Om de voortgang van het werk
LEIDING GEVEN IN GESCHEURDE GEMEENTEN [2]
Behalve het gevaar van het 'wij-gevoel' wil ik ingaan op een andere valkuil, waar we voor te waken hebben. Laat ik proberen om die met een praktisch voorbeeld duidelijk te maken. Wie wel eens geschilderd heeft, weet dat daar onlosmakelijk het moeten mengen van verschillende kleuren verf bij hoort. En je weet: zo veel groen en zo veel blauw geeft een prachtige kleur. Maar als je er te veel groen bij doet, dan ontstaat een andere kleur.
Zo is het ook met de gemeenten. Ze hebben in de loop der jaren een eigen kleur gekregen. Er is binnen het gereformeerde belijden een bepaalde verscheidenheid. Maar goed, de gemeente heeft daarbinnen een bepaalde kleur en daarmee verbonden een bepaald evenwicht tussen verschillende stromingen. Wat zien we? Dat waar meerderen door de scheuring weg zijn, anderen er weer bij komen, die zich eerder wat van de gemeente verwijderd hadden. Ze waren wat kerkelijk meeleven betreft om bepaalde redenen elders. We zijn dankbaar dat ze terugkomen. Echter: ze brengen wel hun eigen dingen mee: wat de leer betreft en wat gewoonten betreft. Als je niet oppast, dan verkleurt de gemeente. Het evenwicht wordt verstoord. En daarom: probeer als ambtsdragers toch de lijn van de gemeente wat vast te houden. Het is moeilijk, maar probeer het bij verkiezingen, bij benoemingen, in het vragen van gastvoorgangers en in het beroepen van predikanten. Want hoe je het ook wendt of keert: er zijn altijd weer mensen die nu hun kans schoon zien, om de gemeente in hun spoor te krijgen.
Geen angst
Dit zeg ik niet, omdat hierin de angst voor hen die er uitgegaan zijn, ons doen en denken moet bepalen. Ja, het is zeker waar dat we door hen met argusogen bekeken worden. Want ook dat hoort bij het afscheidingsdenken. Een onderdeel daarvan is het zichzelf rechtvaardigen met betrekking tot de kerkelijke keuze die men maakte, zodat men al gauw zegt met betrekking tot de gemeente, die men achterliet:
'Zie je wel? We hebben het wel gezegd dat het met hen mis zou gaan.' Neen, dat moet niet ons doen en laten bepalen. Evenmin als dat ons doen en laten zou worden bepaald door de angst om nu niet meer voor 'vol' te worden aangezien. En door de angst voor de beschuldiging: ze hebben nu, wat ze altijd al wilden, want altijd wilden ze ons al kwijt en nu hebben ze vrij baan.
Neen, die angst mag onze leidraad niet zijn. Maar we hebben wel altijd gestaan voor het gereformeerde belijden in de kerk. Daar willen we ook nu voor blijven staan. Anders - en dat is een reëel gevaar - dreigen diegenen die met veel pijn en moeite zijn gebleven, omdat ze niet anders konden en mochten - voor God niet en voor de gemeente niet - omdat ze toch van harte achter de prediking stonden en het beleid van de kerkenraad steunden, dan dreigen zij vreemdeling te worden in hun gemeente. Immers, waar we voor hebben gestaan in de Nederlandse Hervormde Kerk, daar moeten we vanwege de waarde ervan, voor blijven staan.
Helder zijn
Daarmee kom ik bij een volgend punt: Hoe gaan we om met hen die weggingen? Wat was het dat ons bond met hen die zijn weggegaan? Dat was toch dat bijbelse denken, dat leven bij de gereformeerde belijdenis. Dat je van hen gescheiden bent, doet pijn. Dat geldt zeker, wanneer er ontmoetingen zijn met hen in allerlei verbanden.
Ontmoetingen met hen met wie men vroeger in één kerkenraad zat. Dat kan zijn in familieverband of schoolverband en meerdere malen heb ik het gehoord, dat met dan zei: 'Het is toch anders dan vroeger, er zit wat tussen.'
Twee dingen wil ik daarvan zeggen.
Het eerste is dat men niet de voortgang van het werk in een gemeente daardoor laat stagneren. Daarmee bedoel ik concreet dat je bij gebrek aan anderen, mensen die naar de andere kerk zijn gegaan, laat zitten op een bepaalde post, waarop zij al zaten, bijvoorbeeld in het bestuur van een zondagsschool, mannen- of vrouwenvereniging. Op den duur werkt dat niet. Wees daarin dan ook helder en duidelijk. En om hen die gingen en om jezelf en de voortgang van het werk in de eigen gemeente.
Woord en sacramenten
Het tweede, dat ik hiervan wil zeggen is: Zoek wanneer er een ontmoeting is, niet wat scheidt, maar wat bindt.
Als het goed is, is dat toch het Woord, dat niet veranderd is en de belijdenis van de kerk. Laat u niet verleiden tot gesprekken over de kerk(strijd). Je komt er niet mee verder, want de stellingen zijn toch ingenomen. Zeker niet als u op huisbezoek gaat bij een gezin, dat helaas zelf verdeeld is (vader PKN, moeder HHK of omgekeerd). Laat u ook niet verleiden om uitgebreid in te gaan op wat men in een gesprek zegt over wat men over de Protestantse Kerk heeft gelezen. Ga niet proberen het te verdedigen, want wat u zegt, zal toch niet aanvaard worden. Probeer het gesprek te brengen op dat waar het wezenlijk om gaat. Niet om de pijn vanwege de scheuring te ontkennen, maar je hoeft ook niet naar beide kanten toe de pijn weer op te roepen.
Tegelijk, wees wel duidelijk en helder. Dan bedoel ik daarmee niet dat u in het gesprek, waarin de andere allerlei fouten van de Protestantse Kerk memoreert, gaat zeggen dat ook u het niet in alles eens bent met die kerk.
Het schijnt - en ik heb de indruk dat het een (zwakke vorm van) zelfverdediging is - wel heel wat keren gezegd te worden: 'Ja, ik heb zelf ook niets met de Protestantse Kerk.' Daarmee ondergraaf je je eigen plaats en keuze.
Want dan kun je wachten op de vraag: 'Waarom bent u dan nog steeds lid?' Probeer ook dan beslist en duidelijk te zijn, door te wijzen op wat ons nog gelaten is, namelijk Gods Woord en de sacramenten en waarvan we het beide moeten hebben.
Heelmeester
Er zijn mensen die je sinds de scheiding volkomen negeren. Een groet kan er zelfs niet meer af. En we moeten eerlijk zijn: dat gebeurt aan beide kanten. Helaas. Al heb ik de indruk dat waar we nu toch te maken hebben met een voldongen feit, het wat minder scherp komt te liggen. Hoe dat ook zij, niet de tijd moet hier de heelmeester zijn, maar het Woord van God. Een dergelijke houding is zeker niet te verantwoorden met een beroep op Gods Woord. Heb acht op Hem, Die als Hij gescholden werd niet weder schold, en als Hij leed niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, Die rechtvaardig oordeelt. En blijf inmiddels helder, ook als het gaat om de zakelijke kant. Vriendelijk en duidelijk.
Wat het overige betreft: neem getrouw uw plaats in. Zowel in de plaatselijke gemeente als in de andere kerkelijke verbanden, zoals de classis. Want waarom bent u gebleven in de kerk? Het was toch niet om een kerkgebouw, maar omdat u meende dat u niet weg mocht en kon, omdat de Heere u nog steeds het Woord liet en u plaatselijk voluit gemeente mocht zijn op grond van Gods Woord en de gereformeerde belijdenis. Dit alles was en is waardevol voor u. Neem daarom ook uw plaats in de andere verbanden van de kerk in. Want wat waardevol is voor u, is het dan toch ook voor anderen? Opdat ook in die andere verbanden van de kerk wordt gewezen op dat wat de Heere ons in en door Zijn Woord en de belijdenis heeft gegeven.
En opdat anderen er ook de waarde van zouden gaan zien. Maar tegelijk zeg ik: laat - wanneer er zaken zijn in de Protestantse Kerk, waarvan u meent dat ze onschriftuurlijk zijn - vanuit de kerkenraad een getuigenis daartegen uitgaan naar classis en synode. Dan hoeft u dat niet aan de grote klok te hangen en zeker niet aan de leden van de Hersteld Hervormde Kerk te zeggen, in de zin van: dat doen wij toch maar. We hoeven zo ons staan in de Protestantse Kerk niet te verdedigen. Er staat nergens in Gods Woord: Verdedig uzelf. Maar wel hebben we profetisch te staan voor dat wat de Heere in Zijn Woord heeft geopenbaard, ook in de Protestantse Kerk.
J.R. VOLK, NIEUW-LEKKERLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's