De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijden voor nu en eeuwig

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijden voor nu en eeuwig

HET AVONDMAAL LEERT UITZIEN

8 minuten leestijd

Veel jongeren bereiden zich ook dit jaar voor om belijdenis van het geloof af te leggen. Van het geloof in de Heere Jezus, de Zoon van God, Zaligmaker van zondaren. Onderwijs kregen we op school, in de kerk, op catechisatie uit het Woord van God. Als kind werden we door vader en moeder bij de hand meegenomen naar Gods huis.
Met welk doel? Dat we onze hoop op God zouden leren stellen. De Heilige Geest gebruikt het Woord om ons levend te maken. Onder de bediening van het Woord ontwaakt het besef dat we zo niet kunnen leven. Het Woord werkt krachtig. De vraag wordt levend: 'Hoe komt het tussen God en mij in orde? ' Deze vraag brengt op de knieën voor God. Dan gaan we bidden: 'Heere, wees mij de zondaar genadig'. 'Doe met mij niet naar mijn zonden'. We krijgen de Heere Jezus nodig. We willen Hem leren kennen als Verlosser en als Zaligmaker. Heel persoonlijk. Mijn Verlosser. Er groeit verlangen om de Heere te dienen, Hem lief te hebben boven alles en door Hem onderwezen te worden. De gang naar de kerk wordt anders. 'Altijd is er wel iets bij dat me raakt of troost', zei laatst een van de jongeren.
Zo is het gekomen dat je naar belijdeniscatechisatie bent gegaan.

Vreugdevolle dag
Je wilt graag bij Hem horen. Hem volgen en je krachten tot opbouw van de gemeente geven of je op de een of andere manier inzetten voor Gods Koninkrijk. Je gaat naar catechisatie om verdieping van kennis, maar ook om verrijking van het geloof in Hem in de omgang met God en Zijn Woord. Nog even en de dag van belijdenis doen breekt aan. Voor anderen die dit lezen, is het kortere of langere tijd geleden. Een vreugdevolle dag voor de Koning van de kerk, als er nieuwe onderdanen worden gerekruteerd voor de dienst van Hem.
Vreugdevolle dag voor de gemeente, die opmerkt dat de Heere doorgaat met Zijn werk.
Vreugdevolle dag voor de jonge lidmaten, die er naar hebben uitgezien om de God van hun doop te belijden als hun Heere en God.
Na afloop klinkt het: 'Welkom in de strijd'. Want belijdenis doen is geen punt zetten achter de catechese, maar het is in de renbaan van het geloof gaan lopen. Nu gaat het pas echt beginnen.

Belijden voor nu
Voor het belijden nu wordt volharding gevraagd. Want dat heb je als catechisant gemerkt gedurende het seizoen: de boze zit niet stil. Hij komt op je af. Hij zal dit in ons leven blijven doen. De boze vindt het maar niets dat jongeren hun leven in dienst van de Heere wensen te besteden. Hij probeert te verstoren. Verleidingen worden op de weg geplaatst. Twijfels gezaaid. Vragen stormen in het hart. Is mijn geloof wel echt? Is mijn liefde wel diep genoeg? Momenten van moedeloosheid zijn er te over. Ook dreigt er terugval in het oude leven.
De kerk hier op aarde is een strijdende kerk. Staat midden in het strijdperk. In het boek Openbaring wordt gezegd dat de kerk in de woestijn vlucht (hfdst. 12). De weg van de kerk wordt vergeleken met de weg van Israël op weg naar het beloofde land. Die weg was een omweg en voerde het volk dwars door de woestijn. In die weg heeft de kerk, de gelovige een strijd te strijden. Met het boze om zich heen, maar ook met zichzelf.
Juist in de woestijn wordt Gods zorg echter ervaren. Kijk maar naar het volk Israël. Onderweg kreeg het volk uit Gods hand manna en water uit de rotssteen.
De woestijn is aan de ene kant een plaats van ontbering, moeite, strijd en aanvechting. Aan de andere kant is het ook een plaats waar de Heere Zijn kerk voedt en onderhoudt. Ondanks de strijd, de dorheid en droogte die er in de woestijn heersen, die mij benauwen en bedreigen, voedt de Heere Zijn kinderen. Ook nu! De Heere houdt Zijn eigen werk in stand. Hoe dan?

Avondmaal
Elke zondag worden we geroepen om naar Gods Woord te luisteren. Daarnaast geeft Hij de sacramenten tot versterking van het geloof. Hij wil ons leren om te leven in de weg van de enige troost, dat is: bij de Heere Jezus schuilen in ons aangevochten bestaan. Uit Hem leven door het geloof alleen.
Daarom geeft Hij juist het Avondmaal. Die rijk gedekte tafel. De schaal met brood en de kan met wijn. Hopelijk kijk je er als aanstaand lidmaat verlangend naar uit. Nog even en dan worden de repen brood gebroken en de wijn uitgeschonken en rondgegeven.
Tekenen van het verbroken lichaam en het vergoten bloed van Jezus Christus. We worden geroepen tot gedenken. Niet alleen met ons verstand, maar ook met het hart concentreren we onze gedachten op de lijdende Christus. Op de toorn van God, die mij had moeten treffen, maar die Hém trof.
Wij overdenken de rijkdom van de verzoening. Die heerlijke wonderlijke ruil (Luther). Hij het mijne, ik het Zijne.
Onbegrijpelijk groot wonder! Zo klinken de woorden neemt, eet en drinkt. Opdat wij nu vast zouden geloven.
Verzekerd wordt het geloof van Gods liefde en trouw: dit is de grond van het geloof. We hebben niet genoeg aan eenmaal, maar het is belangrijk dat dit steeds weer wordt verzekerd bij brood en beker: Christus alleen is mijn gerechtigheid.
Wat rijk dat God ons voedt en laaft met Zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed tot het eeuwige leven: dat is Avondmaal. We worden gevoed met Hem, het hemelse en waarachtige Brood: Jezus Christus.
Zo onderhoudt de Heere Zijn kerk: nu. Steeds weer. De Heilige Geest verbindt ons op deze wijze aan Christus, opdat we zouden leven van Christus alleen, als het vaste fundament van onze zaligheid. Een schat aan zegeningen wordt uit Hem nu ontvangen. Zo verbindt het Avondmaal ons in het heden aan het verleden.

En eeuwig
Tegelijk richt het Avondmaal ons op de toekomst Op de eeuwigheid. Het Avondmaal leert uitzien. Naar Hem, Die gezeten is aan de rechterhand van de Vader en Die daar voor ons bidt. Avondmaal wordt gevierd in het licht van de eeuwigheid.
Wanneer de Heere Jezus het Heilig Avondmaal instelt, horen we Hem zeggen: 'En Ik zeg u dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht van de wijnstok tot op die dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader' (Matth. 26:29). In het formulier lezen we daar van wanneer Paulus' woorden worden aangehaald uit de eerste Korinthebrief: 'Doet dat totdat Hij komt'.
Nu komt de toekomst op twee manieren aan de orde in het Avondmaal.
Het eerste is dat het hart aan de tafel des Heeren wordt opgeheven tot Christus. Het geloof wordt versterkt om Hem te verwachten. Wat een toekomst! Altijd bij de Heere zijn! Ten tweede wordt bij de bediening van het sacrament duidelijk dat de voleinding er nog niet is. De verlossing in Christus is nog niet aangebroken. Zo doet elke avondmaalsviering uitzien naar de volgende avondmaalsviering.
Dat moet ook in de diensten van het Avondmaal aan de orde komen. Belangrijk is om aan te geven dat er het perspectief is dat we van Avondmaal tot Avondmaal gaan op weg naar de bruiloft van het Lam.
Het punt van het uitzien hoort er wezenlijk bij. De Heere Jezus belooft Zijn discipelen in Mattheüs 26 dat Hij met hen de wijn zal drinken in het Koninkrijk.
Daarom vieren we het Avondmaal totdat Hij komt. De spits van het Avondmaal is gericht op de toekomst. De vensters naar de toekomst gaan aan de tafel des Heeren open. De kerk gedenkt dat zij als bruid van Christus onderweg is naar de trouwdag.
Vandaar dat het verlangen naar Zijn komst hoe langer hoe sterker wordt. Om met de schare van de verlosten te staan rondom de troon, om Hem, de Bruidegom volledige eer en roem te geven. Zij die onderweg zijn naar de bruiloft van het Lam, zijn ware 'Maranatha'-christenen. Zij bidden voortdurend: 'Uw Koninkrijk kome'.
Het is de Geest, Die dit gebed levend houdt. Omhoog daarom de harten, tot Christus Jezus, Die onze Voorspraak is aan Vaders rechterhand. Het geloof wijst van ons af, naar de hemel. De artikelen van het christelijk geloof roepen ons daartoe op. Te leven van Christus en uit Zijn volheid. Het geloofsoog wordt aan de tafel des Heeren gericht op die hemelse Voorspraak. Als de biddende Hogepriester treedt Hij met Zijn offer voor het aangezicht van Zijn Vader. Christus leeft voortdurend in heilige priesterdienst om niet alleen met Zijn offer bij de Vader in te treden, maar ook om Zijn gebed voor Zijn gelovigen op aarde voort te zetten. 'Heilige Vader, bewaar ze in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt'.(Joh. 17).
Opstaande van de tafel roemen we in genade alleen en zien we met des te groter verlangen uit om Hem, onze Profeet, Priester en Koning uiteindelijk eeuwig te loven. Daar ligt het doel van ons leven voor nu en eeuwig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Belijden voor nu en eeuwig

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's