De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen Pasen zonder Golgotha

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen Pasen zonder Golgotha

MEER GEEST IN DE GEMEENTEN [SLOT]

9 minuten leestijd

Met het voorgaande hangt een neiging naar perfectionisme bij dr. Ouweneel samen. Het 'tegelijk zondaar zijn en tegelijk gerechtvaardigd' van Luther, zal hij niet zo snel overnemen. Dat kon bij Ouweneel, hoe paradoxaal het ook klinkt, nog wel eens samenhangen met het feit dat hij in dit opzicht uitgaat van 'te weinig Geest in de gemeenten'. Naar ons gevoelen beziet hij het verlossingswerk te veel vanuit Christus en te weinig vanuit het werk van de Geest. Hij zou bij Kohlbrugge in de leer dienen te gaan, die vanuit Christus gezien dichtbij het perfectionisme uitkomt, doch vanuit het werk van de Heilige Geest beschouwd heel laag aan de grond blijft als zondaar.
Dat is niet te wijten aan de Geest, maar aan de taaiheid van onze zonde.

Rechtvaardiging en heiliging
Het is met een zekere schroom dat we meerdere kritische opmerkingen over het boek van dr. Ouweneel gemaakt hebben. Want er staan ook zo veel goede dingen in. Toch menen we, als we het boek goed verstaan hebben, niet om de kritiek heen te mogen gaan. Temeer niet daar Christus ons leert in Lukas 10:20: 'Doch verblijdt U daarin niet, dat de geesten U onderworpen zijn; maar verblijdt U veel meer, dat Uw namen geschreven zijn in de hemelen.' Jezus wil daar in ieder geval zeggen dat rechtvaardiging en heiliging aan de top staan. De Reformatie heeft dus hoog gegrepen, toen ze zowel rechtvaardiging als heiliging hoog in het vaandel schreef, iets wat Ouweneel nog wel eens opnieuw mag overwegen.
Overigens willen we zeker onze winst doen met het hoofdmotief van zijn boek, waarin hij christenen oproept zich meer door de Geest te laten gebruiken, om daarmee krachtiger en zegenrijker in de wereld te kunnen staan. Ook willen we openstaan voor nieuw zicht op gaven en bedieningen.
Doch we willen het wel grondig wegen in het geheel van de Schrift. Bovendien willen we het in de juiste proporties blijven zien ten opzichte van de hoofdboodschap van de Bijbel, zoals die zichtbaar wordt in het zichtbaar evangelie van de beide sacramenten. Rechtvaardiging en heiliging staan daar centraal.

Golgotha en Pasen
De wijze waarop Ouweneel omgaat met meer Geest in de gemeenten, loopt het gevaar te veel in de buurt te komen van een soort glorieuze theologie. Dus met een foutief accent op de paasoverwinning van Christus, waarbij de glorie helaas ten koste gaat van de glorie die Christus toekomt, omdat de christen er te glorierijk vanaf pleegt te komen.
Pasen mogen we nooit accentueren ten koste van Golgotha. Want Pasen is zonder Golgotha niet denkbaar. Met Pasen is de schaduw van Golgotha nog zichtbaar. We zullen hier dan ook evenwicht dienen te vinden in ons theologiseren, maar evenzeer in ons dagelijks geloofsleven. Echt meer Geest in de gemeenten zal dit evenwicht bevorderen. Want de Geest gaat het om Christus, zowel in Zijn vernedering als in Zijn verhoging. Dat bewaart ons aan de ene kant voor topzwaar worden in geestelijke hoogmoed, waarin we zomaar omver kunnen tuimelen. Het bewaart ons aan de andere kant voor loodzwaar worden in farizeese eigengerechtigheid of diepe moedeloosheid waarin we de duivel in de kaart gaan spelen.

Bijbelse toonhoogte
Wat zou het een onwaardeerbaar rijke zegen zijn wanneer 'meer Geest in de gemeenten' zou gaan betekenen dat zowel Golgotha als Pasen volop gingen functioneren in het doorgebroken geloof. Het eerste antwoord van de Heidelbergse Catechismus brengt dat geloof weergaloos onder woorden. De drie stukken van ellende, verlossing en dankbaarheid krijgen er hun rechtmatige plaats. We komen op een leerschool waarin we geen einddiploma krijgen en waarin we klas één, twee en drie steeds weer doorlopen zullen.
De ellendekennis zal dan niet iets van een voorwaarde krijgen, door ons op te brengen. Ook zal het niet als rustkussen fungeren. Nog minder zullen we ons verbeelden er in uitgeleerd te zijn, 'omdat we dat nu al wel weten'.
Nee, de Geest zal ons voortdurend als een stormwind opjagen naar Jezus heen. Al onze zelfgefabriceerde schuilhoeken en rustpunten, hoe rechtzinnig godsdienstig ook, worden steeds weer als oud vuil aan de kant gezet. Een uitermate pijnlijk proces dat dieper insnijdt dan we ooit voor mogelijk durfden te houden, maar dat buitengewoon heilzaam is. De Geest presenteert ons Christus niet als een zachte Heelmeester, die stinkende wonden maakt. Integendeel. Jezus snijdt met het zwaard van Zijn Woord alles af wat niet voor Hem kan bestaan. Doch het is uit liefde dat Hij dat doet en tot ons heil.
Want waar we alles verliezen, mogen we alles vinden. Daar vallen Golgotha en Pasen samen en blijven ze samen optrekken in de voortgang van ons geloofsleven. We vallen Paulus bij als hij in Romeinen 7:24 zegt: 'Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods.' Tevens vallen we hem bij, wanneer hij in vers 25 zegt: 'Ik dank God door Jezus Christus, onze Heere.' Steeds zal dan temidden van strijd, beproeving en schuldbesef, hoog opvlammen dat we ons met Paulus verzekerd weten dat 'niets ons kan scheiden van de liefde van God die is in Christus Jezus onze Heere.' (Rom. 8:38 en 39).

Zwak en toch machtig
De boven geschetste bijbelse toonhoogte zal ons ook in de groei van het geloof en in het uitdragen van het evangelie niet uit balans brengen. In geloofsgroei worden we niet almaar groter christen. Het is anders. We groeien tegen de verdrukking in. Want geloofsgroei betekent meer verdrukking, meer beproeving, meer aanvechting te verwerken krijgen. Tegelijk houdt het in dat we er beter tegen bestand raken, minder snel uit het lood geslagen worden en meer het nochtans van het geloof leren beoefenen. Vooral gaan we heviger aankloppen bij de Heere en intenser schuilen onder de schaduw van Zijn vleugels. Onze zwakheid leggen we zonder ophouden bij de Heere neer en zo zijn we sterk in Hem.
In het uitdragen van het evangelie verloopt het niet anders. We beogen niet een glorierijk succes, maar leren veeleer behagen te krijgen in smaad, in minder worden, in tegenkanting omwille van het evangelie. We krijgen er kennis van dat satan het meest actief is, wanneer de Heere ons des te meer gaat inschakelen voor Zijn dienst.
Daarom slaat de confrontatie met onze eigen zwakheid ons niet uit het veld. Het is de Heere Zelf die onze neergebogen rug recht maakt en ons koninklijk doet opstaan tot het strijden van de goede strijd met de wapens van de Geest. Juist in onze zwakheid weten we ons machtig.

Geen succesnummer
Daarom gaat onze strijd ook niet met veel wapengekletter gepaard, maar vindt de Heere ons meer in de stilte op de knieën. Als we daarna de handen uit de mouwen gaan steken voor de verbreiding van het evangelie, doen we dat vanuit het besef dat Elia na het 'succesnummer' op de Karmel, op de berg Horeb pas echt bij de les betrokken raakte. We ontdekken dat zwak zijn niet erg is, maar juist startpunt mag zijn om ontspannen in de kracht van de Heere te leven en te werken. We knappen niet zo snel af. Veeleer knappen we op, doordat de Heilige Geest via het Woord geheel met ons aan de gang kan gaan als kracht Gods tot zaligheid. We verliezen verkramping en frustratie en leren meer en meer te staan in de vrijheid van de kinderen Gods, waarin we geen mensen, maar enkel de Heere naar de ogen zien. Kortom, we vallen er zelf geheel tussenuit en de Heere komt glorieus aan Zijn trekken.
Dat dat langs zeer wonderlijke wegen kan gaan, willen we illustreren aan een oud verhaal van een reeds lang geleden overleden godvrezende voorganger. Hij had een zeer aangenaam bezoek gebracht bij een diep doorgeleid kind van God. Bij het weggaan, terwijl hij zijn jas aantrok, zei hij: 'Nu moet ik weer naar mijn vijanden toe.' Hij bedoelde dat het volgende bezoek mensen betrof die uiterlijk zeer rechtzinnig godsdienstig waren. Ze wisten precies hoe iedereen tot bekering moest komen, maar wat henzelf betreft stond de wagen stokstijf stil. De arme dominee wist dat hij weer de volle laag zou krijgen. Ondertussen ging hij er wel op bezoek. Want hij wist zich ook zelf als vijand met God verzoend en als goddeloze gerechtvaardigd. Zwak en toch machtig. Inderdaad, ja.

Graag meer Geest in de gemeenten
In de boven geschetste goede zin, met als kern rechtvaardiging en heiliging, hebben we 'meer Geest in de gemeenten' meer dan ooit nodig. Het zal ons Gods paradoxale geheimen doen verstaan. De vrucht voor Gods Koninkrijk zal er des te groter door wezen. Want 'die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien'. We zijn er niet onder te krijgen, omdat het staal van ons geloof al maar krachtiger gehard wordt door het vuur van de beproevingen heen. Als ranken aan Jezus de Wijnstok verbonden, dragen we vrucht laag bij de grond. En we zingen: 'De Heer' is bij mij, 'k zal niet vrezen.' De Heere kan bij ons wonen. Hij is aanwezig in ons persoonlijk leven en in het midden der gemeenten. Hij is er als de Heilige God, maar evenzeer als de genadige Vader in Christus. Hij is er in en door de Geest. Dat stempelt ons christenzijn op indrukwekkende wijze.
De haat tegen alles wat met zonde te maken heeft, krijgt het volle pond, terwijl de heerlijke liefde van God in Christus gaat stralen als de meest kostbare diamant. We worden gemeenten die aantrekkelijk zijn voor Christus en daarom zegenrijk voor de wereld.
'Meer Geest in de gemeenten' zorgt er voor dat alles wat met boze geesten te maken heeft, bestreden en ontvlucht wordt. Heilig isolement gaat ons typeren. Het wordt helder dat we wel in de wereld zijn, doch niet van de wereld.
Het vele zondegif dat via lectuur en moderne communicatiemiddelen ons tracht te vergiftigen, krijgt geen kans. Het lukt de doornen en distelen niet om het ontkiemende zaad van Gods Woord te verstikken. Onze jeugd krijgt alle kansen om het gezaaide Woord in hun jeugdjaren tot volle groei te laten komen, want onze gezinnen ademen in de zuivere lucht van de vreze des Heeren.
Bovendien zullen we ons dan niet rijk rekenen met 'tien keer en meer gereformeerd'. We bedroeven ons er veeleer over, komen in de schuld, en raken vol ontfermende liefde voor het gruis van Sion.
Meer Geest in de gemeenten'. Wat zou het heerlijk zijn. Het zou ook minder hardheid geven en gesteggel. En meer zicht op de heggen en de steggen waar zovelen vertoeven die zonder Jezus ten dode wankelen. 'Kom dan o noordenwind en Zuidenwind en doorwaai de hof van Uw kerk', opdat er een heerlijke geur verspreid zal worden die velen zal lokken om tot Christus te komen.

N.a.v. Willem J. Ouweneel:
Meer Geest in de gemeenten.
Uitg. Medema, Vaassen; 252 blz.; € 15,95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geen Pasen zonder Golgotha

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's