De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

8 minuten leestijd

Kerk en moderne tijd
Er zijn al veel publicaties en studies aan gewijd: hoe is het verval van de invloed van kerken en geloof op de samenleving in een halve eeuw (vanaf ongeveer 1960-heden) zo snel tot stand gekomen? In het Nederlands Dagblad (18 februari 2005) stond een verhelderend gesprek te lezen dat Willem Bouwman onlangs had met Peter van Rooden. Boven het verslag van dit gesprek stond geschreven Kerken wilden te graag modern zijn. Van Rooden werkt bij de afdeling antropologie van de Universiteit van Amsterdam en houdt zich in het kader van de geschiedenis van het christendom in Nederland vooral bezig met de secularisatie van de afgelopen decennia, aldus het ND.
Na 1960, aldus Van Rooden, is het Nederlandse christendom bijna volledig ingestort. In 1960 was Nederland een van de meest christelijke landen van Europa. De meeste mensen gingen geregeld naar de kerk en de christelijke partijen waren altijd aan de macht. Nu zijn de kerken bijna leeg en is het christelijk geloof naar de rand van de samenleving gedrongen. Hoe dat kon, is helaas nauwelijks onderzocht. Het afsterven van het Nederlandse christendom is als een vanzelfsprekende ontwikkeling beschouwd.
Sociologen
, aldus nog steeds Van Rooden in het ND, verklaren de geloofsafval vanuit de secularisatiethese. De modernisering van de samenleving zou de traditionele geloofsvoorstellingen ongeloofwaardig hebben gemaakt.
Van Rooden heeft grote bedenkingen tegen de secularisatiethese. Ze klopt min of meer als je alleen naar Europa kijkt. Maar in Amerika, een zeer modern land, bloeit het christendom. Ook in India en de islamitische wereld gaan godsdienst en modernisering hand in hand. Door de modernisering kunnen mensen meer religieuze teksten lezen en hun boodschap sneller verspreiden. De modernisering heeft ruimte geschapen voor de godsdienst.

Waarom is het in Europa en vooral in Nederland anders gegaan en ging de modernisering vergezeld van kerkverlating en geloofsafval?
Van Rooden zoekt het antwoord in de bijzondere aard van het Nederlandse christendom voor 1960. Bij katholieken en protestanten lag de nadruk niet op de individuele geloofsbeleving maar op collectieve en vanzelfsprekende rituelen. De oude mensen die door Van Roodens studenten werden ondervraagd over het geloof van hun jeugd, spraken vooral over de gewoontes en gebruiken, zoals de dagelijkse gang naar de mis, eerbiediging van de zondag, vaste plaatsen in de kerk, belijdenis doen, huwen binnen eigen kring.
Godsdienst was de vanzelfsprekende achtergrond van wat mensen deden en voelden,
zegt Van Rooden. Hij benadrukt dat ook een vanzelfsprekend geloof doorleefd en verinnerlijkt kan zijn.
Eén van de geïnterviewden, een hervormde vrouw, had een hekel aan haar dominee en bezocht liever de vieringen van het Leger des Heils. Maar ze zou haar kerk nooit verlaten, omdat ze er ooit belijdenis had afgelegd. Niet omdat de kerk haar religieuze gevoelens en behoeften beantwoordde.

In de jaren zestig kwam de klap voor de kerken. Door de groeiende welvaart leerden mensen hun eigen gang te gaan. Ze kozen de kleren die ze leuk vonden, ze richtten hun huizen in zoals zij het wensten. De auto bracht verre geneugten dichterbij en de pil baande de weg voor vrijere seksualiteit. De mens kwam eindelijk toe aan zichzelf. Van Rooden spreekt van de opkomst van het 'expressieve en reflexieve zelf', dat zich moeilijk verdroeg met de 'collectieve en van zelfsprekende rituelen' van het christendom in Nederland. Op den duur waren geloof en godsdienst niet meer relevant. De meeste geïnterviewden konden zich niet eens meer herinneren wanneer ze zich van de kerk hadden afgewend. Hun geloof was langzaam weggeëbd.
Van Rooden vindt dat de kerken die klap van de jaren zestig niet hebben zien aankomen. De sociologische instituten van de verschillende kerken vonden de ontwikkelingen wel zorgelijk maar niet bedreigend. Als de kerk maar mee moderniseerde, zou er weinig aan de hand zijn. En onder hervormden gingen stemmen op dat de secularisatie helemaal niet zo erg was. Want dan zou de verzuiling verdwijnen en de godsdienst niet langer opgesloten blijven zitten in de eigen school en vakverenigingen.
Ik citeer uit het gesprek met Van Rooden: De godsdienst zou z'n eigenlijke plaats als basis van het volksleven terugkrijgen, precies wat de hervormden al jaren wilden. Ze wilden één natie en één kerk, de Hervormde. Pas eind jaren tachtig, aldus Van Rooden, werd er voor het eerst serieus gediscussieerd over wat prof. Berkhof als term introduceerde, de 'godsverduistering'.
De kerken hebben de jaren zestig omhelsd. Ze waanden zich een pilaar van de samenleving, hun zelfvertrouwen was enorm. Ze gingen mee met de geest van de jaren zestig. Ze gingen experimenteren en dachten het individu vrij te maken van oude rituelen en inzichten. Bij de katholieken werd geen Latijn meer in de mis gebruikt, de gereformeerden kregen de vrouw in het ambt en de hervormden gingen samen op weg met de gereformeerden. Gemengde huwelijken waren geen probleem meer.
De kerken hebben de opkomst van het 'expressieve en reflexieve zelf geaccepteerd en christelijk gerechtvaardigd. Mensen moesten leren omgaan met hun twijfels. De religieuze bestsellers van de afgelopen twintig jaar, van Kushner, Kuitert en Ter Linden, psychologiseerden het geloof. Het ging niet meer om de dogma's en de gebruiken, maar om de beleving en de twijfels van de gelovige. Zo leerden de gelovigen de waarden van de jaren zestig te aanvaarden.

En toen keerde de aanpassing zich tegen de kerken
Ja, want ze werden toch gezien als dragers van de traditie en zelfs als ze probeerden menselijk en modern te zijn, bleven ze elitair. Progressieve theologen keken vaak neer op de wensen van de gewone gelovigen. De voorman van de progressieve katholieken, Walter Goddijn, schreef dat de meeste mensen niet weten wat er aan de hand is en dat ideeën aan de top geboren worden. De kerken waren ook niet gewend om het geloof te verkopen', zoals in Amerika, waar de kerken al een eeuw lang ervaring hadden met organisatorische, ideologisch en media-technische vernieuwingen. De vernieuwingen waren te radicaal. Ineens mochten de gelovigen de hostie aanraken en stond de priester met zijn gezicht naar de gelovigen, alsof de mensen altijd voor de gek gehouden waren. In de interviews werd hierover met veel verbittering gesproken.'

Hoe groot was de invloed van de moderne theologie?
'Volgens mij buitengewoon gering. De moderne theologie dateert van de negentiende eeuw en had haar invloed al lang doen gelden. Bovendien stapten de mensen niet uit de kerk omdat ze intellectuele twijfels hadden. Mensen dreven weg uit de kerk en kunnen zich nu niet eens meer herinneren wanneer dat precies gebeurde. Het ging heel geleidelijk, een duidelijke reden was er meestal niet.

Drang naar vrijheid en zelfontplooiing, in de jaren zestig op gang gezet, maakt de band van velen los met de kerk. Een proces dat nog steeds niet ten einde is, helaas. In het Centraal Weekblad (11 februari 2005) gaat prof. Gerard Dekker in op wat je vandaag onder kerkmensen nogal eens als een soort juichkreet verneemt: religie is weer populair.
Maar is religie hetzelfde als godsdienst. 'Nee,' vindt prof. Dekker. 'Godsdienst is gericht op God en de naaste. Maar spiritualiteit is een hogere vorm van navelstaren. Wat Van Rooden constateert ten aanzien van wat er aan de hand was binnen de kerken (bevrijding van jezelf, zelfontplooiing), analyseert prof. Dekker in het verschijnsel spiritualiteit. Er is een zoeken naar een antwoord op de vraag welke betekenis de godsdienstigheid heeft voor de individuele mens en de levensontplooiing van die mens.

De veranderingen in het godsdienstig leven zijn dus ook duidelijk binnen het kerkelijk leven te constateren. De centrale vraag in veel kerkdiensten en preken lijkt niet meer te zijn wat God van de mensen vraagt, maar wat het geloof bijdraagt aan een gelukkig en harmonisch leven. Zoals ook de vroeger aan leden gestelde vraag 'wat heeft de kerk aan jou?' vervangen is door de vraag 'wat heb ik aan de kerk?  De verandering in de termen waarmee we onze zondagse bijeenkomsten aanduiden is trouwens ook veelzeggend : van godsdienstoefening' naar 'kerkdiensten' en naar 'vieringen'.

In de kerken zelf zijn de instellingen die op het werk en leven in deze wereld gericht zijn, (zoals kerk en bedrijfsleven, kerk en bid- en dankdagen voor gewas en arbeid) opgeheven of ze lijden een armoedig bestaan, terwijl activiteiten die op (gebeurtenissen in) het persoonlijk leven betrekking hebben - huwelijksdiensten, rouwdiensten en dergelijke - steeds meer aandacht krijgen. Ik vermoed dat het tweede deel van het zojuist verschenen Dienstboek ook in die richting wijst.'

Vroeger, aldus prof. Dekker, was godsdienst bepalend voor het leven en de samenleving, nu is het meer ter verfraaiing ervan. Het lijkt hetzelfde, maar het is anders. 'Zoals we de open haard niet meer echt voor de bestrijding van de kou gebruiken, de fiets voor velen een vrijetijdsartikel is geworden in plaats van een noodzakelijk vervoermiddel en roggebrood van het brood voor de armen geworden is tot een lekkernij'. Spiritualiteit in de hier bedoelde zin is niet veel meer dan het toetje op het reeds als prettig ervaren bestaan. De kerk wordt zoiets als een dienstverleningsinstituut om mensen aan het gevraagde religieuze gevoel te helpen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's