'Blijf daar maar, bij Maria'
OVERWEGINGEN BIJ EEN ZIEKE PAUS
De paus is ziek. Over geen enkele andere kerkelijke functionaris berichten de media dat de zieke 'een rustige nacht en alweer een goed ontbijt' achter de rug heeft. Heel de wereld toont belangstelling voor de kerkvader van een miljard katholieken. Al houdt het Vaticaan vanouds veel medische gegevens verborgen, het feit dat ademhalingsproblemen het de paus vorige week zondag voor het eerst verhinderden de kerkleden toe te spreken, kon niet verborgen blijven. Het naderende (? ) levenseinde van de 84-jarige paus leidt steevast tot bezinning op zijn orthodoxe beleid, zijn macht, zijn positie.
Johannes Paulus is geen paus als zijn voorgangers. De Pool heeft willen weten dat hij zich het hoofd van de wereldwijde kerk acht. In juni 2003, zo'n halfjaar voor hij zijn 25-jarig pontificaat vierde, maakte hij de honderdste reis in dit ambt. In die kwarteeuw bezocht hij niet minder dan 129 landen. Zo geeft hij vorm aan de machtspretenties van de Rooms- Katholieke Kerk over heel de aarde. In 1985 kreeg hij ook een Nederlands stempel in zijn paspoort - overigens werd dit een van de niet succesvolle trips. Aan de vooravond van het bezoek ontstond de progressieve Acht-Mei-beweging, terwijl de belangstelling van de mensen fors tegenviel. Nee, dan Polen! Tijdens zijn eerste bezoek als paus stonden vier miljoen landgenoten hem een halfuur toe te juichen.
Het gezag als paus gebruikte de kerkvader daarbij vooral om zijn boodschap door te geven. 'Het is een gelegenheid om te catechiseren en het evangelie te verkondigen', gaf hij ooit aan. Dat is een goed voorbeeld. Geen hoge kerkelijke functionaris die vooral vergadert, maar die preekt en onderwijst. Hij staat daarbij dichtbij de mensen. 'Ik wil naar iedereen toe, naar de zieke in zijn bed, naar de actieve man in de kracht van zijn leven, naar de onderdrukte, de vernederde,' zei hij bij zijn aantreden in 1978. Onder de meest bijzondere paustrips hoort zeker ook zijn bezoek aan Israël, in 2000. Bij de Klaagmuur erkende de paus dat de joden de eeuwen door geleden hebben en verontschuldigde hij zich hiervoor.
Plaatsbekleder van Christus
Over het aftreden van de paus, die zich mag rekenen tot de vijf langstzittende pausen, wordt druk gespeculeerd. Aan een gemiddelde werkdag van zeventien uur, ooit zijn standaard, komt hij al lang niet meer toe. In de afgelopen jaren heeft hij soms met onvaste stem en een pijnlijke uitdrukking zijn publieke taken verricht. Drie jaar geleden moest hij kort voor Pasen de voetwassing van andere geestelijken - hij is immers de plaatsbekleder van Christus, die Zijn discipelen de voeten waste - laten passeren.
Uit vrije wil heeft de afgelopen duizend jaar slechts één paus (er zijn er 264 geweest!) plaats gemaakt voor een ander, namelijk Celestinus V. Dat was in 1294, vanwege het feit dat hij niet tegen de zwaarte van het ambt op kon. Voor Johannes Paulus is terugtreden nooit een optie geweest, omdat hij ervaart door God tot zijn taak geroepen te zijn. De paus gaat hierin wel erg ver. Ooit antwoordde hij niet te zullen aftreden, omdat 'Christus ook niet van het kruis afkwam'. Hij ziet zichzelf ook hierin dus als plaatsbekleder van de Zoon van God.
Orthodoxe lijn
In de tijd van zijn kerkregering heeft de paus zo'n 6000 bisschoppen benoemd. De orthodoxe lijn binnen de Rooms-Katholieke Kerk heeft hierdoor fors aan invloed gewonnen. In ethische kwesties betekent dit herkenning voor orthodoxe protestanten, voor wie de geboden van God evenzeer blijvende betekenis hebben. Inzake de betekenis van het huwelijk en de visie op homoseksualiteit schroomt de kerk(leider) niet tegen de in het Westen overheersende mening in te gaan. Ondertussen heeft dit niet kunnen verhinderen dat de geestelijkheid een last opgelegd houdt, die Christus aan de ambtsdragers niet oplegt. Hoewel Paulus voorschriften geeft voor het gezin van de leidinggevenden in de gemeente, blijft: Rome het celibaat als norm hanteren. Waarom? Omdat het deelnemen 'in de waardigheid en de taak van de Priester en Middelaar Jezus Christus des te volmaakter is, naarmate de heilige dienaar vrijer is van de banden van vlees en bloed'.
Waar het een zegen kan zijn om samen als man en vrouw de Heere te dienen, wordt dit de rooms-katholieke geestelijkheid zo onthouden. Dan spreken we nog niet eens over de almaar openbaar komende schandalen op seksueel gebied, waar priesters bij betrokken zijn. Het seminarie van St. Pölten in Oostenrijk heeft een forse reputatie opgebouwd, maar is geen uitzondering. Het is ontstellend dat juist door geestelijken zoveel kinderen seksueel zijn misbruikt. Gelukkig neemt de kerk zelf meer en meer maatregelen door te melden van wat er gebeurd is - de beste maatregel blijft echter priesters en bisschoppen een huwelijksleven niet langer te ontzeggen.
Het was prof.dr. F.W. Rutten - van 1973 tot 1990 de hoogste baas op het Ministerie van Economische Zaken en daarna voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid - die een paar jaar geleden een forse steen in de rooms-katholieke vijver van ons land gooide. Toen bleek dat zijn pastoor helemaal niet geloofde, zocht hij contact met kardinaal Simonis, die aangaf te willen wachten tot de wal het schip keert. Wanneer? 'Over 50 tot 75 jaar.' Rutten voorspelde dat als we op de huidige manier doorgaan, er over 25 jaar in Nederland geen katholieke kerk meer is.
Houding tegenover RK-Kerk
Hoe moet onze houding ten opzichte van de Rooms-Katholieke Kerk in ons land en haar voortgaand verval zijn? Daarbij is duidelijk dat met een herleving van deze kerk zonder het afstand nemen van dwalingen, niemand gediend is. In In de rechte straat - het blad dat rooms-katholieken met het evangelie wil bereiken - zei dr. J.M. Stolk vorige week: 'Als we negatief over de roomsen wordt gesproken, is het goed te bedenken dat wij wel uit die kerk zijn voortgekomen. Daarom past het ons hen toch lief te hebben.' Tegelijk gaf hij aan dat voor protestanten de kern van het evangelie onopgeefbaar is.
Evangelist C.A. van den Boogaart - werkzaam onder rooms-katholieke Limburgers - zei vorig jaar in de Waarheidsvriend dat ondanks de ontkerkelijking Limburgers op kruispunten van het leven van geslacht op geslacht heiligen blijven aanroepen. In het gesprek met Rome, beter: in het geding met Rome gaat het er tenslotte altijd weer om of we ons vertrouwen alleen op het enige en volkomen offer van Jezus Christus stellen. Dat is beslissend voor ons leven, voor ons kerk-zijn.
We moeten erkennen dat Rome hierin niet veranderd is - ook niet ten tijde van paus Johannes Paulus II. Treffend toont Henri Nouwen - ook in de gereformeerde gezindte een veelgelezen schrijver - dit aan in zijn postuum verschenen boek Jezus. Gedachten bij het evangelie. Hij schrijft: 'Ik kan de laatste tijd niet goed bidden. (...) Tot mijn eigen verrassing vind ik soms wel enige troost als ik bid tot Maria. (...) Vanmorgen vertelde ik dit aan Père André. Hij zei: 'Blijf daar maar, bij Maria. Zij zal je de weg wijzen.'
Dat het hier maar niet om tweederangs thema gaat, mag blijken uit wat ds. H.J. Hegger in zijn Moeder, ik klaag u aan schreef: 'Ik vang de tranen op van zovele vrome zielen (de oppervlakkigen in de RK-Kerk zullen daar niet veel last van hebben), die zo graag zich enkel zouden overgeven aan hun Heiland, Jezus Christus, maar die zich uit angst voor de hel toch telkens weer keren tot Maria. Ik breng deze tranen tot Gods troon en smeek Hem dat Hij door een wonder van Zijn almacht deze Mariakerk een Christuskerk zal maken.'
Petrus' belijdenis
De belijdenis aangaande Maria kunnen we niet los zien van de belijdenis aangaande Christus. Dan is de positie van de paus in het geding, dan is de positie van de paus onhoudbaar. Waar Petrus beleed dat Jezus de Christus is, de Zoon van de levende God, heeft een beslissend getuigenis geklonken, dat de eeuwigheid verduurt. Op die belijdenis wordt de gemeente van het Nieuwe Testament gebouwd. Dat de poorten van de hel die gemeente niet zullen overweldigen, is een belofte die stimuleert tot volharding. Tegelijk maakt de Heiland duidelijk dat de gemeente wel onder vuur zal komen te liggen, dat ze moet rekenen met de listen van de hel. 'Dit herinnert ons echter dat de kerk, zolang zij op aarde haar pelgrimstocht voortzet, geen rust zal hebben, maar aan vele aanvallen bloot staan', schrijft Calvijn bij Mattheüs 16. Hij noemt het een lastering van de roomse antichrist dat Petrus hier het fundament van de kerk genoemd wordt.
De Mariaverering maakt scheiding tussen Rome en de Reformatie. Waar de moeder des Heeren middelares van de genade wordt, waar ze ten hemel gevaren zou zijn om medekoningin van de hemel te zijn, wordt afbreuk gedaan aan de weg die Christus ging. Daarom koos Guido de Bres voor de vervolgde kerk van de Reformatie en tegen de machtsaanspraken van Rome. De paus zal nooit onze kerkvader kunnen zijn. Ook na 264 kerkvorsten kennen wij geen Middelaar die ons zozeer liefgehad heeft als Christus Jezus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's