De goede moordenaar
Je ziet zijn naam en roept hem. Of hij is
wat daar nog bij staat of
wat schriftgeleerden
daarnet nog honend over hem beweerden,
je weet het niet, je roept hem op de gis.
Denk aan mij als je thuiskomt in je rijk.
Jezus. Thuis. Rijk. Je roept maar,
vreemde dingen,
die in je toegeknepen keel opspringen,
wanhopig, in het wilde weg, - en kijk:
Hij tilt zijn hoofd op en zijn ogen zoeken
de jouwe in de menigte van vloeken,
waardig en zeker, als een eerbewijs.
Vandaag nog, zegt hij (en zijn stem
gaat breken)
Samen (maar ook zijn ogen blijven
spreken)
Zullen we wonen, in het paradijs.
Michel van der Plas (1927):
Uit: Naam die oplicht in de nacht
Uitg. Boekencentrum
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 2005
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 2005
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's