Uit de pers
Kinderen verloren aan het leven
Deze uitgave van ons blad staat in het teken van de openbare belijdenis van het geloof. Elk jaar een feestelijk gebeuren in het midden van de gemeente. Ouders en grootouders zijn dankbaar als hun kinderen en kleinkinderen openlijk de keuze van hun hart uitspreken: Wij willen Jezus volgen in leven en in sterven. Zeker in onze tijd is dat lang niet meer vanzelfsprekend, ook niet meer in gemeenten waar dat voorheen wel zo was. Dat heeft voordelen: het is nu in de meeste gevallen een persoonlijke keus. Het ligt eerder voor de hand om geen belijdenis te doen dan om het wel te doen. Het is goed om er als gemeente aan te denken dat er ook ouders en grootouders in de belijdenisdienst zijn wier kinderen en kleinkinderen er niet tussen staan, tussen de groep jonge lidmaten.
Ze voelen de pijn en het verdriet omdat hun (klein)kind(eren) een andere keus hebben gemaakt: weg van de kerk en los van God. Bij de pijn hoort meestal ook een gevoel van schuld: waarin hebben wij gefaald? Hoe komt het dat Jan van de buren daar wel staat, maar onze Janneke niet. Ze gingen vroeger samen naar de zondagsschool, naar dezelfde basisschool, volgden de catechisaties bij dezelfde wijkpredikant en bezochten zelfs samen een aantal seizoenen de jeugdclub. Totdat hun wegen langzaamaan scheidden. Geen kerkgang meer of nog slechts zelden.
Geen catechisaties meer en geen jeugdwerk. Andere keuzes werden gemaakt en God kwam er niet meer aan te pas. Die (groot)ouders zitten met weemoed en hartenpijn in de kerkbank als anderen de belijdenis van hun hart uitspreken: Wij willen Jezus volgen.
In het Centraal Weekblad (4 maart 2005) schreef Tieme Meints daar een bijdrage over onder de titel Nou pa, ik wens je nog veel geluk met je geloof ... Dat was ooit de titel van een boekje van Bert de Jong met lichtvoetige stukjes over kerkgang en kerkmensen.
Tieme Meints moest daaraan denken na een pastoraal gesprek met een ouder gemeentelid.
'Twee van mijn kinderen doen er niks meer aan`, zei ze. `Daar heb ik veel verdriet van. Ze hebben afscheid genomen van het geloof en de kerk.` Ik zag dat haar ogen vochtig werden. `Ze willen er ook niet meer over praten. En och, ik doe dat ook maar niet want ik wil het gezellig houden. Maar eigenlijk zou ik heel graag willen praten over God en over wat Hij in mijn leven doet. Mijn man (hij was ruim een jaar daarvoor gestorven) en ik hebben onze kinderen toch altijd christelijk opgevoed. Ja, ze moesten altijd mee naar de kerk en ook de catechisatie hoorde erbij. Ze hadden er geen hekel aan, ja toen ze wat ouder werden ging het wat moeilijker.
Maar wij vonden het onze plicht om ze er op te wijzen dat de kerk belangrijk is. We hadden toch bij de doop beloofd dat we ze christelijk zouden opvoeden? Wat hebben we verkeerd gedaan. Ik ben daar veel mee bezig. Mijn man kon er helemaal niet tegen. Hij sliep er niet van en hij werd zwaarmoedig. Zo kende ik hem niet. Hij was vroeger altijd zo positief. Ja, zelf lig ik er ook wel wakker van, maar ik ben wat soepeler met alles. Ik hoop dat het nog weer goed komt. Weet je, in de kerk, bij het stille gebed noem ik altijd de namen van mijn kinderen en kleinkinderen. Ik leg al die namen in Gods hand. Ik hoop dat Hij ze vasthoudt. Dat doet Hij ook want ik weet dat God ons nooit loslaat ook al laten we Hem wel los. Sommige dominees hebben een kort stil gebed. Ik heb dan niet eens tijd genoeg om alle namen te noemen (ik heb 4 kinderen en 9 kleinkinderen; met aanhang zijn dat 17 namen). Daarom begin ik altijd bij de kinderen die niet meer naar de kerkgaan ... Ik bid ook voor ze als ik naar bed ga. En als ik niet kan slapen dan bid ik ook. Zou God daar niet flauw van worden? Misschien denkt Hij wel: je had ze anders moeten opvoeden. Als ik maar wist wat we verkeerd hebben gedaan! Ik vind dat de dominee in de kerk best wel eens meer mag bidden voor mensen zoals ik. Laatst bad de dominee voor ouders die een kind hadden verloren aan het leven. Dat vond ik mooi. Ik heb ook twee kinderen aan het leven verloren. Als je kinderen aan de dood verliest dan is dat verschrikkelijk, daar kom je nooit meer overheen. Maar als je ze aan het leven (zonder God) verliest dan is dat ook heel erg. Dat laat je ook nooit los; daar kom je ook nooit overheen. Twee kleinkinderen zijn niet gedoopt. Dat vreet aan me. Wat hebben we verkeerd gedaan?
Er is over het probleem van de kerkverlating al meer dan een boekenplank vol geschreven de laatste decennia.
Een van de schrijnende vragen is steeds weer, en als u er zelf mee te maken kreeg, dan weet u dat wel: wat heb ik, wat hebben wij verkeerd gedaan? Het oudere gemeentelid met wie Tieme Meints sprak, zei er dit van:
'Ze zei: "Ik heb altijd geprobeerd om de kinderen als christen voor te leven. Toch is dat denk ik niet goed uit de verf gekomen. Ze hebben denk ik aan mij niet altijd gezien wat het geloof voor mij en voor ons betekende. We lazen aan tafel uit de Bijbel en we baden voor en na het eten en bij het naar bed gaan. Maar het gebeurde automatisch.
Er zat geen leven in, denk ik. Ons geloof is niet altijd aanstekelijkgeweest. We hebben God niet altijd de eer gegeven die Hem toekomt. We hebben niet uitgestraald wat God in ons leven betekende. Gods grote daden in ons leven? We voelden het vaak wel maar we praatten er niet over. Misschien was het een soort valse schaamte of onzekerheid. Het is moeilijk te praten over wat je gelooft (of misschien niet gelooft!). We hebben ook wel eens op de kerk gekankerd en op de dominee.
Daar waren de kinderen soms bij. Dat is fout geweest, zeg ik nu. Maar laten zien wat het geloof en God voor je betekent dat hebben we niet genoeg gedaan. We schaamden ons ervoor. Wat zouden de kinderen wel denken? We dankten God wel voor allerlei dingen. Maar met de kinderen erover praten: nee eigenlijk niet. De Bijbel staat vol over wat God doet voor de mensen. Hij heeft ook veel voor ons gedaan. We hebben niet laten zien wat dat met ons deed. Daar lig ik wakker van. Ik kan het niet meer goedmaken. Bidden is het enige wat ik nog kan.'
Kinderen verloren aan het leven. Als predikant krijg je er soms mee te maken bij het voorbereiden en leiden van een rouwdienst van een overleden vader of moeder. Kinderen, intussen volwassen geworden, zijn helemaal ontgroeid aan het geestelijk klimaat van hun ouders. Hun opvoeding is nostalgie geworden. Er wordt soms over gesproken als over het bezoek aan speel- of dierentuin in hun kinderjaren. De kleinkinderen weten helemaal niet meer waar het in de kerk of de Bijbel over gaat. Aangrijpende realiteit binnen de christelijke gemeenten van onze dagen.
Drie weken geleden stond het nummer van de Waarheidsvriend in het teken van de openbare belijdenis van het geloof. De rubriek Uit de pers stond ook in dit kader, maar werd door TPG Post niet op het adres van de drukkerij afgeleverd. Inmiddels is de kopij weer 'boven water'. Omdat ds. Maasland een belangwekkend thema aansnijdt - het verdriet van (groot)ouders wanneer hun kinderen geen belijdenis doen - plaatsen we deze rubriek vandaag alsnog.
RED. DE WAARHEIDSVRIEND
Met deze bijdrage aan het belijdenisnummer wil geen domper op de dankbaarheid gezet worden die er vandaag nog mag zijn als jongeren en ouderen met hun jawoord te kennen geven gegrepen te zijn door het evangelie van Christus en niet meer los van God hun leven kunnen voortzetten.
Maar de keerzijde is er ook: geloofsafval, meestal sluipend maar daarom niet minder ingrijpend binnen onze gemeenten, hoe trouw de kerkgang van velen, ook van veel jongeren, nog is. Zeker als voorganger is het geboden gedurig de woorden van, naar ik meen dr. Miskotte, in gedachten te hebben dat de nihilisten van straks vandaag de kerkbanken vullen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's