De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In kritischer vaarwater

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In kritischer vaarwater

DE NBV IN DE PSALMEN [2]

9 minuten leestijd

Taal- of tekstkenmerk
Voor de Nieuwe Bijbelvertaling werkte men met het begrippenpaar 'tekstkenmerk - taalkenmerk'. Het is een 'vertaalsleutel': men vraagt zich steeds af of een bepaald woord typerend voor de taal is, waardoor het in de ontvangende taal niet letterlijk vertaald hoeft te worden, of is een woord zo kenmerkend voor de tekst dat we moeten zeggen: de letterlijke betekenis moet weergegeven worden. Bij de herziening van de Statenvertaling werken we soms ook met deze sleutel.
Dikwijls levert dat een heldere vertaling op. Maar meer dan eens gebeuren er bij de hantering van deze sleutel 'ongelukken', de meeste misschien wel. Met name daardoor is mijn waardering van de Nieuwe Bijbelvertaling een kritische. Opnieuw een enkel voorbeeld:
'Want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen'. (Ps. 3:8-HSV).
'Sla mijn vijanden in het gezicht' (Ps. 3:8-NBV)
'Iemand in het gezicht slaan' is een sterke uitdrukking, maar geeft de vertaling goed weer wat er in het Hebreeuws staat? Ook als de Hebreeuwse uitdrukking hetzelfde bedoelt te zeggen als de Nederlandse, dan nog blijft de vraag of 'kaak' 'gezicht' had moeten worden. Zit er in 'kaak' geen rauwheid die kenmerkend is voor meer dan één Psalm? De sterkste voorbeelden van zulke 'ongelukken' treffen we mijns inziens buiten de Psalmen aan: in Handelingen 5:28 en 11:18.
Iets dergelijks is ook aan de hand in Psalm 22. David vraagt zich vertwijfeld af waarom God zo ver weg blijft en hem niet redt,
'ook al schreeuw ik het uit' (vers 3-NBV). Of zoals we in de HSV-versie lezen:
'Waarom houdt U Zich ver van mijn verlossing en mijn brullen?'
Het gaat me hier om het woord 'schreeuwen' (NBV), 'brullen' (SV). 'Brullen' klinkt in eerste instantie vreemd, totdat we verder lezen en stuiten op vers 14, waar we een 'brullende leeuw' tegenkomen. Mijns inziens is 'brullen' hier dus echt een tekstkenmerk en moeten we in vers 2 het dus ook houden bij 'brullen'. Een leeuw schreeuwt immers niet.
En wat te denken van de dwaas, die iets denkt (NBV) of in zijn hart iets zegt (SV) (Ps. 14)?
'In het hart iets zeggen' is een uitdrukking die een taal kleurt. Wat doen we met dergelijke kleuren?
In bijvoorbeeld Psalm 69:2 is niet zo makkelijk te kiezen. 'De wateren zijn gekomen tot aan de ziel' (SV). Kunnen we dat zo zeggen? Of moeten we de richting uit van de Nieuwe Bijbelvertaling:
'Red mij, God, het water staat aan mijn lippen'?
En mogen de 'nieren' uit Psalm 16:  'nieren' blijven of moeten ze 'geweten' worden? In ieder geval ligt hier een punt van discussie.

Varia
Intussen zijn we in kritischer vaarwater terechtgekomen. In dit verband noem ik het volgende, zij het dat niet elk punt onder de noemer van 'kritiek' valt.
a. Is het juist om het Hebreeuwse woord 'rechtvaardig' met 'onschuldig' weer te geven? We denken bijvoorbeeld aan Psalm 7:9, 18:25. Meer dan eens worden deze woorden parallel gebruikt (bv. Ps. 94:21), maar zijn ze volledig synoniem? Met name in Psalm 143:2 blijkt wat daardoor aan zeggingskracht wordt ingeboet:
'Daag uw dienaar niet voor het gerecht, voor u is geen sterveling onschuldig.'
In de Herziene Statenvertaling lezen we:
'Ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn.'
Ook op andere momenten komt het woord 'gerechtigheid' niet goed uit de verf. We verwijzen naar Psalm 4:2 en 6 in resp. HSV- en NBV-versie:
'Als ik roep, verhoor mij, o God van mijn gerechtigheid!'
'Antwoord mij als ik roep, God die mij recht doet.'

en:
'Breng offers van gerechtigheid.'
'Breng de juiste offers.'

b. Is het een gelukkige keuze het woord 'toorn' met 'woede' weer te geven? We verwijzen naar Psalm 2:5, 30:6. De Statenvertaling kent het woord niet. Klinkt het woord 'woede' niet net iets te gewoon, te menselijk? Gods toorn is - als we 'woede' willen gebruiken - heilige woede. Overigens is dit een voorbeeld, dat ik niet al te principieel wil uitspelen, omdat dit ook een kwestie is van 'taalgevoel' (een ongrijpbaar criterium).
c. De wens compact te vertalen doet ook wel eens woorden sneuvelen. Zo is in Psalm 25:7 het woord 'overtredingen' niet meer terug te vinden. Commentaren schrappen het ook. In de door mij geraadpleegde vertalingen gebeurde dat echter niet.
d. Een moeilijk punt blijft de vertaling van 'Geest' of 'adem'. In de Statenvertaling lezen we in Psalm 33:6 dat door de Geest van Gods mond de sterren gemaakt zijn. Tal van andere vertalingen hebben dat ook. De Nieuwe Bijbelvertaling heeft het daarentegen over 'de adem van Gods mond'. In Psalm 104:30 is hetzelfde aan de hand. Bij Psalm 33 vindt de NBV zich daarmee in het onverdachte gezelschap van de Engelse 'Statenvertaling', de King James Version, en in Psalm 104 in dat van Luther.
e. De Nieuwe Bijbelvertaling vertaalt het Hebreeuwse 'ebed' met 'dienaar', de Statenvertaling met 'dienstknecht'. De vraag is of 'dienaar' doorgaans niet een te plechtige weergave is. Het Hebreeuwse woord wil de wereld oproepen die ons woord 'knecht' ook kent.
f. Een psalm als Psalm 45 is in de kerk alle eeuwen door als een Messiaanse Psalm opgevat, onder andere vanwege vers 8, waarin naar de traditionele uitleg God de Zoon wordt aangesproken over wat God de Vader met en voor Hem gedaan heeft:
'U hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid;
daarom heeft Uw God U gezalfd, 0 God, met vreugdeolie, boven Uw metgezellen'.

In de Nieuwe Bijbelvertaling is dat element weg (overigens net als bij Luther en de King James!), doordat 'God' niet meer opgevat wordt als een aanspreekvorm:
'U hebt gerechtigheid lief en haat het kwaad. Daarom heeft God, uw God, u gezalfd met vreugdeolie, als geen van uw gelijken.'

Psalm 1
Ter toespitsing noteren we wat commentaar bij een psalm, Psalm 1, die we hier volledig uitschrijven.
1. 'Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen, die de weg van zondaars niet betreedt, bij spotters niet aan tafel zit,
2. maar vreugde vindt in de wet van de HEER en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.
3. Hij zal zijn als een boom, geplant aan stromend water. Op tijd draagt hij vrucht, zijn bladeren verdorren niet. Alles wat hij doet komt tot bloei.
4. Zo niet de wettelozen. Zij zijn als kaf dat verwaait in de wind.
5. Wettelozen houden niet stand waar recht heerst, zondaars niet in de kring van de rechtvaardigen.
6. De HEER beschermt de weg van de
rechtvaardigen, de weg van de wettelozen loopt dood.'
a. Een kernwoord in de Psalm is 'goddelozen'. Vier keer komt het voor: in de verzen 1, 4, 5 en 6. In vers 1 is het vertaald met 'wie kwaad doen', in de overige drie met 'wettelozen'. Waarom is dat niet concordanter gebeurd? Het Nederlands vraagt om variatie, maar is dit woord geen tekstkenmerk?
b. Vers 1 kent een climax in het vervlochten raken in het kwaad: eerst wandelt men, dan staat men en vervolgens zit men. De locaties worden ook aangegeven: raad, weg, zetel. Waarom verdwijnt de 'raad' in de Nieuwe Bijbelvertaling en is de stoel een tafel geworden?
c. Het woord dat de Nieuwe Bijbelvertaling in vers 2b weergeeft met 'zich verdiept', is moeilijk te vertalen. Het betekent zoveel als 'mediteren', 'zacht reciteren' (Willibrordvertaling). 'Overdenkt' heeft de (Herziene) Statenvertaling. Lastig.
d. Vers 3 eindigt met 'zal goed gelukken' (HSV). De Nieuwe Bijbelvertaling heeft: 'komt tot bloei'. Een vondst, gezien het beeld van groeien en vruchtdragen dat vers 3 oproept.
e. In vers 5 lezen we over 'niet staande blijven in het gericht'. De Kanttekeningen laten deze woorden slaan op het laatste gericht: 'Maar vallen, ten tijde als God Zijn oordelen in de wereld over de goddelozen uitvoert, doch inzonderheid als zij door de Zoon Gods verdoemd en ter helle verwezen zullen worden; de vergadering der rechtvaardigen daarentegen zal voor God bestaan en ten laatste ingaan in de eeuwige heerlijkheid.' Verdwijnt dit aspect niet in de Nieuwe Bijbelvertaling? 'Houden niet stand waar het recht heerst' is mijns inziens vlakker dan de keuze van de Statenvertaling. Is dit een kwestie van taalgevoel of van meer?
f. Dat speelt ook bij het laatste vers: 'De weg van de wettelozen loopt dood,' aldus de Nieuwe Bijbelvertaling (vgl. Ps. 2:12). Ernstig genoeg. Maar voelen we die ernst nog aan bij een doodlopende weg? 'Zal vergaan,' zegt de Statenvertaling. Of schrikt daar de niet-Statenvertaling-lezer weer onvoldoende van?
g. Het woord 'kennen' in vers 6 is in het Hebreeuws een uiterst geladen woord: 'De HEERE kent de weg van de rechtvaardigen.' In het Nederlands is die lading amper weer te geven. De Nieuwe Bijbelvertaling heeft hier 'beschermt'. Een mogelijkheid, die echter andere mogelijkheden uitsluit, die met 'kent' meer openblijven.

Ambivalentie
We eindigen zoals we begonnen: wie de moeite neemt door vervreemdende vertalingen heen te zien, zal meer dan eens aangesproken worden. De vraag is hoe vaak dit 'meer dan eens' zal zijn. Zelf ben ik ambivalent, 't Liefst zou ik de Nieuwe Bijbelvertaling hertalen vanuit bijbels-gereformeerd perspectief, bij de keuze van taal- of tekstkenmerk proberen ongelukken te vermijden, concordanter te werk gaan, meer met hoofdletters werken. En vooral: de dimensie meer pogen te bewaren; in de zin van het commentaar hierboven bij Psalm 1.
Nauwkeuriger: de gereformeerde dimensie. Is deze niet teloor gegaan? De theologie bepaalt uiteindelijk de vertaling! (Zie het boekje Kanttekeningen bij de Nieuwe Bijbelvertaling, 96-104)

Dimensie: in dat woord trekt zich mijn waardering dus samen. Soms is zij er, soms helaas ook niet. Is 'dimensie' (of: 'nuance') geen subjectief begrip? Zeker. Woorden, ook uit de Nieuwe Bijbelvertaling, kunnen op een gegeven moment aan diepte en lading winnen. Dat zou wellicht kunnen gebeuren met een woord als 'woede'.
Inmiddels merk ik om mij heen een zekere naïviteit in het gebruik van de Nieuwe Bijbelvertaling. Men is, ook in hervormd-gereformeerde gemeenten, blij met een verstaanbare Bijbel. Velen hebben hem aangeschaft of staan op de wachtlijst voor een exemplaar. De mediacampagne heeft hen niet onberoerd gelaten. Her en der worden besluiten tot beproeving en (beperkte) invoering genomen. We willen echter de conclusie herhalen uit het boekje dat de Gereformeerde Bond in 2002 uitgaf: Kanttekeningen bij de Nieuwe Bijbelvertaling: 'De NBV-vertaalprincipia zijn op zichzelf genomen niet onjuist. Helaas zijn er echter tal van momenten, waarin de hantering van deze principia toch een andere vertaling oplevert dan ons vanuit reformatorischtheologisch perspectief voor ogen staat.'

Betrouwbaar en verstaanbaar, verstaanbaar en betrouwbaar: daar gaat het om. We hopen dat beide aspecten in het vizier worden gehouden. We hopen ook op een spoedige voortgang van de Herziening van de Statenvertaling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

In kritischer vaarwater

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's