De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet bezorgd tegen de morgen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet bezorgd tegen de morgen

5 minuten leestijd

'Wie zal ons de steen van de deur des grafs afwentelen? ' [Mark. 16:13b]

Diepe rouw heeft: haar intrede gedaan in het leven van Jezus' discipelen. Zo ook in het hart van de vrouwen die Jezus volgden. De sabbat die achter hen ligt, is stil geweest, want de stem van hun geliefde Meester werd niet gehoord. Daarom kreeg die dag de naam van 'stille zaterdag'. De sabbat is geschonken ter gedachtenis dat God rustte van al Zijn werken in de schepping. En hun Jezus rust van al Zijn verlossingswerk. Maar in het graf.
Zij hebben vurig verlangd naar de aanstaande zondag. De dag waarop zij hun laatste eerbetoon aan Christus willen vervullen. Daarom zijn ze deze morgen met haast vertrokken, zodra de morgenster is opgegaan en de dag begon te lichten. Zij willen Hem die hen zo dikwijls heeft vertroost met de vertroosting van Zijn Woord, nu balsemen met kostbare specerijen. Als zochten ze nog troost in het laatste werk dat zij aan Hem konden volbrengen.
In gedachten zien we het groepje vrouwen naar de begraafplaats gaan. Naar het nieuwe graf in de hof van Jozef van Arimathéa. Onder hen zijn Maria Magdalena, uit wie Jezus zeven duivelen had uitgeworpen. En Maria de moeder van Jakobus. Een vissersvrouw die haar zoon gewillig had afgestaan voor de dienst des Heeren. En Salome van wie wij de achtergrond niet kennen, maar die door hetzelfde is vervuld, namelijk de liefde tot hun Heere en Zaligmaker. Onderweg komt een vraag bij hen op die steeds benauwder wordt, naarmate zij het graf naderen: 'Wie zal ons de steen van het graf afwentelen?'
Als we deze vraag op ons in laten werken, komt het probleem dat deze vrouwen hebben in zijn grote omvang ons voor ogen. De steen is niet alleen 'zeer groot' zoals de Schrift ons meldt, maar er zijn nog andere problemen.
De steen is ook verzegeld. En is er al toestemming van Pontius Pilatus om het graf te openen? Heeft een van de vrouwen daaraan gedacht voor zij van huis gingen? En dan is er nog iets dat met vrees vervult. Er is een wacht van soldaten gestuurd. Die zal moeten worden aangesproken. Ze zullen moeten onderhandelen, of een pas moeten laten zien. Anders zal de steen blijven waar hij is en moeten ze straks onverrichter zake naar huis.
Hoe missen ze juist in deze opeenstapeling van moeilijkheden de stem van Hem die zo bemoedigend heeft gesproken: 'Zijt niet bezorgd tegen de morgen; want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijns zelfs kwaad.' (Matth. 6:34) Was Hij maar aanwezig om door Zijn liefde hun harten te vertroosten en hun zaak te behartigen. En ze weten niet dat Hij hen ziet en kent en dat Hij leeft en leven zal tot in alle eeuwigheid.
Dan komt die onverwachte wending. Want als ze op de plaats van bestemming komen, blijkt de steen al van het graf afgewenteld te zijn. Het zegel is reeds verbroken. De wachters zijn nergens te bekennen. Zij staan voor iets nieuws dat zij geheel niet hebben verwacht. Hoe moet dit uitgelegd worden? Zij zien het, maar doorgronden het niet. Wat zou er in hun hart omgegaan zijn? Wellicht hebben zij overwogen dat hun Heere uit het graf is weggenomen. Misschien omdat Pontius Pilatus achteraf geoordeeld heeft dat men Jezus niet in een grafspelonk mocht leggen. Misschien wel op aandringen van de joodse raad is hun Heiland alsnog op de manier begraven waarop men gewoon was zich van gevonniste misdadigers te ontdoen. Hadden zij hun lieve Heere in een kuil geworpen? Of was iets anders mogelijk? Waren Jozef van Arimathéa en Nicodemus van wie zij gezien hadden dat zij Jezus in het gaf legden, hen voor geweest? Was de balseming al in volle gang? Haastig gaan zij in het graf. Om met eigen ogen te zien of Jezus er soms nog aanwezig is.
Ze worden met grote vrees vervuld als zij in het graf niet Jezus aantreffen, maar een man in een lang wit kleed. Zij herkennen in die gestalte een engel. Deze hemelse bode spreekt heerlijke dingen. Dat ze niet hoeven te vrezen. Dat Jezus is opgestaan. Dat Hij hen voorgaat naar Galilea en dat ze de discipelen daarvan op de hoogte moeten stellen. Het is alles te veel voor deze vrouwen. In gedachten zien we hen wegrennen van de begraafplaats. Misschien zelfs vergeten hun specerijen weer mee te nemen. Al hun gedachten zijn onjuist gebleken. De verrassing dat Christus is opgestaan en de betekenis van die boodschap zijn te groot om te bevatten. Dus zwijgen zij tegen de discipelen. Ze moeten eerst tot rust komen en de grote dingen die ze meemaakten, verwerken. Straks zal toch die boodschap opnieuw tot hen komen. Ze zal zich uitstorten als een waterstroom op de velden.
De Heere zorgt voor de Zijnen. Dat is de heerlijke wetenschap die we mogen overhouden aan deze geschiedenis van de vrouwen bij het graf. Zij meenden een laatste goed werk aan Christus te vervullen. Door balseming zijn lichaam te bewaren voor bederf. Maar ziet, alles is nieuw geworden. De Heere is opgestaan van de doden. Ook het laatste wat zij wilden doen, is niet nodig. Hij die al hun zonden meenam in het graf, heeft de dood overwonnen en neemt niet alleen deze vrouwen, maar ook al de Zijnen mee uit het graf. In Zijn opstanding, in de opening van het graf, wordt het heil toegankelijk gemaakt voor al Zijn discipelen. Zij mogen gaan zingen vol verwondering: ''t Goed dat nimmer meer vergaat, zal hij ongestoord verwerven. En zijn Godgeheiligd zaad zal 't gezegend aardrijk erven.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 2005

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Niet bezorgd tegen de morgen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 2005

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's