De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een veelheid aan visies

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een veelheid aan visies

HOE ZIEN CHRISTENEN DE ISLAM? [1]

7 minuten leestijd

We kunnen en mogen er niet omheen. Als christenen dienen we ons te bezinnen op de verhouding tot de moslims in ons midden. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van kerkenraden om hun gemeente op dit punt een handreiking te bieden. De problematiek zit veel gemeenteleden hoog. Laatst sprak ik een broeder die de opkomst van de islam wereldwijd, maar in het bijzonder in Nederland als het grootste gevaar ziet. Hij overweegt zelfs om te emigreren naar Canada, 'voordat ze hier de zaak helemaal overgenomen hebben'.
In deze benadering staat deze man bepaald niet alleen. Verscheidene christenen die altijd confessioneel hebben gestemd, overwegen eens een keer op iemand als het onafhankelijke kamerlid Geert Wilders te stemmen. De reformatorische Bart Jan Spruyt voert een pleidooi voor een conservatieve beweging waarin orthodoxe christenen en liberalen zich samen tegen het moslimgevaar teweer kunnen stellen. Dr. S. Meijers schreef in het RD van 14 januari jl.: 'De militante islam kan voor de kruisdragende christen (die de toekomst tegemoet leeft) nooit op enigerlei wijze bondgenoot zijn. Zeker niet in de strijd tegen de secularisatie, en in een wereld van religieuze onkunde, waarbij het gevaar groot is dat het christendom vertekend wordt naar het beeld van de islam. Deze is noch ongeloof, noch bijgeloof, maar wangeloof, het tegenbeeld van het christendom.'
Daar staat dan pal tegenover het pleidooi van dr. G. van den Brink, ondersteund door ds. W. Visscher van de Gereformeerde Gemeenten, om juist tegenover het liberale front samen met de moslims op te trekken, als het gaat om concrete zaken, zoals het behoud van eigen levensbeschouwelijke scholen en het recht om een religieuze overtuiging ook in het openbaar te belijden. De ruim vijftig procent seculieren maken, volgens ds. Visscher, meer kapot in Nederland dan de vijf procent islamieten. Van den Brink stelt in het RD van 8 januari jl.: 'In de oplopende spanningen in ons land zullen christenen op dit moment - ik spreek niet over de toekomst - nadrukkelijk de kant van de moslims moeten kiezen.'

Bewogen met onze naaste
Vorig jaar verscheen een themanummer van het onder ons bekende theologische tijdschrift Theologia Reformata, dat gewijd was aan Zicht op de islam (juni 2004). Lang niet alle lezers van de Waarheidsvriend krijgen dit tijdschrift onder ogen. Daarom wil ik in dit artikel enkele lijnen uit dat themanummer naar voren halen. Wellicht kan dit de lezers stimuleren om het betreffende nummer te bestellen bij het bureau van de Gereformeerde Bond. (€ 10,00, geref.bond@tiscali.nl/ red.)

Er is ten opzichte van de islam in de reacties van kerken een breed spectrum te onderscheiden vanaf enerzijds interreligieuze omarming tot anderzijds demoniserende veroordeling van de islam. In het eerste geval worden moslims als 'anders gelovigen' begroet, in het tweede geval worden ze als dienaars van de duivel afgeschilderd. Het is in elk geval verheugend dat het besef groeit van de noodzaak om te komen tot bijbels gefundeerde antwoorden op de uitdaging waarvoor de islam wereldwijd en de moslimgemeenschap in Nederland ons stellen. Ik geef nu een korte typering van een scala van opvattingen die in genoemd themanummer de revue passeren inzake de verhouding christendom-islam. Het is goed daarbij in het oog te houden dat dit themanummer niet beoogde de gereformeerde visie op de islam te geven, maar slechts een aanzet wilde geven om te komen tot een verantwoorde visie op deze wereldgodsdienst.

Volstrekte afwijzing
Bij veel christenen leeft de opvatting dat de islam in feite een duivelse misleiding is. In de kerkgeschiedenis is deze benadering bij vele schrijvers te vinden, die vanwege de ontkenning van de godheid en het kruis van Christus de islam als antichristelijke godsdienst zien en daarom de satan of de antichrist als macht achter de islam ontwaren. In onze tijd vinden we deze benadering onder andere bij mevrouw dr. Hanna Kohlbrugge, bijvoorbeeld in haar boek De Islam aan de deur, met een beroep op het denken van prof.dr. K.H. Miskotte. Ik citeer hoe zij over Allah spreekt: 'Hij zaait dood en verderf om zich heen. Want hij is de mensenmoordenaar van den beginne, wiens doel het is God en mensen van elkaar te scheiden.' Hier treedt een demonisering van de islam op. Islam is een uitvinding van de duivel, die weer eens optreedt als 'de aap van God'. In deze benadering is geen plaats voor dialoog, slechts voor afwijzing van een valse religie en daartegenover evangelieverkondiging. De waarschuwing voor de kwalijke bedoelingen van de islam staat voorop.

Verkondiging in ontmoeting
De gereformeerde dogmaticus dr. Benjamin Wentsel stelt in Theologia Reformata dat het bij de opvatting van Allah niet alleen gaat om een verkeerd beeld van de ware God (dus zonde tegen het tweede gebod), maar ten principale om een andere identiteit van God (dus zonde tegen het eerste gebod). Hij benadrukt dat wij tegenover de een miljoen moslims in Nederland maar één opdracht hebben: de trinitarische liefde voorleven en doorgeven met de oproep via gesprek en getuigenis tot bekering en geloof. Het eeuwig behoud van de islamitische verloren schare moet de kerk aan het hart gaan. Alleen zo is zij gehoorzaam aan de grote zendingsopdracht die Christus haar gegeven heeft.
Er ligt een missionair marsbevel dat onverwijld moet worden uitgevoerd door doelbewuste contacten aan te gaan met de moskee en een kerkelijke strategie te ontwikkelen om moslims met het evangelie te benaderen en hen te bekeren. Wentsel roept dus nadrukkelijk op tot contacten met aanhangers van andere godsdiensten, maar in deze contacten moet het verkondigende element van meet af aan duidelijk aanwezig zijn. We dienen zoveel mogelijk bruggen te slaan tussen Bijbel en Koran, zonder verschillen te verdoezelen.

Voorzichtige benadering
Een omzichtiger benadering vinden we bij drs. Cees Rentier, predikant/stafmedewerker van de Stichting Evangelie & Moslims. Volgens hem is er sprake van continuïteit én discontinuïteit in de verhouding tussen christendom en islam. Op de vraag of Allah nu wel of niet dezelfde is als de God die wij belijden, zegt hij 'Ja' en 'Neen'. Ja, vanwege de binding aan het oud- en nieuwtestamentisch getuigenis. Neen, vanwege wat hij noemt de bewuste 'naturalisering' van de gegeven openbaring. Het gaat niet om een andere God, maar de Vader van Jezus Christus is toch wel radicaal anders dan Allah.
Rentier stelt vanuit opgedane ervaring dat er missionair alleen een vruchtbaar gesprek is te voeren met moslims vanuit de vraag hoe wij God op de rechte wijze dienen. Hij kan zich vinden in de visie van Colin Chapman, docent islam in Beiroet, dat we zo ver mogelijk met moslims moeten oplopen, totdat men daar komt waar de wegen scheiden. Wanneer moslims en christenen met elkaar spreken over God, ontdekken ze dat ze niet van mening verschillen dat God schept, regeert, liefheeft, oordeelt en vergeeft, maar wel over hoe Hij dat doet. Chapman gebruikt als beeld voor de relatie tussen de God van de islam en de God van het christendom de verhouding tussen een versluierde zon en de volle zon. Vanwege de discontinuïteit staat Rentier afwijzend tegenover interreligieuze en multireligieuze gebedssamenkomsten. Christenen kunnen niet samen met moslims bidden, omdat het gebed wezenlijk iets anders is dan zomaar een religieuze uitingsvorm. Het gebed is antwoord op Gods openbaring. Voor de christen staat in die openbaring de verzoening in Christus centraal. Als christen roepen we onze hemelse Vader aan in de Naam van Christus. Deze belijdenis aangaande Christus vormt de spil waarom het christelijk gebed draait. Er is geen gemeenschap der heiligen en dus ook geen gebed mogelijk buiten deze spil en kern om.
Dat wil voor Rentier niet zeggen dat moslims niets van God weten, of dat God niet naar het gebed van een moslim zou kunnen luisteren. Christenen en moslims kunnen wel in eikaars nabijheid bidden. Maar er moet niet bedoeld of onbedoeld de suggestie gewekt worden dat men vanuit een zelfde verstaan van Gods openbaring voor Gods aangezicht verschijnt. Belangrijk is dat christenen op een hartelijke wijze contact zoeken met moslims, zonder daarbij ooit de gedachte te wekken dat het bij islam en christelijk geloof om vormen van geloof gaat die in hoofdlijnen met elkaar samen stemmen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een veelheid aan visies

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's