Boekbespreking
Ronald de Graaf: Oorlog, mijn arme schapen. Uitg. Van Wijnen, Franeker, 686 pag., Willem Barnard: Lofzang is geen luxe - Gepeins bij psalmen. Uitg. Meinema, Zoetermeer; 164 blz.; € 15,90.
Ronald de Graaf:
Oorlog, mijn arme schapen.
Uitg. Van Wijnen, Franeker, 686 pag.
Hij promoveerde op een proefschrift Oorlog om Holland 1000-1375. Met dit boek beoogt hij, zoals de ondertitel aangeeft Een andere kijk op de Tachtigjarige Oorlog 1565-1648. Met dit 'andere' bedoelt hij vooral aan te geven hoe de oorlog werd gevoerd, waarbij de kleine, gewone, alledaagse dingen op het slagveld (of daarbuiten) voor het voetlicht komen. Hij vroeg zich bij het schrijven af of er geen plekken zijn in het landschap waar de strijd weerkaatst wordt in een oud gebouw of begroeide zandhoop die men vergeten is bij de aanleg van een woonwijk of snelweg. Hij beschrijft een aantal niet eerder onderzochte aspecten: 'Neem het effect van de oorlogvoering op de bevolking, de ontwikkeling van de krijgsraad, het systeem van militaire verhoudingen, de ontwikkeling en implementatie van de militaire strategie of de wijze van commandovoering'. Hij bekijkt de opstand 'door de ogen van liedjesschrijvers en turfstekers, stadhouders en stadssecretarissen, leden van de Raad van State en de Staten-Generaal, pamflettisten en vluchtelingen, de hopman en zijn soldaten'.
Zo trof hij in het Gelderse Rijksmuseum de vrijwel complete administratie van enkele compagnieën van de Graven van Culemborg, die meer inzicht geven in het dagelijks leven van de militairen. Men behulp van de Militaire Inlichtingen Dienst kon hij ook een aantal in code geschreven brieven van Willem van Oranje uit 'het cruciale jaar 1572', ontleend aan het Koninklijk Huisarchief, vertalen. Als 'nieuw referentiepunt' noemt de auteur dat de Tachtigjarige Oorlog 'een moderne revolutie' was, in drieën één: 'een calvinistische en een militaire revolutie, beide gefundeerd op een financiële revolutie'.
Hij weet intussen dat de term revolutie in calvinistische kring bezwaren ontmoet. 'Het is juist in de afwijzing van de waarden van de Revolutie (vrijheid, gelijkheid en broederschap) en van de Russische Revolutie (klassenstrijd), dat een partij als de calvinistische Anti-Revolutionaire Partij haar aanzijn vond. Hier zit tot op de dag van vandaag een vervelende inconsequentie.' De auteur memoreert hier, met een beroep op Theodore Beza en de hugenoot Philippe Duplessis-Mornay de visie van Luther en Calvijn.
Of de auteur in deze studie met dit dilemma klaar komt is de vraag. Dat kan ook moeilijk als we bedenken hoe binnen de kring van de bedrijvers van de oorlog ook allerlei varianten voorkwamen, waaronder ook die van de vrijbuiters en muiters.
Intussen heeft de auteur een boek boordevol feiten en wetenswaardigheden op tafel gelegd, waarbij hij soms feiten interpreteert en beschrijft met modern begrippenmateriaal, bijvoorbeeld vanuit de moderne oorlogvoering. Af en toe is dit wel erg gezocht.
Het boek heeft aan kracht gewonnen doordat de auteur historici van naam en faam (delen ervan) liet meelezen, onder andere prof.dr. A.H. van Deursen en Geoffrey Parker. De titel van het boek is naar mijn oordeel gekunsteld. Behalve een personen- en zakenregister bevat het boek een zeer uitgebreide bibliografie, terwijl het is verlucht met vele zwart-wittekeningen en foto's.
J. VAN DER GRAAF
Willem Barnard:
Lofzang is geen luxe - Gepeins bij psalmen.
Uitg. Meinema, Zoetermeer; 164 blz.; € 15,90.
'Ik zoek de omgang, stille omgang, verkering met de warme, levende taal van de Schrift. Haar bloedsomloop, haar kloppend hart', aldus Barnard in een toespraak in de Dom van Utrecht over David en de andere poëten, opgenomen in deze vierde bundel over de Psalmen.
Even daarvoor waarschuwt hij theologen, filologen en sociologen: 'Lees de literatuur van de Schrift niet alleen maar wetenschappelijk - dat komt neer op ontleding en dat is wat een patholoog anatoom doet. Lees met rode oren, al je taaLporiën open'. Deze manier van bijbellezen levert opnieuw verrassende inzichten op.
In de titel wordt merkbaar dat in dit boek onder andere de 'liederen Hammaäloth' ter sprake komen. In een korte inleiding laat Barnard zien dat in de kortste aller psalmen de lofzang geen luxe is, maar geldt als plicht. Gij zult lofzingen! Een notie die kenmerkend is voor het laatste boek binnen de psalmen: 107-150. Hierin komt het 'hallel' voor (113-118), gezongen na de paasmaaltijd, maar ook de lange lofzang op de thora (119), de pelgrimsliederen die samen in de joodse liturgie het 'groot hallel' vormen (120-134), 'maar ook die onbekommerde psalmen (146-150), samen een steeds schallender slotakkoord'.
Barnard waarschuwt ook nu weer steeds tegen een onnodig maar ook ongeoorloofd vergeestelijken van de psalmen. Zo bijvoorbeeld in de 107e: als de verlosten aan het begin van deze psalm worden aangesproken, dan gaat het ook over werkelijke vluchtelingen en ballingen die in Jeruzalem een schuilplaats vinden 'juist vanwege die Messias wiens bevrijdende komst wij belijden als we in de kerk deze psalm zingen'. Barnard beweert zelfs dat 'de afkeer van de psalmen ten faveure van geestelijke christelijke liederen te maken heeft met weerzin tegen de incarnatie'. Wij blijven juist vanwege de Messias verankerd in het aardse leven. 'Het historische is de raketbasis voor de ruimtevlucht'. Hij sluit de overdenking van deze psalm af met: 'Mij is hij dierbaar, om de goede moed die er uit spreekt., dat tegen de dwang der feiten in het goede, dat wil zeggen: een messiaanse wereld blijft verwachten'.
En dan Psalm 115: in het Hebreeuws begint de psalm met de woorden: lo-la-noe, niet aan ons namelijk de glorie. Helder hoe hij dan uitleg geeft aan de idols, de fetisjen van de gojim. Je kunt ze aanwijzen, aanraken, bewerken. Ze zijn van zilver en goud, eigen maaksel. Stom, doof, blind en verstard zijn ze en daarom hun aanbidders.
Wat wordt er echter tegen Israël gezegd? JHWH is hun hulp en hun schild. Over de hemelen hoeven ze zich niet druk te maken, hemelen: alles wat boven onze macht gaat Maar de aarde is aan onze zorgen toevertrouwd. Daar hebben we ons wel druk over te maken. Die is niet van de goden, de idolen, de fetisjen maar van en voor de mensen. En dan komt er weer zo'n typische Barnard-toepassing: al die opgewonden kosmonautenverhalen, wat kan die ruimtevaart mij schelen. Laten ze de Sahara ontginnen, de aarde bewoonbaar maken. Aan ons komt de glorie niet toe: lo-la-noe. In het Nederlands verbasterd tot louiuloene. Wie verbeeldt zich wat, juist ook op religieus terrein? Louwloene, Psalm 115 wist het al. De uitgever meldt in de prospectus dat later dit jaar de vertraagde publicatie van Tot in Athene te verwachten is, een behandeling van het boek Handelingen.
J. MAASLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 2005
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 2005
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's