen. In Handelingen 17: 26-27 zegt Paulus in Athene dat God de mens geschapen heeft om Hem te zoeken. Hij heeft het verlangen naar God in het hart van elk mens gelegd. Jakobus zegt in Handelingen 15:17 dat God zijn werken aan Jezus in Jeruzalem heeft gedaan, 'opdat het overige deel van de heidenen God zoeke'. Dus we kunnen zeggen dat God in zijn schepping en door zijn bijzondere werk aan Jezus in Israël mensen aanspoort tot zoeken naar Hem. Het verlangen van het schepsel naar zijn Schepper krijgt richting door naar Jezus te kijken. Zo versta ik ook Paulus' uitspraak in Romeinen 3:11: 'Er is niemand die God ernstig zoekt'. Als dat zonder meer geldt, dan kunnen we de Bijbel wel dichtdoen. Maar hij vervolgt dat deze uitspraak geldt voor mensen 'onder de wet' en dat het betrekking heeft op de 'werken van het vlees' (vs. 19-20). Maar Gods gerechtigheid is in Jezus Christus geopenbaard (vs. 21-22). Zoeken naar God kan alleen op Zijn voorwaarden gebeuren. Mensen kunnen de onrust in hen alleen 'te gelde maken', wanneer zij de weg naar Jezus vinden. Hij maakt ernst van ons zoeken.
Om te zoeken is verlangen nodig, zegt Augustinus. Dit verlangen ligt in elk mens, omdat wij schepselen zijn. Maar om te zoeken naar God is ook iets anders nodig: liefde voor Hem. Liefde geeft een bestemming aan het verlangen. Die liefde ontvangen wij van God; Hij wekt die in ons hart. En Hij doet dat in het bijzonder door ons te richten op het werk van Jezus aan het kruis.'
Zingen en zoeken. Zingend kun je zoeken naar God met de oude psalmwoorden: 'Mijn God, U zoek ik met verlangen'. En zoekend kan het gaan zingen in je leven: 'Voed het oud vertrouwen weder, Zoek in 's Hoogsten lof uw lust'. Ja, tweemaal uit de oude psalmberijming, dat is waar. Maar dat komt door mijn opvoeding. Ik kan het goed hebben als onze jongeren hetzelfde met andere woorden zingen. De passie van Johannes de Heer mag ons nog altijd ten voorbeeld zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's