Uit de pers
Iets of iemand
In Confessioneel (17 maart 2005) besteedt dr. T.H. van der Hoeven (Voorburg) in de rubriek Kerk en Theologie aandacht aan een boek van de bekende Duitse essayist Rüdiger Safranski, dat eind jaren tachtig In Duitsland en onlangs in een Nederlandse vertaling verscheen onder de titel Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? Safranski schreef biografieën over Duitse filosofen als Schopenhauer, Nietzsche en Heidegger, onlangs uitgegeven in boekvorm samen met andere interviews onder de titel Tafelgesprekken. In een gesprek met de Nederlandse essayist Bas Heijne voor het magazine M van NRC Handelsblad licht hij zijn bedoeling met zijn publicatie over waarheid toe. Ik citeer: 'Eind jaren tachtig schreef ik een boekje Hoeveel waarheid heeft een mens nodig?, waarin ik een sceptische blik wierp op dat heimatsverlangen van de mens, de behoefte om het ware leven te ontdekken en enkel nog vanuit die ene waarheid te leven. (...) Het ging mij toen vooral om de gevaren die die behoefte aan waarheid met zich meebracht. Want die verbeten zucht naar de waarheid, naar het enige echte zinvolle authentieke leven, kan gemakkelijk tot zelfvernietiging leiden.' Over de oorzaak van die drang naar één enkele waarheid die houvast geeft, heeft Safranski vaak geschreven, aldus Heijne, en dat is: de angst voor de vrijheid. Van der Hoeven noemt dat ook in zijn artikel waarin hij een samenvatting geeft van het boek van Safranski: Waarheid vind je niet, waarheid vind je uit. Safranski vindt bij Kafka een nieuwe verhouding tussen vrijheid en waarheid: Niet de waarheid zal ons vrijmaken maar het omgekeerde geldt: de vrijheid zal ons waar maken. Duidelijk is dat Safranski een vertegenwoordiger is van het eigentijdse denken over een begrip als waarheid. Wat dat betreft is de doelstelling van een vereniging als de onze volslagen uit de tijd: verbreiding en verdediging van de waarheid, ook al bedoelen we met die waarheid een vertolking van de bijbelse boodschap in klassiek gereformeerde zin. Er bestaat geen absolute waarheid immers. Geloof je dat dit wel zo is, dan ben je in wezen bang voor de vrijheid. Van der Hoeven schrijft: Safranski acht dat ieder mens zijn eigen waarheid moet bepalen. (...)
Alles is uiteindelijk relatief en individueel, ieder mens heeft recht op een eigen waarheid in het leven. Wij ontberen nu eenmaal het houvast dat in vroeger tijden religie of metafysica kon bieden. Religie bijvoorbeeld pretendeerde de ware aard van het leven, de wereld en de kosmos te kennen.
Een mens hoefde zich niet verloren te voelen, want hij was geborgen in een organisch, zinvol geheel, een samenhang van allen met alles en het Al, ja God Zelf.
Sedert de Verlichting (I. Kant) zijn veel oude zekerheden vervallen, en zelfs het vermogen om nog te geloven in de Waarheid. Waarheid bestaat nog slechts in stukken en brokken, in een caleidoscoop van mogelijkheden en werkelijkheden zonder absoluut middelpunt. We moeten derhalve genoegen nemen met een bescheiden, eigen waarheid en deze vooral ook aan een ander gunnen. Grote, absolute waarheden zijn ook gevaarlijk, want ze resulteren in onverdraagzaamheid, terreur, dictatuur. Politiek dient zich verre te houden van iedere waarheidspretentie. De politiek moet slechts de vrijheid garanderen waarbinnen ieder de eigen waarheid kan belijden en beleven. 'Laat een ieder de mensheid in zichzelf tot ontwikkeling brengen', zei Schiller. Hij heeft gelijk: 'de grote waarheden moeten geprivatiseerd worden'.
Safranski neemt in feite een klassieke liberale houding in, die in onze moderne samenleving - ook onder christenen - gemeengoed is geworden. Wie een meer absoluut waarheidsbegrip koestert, is vandaag al snel een fanaticus of een fundamentalist. Fundamentalist is momenteel - als ik het goed zie - een erger scheldwoord dan bijvoorbeeld het lang te pas en te onpas als invectief gebezigde calvinist. In de fundamentalist ziet men al gauw de terrorist, waarheid die desnoods als een bom inslaat.
Het is duidelijk dat in een tijd als de onze het opkomen voor de waarheid in bijbelse zin al spoedig ongehoord aanmatigend, arrogant en vooral intolerant wordt gevonden. Dr. Van der Hoeven schrijft dan in aansluiting op het voorgaande over het intussen bekend geraakte en door velen gehuldigde maar niet minder gehekelde ietsisme.
Waarheid is voor velen relatief geworden, ook in de kerk en het geloof. De laatste tijd is er in de media relatief veel aandacht geweest voor het verschijnsel van het ietsisme. De volkskerk van onze dagen bestaat uit ietsisten. Velen hebben het geloof achter zich gelaten, maar houden de mogelijkheid open dat er wel Iets zou kunnen zijn, ietsje meer dan wijzelf tussen hemel en aarde.
Bioloog en Volkskrant-columnist Ronald Plasterk meent dat dit het voornaamste geloof van onze samenleving is. Een vaag, hoog-abstract religieus gevoelen als overblijfsel van religieuze tijden. Plasterk is zelf atheïst (welbeschouwd ook een vorm van geloof, op grond van de rede en de wetenschap neemt men het niet bestaan van God aan, een geloof dikwijls met opvallend weinig twijfels, qua overtuiging en geloofskracht voorbeeldig voor veel christenen, het zeker weten ((zonder bewijs)) als verlichtingsfundamentalisme) en heeft derhalve grote moeite met deze ietsisten. Te twijfelachtig, toch nog te religieus, onverbeterlijke zoekers naar Hogere waarheid.
Een liberaal als Paul Cliteur ziet in dit ietsisme een uiting van nostalgie, heimwee naar de geborgenheid van vroeger, een wat zielige zoektocht naar de zondagsschool van destijds. Waarschijnlijk gaat het zelfs om een gebrek aan moed om de werkelijkheid onder ogen te zien. In een dergelijke visie zijn zulke zoekers en twijfelaars eigenlijk onoprecht.
Misschien soms wel oppervlakkig, maar onoprecht? Het is spijtig voor belijdende atheïsten, maar de mens is diep vanbinnen een onverbeterlijk religieus wezen (Kuitert). Hij zal blijven zoeken, en sommigen zullen zelf menen waarheid bij hun God gevonden te hebben. Wie in Iemand waarheid hebben ervaren, Jezus Christus als hun waarheid op de weg van het leven, zullen meer verwantschap voelen met de krikkemikkige ietsisten dan met de kortzichtige atheïsten.
Over die laatste opmerking kun je van mening verschillen. Persoonlijk vind ik het altijd erg onbevredigend als mensen zeggen wel te geloven dat er 'iets' is. Het klinkt zo aardig en ook wel een beetje ernstig, maar het is uiteindelijk 'niets'. Van der Hoeven sluit zijn boeiende bijdrage dan af met het bijbelse geloof in Iemand.
In het Johannes-evangelie speelt het begrip waarheid (aletheia) een prominente rol. Het woord (in varianten) komt meer dan vijftig keer voor. De waarheid is hier onlosmakelijk verbonden met Iemand, met de persoon van Jezus Christus. Zijn volgelingen zijn Iemandisten, en door Hem komen ze tot de Here God. Hoeveel waarheid heeft een mens nodig? Deze ene Mens, Gods enige Zoon. Opvallend dat juist in dit evangelie stadhouder Pilatus - in het kader van het lijdensverhaal - zich als een relativist, een ietsist laat kennen, oog in oog met Jezus. Jezus geeft hem te verstaan dat Hij in de wereld is gekomen om voor de waarheid te getuigen. Hij voegt er zelfs aan toe: 'Een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem' (Joh. 18:38). Wij vinden de waarheid niet uit, neen, de waarheid is uit God.
Alles is betrekkelijk, als het maar in betrekking staat tot de Eeuwige. Voor Jezus is de waarheid ook Iemand: de Vader, de God. Een andere waarheid kent Hij niet, zelfs al moet die waarheid met een kruis worden geschreven. Iets is te weinig, Iemand is alles. Hoe leeg, hoe laf, hoe link ook steekt Pilatus bij Hem af als hij uitroept: Wat is waarheid? Hij had veel waarheid nodig, maar vond haar niet. Iets is soms minder dan niets.
Pasen: de Heer leeft, en wij met Hem!, maar Pilatus leeft ook nog, in het iets en niets van een moderne wereld zonder waarheid en zonder God. Velen zijn geprivatiseerd tot Pilatus. Hocus-pocus, Pilatus, plat ... heel plat. En zijn we er zonder waarheid, of ieder met een eigen waarheid, of samen zonder waarheid, veel gelukkiger op geworden?
Er is een fundamenteel verschil tussen dit bijbels spreken over waarheid en wat iemand als Safranski beweert. Toch is het goed wat hij aan de orde stelt tot ons te laten doordringen. Je kunt immers ook gemakshalve vluchten in een bepaalde mening over wat de waarheid is en daarmee inderdaad je eigen angst voor de mysteries van het leven uit de weg gaan.
In genoemd interview met Bas Heijne laat Safranski het grote belang zien van godsdienst. Hij schrijft: 'De religie bewaart ontzag voor het onverklaarbare en voor de ondoorgrondelijkheid van de wereld. In het licht van het geloof wordt de wereld groter, want ze bewaart haar geheim, en de mens begrijpt zichzelf als deel daarvan.'
'Eerbied hebben voor God en de wereld die Hij geschapen heeft', aldus Safranski, 'leidt tot een bescheiden, respectvolle houding, tot deemoed.' Hij noemt Augustinus als voorbeeld daarvan, bij alles wat hij schrijft, zegt hij:' ik zeg dat nu wel zo, maar U weet dat ongetwijfeld veel beter'. Ik citeer: 'Je bevindt je op een reusachtig continent dat je niet kent, en je blijkt ook zelf een raadsel. In dat besef schuilt de ware religiositeit. Eenvoudig gezegd, het gaat erom op een intelligente manier te leven in een wereld die niet te bevatten is.' Daarbij is de Iemand van het evangelie van kruis en opstanding onze Voorloper, achter Wie we in geloof leren aangaan. 'Wie Mij volgt zal uiteindelijk in de duisternis niet wandelen maar het licht des levens ontvangen,' belooft Hij ons.
Het boek van Bas Heijne:
Tafelgesprekken, is een uitgave van Prometheus/NRC Handelsblad, 2004.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's