De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het geloof is uit het gehoor

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het geloof is uit het gehoor

JAN SIEBELINK EN DE GODSONTMOETING VAN ZIJN VADER

8 minuten leestijd

De tweede druk verscheen nog in dezelfde maand als waarin de eerste verscheen (jan. 2005). Ik bedoel het boek van Jan Siebelink, 'Knielen op een bed violen'. Als schrijver geniet Siebelink bekendheid. Het bijzondere is dat zijn boeken niet alleen gewild zijn in buitenkerkelijke kring maar ook in kerkelijke, specifiek ook in reformatorische kring waar Siebelink interview na interview krijgt. Dat heeft te maken met een thema, dat in al zijn boeken doorklinkt: de Godservaring, die zijn vader, bloemkweker in Velp behorend tot de volgelingen van ds. J.P. Paauwe, had onder een limoenappelboom. Al eerder schreef Siebelink daar een heel boek over, 'De overkant van de rivier'. Daarin staat het leven van zijn moeder centraal. Nu bracht hij een boek uit, waarin hij het geestelijk leven van zijn vader zelf (nog) dichter wil benaderen. Een boek even meeslepend geschreven als het eerste.

Inhoud
In dit boek vertelt Siebelink de Godservaring van zijn vader nog eens. Hij (in het boek Ruben geheten) trof zijn vader als elfjarige jongen aan onder een appelboom: 'De jongen knielde, legde een hand op zijn pols, keek naar het onbewegelijke gezicht, strak als een masker, naar zijn haar dat in de war zat en vroeg of hij ziek was'. Op de vraag wat er met hem gebeurd was, antwoordde vader: 'Vuur uit de hemel, jongen. En daarin was God'. Hoewel de hele dag de zon had geschenen, zei vader: 'Jongen het was noodweer. Er zal wel veel glas kapot zijn (...) Duisternis was over de aarde gekomen en in die duisternis daalde de vuurzuil neer'. Er waren geen woorden te vinden 'voor het heerlijke dat hem was overkomen'. Hij was ter aarde gestort en daarbij was zijn horloge stuk gegaan. De wijzers van zijn horloge stonden 'onvermurwbaar' stil, op vijf minuten over half vier. 'Een stem uit de hemel', dat wilde de jongen later ook meemaken.
Vader raakt meer en meer in de ban van bepaalde oefenaars, en van mensen die met oude, godsdienstige boeken colporteren. Hij koopt die boeken, terwijl zijn bedrijf er niet florissant voor staat. Hij wordt thuiszitter, leest aanvankelijk zelf preken maar laat tenslotte de oefenaars toe in zijn huis, die daar huisgodsdienstoefeningen leiden. Hij bezoekt samenkomsten, waar oefenaars voorgaan, in Genemuiden en Hardinxveld: op de deel van een boerderij of een andere geïmproviseerde preekplek.
Het huwelijk komt onder spanning. Moeder kan deze gang van haar man niet meemaken, hoewel ze zich met veel zelfverloochening opstelt. Mede daarom heeft vader op een bepaald moment minder contact met de 'oefenaars' of de contacten vinden in het geheim plaats. Als vader op zijn sterfbed ligt, zijn ze echter weer prominent aanwezig. Ze staan kermende om zijn bed, zonder dat er nog respons is van de stervende. 'De satan deed tot het laatste ogenblik mee.' Hun bemoeienis gaat zover dat ze moeder en de kinderen verhinderen bij vader te zijn, omdat ze als 'onbekeerden' een belemmering zouden vormen voor het contact van vader met de hemel. Is hij eenmaal gestorven, dan trekken ze hun jas aan: 'Er was in dit gezin voor hen geen werk meer te doen'. Als ze vertrokken zijn richt de vrouw haar blik op de dode, met de kinderen aan weerszijden van het bed, en zegt: 'Nu is hij van ons, en wij bepalen zelf wat op de steen komt te staan'. Het werd: 'In de Heere ontslapen'.

Roman
Men moet zich bij het lezen van dit boek allereerst realiseren dat het een roman is. De personen hebben gefingeerde namen. Vader Siebelink heet Hans Sieven, zijn zoon Jan heet Ruben, de oefenaars Steffen en Mieras, ds. Paauwe, op wiens achtergrond het hele boek ook teruggaat, heet ds. Poort. Toen er recent een interview met Jan Siebelink in het RD had gestaan, reageerden mensen uit de kring van ds. Paauwe, dat ze deze namen nooit tegen gekomen waren. Dat is begrijpelijk.
Een wezenlijker vraag is of het allemaal zo is toegegaan als Siebelink beschrijft. Wie kan ooit helemaal binnentreden in het geestelijk leven van een ander?! En wie kan getrouw verhalen wat hij als kind van geestelijke gesprekken opving? Ook hier is fictie bij de romanvorm inbegrepen. In een interview in Het goede leven zei Jan Siebelink zelf ervan: 'Terwijl er met je vader iets afschuwelijks gebeurt, moet je er ook een roman van zien te maken, een esthetisch werk. Er zitten vanzelf veel fictie-elementen in de roman. Het speelt zich af van ruwweg 1920 tot 1970 en ik ben van 1938, dus van de jeugdjaren van mijn vader weet ik niets en mijn ouders spraken daar vroeger ook helemaal niet over'.
Wie een beetje thuis is in de wereld die Siebelink beschrijft, proeft zulke fictie-elementen ook wel heel duidelijk. Er staat een scène in het boek over een avondmaalsviering op de deel van een boerderij op een doordeweekse middag. Vader is er heengegaan. Moeder en zoon zijn hem stiekem gevolgd, omdat die het ook wel eens willen meemaken. Er komt niemand aan het avondmaal. Bij deze episode kreeg ik sterk dat fictie-gevoel. Zo ook als gesproken wordt over een geprogrammeerde 'vierschaardienst', waarbij gerefereerd wordt aan de zogeheten vierschaarbeleving in de consciëntie om rechtvaardig te kunnen zijn voor God.

Wezenlijk
Dat brengt me op mijn wezenlijke bezwaar tegen dit boek. Siebelink heeft, uit achting en liefde voor zijn vader, zich verdiept in de achtergrond van diens geestelijk leven, om zo dicht mogelijk bij de Godservaring van zijn vader te komen. Achter in het boek komen als bronvermelding twee publicaties voor, namelijk een boek van L.F. Dros en N.J.P. Sjoer, Als een eenzame mus op het dak. Jan Pieter Paauwe (1872-1956] zijn leven, zijn werk en volgelingen (Kampen, 1994) en een boek van J.M. Vermeulen: Het wonderlijkste wonder (Kampen, 1999).
Wanneer Siebelink de oefenaars aan het woord laat doet hij dit in soms bombastische zinnen, die best herkenbaar zijn. Soms echter ook in zinnen waarvan men weet dat ze zo nooit zijn uitgesproken, omdat ze gedachten met elkaar verenigen, die niet bij elkaar passen. Ze komen zeker niet uit de werken van ds. Paauwe. Ook op deze tegenwerping geeft Siebelink zelf een antwoord. Hij heeft maar af en toe 'een tekst van zo'n dominee' opgezocht. Het is toch een eigen verwoording van Siebelink, al moet worden toegegeven, dat er in de loop der jaren soms sprake is geweest van wonderlijk (buitenbijbels) spraakgebruik bij (onkerkelijke) mensen, die het land doortrokken om geestverwanten te ontmoeten. Onder hen waren ook ronduit sjacheraars. Maar waren die er ook onder de volgelingen van ds. Paauwe? Diens persoon en werk komen niet uit de verf. Terwijl zijn doordeweekse bijbellezingen in Den Haag door predikanten van naam en faam werden bezocht. Die zouden in allerlei formuleringen ds. Paauwe niet herkennen. Het zijn de 'volgelingen', die hem in dit boek in een caricaturaal licht plaatsen.

Existentieel
Siebelink heeft zijn boek geschreven als 'een standbeeld voor mijn vader' (Het Goede Leven). Het schrijven van het boek heeft hem zelf aangegrepen. Toen hij bezig was 'de keelsnoerende sterfscène' van zijn vader te beschrijven, kon hij niets meer, 'niet meer normaal praten, de trap niet meer op, niet meer met de honden uit'.
Blijft de vraag wat die Godservaring van zijn vader is geweest. In de typering ervan komt Siebelink niet verder dan de woorden vuur en storm, waarin God aanwezig was. Nu kan men natuurlijk direct daartegenover stellen de geschiedenis van Elia onder bij de berg Horeb, toen God niet in de storm was en niet in het vuur maar in het suizen van een zachte stilte (1 Kon. 19:9 vv.). Maar wie zal uitmaken hoe God een mens wil (aan)raken? Ook Blaise Pascal spreekt van zo'n Godsontmoeting, in het jaar der genade (1654). In de binnenzak van zijn colbert trof men, toen hij was overleden, een memoriaal. Dat begon ook met 'Vuur'. De God, die Hij daarin beschrijft, duidt hij echter wel nader aan: 'de God van Abraham, Izak en Jacob, niet de God der filosofen en de geleerden'. Hij getuigt van 'zekerheid' en 'vreugde' en citeert Johannes 17:3: 'Dit is het eeuwige leven, dat zij u kennen, de enige, ware God, en Jezus Christus dien Gij gezonden hebt.'
Alle spreken over God buiten Christus is een onvoltooid spreken. Op dit punt laat Siebelink de lezer in de steek. Als het gegaan is zoals Siebelink beschrijft, kwam zijn vader in verkeerde handen, in de handen van mensen die hem niet verder hebben geleid op de weg, die tot Christus voerde. Daarbij wekt hij bovendien de suggestie dat zulk een Godsontmoeting de ware ontmoeting is. De vraag is, gezien de hele teneur van het boek, welke uitwerking dat heeft op lezers uit niet-kerkelijke kring, die Siebelinks boek ook ter hand zullen nemen. Op de uitgeverij heeft 'iedereen' zijn boek al gelezen, de redactrice kon er niet van slapen. Waarom niet? Aangrijpend is het boek wel. Maar perspectief biedt het niet, tot op het sterfbed toe niet.

Siebelink zelf
Jan Siebelink heeft zelf nogal eens aangegeven te verlangen naar een soortgelijke ervaring als zijn vader heeft gehad. Omdat hij die of een soortgelijke ervaring in de kerk niet opdeed, heeft hij op een zondag resoluut de Oude Kerk van Ede verlaten. Hij heeft daar nu spijt van. Maar hij verwacht niet de kerk nog ooit van binnen te zullen zien. Valt dan op een Godservaring te rekenen? Hier valt slechts te herinneren aan het woord van Paulus in zijn brief aan de Romeinen: 'Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods' (Rom. 10:17). Dit zegt Paulus nadat hij ook heeft gezegd: 'Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart.
'Dit is het Woord des geloofs hetwelk wij prediken' (Rom. 10:8). In en onder het Woord, in en onder de prediking van het Woord gebeurt het echte, de ontmoeting van God in Christus. Siebelink zoekt het te ver, het is veel dichter bij dan hij denkt.

N.a.v. Jan Siebelink:
Knielen op een bed violen.
Uitg. De Bezige Bij, Amsterdam, 446 pag., € 19.90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het geloof is uit het gehoor

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's