Na de intieme omgang
Een gedicht over Gods naam [4]
In de bundel Naam die oplicht in de nacht prijkt een vers van Jacqueline van der Waals (1868-1922). Het gaat er in deze regels niet om haar voor het voetlicht te halen. Anderen deden dat al bekwaam en grondig.
Jacqueline l. van der Waals - haar leven en werk, van drs. H. van der Ent en drs. J. Kramer-Vreugdenhil (Nijkerk 1982). |
Maar een vleugje achtergrond is toch niet overbodig om haar gedicht Bitterheid te verstaan.
Jacqueline van der Waals publiceerde rond 1900 in het ethische tijdschrift Onze Eeuw haar eerste gedichten. In dat jaar debuteerde ze ook met de bundel Verzen.
De vraag is natuurlijk: doen we haar onrecht door haar in een geloofsmatige uitleg 'naar ons toe te halen? ' Dr. C. Rijnsdorp - met instemming geciteerd in het genoemde boek - meent: 'Ze is in hart en nieren een dochter van de Reformatie geweest, calvinistisch in haar sobere en strenge levensopvatting, haar worstelen met God en haar deemoedig buigen voor Zijn soevereine majesteit'.
Over haar opvatting van het dichterschap schrijft Van der Ent: 'Ze zou voor de protestantse dichters .:. van Opwaartsche Wegen bevrijdend geweest kunnen zijn ... Men was niet rijp voor haar opvatting dat de kunstenaar de taak heeft zijn innerlijk zo zuiver mogelijk bloot te geven. Zij gaf stem aan haar twijfel, ongeloof, smart, gevoelsstemming en overtuiging. De kunstenaar mag dit doen volgens haar, als het maar zuiver en echt is. Was dit tot het protestantse letterkundige leven doorgedrongen, dan hadden de dichters zich niet in allerlei bochten gewrongen om hun poëzie tot Gods eer te laten klinken.'
Dat wetend, krijgen we het gedicht eerlijk en open aangereikt. Zo lezen we het. Zo proberen we het te verstaan. Een ander leze het op zijn eigen wijze.
Fluisterzacht
De tweede strofe ziet terug op een 'andere tijd' in het (geloofs)leven. Een heerlijke tijd die des te meer straalt waar nu de strijd de overhand heeft. De tijd dat het 'fluisterzachte' woord in haar hart en mond was. Ontleend aan de liefde die zich in de intieme omgang niet overluid maar fluisterzacht uit. In de naam die op de lippen wordt gevormd en die zich laat herhalen zonder er genoeg van te krijgen. Spreekt dan dat woord 'fluisterzacht' met haar 's' en 'z' al niet van Jezus? Hij is het die de onrust stilt; is ons hart niet eindeloos en telkens weer onrustig tot het rust vindt in Hem? Dat heeft alles met het woelen en wroeten van de zonde te maken.
Maar dichtbij Hem, op de afstand dat fluisteren genoeg is om het hart in liefde en boete uit te spreken, is er de vrede die Hij uitdeelt in het Woord, dat Hij spreekt en dat in Zijn naam haar hart vindt: Jezus.
Ondertussen is er nu niet de intieme omgang, maar de strijd. Jacqueline is er eerlijk over. En wie herkent het niet die de rijkdom van de Naam proefde?
Het woord is alsem geworden. Is dat niet het werk van het ongeloof dat zich sterk maakt? Hetzelfde ongeloof dat Christus in Zijn lijden tot bitterheid werd? Het maakt dat het goede woord zijn smaak verliest; zelfs bitter wordt. De kracht ervan is weg; de liefde verflauwt; het klaagt aan.
Eerst was er de zekerheid en nu is er de strijd.
De doorslag
De laatste strofe geeft een verrassend slot. Niet 'de grooten Naam' noemen aan de hemelpoort. De Naam van de Bevrijder. Maar roemen op 'mijn ongeloof'.
Zoals Paulus in zijn 'zwakheid' roemde?! Opdat er veel ruimte zou zijn voor de kracht van Christus. Daar houd ik het op.
Zo, bitter als het is voor mijzelf om erachter te komen - het is alles wat ik in kan brengen - roemen op het ongeloof. Opdat Christus en Zijn genade de doorslag zullen geven.
Geen aansporing om het ongeloof te koesteren. Eerder om het te zien en te belijden. Tot de werkelijkheid van bittere tranen, die toch niet zonder vreugde zijn. Omdat we daar leren wat genade is. In Hem, die de fluisterzachte Naam Jezus draagt.
Naam die oplicht in de nacht, zo luidt de titel van een bundel met gedichten en liederen over de naam van God, samengesteld door Hans Werkman en verschenen bij uitg. Boekencentrum. De redactie van de Waarheidsvriend legde enkele gedichten uit deze bundel voor aan vier lezers van poëzie en vroeg aan hun om een persoonlijk commentaar, een verwoording van wat dit gedicht bij hen wakker riep. Vandaag het laatste deel, waarin ds. G.C. Klok uit Putten ingaat op het gedicht Bitterheid van Jacqueline van der Waals.
RED. DE WAARHEIDSVRIEND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's