Een Middelaar is nodig
HET GEBED [2]
De vereisten van het gebed
In zondag 45 van de Heidelberger Catechismus wordt erop gewezen dat we in de eerste plaats Godskennis nodig hebben om zo te bidden dat het God aangenaam is en ook van Hem verhoord wordt. We moeten alleen de enige ware God, Die Zich in Zijn Woord aan ons geopenbaard heeft, om hetgeen Hij ons geboden heeft te bidden, van harte aanroepen! We moeten dus bij de openbaring van God beginnen. We behoren God aan te roepen in Geest en in waarheid. Zonder dat leven bij Zijn Woord is er dus geen Gode welbehagelijk gebed. We lopen gevaar niet tot de ene en waarachtige God te bidden.
In de tweede plaats is zelfkennis nodig. We moeten onze nood en ellendigheid recht en grondig kennen, opdat wij ons voor het aangezicht Zijner majesteit verootmoedigen. En juist als wij onze nood en ellende grondig kennen, dan gaan we ook eerbiedig bidden. Dan bidden we in nederigheid, in ootmoed. Het ware gebed komt voort uit een nederig schuldbewust hart, ook al mag men zich beroepen op de verbondsbeloften. In de Bijbel worden we getroffen door enerzijds het kinderlijk vertrouwen en de vertrouwelijke omgang van degenen die bidden en anderzijds het voortdurende besef van de afstand die er is tussen God en hen. God is niet alleen de Bondgenoot Die meelijdt en meeleeft, maar ook de hoge en heilige God. Als we dat beseffen, spreken we God niet aan met 'je' en 'jij', maar met 'U' of'Gij'.
In het antwoord wordt er in de derde plaats op gewezen dat we Christuskennis nodig hebben. Wij zijn de verhoring van het gebed onwaardig. Wij kunnen niet bidden in eigen naam, dat wil zeggen op eigen gezag, op grond van wie wij zijn en wat wij gedaan hebben. En we kunnen het onszelf niet waardig maken. Als we daar nog vanuit gaan, komt dat voort uit een gebrek aan het besef van onze nood en ellende. Dan kunnen we de woorden 'om Christus' wil' aan het eind van het gebed wel weglaten.
In Christus' Naam
Alle gebeden van ons zijn onvolmaakt. Wij kunnen niet bestaan voor de heilige God. Daarom hebben wij een Middelaar nodig om toegang te verkrijgen tot de genadetroon. In het slot van dat antwoord wordt beleden dat God niettegenstaande wij zulks onwaardig zijn, om des Heeren Christus wille zekerlijk wil verhoren, gelijk Hij ons beloofd heeft. Christus, de Voorspraak en Middelaar, is de grond waarop wij een beroep kunnen doen om in Gods gunst te delen. Hij pleit in de hemel ten behoeve van ons. Hij zet Zijn priesterlijk ambt op een verhoogde wijze voort. Hij verschaft toegang tot de Vader en door Zijn Middelaarspositie krijgen de gebeden - in Zijn Naam opgezonden - bijzondere kracht. We komen in Christus' Naam tot de troon van God.
We kunnen ook nog als vereiste noemen het bidden in geloof. 'Die tot God komt, moet geloven dat Hij is en een Beloner is dergenen die Hem zoeken.' Men zegt wel eens dat je er licht om kunt vragen. Dat is echter niet het ware gebed. De ware bidder gelooft dat God hem in Zijn gunst zal verhoren, als Hij er beloften voor gegeven heeft in Zijn Woord. We mogen erop pleiten en Hem vertrouwen op Zijn Woord. De hoogste Profeet en Leraar Zelf heeft in Zijn rechtstreekse onderwijs en ook door middel van gelijkenissen talloze aanwijzingen voor het gebed gegeven. Hij spreekt over het gebed in de binnenkamer, over de verhoring van het gebed in Zijn Naam, over de volharding in het gebed enz. enz. Hij geeft bovendien een model in het Onze Vader en wijst ons erop dat we aan de verheerlijking van God alle voorrang moeten geven. Tertullianus beschouwt het 'Onze Vader' als gebedsnorm. Ieder kan volgens hem aan dit voorgeschreven gebed nog wel bijkomende verlangens toevoegen.
De inhoud van het gebed
Het ware gebed stelt God dus in het middelpunt. God moet verheerlijkt worden. Dat heeft Christus ons in het standaard bidmodel geleerd. Niet de mens moet in het middelpunt gesteld worden en ook niet onze belangen. Het behoort een bidden te zijn met het oog op het Koninkrijk van God. Waar zijn onze gebeden op gericht? Het gaat er immers niet om of onze verlangens werkelijkheid worden, maar dat Gods Naam verheerlijkt wordt en Zijn Koninkrijk openbaar komt en de werken van de vorst der duisternis afgebroken worden en Gods bedoelingen openbaar komen! De gemeente te Jeruzalem horen we niet eens bidden om de bevrijding van Petrus uit de gevangenis. Veel belangrijker was het dat Petrus in het geloof stand zou houden en bovenal dat het Woord van God z'n loop zou hebben.
Als we eerst geconcentreerd geweest zijn op de verheerlijking van Zijn Naam, de groei van Zijn Koninkrijk en de gehoorzaamheid aan de wil van God, dan krijgen de laatste drie volgende beden de nodige aandacht: het menselijk welzijn (het brood, de werkgelegenheid, de economie) de relatie met de naaste (de verantwoordelijkheid en de schuldvergeving) en de dagelijkse strijd tegen de duivel en zijn demonen. Kortom, alles wat we naar het lichaam en de ziel nodig hebben.
Kerkgeschiedenis
In de Bijbel staan ook veel gebeden, met name in de psalmen. Wie had kunnen denken dat het aangrijpende woord van David in Psalm 22 over de GodsverlatingĀ door de stervende Heiland overgenomen zou worden en dat Hij dat tot Zijn gebed zou maken. En datzelfde geldt van het avondgebed van de Joden, Psalm 31, waarin men zich voor het slapen gaan overgeeft in de handen van God tot het ontwaken op de volgende morgen. Jezus neemt deze woorden op de lippen, als Hij de geest overgeeft in de handen van de Vader tot de dag van Zijn opstanding uit de doodsslaap.
We kunnen veel van de gebeden in de psalmen leren. We kijken daar de heiligen in het hart en mogen getuigen zijn van hun dialoog met God en ons eigen gebedsleven daaraan ijken en verrijken. We mogen meeluisteren hoe zij met God spreken. De Heilige Geest wil ons daardoor leren bidden gelijk het behoort. We mogen deze woorden op de lippen nemen. Bidden moet geleerd worden, ook al is het in wezen geen prestatie, maar gratie, geen kunst, maar gunst. De discipelen vroegen ook aan hun Heere en Meester of Hij hen wilde leren bidden. De Heilige Geest leert ons bidden door Zijn Woord onder andere bidden gelijk het behoort. Ook van de gebeden die ons vanuit de kerkgeschiedenis overgeleverd zijn en achterin in ons kerkboekje te vinden zijn of in de formulieren kunnen we veel leren. Of van de in het dienstboek van de kerk opgenomen gebeden. Tijdens het lezen van zulke gebeden mogen we iets opmerken van de Heilige Geest die in al de waarheid leidt en Zijn gemeente leert bidden gelijk het behoort. We mogen ook daar zeker gebruik van maken om eventueel enkele punten op te schrijven bij de voorbereiding voor het gebed in het openbaar.
Heilige Geest
God heeft beloofd Zijn Heilige Geest te geven degenen die Hem erom bidden. Dat is de beste gave die er is. God schenkt de Heilige Geest alleen aan hen die in volhardend bidden Hem begeren te ontvangen. En deze Heilige Geest hebben we nodig. Het geheim van de gave van en de volharding in het gebed is de Heilige Geest. Hij wordt de Geest der genade en der gebeden genoemd. Hij doorzoekt de diepten van God en bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
Het gebed is ook een middel om je volledig in te zetten voor de dienst des Heeren. Waar helemaal niet gebeden wordt, daar onthoudt God de gelovige Zijn zegeningen met betrekking tot de gaven van de Geest. Waar wel gebeden wordt, maar met geringe inzet en twijfel, ongeregeld, slordig of oppervlakkig, daar wordt het geestelijk leven niet verrijkt en komt het niet tot bloei. Aan de doorwerking van de Heilige Geest en de herleving en ontwaking van de kerk gaat een volhardend gebedsleven vooraf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's