Leest een kerkelijk werker Latijn?
IMPRESSIE VAN DE SYNODE VAN DE PROTESTANTSE. KERK
Aan de oever van de Vecht was de synode van de Protestantse Kerk in Nederland vorige week, in Dalfsen, bijeen. Opvallend kan genoemd worden dat twee belangrijke onderwerpen verband hielden met de gewijzigde positie van de kerk in onze samenleving: geen verplicht Latijn meer voor studenten theologie, als gevolg van de marginaal geworden positie van de theologische wetenschap en een betere status voor de kerkelijk werker, die in veel (kleine) gemeenten het pastoraat gaande moet houden.
Spannend was donderdagavond het gesprek over de nota De uitvoering van de differentiatie in de predikantsopleiding, die aansloot bij het in 2003 genomen besluit in het opleidingstraject een onderscheid aan te brengen tussen degenen die gemeentepredikant willen worden en degenen die als predikant met een kerkelijke zending in de geestelijke gezondheidszorg gaan werken.
De reden hiervan is dat het werken in de geestelijke gezondheidszorg een specifieke deskundigheid vereist inzake pastorale, ethische en multireligieuze vragen. Beiden zijn dienaar van het Woord en moeten in staat zijn zelfstandig en vanuit de grondtalen de Schrift uit te leggen.
De nota noemt kennis van de bijbelse brontalen (Hebreeuws en Grieks) daarom onopgeefbaar. Het spannende punt in de discussie was de vraag of Latijn als verplicht vak gehandhaafd moet blijven. Het was prof.dr. F.G. Immink die het laten vallen van deze verplichting bepleitte - en hij deed dat namens alle in de Protestantse Kerk erkende opleidingen.
Waarom? Vanwege de realiteit dat de theologie ooit koningin van de wetenschap - in de universitaire wereld geen uitzonderingspositie meer heeft. Haar huidige status in de marge heeft ook te maken met het synodebesluit drie opleidingen te sluiten. Vanwege de voortgaande secularisatie zullen alle zeilen bijgezet moeten worden om haar plaats te handhaven. Omdat de opleiding binnen de wettelijke zes jaar voltooid moet zijn, betekent handhaving van het Latijn dat de kaasschaaf bij andere vakken, onder meer de bijbelse vakken, gehanteerd moet worden.
In het laatste uur van de dag aanvaardde de synode met één stem tegen de nota, een stemming die de aanvankelijke spanning niet weergeeft. Heel wat tegenstemmen hadden er immers ook geklonken.
Theologieonvriendelijk
Dr. A.H. van Veluw uit 's-Gravenzande (classis Delft) zei namens de commissie van rapport (een commissie van synodeleden die de besluitvoorstellen vooraf becommentarieert) dat het om de klassieke opleiding theologie moet gaan. 'Laten we ons leiden door de theologische faculteiten of hebben we als kerk ook wat te zeggen?'
Ds. H. de Jong uit Windesheim (classis Zwolle) refereerde aan de opleidingen van vrijgemaakten en christelijke gereformeerden. 'Wat in Kampen en Apeldoorn kan, moet in Utrecht toch ook kunnen? '
Ds. J.D. Kraan uit Bergum (classis Buitenpost) zei in de 31 jaar van zijn predikantschap het Latijn nooit gebruikt te hebben.
Diaken E.J. de Vries uit (de classis) Amsterdam zei dat het hoger onderwijs tegenwoordig meer aandacht geeft aan competenties dan aan kennis. 'De theologie moet hierin meedoen en als synode moeten wij competenties vaststellen.'
Prof.dr. G.G. de Kruijf (adviseur) erkende het Latijn als verplicht vak tot enkele jaren geleden verdedigd te hebben. 'Door de gewijzigde omstandigheden noem ik nu Grieks en Hebreeuws als kenmerk van een gedegen opleiding.'
Toen prof. Immink in een tweede ronde de bijbelse brontalen onopgeefbaar noemde en prof.dr. F.A. van der Duyn Schouten als voorzitter van de commissie Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs onderstreepte dat we in een theologie-onvriendelijke omgeving leven en dat staatssecretaris Rutte de bekostiging weer wil veranderen, was de synode overtuigd. Geen Latijn meer als verplicht vak voor elke theoloog, wel als te kiezen steunvak.
Belangrijker dan dit besluit op zich - een begrijpelijke beslissing, maar tegelijk tegen wil en dank genomen - is dat de kerk zich langzaam aan realiseerde wat de context geworden is, waarbinnen zij kerk is. Een liberaal denkende meerderheid, een marktgericht beleid, weinig ruimte voor godsdienst in het publieke leven. Over deze context op zich zal nog nader en dieper doorgedacht moeten worden.
Kerkelijk werker
Als niet alle predikanten op termijn het Latijn meer zullen beheersen, wat zal van de kerkelijk werkers worden? Welnu, die hoeven een klassieke scholing niet te ondergaan. Op basis van de nota Om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon sprak de synode vrijdag over het profiel van ambt en beroep van predikant en het beroepsprofiel van de kerkelijk werker. Ook hier was het de veranderende maatschappelijke omgeving die het nodig maakt dat de kerk nadenkt over hoe zij haar predikanten ziet en welke ruimte en status zij de kerkelijk werkers geeft. Met name dr. H. de Leede heeft zich als rector van opleidingscentrum Hydepark de laatste maanden met deze thematiek intensief beziggehouden. Hij mocht in de discussie dan ook de aftrap geven.
Ds. De Leede benadrukte dat de onzekerheid over zijn plaats in een seculariserende samenleving de dominee kan drukken. Wat moet hij al niet kunnen? Preken, leiding geven, omgaan met spanningen en met verschillen, omgaan met andere godsdiensten. 'Zijn' nota beoogt niet te verhelderen wat een predikant moet kunnen, maar wat hij is: dienaar van het Woord in het ambt. Waar het aantal predikanten fors zal teruglopen (van 3000 in 1990 in de SoW-kerken tot een kleine 1500 in 2020, luidt de verwachting), is de inzet: 'Minder dominees, maar wel goede'. Daarbij is de intentie meer samen te doen met de kerkelijk werkers als volwassen beroepsgroep.
'Een maatschappelijk werker hoeft immers ook geen psycholoog te zijn, om erkend te worden.'
Apologeet in de pastorie
Ds. W. Markus uit Bergschenhoek (classis Zoetermeer) diende een amendement in (dat aanvaard werd), waarin hij vroeg om op te nemen dat predikanten in missionair en apologetisch opzicht geschoold moeten worden. 'In het publieke debat moeten ze goede dingen kunnen zeggen over de geldigheid van het evangelie. Zo zou elke theoloog Een publieke zaak van dr. G. van den Brink moeten kennen.'
Oud. M. Burggraaf uit (de classis) Ede zei dat het na de nota moeilijker wordt om in specifieke situaties de kerkelijk werker niet in het ambt te bevestigen, als ouderling of diaken met een bijzondere opdracht. Zijn amendement hierover werd verworpen.
Ds. H. de Jong vroeg of een concentratie op het werk als herder en leraar beoogde een burn-out bij predikanten te voorkomen.
Ds. G. van Zeben uit (de classis) Apeldoorn hoopte dat kerkelijk werkers efficiënt op een specifiek terrein ingezet kunnen worden. 'Vanuit pastorale contacten is er een groeiende behoefte hen ook in de eredienst te laten voorgaan.'
Dr. C. van Sliedregt uit Nunspeet (classis Hardenwijk) legde de vinger bij het gebrek aan collegialiteit.
Diaken L. van Hoorn uit Hoevelaken (classis Nijkerk) merkte op dat in de Gereformeerde Gemeenten de bediening van het Woord en de sacramenten niet gekoppeld is aan een academische opleiding. 'En die zijn toch ook bijbelgetrouw? Hbo-beroepen hebben door de tijd hun positie verworven. Een predikant is gebaat bij een kerkelijk werker als collega.'
Mevr. ds. A. Haasnoot uit Geldermalsen (classis Bommel/Tiel) vroeg of niet getracht wordt het klassieke beeld van de predikant te passen in het jasje van de moderne tijd. 'Als de traditionele fulltime gemeentepredikant met gezin en in de pastorie niet meer model is, laat staan de norm, wat is de norm dan wel?
Ds. P.L. de Jong uit (de classis) Rotterdam zei dat onze tijd een opwaardering van het ambt van predikant juist hard nodig heeft. Hij waarschuwde ervoor de vrijheid van het Woord niet in te perken. 'Komen er functioneringsgesprekken, dan houd ik er na 31 jaar mee op ...'
Interim-predikanten
In zijn beantwoording zei dr. De Leede vooral sturing aan de toekomst te willen geven. 'Van de kerkelijk werkers preekt 79 procent, terwijl 35 procent bevoegd is.'
Ds. H.J. Oortgiessen (teamleider begeleiding predikanten) meldde dat er momenteel zestien mensen als interim-predikant (predikanten die tijdelijk in een bepaalde gemeente ingezet kunnen worden, red.) in opleiding zijn, 'en dit niet als vlucht uit het gemeentewerk. Zij moeten bemiddelen in conflicten, beleid formuleren enzovoort.'
De synode besloot op basis van het in de nota verwoorde profiel van de predikant aandacht te geven aan de opleiding, nascholing en begeleiding van predikanten, rekenend met onze culturele, maatschappelijke en religieuze context. Dat zal betekenen dat er een sterker accent komt op de authenticiteit en integriteit van de predikant als persoon, dat de predikant moet leren meer dan voorheen het gesprek met andersdenkenden aan te gaan en dat meer dan voorheen tijd en zorg nodig zijn voor de voeding van de eigen spiritualiteit Daarbij zal gezocht worden naar de versterking van de elkaar aanvullende kwaliteiten van predikant en kerkelijk werker.
Ook hier geldt dat deze goede bezinning om een vervolg vraagt, ook in de classicale vergaderingen. Als het waar wordt dat de komende tien jaar honderden predikantsplaatsen niet kunnen voortbestaan, kan het niet anders dan dat creatief en collegiaal met de beschikbare middelen wordt omgegaan. En juist dan blijve de predikant dienaar van het Woord. Dat Woord draagt de kerk, en de uitleg en toepassing ervan bouwt de gemeente.
CBZ
In de rondvraag legde ds. M.D. van der Giessen uit Boskoop (classis Alpen aan den Rijn) de vinger bij het voortdurend onder kritiek stellen van het werk van de Commissie van Bijzondere Zorg (CBZ), recent door ds. R. van Kooten.
Ds. B. Plaisier zei dat het voor hersteld hervormden moeilijk te aanvaarden is dat steeds meer blijkt dat de goederen inderdaad bij de hervormde gemeente horen. 'Het is niet de bedoeling van de CBZ om gemeenten kapot te maken.
Alleen via de weg van onderling gesprek kunnen we tot oplossingen komen.'
We merken hierbij terzijde op dat tijdens de bijeenkomst met hervormde ambtsdragers uit gescheurde gemeenten, 30 maart in Hoevelaken, door deze broeders wel dankbaarheid verwoord is voor de steun die vanuit deze commissie ontvangen is, om het hervormde kerkelijke leven te kunnen voortzetten. Dezer dagen besloot de redactie van de Waarheidsvriend binnenkort aandacht aan het werk van de CBZ in de gemeenten te geven.
Beleid dienstenorganisatie
In de bezinning op het beleidsplan 2005-2008 voor de dienstenorganisatie speelden de 'uitdagingen' van onze tijd ook mee: behoefte aan zingeving in de samenleving, vergrijzing en ledenverlies in de kerk, enorm veel migrantenchristenen en behoefte aan debat in een multireligieus Nederland.
Ondanks twee dagdelen overleg leken niet velen grip op de inhoud te krijgen - spreken we over procesvorming of inhoud van beleid? En hoe verhoudt zich het beleid van de dienstenorganisatie tot het komende document waarin de visie van de kerk verwoord zal worden?
Raad voor gereformeerd belijden
Concreter - en daardoor minder tijdrovend - was het gesprek over de rol en de functie van de Raad van advies voor het gereformeerd belijden, een adviesorgaan van de synode. De notitie hierover meldt dat de evangelisch-luthersen een eigen synode hebben, opdat de lutherse traditie niet wordt weggedrukt - bleef deze synode niet vooral bestaan vanwege het lidmaatschap van de Lutherse Wereld Federatie? In een zekere parallel daarmee komt de genoemde raad er nu, om de kerk te bewaren bij de gereformeerde traditie en die dienstbaar te doen zijn voor heel de kerk.
De notitie geeft aan dat de raad met wijsheid en terughoudendheid de weg van het ongevraagd adviseren van de synode dient te gaan. Tegelijk krijgt ze een belangrijke taak in de vormgeving van specifiek gereformeerd leven en belijden, binnen de brede protestantse context.
De synode benoemde als voorzitter van deze raad dr. P.J. Visser uit Den Haag, als secretaris HGJB-directeur drs. H.J. van Wijnen en als leden ds. H. van den Belt, dr. P. Blokhuis, ds. D.J. Budding, dr. G.J. van Butselaar, dr. J. van Eck, dr. C.G. Geluk, prof.dr. C. van der Kooi, dr. G.W. Marchal, mevr. ds. N.M D. Nieuwenhuize, dr. R. de Reuver, mevr.drs. A.L. Rijken-Hoevens en prof.dr. W. Verboom.
Adviseurs zijn dr. B. Plaisier, de gereformeerd-vrijgemaakte prof.dr. B. Kamphuis, de Nederlands gereformeerde dr. A. van der Dussen en de christelijke gereformeerde prof.dr. G.C. den Hertog.
We zijn dankbaar voor de vorming van deze raad, die voortkomt uit gesprekken in 1998 en 1999 met bezwaarden inzake het Samen-op-Wegproces. Van harte hopen we dat zijn arbeid tot zegen van de kerk mag zijn. Gereformeerd zijn vraagt immers steeds weer persoonlijk en kerkelijk terugkeer tot God, doordenking van allerhande thema's bij het licht van zijn Woord. Die dankbaarheid neemt niet weg dat wij belijden dat heel de kerk gereformeerd zal zijn. Van een raad van advies voor het gereformeerd belijden geldt niet minder wat geldt - hetzij zonder enige pretentie gezegd - voor een vereniging als de Gereformeerde Bond: een zegen als het moment aanbreekt dat zijn werk niet meer nodig is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's