Oecumene van het belijden
IN HET BRONGEBIED VAN HET PIËTISME
In Neuendettelsau, een karakteristieke Beierse plaats, vlakbij Nürnberg, werd van 31 maart t/m 2 april een theologische bezinningsbijeenkomst gehouden. De organisatie ervan was in handen van het Theologisch Konvent. Dit behoort tot de zogeheten Internationalen Konferenz Bekennender Gemeinschaften. Sinds jaar en dag berust de leiding ervan in de vaste hand van prof. dr. Peter Beyerhaus. Beyerhaus is vooral als missioloog aan de universiteit van Tübingen bekend geworden. In 1969 heeft hij het Theologisch Konvent mede opgericht. Sinds 1978 is hij voorzitter van de bovengenoemde internationale conferentie geworden. Deze internationale beweging van belijdende gemeenten probeert met overtuigingskracht de 'oecumene van het belijden' voor het voetlicht te krijgen. Door grote bijbelse thema's te agenderen en verkeerde hedendaagse trends te fileren, proberen ze de verbondenheid van belijdende christenen de stimuleren.
Om deze beweging van dichterbij te leren kennen, maar vooral vanwege het aangesneden thema, was mijn belangstelling voor de bijeenkomst gewekt. Al werd me het bekende conferentieleed van een diep snurkende kamergenoot niet bespaard, de inhoud legde genoeg gewicht in de schaal om er met dankbaarheid op terug te zien.
Vroomheidsbeweging
Thema voor de conferentie was Nieuw leven door sterven en opstaan met Christus. Bijzondere aanleiding ervoor was het driehonderdste sterfjaar van een van de grondleggers van het 'piëtisme', Philip Jacob Spener (1635-1705). Het in de volksmond aanvankelijk wat schamper genoemde 'piëtisme' is een van de meest belangwekkende geestelijke stromingen in de protestantse kerkgeschiedenis geworden. Aan de door Spener nagelaten erfenis werd op de conferentie ruime aandacht besteed.
Het trof me hoe vitaal dit erfgoed van de grondlegger van deze Lutherse vroomheidbeweging in Duitsland nog steeds is. Zijn bekendst geworden geschrift is getiteld de Pia desideria (vrome verlangens). Daarin trekt hij van leer tegen de theologia spinosa de spitsvondige, rationele theologie. De na-reformatorische scholastiek had een machtige positie in de lutherse kerk en haar opleiding. Prof.dr. Helmut Burkhardt gaf aan in zijn lezing dat Spener de oorzaak voor veel kerkelijke problemen zag in het feit dat veel van haar predikanten niet wedergeboren waren. Daardoor was hun prediking niet 'in Geest en kracht', maar meer in menselijke wijsheid.
Kerkelijke opleiding
Om tot een actuele toespitsing te komen: de aandacht van Spener voor een 'Geestrijker' kerkelijke opleiding met het oog op de reformatie van de kerk is, geloof ik, ook vandaag van wezenlijk belang. De opleidingen van de Protestantse Kerk zijn er sterk op gefocust om 'deskundigen' op te leiden. Naar 'wedergeboorte' is mij in Utrecht nooit gevraagd. Deze wordt - in Kuyperiaanse zin - ook niet meer 'verondersteld'. 't Is slechts een voetnoot in de academische theologenkraamkamer. En de 'atheïstische' historisch-kritische methode is nog steeds hoofdmoot in de bijbelvakken. Of overdrijf ik?
Minder bekend is dat Spener een reusachtige correspondentie heeft nagelaten van naar schatting wel zo'n 2300 (!) brieven. Daarin komt hij naar voren als een liefdevol pastor, die duidelijk leiding wist te geven, zo hield prof. dr. Dietrich Blaufuss ons voor. Zijn brieven zijn 'hulpmiddelen tot het geloof'. Van het Duitse Piëtisme, het Engelse Puritanisme is de Nadere Reformatie de Nederlandse variant. Verschillende van haar vertegenwoordigers hebben een aansprekende geestelijke erfenis nagelaten. Inspirerend tot op de dag van vandaag. Bij sommigen ontbrak echter de bredere agenda van het 'piëtisme' en kwam een al te zwaar accent te liggen op de 'psychologie van het geloof'. Ik bedoel: de aandacht kwam bij sommige predikers sterk te liggen op verschillende stadia, voorafgaand aan het daadwerkelijk geloven, alsook op de zogenoemde 'schijngestalten van het geloof'.
Dat vind je bij Spener zo niet, bij mijn weten. Het 'piëtisme' van Spener had de reformatie van de kerk scherp in het vizier. Het kwam ook niet in een maatschappelijk isolement terecht.
Dat was aan zijn bediening in Straatsburg, Frankfurt, Dresden en Berlijn te merken. Neem ook in aanmerking de impulsen tot zending en diaconale hulpverlening, die uit de door hem gegronde beweging voortkwamen. Ook voor vandaag kunnen we nog heel wat vruchtbare aanzetten in het werk van deze 'grote' in het koninkrijk van God vinden.
Handreiking
Bezinning op de erfenis van het Piëtisme past helemaal in de agenda van de 'internationale conferentie van belijdende gemeenten'. Wat mij betreft komt 'de oecumene van het belijden' ook in de Protestantse Kerk in het hart van de kerkelijke agenda. Het appèl Christus, onze hoop van de hand van verschillende modaliteitenorganisaties is een verwachtingsvolle handreiking. Naar we hopen en bidden zal 'de oecumene van het belijden' de versplintering van belijdende christenen tegengaan en zal de kerk in haar geheel meer op Christus gericht worden.
L. P. BLOM, HULSHORST/NUNSPEET
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's