Wessel Stoker: Is geloven redelijk? Een geloofsverantwoording. Uitg. Meinema, Zoetermeer; 264 blz.; €27,50.
Wessel Stoker:
Een geloofverantwoording.
Uitg. Meinema; 264 blz. € 27,50.
Als gelovigen beweren dat zij van Godswege heil ervaren in Jezus Christus, kunnen ze die bewering dan redelijk verantwoorden? Of is dat hun strikt persoonlijke ervaring, waarover verder niet in redelijkheid te spreken valt? De aan de Vrije Universiteit werkzame godsdienstfilosoof Wessel Stoker betoogt in zijn recente boek het eerste en bestrijdt het tweede. Met veel kennis van zaken bespreekt hij de voors en tegens van diverse bestaande manieren van redelijke geloofsverantwoording, om daar vervolgens een eigen voorstel naast te zetten. Stoker is eigenlijk al sinds zijn proefschrift uit 1980 met het thema van de geloofsverantwoording bezig, en het valt op hoe hij zijn zoektocht door de jaren heen in steeds nieuwe richtingen weet uit te breiden. Zo schenkt hij in Is geloven redelijk? voor het eerst veel aandacht aan de Amerikaanse analytische wijsbegeerte, met name aan de toonaangevende christen-filosoof William Alston. Zagen we Stoker enkele jaren geleden in een voorstudie voor zijn boek nog tamelijk kritisch tegen Alston ageren, inmiddels lijkt hij meer on speaking terms te zijn gekomen, en verwerkt hij diens inbreng constructief.
Weliswaar houdt hij bepaalde bedenkingen, maar zijn eigen model van geloofsverantwoording presenteert hij toch meer als een aanvulling op dan als een alternatief voor Alston.
Stoker beantwoordt de vraag 'waarom geloven? ' eenduidig met een beroep op de ervaring. Dat is riskant, want het geloof gaat soms volstrekt tegen alle ervaring in, bewijst juist dan zelfs zijn kracht. Daar staat tegenover dat Stoker de term ervaring gelukkig breed opvat, veel breder dan als mystieke ervaring. Ook de ervaring van Gods doorgaande trouw in een mensenleven valt eronder, of de ervaring van de overtuigingskracht van de Bijbel, of van de Geest die je bereid maakt om God van harte te dienen. Al met al geeft Stoker terecht veel aandacht aan de affectieve, dat wil zeggen gevoelsmatig-bevindelijke kant van het geloof; hij betoogt met klem dat dit gevoelsaspect het geloof bepaald niet onredelijk maakt.
Vooral bij het laatste hoofdstuk van Stokers boek heb ik intussen wel enkele vragen. Het doet weldadig aan dat de auteur zich hier niet zo erg onder de indruk toont van de godsdienstkritiek uit de 19e en 20e eeuw. Ook begrijp ik dat Stoker hier niet wil verzanden in 'negatieve apologetiek' door allerlei ongeloofstheorieën uitvoerig aandacht te geven. Maar had hij (conform zijn eigen definitie van redelijkheid) zijn afwijzing daarvan toch niet wat breder moeten verantwoorden? Een andere vraag die opkomt, is of Stoker niet te snel concludeert dat christelijk exclusivisme (dus de stelling dat temidden van de religies slechts het christelijk geloof de waarheid behelst) altijd een vorm van dogmatisme is. Een andere belangrijke Amerikaanse filosoof, Alvin Plantinga, heeft mijns inziens overtuigend laten zien dat dit exclusivisme juist geen onredelijk dogmatisme hoeft te behelzen. Maar wellicht bedoelt Stoker met exclusivisme net iets anders (bv. een betweterige houding) dan wat er meestal onder verstaan wordt. Hoe dan ook lijkt het erop dat hij in dit laatste hoofdstuk wat grote stappen zet in vergelijking met de zeer zorgvuldige compositie van het voorafgaande betoog.
Mijn vragen laten onverlet dat Stokers leerzame boek voor de fijnproevers (dat moet ik er wel bij zeggen - het is geen eenvoudige kost) veel te bieden heeft. Stokers kennis van hedendaagse filosofen die zich met God en geloof bezighouden, is groot, en hij weet de inbreng van grote namen op dit terrein (Ricoeur, Derrida, Marion etc.) steeds opvallend helder weer te geven. Daarnaast komt Stoker onomwonden op voor de historische betrouwbaarheid van de Schrift, in elk geval van haar rode draad. Zo laat ook dit boek zien dat aan de theologische faculteit van de VU momenteel een heel wat constructievere sfeer heerst dan in de tijd dat Kuitert er werkte. Ik kan me dan ook voorstellen dat hersteld-hervormde studenten straks graag met iemand als Stoker in gesprek zullen gaan.
G. VAN DEN BRINK, WOERDEN
C. Houtman (red.):
De leugen regeert ... Valse beschuldiging in de Bijbel en de wereld van de Bijbel.
Uitg. Kok Kampen; 174 blz.; € 22,00.
'De leugen regeert ...', het is inmiddels een bekende uitdrukking geworden, sinds koningin Beatrix zich deze woorden liet ontvallen op een bijeenkomst met journalisten. Het vormde ook het thema van de in het najaar van 2003 gehouden Kamper Bijbeldagen: Valse beschuldiging in de Bijbel en de wereld van de Bijbel. De referaten die toen werden gehouden, hebben hun weg gevonden in deze bundel. De auteurs, bijna allen verbonden aan de Theologische Universiteit van Kampen (Oudestraat), belichten vanuit verschillende invalshoeken dit onderwerp.
Het verbod op de valse beschuldiging: 'Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste', vindt zijn oorsprong in de rechtspleging en had als oogmerk een goede rechtsgang te waarborgen. Langzaam maar zeker heeft het gebod de wijdere strekking gekregen die het vandaag heeft. Een reden hiervan is dat, zoals C. Houtman het treffend verwoordt, het leven op zichzelf al een geding is. Het gebod staat ook centraal in een informatieve bijdrage van G.C. den Hertog, waarin Den Hertog wijst op een 'afwijkende' vertaling van het gebod in de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament.
M. Stol laat in zijn bijdrage over het Babylonische recht zien hoe groot de angst was voor de magische macht van het woord. Zowel uit zijn opstel als dat van sommige anderen blijkt het patriarchaal van de verschillende teksten: vrouwen verkeren ook in dit opzicht in een mindere positie. Vaak rust op hen de moeilijke en soms gevaarvolle bewijslast en soms staat op hun aandeel een zwaardere straf.
In het merendeel van de opstellen staat een gebeurtenis centraal waarin sprake is van een valse beschuldiging. Dat sluit aan bij de groeiende aandacht voor ethiek in de verhalende gedeelten van de Bijbel. Zo behandelt Houtman in dit verband twee klassieke verhalen. Het bijbelse verhaal over Naboth en zijn wijngaard en het deutero-canonieke verhaal over Suzanna en de oudsten. Aardig is de aandacht die Houtman schenkt aan de verwerking van deze verhalen. Zo wijst hij op de verschillende beelden van Izebel in een roman als Izebel van Tyrus van de schrijver Guus Kuijer en in kinder- en gezinsbijbels als die van A. de Vries en W.G. van de Hulst.
J.W. Wesselius wijst in zijn bijdrage op de verbindingslijnen tussen de beschuldigingen in Genesis 38-44 en Daniël 3 en 6.
Hoewel ik niet in staat ben een goed oordeel te geven over zijn ingenieuze theorie, heeft het mij niet op alle punten kunnen overtuigen. Het is heel apart om de soms fragmentarische correspondentie te lezen tussen twee koningen uit het Hethittische rijk. (ong. 1250 v.Chr.) Onderwerp is de vrouw van een van deze koningen. Ook zij wordt beschuldigd.
K. Spronk geeft een intrigerende reconstructie van deze gebeurtenis.
Twee opstellen betreffen het Nieuwe Testament.
Zo staat P.H.R. van Houwelingen stil bij de valse beschuldigingen in het proces tegen Jezus.
Boeiend vond ik het opstel van R. Roukema over het conflict tussen de apostel Paulus en de gemeente van Korinthe. Centraal staat 2 Korinthe 10-13, waarin Paulus zich verweert tegen de beschuldigingen uit de gemeente. Het behoort tot de boeiendste gedeelten uit de Bijbel. De retorische wijze waarop Paulus met behulp van het woordje 'zwak' zijn optreden in verband brengt met het kruis en de opstanding van Christus, is ronduit meeslepend.
Kortom, een gevarieerde bundel met redelijk toegankelijk geschreven studies. Hoewel Houtman in zijn inleiding een kader schetst, zou de variatie aan kracht winnen als de bundel zou worden afgesloten met opstel waarin de verschillende lijnen en invalshoeken in een systematisch geheel worden geplaatst.
De leugen regeert ..., het mag misschien zo zijn, maar zoals de puntjes in de titel suggereren, getuigen de teksten ook van de hoop dat God dit kwaad zal keren. God, de waarachtige, die daar met Goede Vrijdag en Pasen Zijn krachtig getuigenis tegenover heeft gezet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's