Verbond gaat aan alles vooraf
GEREFORMEERD EN EVANGELISCH [SLOT]
Visie op de kerk
Niet anders dan met een zekere terughoudendheid kunnen we spreken over de visie op de gemeente, zoals deze bij de evangelischen werkt. De oecumene van het hart prevaleert daar boven de zichtbare eenheid, waartoe Christus de Zijnen heeft opgeroepen in Zijn hogepriesterlijk gebed. Het is een adagium geworden, dat ons te hulp moet komen in de kerkelijke verdeeldheid, die ons ten zeerste teistert. Voordat we de kenmerken van de kerk willen gebruiken voor de evangelicalen, zullen we ze zelf moeten hanteren, naarbinnen en naarbuiten. Slechts zo kunnen we de katholiciteit van de kerk blijven belijden als een eigenschap van de kerk. En alleen zo ook kunnen we die katholiciteit van toepassing verklaren op de spiritualiteit. Het gaat dan om de katholiciteit van de vroomheid.
Katholieke vroomheid
Wij menen dat deze werkelijkheid onder ons schade lijdt, doordat zij terzijde gesteld wordt door een diversiteit van denominationele vroomheidsmodellen, die men binnen de gereformeerde gezindte aantreft. In een nog groter differentiatie treffen we die evenwel aan bij de evangelicalen. We kunnen die bij hen echter niet katholiek noemen. Een geestelijk mens is een kerkelijk mens. Het is opvallend dat die theologen die de nadruk gelegd hebben op de genade, tegelijk degenen waren die volle aandacht vroegen voor de kerk. Denk aan Augustinus, Bucer en Calvijn. Juist de leer van de genade van God zet een stempel op het denken over de kerk. Ook hier gaat het om een drieslag. De kerk is Volk van God, Lichaam van Christus en Tempel van de Heilige Geest.
Wie deze drieslag hanteert, zal niet licht op een oppervlakkige manier over kerk en gemeente kunnen spreken. Ook hier is sprake van een diepe samenhang met de belijdenis van de triniteit. Men moet inderdaad over de kerk op een trinitarische manier kunnen spreken. We doen dat op basis van de Schrift zelf. Zoals we over de triniteit belijdend spreken, 'omdat God zich alzo in zijn Woord heeft geopenbaard' (Heid. Cat. Zondag 8), zo dienen we over de kerk ook belijdend te spreken op grond van het Woord, de Heilige Schrift, waarin God het wezen van de gemeente heeft geopenbaard.
Schrift en kerk behoren bijeen. We belijden dat die gemeente er is dankzij Gods verkiezing, dankzij de verzoening door Gods Zoon en dankzij de kracht van de Geest, die ons aan Christus verbindt en ook aan elkaar. Men kan van de sociologie veel leren, evenzeer van de psychologie, maar als het om de kerk gaat, moeten we met de Schrift beginnen. Door het Woord en de Geest wordt de gemeente gebonden aan Christus. Haar geheim ligt in de Christus, die niet alleen extra nos zijn werk gedaan heeft en doet, maar die dat ook verricht in nobis.
Woord en kerk
De kerk is kerk van het Woord, geen kerk van het sacrament, dan alleen voorzover het sacrament het zichtbare Woord is. Dit Woord wordt in getuigende vorm gebracht. Maar het is veel meer omvattend dan alleen maar beschouwd als een getuigenis van het verhaal van bekering. 'De kerk is geboren uit het Woord, en zij luistert alleen naar de stem van de Goede Herder.' Het was deze these van het godsdienstgesprek in Bern (1528), die vertolkte wat de Reformatie bedoelde. Teruggeworpen op het Woord alleen, ontstond de gereformeerde kerk.
Daarbij voegt zich ook de overtuiging dat de structuur, de kirchliche Verfassung, uit de Schrift moet worden afgeleid. Kerkorde en kerkelijke vormgeving zijn in de Schrift te vinden. Achterliggende gedachte was geen andere dan dat de vrijheid van het Woord van God gewaarborgd moet zijn. Immers, het gaat in de gemeente om de heilsbemiddeling, zoals deze in de ordo salutis wordt getekend. Door de prediking van het Woord komt het heil zelf tot ons. Vandaar de nadruk op een bijbelse structuur van de kerk, waarover de nota van de Gereformeerde Bond in 1990 sprak: 'De kerk als institutaire grootheid komt rechtstreeks uit de Schriften op' (blz. 10).
Vandaar ook de verwijzing naar het ambtelijke gebeuren in de gemeente, zoals het vandaag door allerlei factoren onder een bijzonder sterke spanning is komen te staan. De gereformeerde traditie heeft daarvan echter met nadruk vastgesteld dat de Schrift zelf ons deze structuur rond ambt en sacrament heeft getekend. En onze belijdenis verbindt de ware kerk met de ware religie, die alles te maken heeft met de geestelijke, de pneumatische bestuurswijze, die de Heere ons zelf in zijn Woord heeft geleerd (NGB art. 30). Wij voegen ons wat dit betreft onder het juk van Christus, dat Hij zelf gebruikt om ons te regeren.
Het is de zwakke stee in de evangelische beweging dat deze relatie van ambt en sacrament binnen de structuur van de gemeente al te zeer onderbelicht is geraakt. Wanneer van hun kant soms het verwijt komt dat in de gereformeerde traditie de charismatische bedieningen te weinig gehonoreerd worden, dienen we wat dit betreft te luisteren. Maar tegelijk willen we staande houden dat de Reformatie ambt en charisma heeft weten te verbinden op een manier die bedoeld was om de hiërarchische structuur van Rome te doorbreken, en tegelijk om de doperse en spiritualistische vrijbuiterij tegen te gaan. Het is met name in de gereformeerde traditie van Schriftuitleg dat de brief aan de gemeente te Efeze gefunctioneerd heeft: als een stimulans om kerk en verkiezing met elkaar te verbinden. In dezelfde brief worden ambt en charisma getekend in hun betekenis voor de opbouw van de gemeente. Wat in de vroege traditie vanuit Straatsburg en Genève werd geleerd en ten dele in praktijk werd gebracht, bevat veel materiaal dat vandaag als het ware opnieuw ontdekt wordt. Het was echter een doelstelling van deze traditie om de oikodomè van de gemeente te bevorderen. In dit opzicht kunnen we daarvan nog veel in praktijk brengen, dat we vooralsnog niet van de evangelischen behoeven te leren, omdat wij het in zekere zin zelf in huis hebben.
Verbond en kerk
Wat we nimmer los mogen laten, is de notie van de samenhang tussen verbond en gemeente. Het is een bijzonder zwakke plaats in de evangelische zienswijze op de gemeente dat de werkelijkheid van het verbond van God niet meer gehonoreerd wordt. Duidelijker nog: we dienen te zeggen dat de zuiver bijbelse en gereformeerde notie van het verbond daar vrijwel geheel ontbreekt.
Het verbond is van God, en niet van ons, dit is niet alleen een bijbelse gedachte, het is de Bijbel zelf die functioneert als boek van het verbond. Die bijzondere plaats van het genadeverbond vormt de grondslag van de kerk, als gemeente van de levende God. Het verbond van God is te tekenen als een hermeneutische sleutel om de totaliteit van de Schrift, die van het Oude en het Nieuwe Testament samen te blijven zien als belofte van de God van het verbond, zéker. Kort na de Bullingerherdenking is het gepast om de eenheid van het verbond en de eenheid van het geloof in de gemeente van God te onderstrepen. We missen bij de evangelischen die buitengewoon belangrijke sleutel voor het verstaan van de Schriften. Zij opent een perspectief, dat belofte en vervulling in één oogopslag met elkaar verbindt.
Het is echter deze hermeneutische functie niet alleen, die daardoor schade oploopt. Van even grote betekenis is immers de werkelijkheid van het verbond voor het kerkbegrip. Laat men het weg, dan ontstaat in wezen een andere gemeente, die niet meer oog heeft voor de breedte van Gods werk. Wanneer het kerkbegrip niet meer gedragen wordt door de werkelijkheid van het verbond van God, verliest de kerk haar vastheid. En dit verklaart ook voor een deel de indifferentie bij sommige evangelicalen ten aanzien van de sacramenten, die wezenlijke tekenen en zegelen van Gods trouw, waardoor de gemeente haar binding aan de zekerheid in Gods beloften belijdt, maar waardoor eerder nog die vastheid zelf van Gods kant wordt betekend en verzegeld.
De prioriteit van de genade, de gratuïteit en ook de heerschappij van de genade, ook de vermaning en verplichting tot een nieuwe gehoorzaamheid krachtens de genade, komen met name in de gereformeerde traditie tot hun recht in de manier waarop we het verbond van God ervaren als een aan alles voorafgaande daad van Gods trouw door de geslachten heen. Wie dit vasthoudt, zal ook de zogenaamde overdoop van hen die als kind gedoopt zijn, radicaal afwijzen. Zij stoelt op een idee, waarin het verbond van God geen rol speelt en waardoor het karakter van de vroomheid in vergelijking met die in de gereformeerde belijdenis, een wijziging heeft ondergaan, die niet in haar voordeel strekt. Bij sommige evangelischen wordt de eis tot doop door onderdompeling gesteld, niet alleen wanneer de volwassenen reeds eerder na belijdenis zijn gedoopt. Onderdompeling wordt dan de afsluiting van een geestelijk proces, een hoogtepunt van persoonlijke ervaring, een bevestiging van het eigen geloof, in plaats van een teken en zegel van Gods beloften, die vastheid bieden, wanneer ons geloof wordt aangevochten. Baptizatus sum, schreef Luther met grote letters op de wand, toen hij in zware aanvechtingen terecht was gekomen. Het herinnerde hem aan de belofte en de genade van God, die aan alles vooraf was gegaan. Wie dit in het oog houdt, zoekt de zekerheid buiten zichzelf in Hem, in wie al Gods beloften ja en amen zijn.
Eerlijk en openhartig gesprek
De nota die veertien jaar geleden uitging van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, eindigde met een oproep tot een gesprek, eerlijk en open tussen gereformeerden en evangelischen. Wij kunnen veel van de evangelischen leren. Het is het punt van de geloofservaring dat een diepe indruk kan maken. Maar wanneer het om de aard en de inhoud van die ervaring gaat, zouden we aan hen kunnen zeggen dat de gereformeerde traditie noties bevat die in dit gesprek naarvoren moeten worden gebracht, die wij niet kunnen prijsgeven.
Het zou de indruk kunnen wekken van een zekere hybris, wanneer we stellen dat met name de gereformeerde traditie elementen bevat, die vandaag opnieuw gevitaliseerd moeten worden. Een gespek met evangelischen kan dienen, om die noties uit eigen traditie weer te herkennen, te ontdekken in hun waarde en gezamenlijk zeer bewust na te streven. Ik denk daarbij vooral aan de katholiciteit van de kerk en van de vroomheid, en aan de betekenis van het verbond der genade, waarin God als eerste naar ons toekomt en ook de eerste blijft, die ons vasthoudt in Zijn beloften. Zo kan een gesprek met hen een positieve uitwerking hebben, voor onszelf en ook voor hen. Immers, de boodschap die we mogen hebben, geldt voor ons beiden, zij is bestemd voor een ieder aan wie het evangelie wordt gebracht van Gods trouw en eeuwig durende genade.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's