Vorming van het geweten
WAARVAN GENIETEN ONZE JONGEREN?
Kerkverlating van jongeren heeft vooral plaats als ze zestien, zeventien jaar zijn. In de bespreking van het werk onder de studenten in de synode van de Gereformeerde Gemeenten zei een van de afgevaardigden dit, zo meldde het kerkblad De Saambinder onlangs. Als ze nog in de gemeente zitten, zijn ze aan het afhaken of doen ze niet meer mee. In de gelijkenis van het zaad heeft Jezus het ons uitgelegd dat de boze niet onverschillig toekijkt, als het Woord van het Koninkrijk verkondigd wordt.
WAARVAN GENIETEN ONZE JONGEREN?
Wie in de dienst van het evangelie staat, krijgt in de gelijkenis van het zaad onderwijs van de grote Profeet. Zijn lessen zijn blijkbaar nodig, om duidelijk te maken waarom het gaat in het Koninkrijk dat Zijn naam draagt, namelijk om het horen en het verstaan van het Woord (Matth. 13:19). Horen en gehoorzamen, luisteren en doen - ze horen bij elkaar. Geloof en werken. Hoofd, hart en handen. Wie tot overgave aan de Heere gebracht wordt, komt met heel zijn leven onder de heerschappij van Christus.
Het is de duivel die alles in het werk stelt te voorkomen dat het zaad van het evangelie wortelt in het hart van de hoorder, van jonge mensen. Want als het Woord niet ter harte genomen wordt, rukt hij het weg. Hij heeft meer pijlen op zijn satanische boog: het bezet zijn met deze wereld en de verleidingen van de rijkdom verstikken het Woord (vers 22). Ligt hier geen aanknopingspunt voor het gesprek met onze jongeren over wat hun hart bezet houdt? Enorm veel (informatie) komt op hen af, zodat ze steeds weer moeten kiezen waarmee ze zich inlaten. Bezet zijn met deze wereld, met alle mogelijke zorgen - Jezus heeft er de opdracht tegenover gezet om voor alles het Koninkrijk van God te zoeken. Dan volgt alles wat je nodig hebt vanzelf.
Wij leven in het rijke westen. Jongeren groeien op in een cultuur, waarin alles wat reclamemakers ons voorschotelen, liefst zo snel mogelijk gerealiseerd moet worden. Veel kunnen uitgeven is een concreet gevaar - en wat is de Bijbel daarin eerlijk, door de verleiding van de rijkdom te benoemen, als gesproken wordt over de ontvankelijkheid voor het evangelie.
Eredienst en jeugdkerk
Op onze jonge gemeenteleden komt enorm veel af. Velen zijn betrokken op de dienst aan de Heere, houden hun stille tijd waarin ze de omgang met God zoeken. Anderen echter verlaten de gemeente soms geruisloos, of zijn nog aanwezig maar er niet werkelijk meer bij.
Enige tijd geleden ontmoetten het bestuur van de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond en van de Gereformeerde Bond elkaar, om die betrokkenheid op de 'komende generatie' uit te spreken, om na te denken over wat jongeren nodig hebben. We dachten na over hun plaats in de eredienst. We spraken even over de jeugdkerken - het verschijnsel dat jongeren maandelijks zelf een samenkomst beleggen met hun eigen spreker, hun eigen heftige muziek, hun eigen vormgeving. Wat vinden we ervan? Wordt de gemeenschap van de hele gemeente er niet door verstoord? En hoe verhoudt zich de boodschap van zonde en genade met de daar ervaren religieuze beleving? Of moet we vooral zeggen dat het een appèl voor ons is als gemeente van Jezus Christus te leven?
Als we op deze plaats hierover iets zeggen, is dit geen weerslag van genoemde ontmoeting. Het was wel inspirerend om samen onze betrokkenheid bij kinderen en jongeren te ervaren, zodat we er van daaruit vandaag wat over zeggen. Centraal is het besef dat zij geheel bij de gemeente horen - niets geen kerk van de toekomst - en daarin hun plaats hebben. Die gerichtheid op de jongeren, op hun vragen, op hun leefwereld mag geheel de eredienst doortrekken, opdat er in alle onderdelen van die eredienst het appèl doorklinkt: Mijn zoon, mijn dochter, vergeet Mijn wet niet, laat jullie hart Mijn geboden bewaren.
Die betrokkenheid vanaf de kansel kan zomaar ineens concreet gemaakt worden. Is het immers niet de Heilige Geest die de verkondiger de woorden in de mond wil leggen? Het zaad van het evangelie wordt toch niet achteloos rondgestrooid, maar de boodschap wordt zodanig verwoord dat de hoorder ervaart dat de boodschapper er helemaal achterstaat. 'Die dominee is verdrietig, maar zijn gezicht was er heel de dienst blij', zei een jongen van acht, toen hij de kerkdienst bezocht bij een jonge predikant wiens broer de volgende dag begraven zou worden.
Interesse
Het woord 'kwaliteit' heeft iets van een keurmerk, dat bij zakelijke producten past en niet direct bij de eredienst. Toch, over de 'kwaliteit' van de eredienst moeten we nadenken, als we daarmee bezien of naar de boodschap van God zorgvuldig is geluisterd, of dat woord concreet is toegepast naar de situatie waarin de gemeente zich bevindt, of Christus alles was in de preek en in geheel de dienst. Naar Hem zullen we horen. Als dat gebeurt, dan gaat het ergens over. Waar dat niet gebeurt, daar wordt de shop-mentaliteit onbewust en ongewild gestimuleerd.
Aandacht voor onze jongeren in de gemeente - het is het verlengde van de eredienst. Bieden catechese en jeugdwerk hiervoor niet enorme kansen, om persoonlijke interesse in hen en in hun leefwereld te tonen? Wat voor ouderen geldt, is voor jongeren eveneens van belang: ze zoeken een boodschap voor hun leven en willen gemeenschap, onderlinge band, ervaren.
Nee-zeggen
In de contacten met jongeren - ze houden van radicaliteit - zal de levensstijl van het Koninkrijk verwoord moeten worden. Wie de Heere Jezus wil volgen, zal de gevolgen voor zijn leven moeten aanvaarden - en daarin geen last zien. Hier ligt nadrukkelijk een punt van zorg, als we met veel van onze jongeren (en niet alleen met hen) in gesprek zijn. Laten we het niet verleren om concreet nee te zeggen in de gestalte van ons christenleven, in ons uitgaans- en uitgavenpatroon, in onze zondagsinvulling.
Dezer dagen zag ik een programma van een voor hervormd-gereformeerde jongeren georganiseerd weekend. Op zondag werd een kerkdienst bezocht en een bijbelstudie gehouden, maar bood het programma eveneens ruimte voor cabaret, dans en drama. Dat kan toch niet!? Het leven met Jezus betekent een niet meer lopen in het schema van deze wereld, maar kenmerkt zich door het verlangen de goede wil van God te doen. En die wil houdt de heiliging van Zijn dag in, die wil betekent principieel de overtuiging vreemdeling op deze aarde geworden te zijn. In een opstel over Zondag en kerkgang, al enige decennia geleden verschenen, schreef dr. S. Gerssen: 'Het is zo dat alle vormen, ook die betreffende de zondagsviering, meer en meer worden afgezworen en het een summum van geloofsleven lijkt te zijn, zijn eigen weg te zoeken en zich daarbij door niets en door niemand te laten binden. (...) Zo verzanden wij in een stijlloosheid, waarin ieder doet wat goed is in zijn eigen ogen. Deze nadruk op het subjectieve gaat altijd ten koste van de zondag.'
Geloof en ..., avondmaalsgang en ..., een vrijere zondagsinvulling, een vrijere seksuele omgang voor het huwelijk, een gemakkelijke omgang met internet of televisie - het is schadelijk voor het eigen geestelijk leven en voor de vorming van het geweten van jongeren. Altijd weer raken we hier aan de wetenschap dat op aarde geen blijvende stad gebouwd wordt en ons hart op de hemel gericht moet zijn. Zo leren we meer en meer de verlangens van onze 'oude mens' te doden en het beeld van de Heere Jezus gelijkvormig te worden. Zo leren we vooral dat een autoriteit buiten onszelf, de stem van de levende God, van doorslaggevende invloed in ons dagelijkse bestaan is. Overigens, dat is niet wettisch en lastig, want het levende geloof ervaart dat Zijn geboden niet zwaar zijn.
Genieten
Het Bijbelboek Prediker is een goudmijn vol levenswijsheid. Veelzeggend is daarom de oproep aan jonge mensen om blij te zijn; 'en laat uw hart zich vermaken in de dagen van uw jongelingschap, en wandel in de wegen van uw hart, en in de aanschouwing van uw ogen'. Beslist geen wereldmijding dus, maar het genieten van de schoonheid van het leven. Dat mag in de gezinnen en in de gemeente geleerd worden, te genieten van wat werkelijke voldoening geeft. Het is daarbij wel veelzeggend dat hetzelfde bijbelvers (Pred. 11:9) verwoordt dat heel ons leven geleefd wordt onder de koepel van het gericht.
Zowel de vreugde vanwege alles waarvan we mogen genieten als de ernst van het leven moet naar de jongeren klinken. Dat is leven voor Gods aangezicht, als vrucht van de bekering. Dan zijn ze betrokken op hun aardse toekomst - het Oude Testament wijst die weg - , maar tegelijk gericht op de toekomst van de Zoon des mensen, die allesbepalend is.
Jongeren leven in een oneindig opener wereld dan de vorige generaties. Veilige plaatsen waarin helderheid is over de waarden en normen die bij het evangelie horen, zijn in hun leven niet vanzelfsprekend aanwezig. Dat vraagt veel van ouders, clubleiding, jeugdwerkers, leerkrachten.
Het kan daarbij niet zonder het voorbeeld van Job. Zijn zonen en dochters aten en dronken, terwijl vader Job 'hen heiligde, en 's morgens vroeg opstond, en brandoffers offerde naar hun aller getal; want Job zei: 'Misschien hebben mijn kinderen gezondigd, en God in hun hart gezegend. Alzo deed Job al die dagen.'
Heiliging door het Woord en door het gebed, we hebben het hard nodig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's