Waarheid aan de faculteit
THEOLOGIE ALS WETENSCHAP [2]
Een universiteit die besluit om de theologische faculteit op te heffen dan wel in factoren te ontbinden, kiest ervoor om zich tot minder belangrijke vragen te beperken en daarmee aan publieke betekenis te verliezen. Daarnaast heeft de christelijke theologie ook belang bij een publieke functie. De zaak die in de theologie aan de orde is, betreft immers niet alleen maar het groepsbelang van de eigen geloofsgemeenschap. De kerk heeft ook een boodschap aan de samenleving waarin ze staat. Over de praktische uitwerking van een pleidooi voor wetenschappelijke theologie.
In zijn essay Een publieke zaak draagt dr. Van den Brink argumenten aan voor zijn stelling dat theologie wel degelijk voldoet aan de academische eisen van wetenschappelijkheid. We hebben vorige week gezien dat hij op grond van de stand van zaken in de wetenschapsfilosofie concludeert dat een strikte scheiding tussen geloven en weten onhoudbaar is. Dit geeft nieuwe kansen voor wetenschappelijke theologie, al moeten we het draagvlak ervoor niet overschatten. Een postmoderne opvatting van wetenschap is een uitdaging, maar ze is door haar relativerende waarheidsbegrip ook een bedreiging voor de klassieke theologie.
Theologie als apologie
Welk belang heeft de theologie echter bij een wetenschappelijke status? Doet ze er niet beter aan om genoegen te nemen met een plaats in de private sfeer van de kerkelijke geloofsgemeenschap? We kunnen Een publieke zaak lezen als een apologie (verdediging) van theologie als wetenschappelijke discipline. De apologetische strekking reikt echter veel verder dan het creëren van een basis voor wetenschappelijke theologie, al kan dit gelet op de atheïserende uitstraling van de wetenschap ook geen kwaad.
Er staat meer op het spel dan het zelfbewustzijn van de theoloog. Theologie, in de zin van verantwoord spreken over God, heeft zelf een apologetische spits. Ze heeft een publieke functie, doordat ze in een veelkleurige samenleving, waarin allerlei levensbeschouwelijke paradigma's met elkaar strijden, staat voor het christelijke paradigma. Gelet op de marginalisering van kerk en theologie in onze samenleving is het pleidooi van Van den Brink allerminst alleen een academische kwestie.
Kerk, academie, samenleving
In het laatste deel van zijn essay ontvouwt dr. Van den Brink een ambitieus programma voor theologiebeoefening in een seculiere tijd. Met nadruk stelt hij dat de grote verscheidenheid aan levensbeschouwelijke en theologische oriëntaties ons er niet toe moet verleiden om dit terrein aan de private sector over te laten. Het gaat hier immers om de belangrijkste levensvragen. Een universiteit die besluit om de theologische faculteit op te heffen, kiest ervoor om zich tot de minder belangrijke vragen te beperken en daarmee aan publieke relevantie te verliezen. Daarnaast heeft de theologie zelf ook belang bij een publieke functie. Het gaat immers om meer dan alleen het belang van de eigen gemeenschap. Wie verantwoord over God wil spreken, legt daarmee ook verantwoording af. Dit geldt op alle terreinen van het leven, dus ook aan de universiteiten. Theologen moeten zich op drie publieke terreinen richten: de kerk, de academie en de samenleving. We herkennen er opnieuw iets in van het oude Voetiaanse adagium dat wetenschap en vroomheid met elkaar verbonden moeten worden, en dat niet in de laatste plaats om op academisch niveau verantwoord te spreken over God. Van den Brink streeft hetzelfde na, zij het in een postmodern klimaat.
Theologische faculteit als platform
Als we nadenken over de publieke functie van de theologie, valt opnieuw op hoe hoog Van den Brink inzet. Als theologie verantwoord spreken over God betekent, mogen we niet tevreden zijn met een theologie die zich beperkt tot godsdienstwetenschap, maar ook niet met een theologie die zich opsluit in de veilige kring van gelijkgezinden. In beide gevallen raakt immers de publieke functie van de theologie uit het vizier.
Van den Brink pleit in feite voor een nieuw elan in de theologiebeoefening. Aan de theologische faculteiten zal de waarheidsvraag weer aan de orde moeten komen. Zo komt hij tot zijn voorstel om de theologische faculteiten om te vormen tot plaatsen waar vertegenwoordigers van verschillende levensbeschouwelijke paradigma's (joods, christelijk, humanistisch, islamitisch, enz.) met elkaar in debat te laten gaan. Het gaat hierbij niet om een relativering van de christelijke theologie, maar juist om er ernst mee te maken dat theologie verantwoord spreken over God betekent. Wie vanuit het geloof theologie bedrijft, is er ook van overtuigd dat de christelijke theologie de confrontatie met andersdenkenden aan kan. Het voorstel van Van den Brink zou een totale verandering van het theologisch onderwijs in Nederland betekenen, maar misschien is het wel de redding voor de klassieke theologie. De herstructurering van het theologisch onderwijs, zoals die de laatste jaren heeft plaatsgevonden, heeft vooral als resultaat dat de klassieke theologie zich in veel gevallen concentreert aan de kerkelijke opleidingen.
Kruistheologie
Het zal duidelijk zijn dat ik me zeer aangesproken weet door het pleidooi voor de beoefening van klassieke theologie in een hedendaagse context. Er is geen reden voor de theologie om in onze tijd een terugtrekkende beweging te maken. Tenminste: niet als we geloven dat het in de theologie gaat om de levende God. Ik ben alleen minder optimistisch over het draagvlak voor klassieke theologie in een postmoderne samenleving. In een maatschappij die doordrenkt is van het relativisme, blijft de publieke factor van de theologie altijd aangevochten, evenals het bestaansrecht van een theologische faculteit.
Van den Brink stelt dat hedendaagse theologie vooral kruistheologie dient te zijn. Hij werkt dit vooral wetenschapstheoretisch uit: wij kennen altijd ten dele. Wat mij betreft had de notie van de kruistheologie verder doorgetrokken mogen worden. Een kruistheologie zal ons ook minder optimistisch moet stemmen over de rol die de klassieke theologie in het publieke debat kan hebben. Het kruis blijft immers voor de Joden een ergernis en voor de Grieken dwaasheid. Alleen door het geloof gaan we zien dat het christelijke paradigma de beste papieren heeft. En bij dat laatste is er meer nodig dan een goede argumentatie.
Theologie als opdracht
In de vorige bijdrage heb ik geschreven dat Een publieke zaak een 'must' is voor studenten (theologie'. Vanuit de praktische uitwerking van zijn betoog kunnen we erbij zeggen dat Van den Brink ook veel stof tot nadenken geeft aan theologen die de klassieke theologiebeoefening voorstaan. Dit betreft niet alleen hen die aan theologische faculteiten werkzaam zijn, maar ook de predikanten. Wie gelooft dat Christus de Weg, de Waarheid en het Leven is, kan de publieke functie van de theologie niet meer veronachtzamen. Theologiseren betekent immers gehoorzaam zijn aan de roeping om altijd bereid te zijn tot verantwoording van de hoop die in ons is! We danken dr. Van den Brink voor zijn inspirerende boek, dat overigens de grenzen van een essay ver overschrijdt!
N.a.v. Gijsbert van den Brink:
Een publieke zaak. Theologie tussen geloof en wetenschap.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 377 blz.; € 25,00.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's