De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

In De Civitate (studentenvereniging C.S.F.R.) troffen we een boeiend interview met prof.dr. H.W. de Knijff over Wetenschap en techniek. Hier volgen twee gedeelten, geplaatst onder de kopjes De openheid voor de wetenschap is de kerk duur komen te staan en De afkeer van de wetenschap berust op een foute conclusie. Een nadenkertje, dat we zonder verder commentaar doorgeven:

• De reformatie had destijds een (op)bloei 'van de wetenschap tot gevolg. Het geloof dat God de Schepper van deze wereld is, leidde ertoe dat men haar ging onderzoeken in het vaste vertrouwen dat hierdoor de verwondering over de schepping en het ontzag voor de Schepper alleen maar groter zou kunnen worden. Heden ten dage lijkt er daarentegen vanuit de kerken wat de wetenschap betreft nauwelijks een stimulans meer uit te gaan. Men lijkt eerder bang een huiverig geworden voor de uitkomsten van de moderne wetenschap en de ontwikkeling in de techniek.

Wat is er veranderd dat deze omslag heeft plaatsgevonden?
'Dit is een vraag, die in kort bestek niet is te beantwoorden. Heel globaal uitgedrukt: het is waarschijnlijk juist de openheid voor de wetenschap, die het oudere kerkelijke denken (vanaf Middeleeuwen en Reformatie) duur is komen te staan. Doordat men Gods hand zag in de wonderwerken van de schepping (Kepler, Newton!) en doordat vervolgens de zich ontwikkelende natuurwetenschap dit Godsgeloof verabsoluteerde in een strikt natuurlijke theologie, waarin weldra God (via het deïsme) gemakkelijk kon worden gemist, kon de verwisseling plaatsvinden tussen God en natuur: de natuur werd God. Zo werden wetenschap en techniek afgoden en kregen wij te maken met een restloos geloof in het materiële en met genoemde onoverwinnelijk lijkende Sachzwänge. Het berust op een foute conclusie, maar de afkeer van de wetenschap is zo gezien begrijpelijk. Overigens vertaalt deze afkeer zich nauwelijks in bestrijding (behalve in eenzijdigheden als creationisme en New-Age-denken), zij uit zich helaas doorgaans in pure onverschilligheid en onkunde en voor het overige rijdt men vrolijk mee op de zegewagen van de vooruitgang.'

Iemand die in zijn columns regelmatig en op geheel eigen wijze aandacht besteedde aan de relatie tussen geloof en wetenschap is Godfried Bomans. Zou u willen reageren op onderstaande citaten van hem?
a.) 'Onlangs kwam mij in een kerkelijk weekblad een stukje onder ogen, waarin de schrijver zijn bezorgdheid uitsprak over de ruimtevaart. Het zoeken naar nieuwe werelden, zo meende hij, kwam voort uit menselijke hoogmoed. God had ons deze aarde als 'woonstee' gegeven en dit moest ons voldoende zijn [...]. Gedachten als deze hebben duizenden mensen. Men treft ze vooral aan bij de oprecht godvrezenden, die de wetenschappelijke veroveringen uit hun jeugdjaren nog juist rekenen binnen de bedoelingen der goddelijke voorzienigheid, maar de vorderingen van een volgende generatie met strengheid verwerpen.' (uit: Vrome Ketterijen)
b.) 'In elk café kan men plotseling iemand zijn biljartkeu driftig op de vloer zien zetten en horen uitroepen: 'God heeft de atoomkracht niet gewild!' Het zijn de achterkleinkinderen van de mannen, die in 1839 de eerste stoomtrein van Haarlem naar Amsterdam hoofdschuddend nastaarden en mompelden, dat dit de bedoeling van God niet kon zijn. Wat deze theologanten niet beseffen, is dat zij de Schepper van hemel en aarde degraderen tot een goedwillende plannenmaker, wiens loffelijke streven telkens door afgestudeerden uit Delft gedwarsboomd wordt. De waarheid is natuurlijk, dat alles wat wij uit de natuur halen, door God er tevoren in gelegd is.' (uit: Een kerkvader uit Friesland)

'Een grappenmaker heeft eens opgemerkt, dat, als de trein was uitgevonden na de auto, wij dit eerste vervoermiddel als een grote vooruitgang zouden hebben beschouwd. Het zou inderdaad beter geweest zijn, als men van meet af beter had nagedacht over de groeiende mobiliteit, bijvoorbeeld toen in het begin van de twintigste eeuw de auto op het toneel verscheen. Het nadenken over bovengenoemde prioriteiten (waarmee is de mens van de toekomst het meest gediend? ) heeft helaas grotendeels ontbroken (en het ontbreekt nog steeds). Genoemde reacties zijn dus niet zo dom als zij lijken. Theologisch is in de voorzienigheidsbeleving met de komst van technieken (vgl. de beroemde items van bliksemafleider en kunstmest) iets grondig veranderd en de daardoor opgeroepen vragen zijn niet in een handomdraai te beantwoorden. In die zin zijn de opmerkingen van Bomans, hoewel nogal oppervlakkig, wel te begrijpen.
Of alle waarheden die wij uit de natuur halen, er tevoren door God ingelegd zijn, is nog maar de vraag. Als wij ontdekken, dat hout een verzaag- en vertimmerbare materie is, hebben wij de vraag, of wij er tafels, papier of brandstof van zullen maken, nog in het geheel niet beantwoord. De fysische natuur van de dingen behelst geen enkel antwoord op de vraag naar het doel, zij kan ons ook heel goed op het verkeerde been zetten.
'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's