Het koninkrijk
'Zij dan die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: 'Heere, zult Gij in deze tijd aan Israël het Koninkrijk weder oprichten?' [Hand. 1:6]
Hare Majesteit onze Koningin mag deze dagen gedenken dat zij 25 jaar regeert, 'bij de gratie Gods.' Dat betekent 'door de gunst, door de genade van God.' Zij staat dus in dienst van de Koning der koningen. Aan Hem moet zij straks ook rekenschap afleggen van haar regering. Alles zal dan getoetst worden aan Gods heilige wet. Ook zij heeft de hoge roeping, op de plaats waar God haar stelt, zichtbare tekenen op te richten van Gods Koninkrijk. Als het goed met haar is en komt, dan kent ook zij het verlangen van waaruit de vraag van de discipelen voortkomt. Dat is ons gebed en onze wens voor haar.
Dat het verlangen naar de komst van Gods Koninkrijk haar leven doorgloeit. Dat het verlangen om Hem te gehoorzamen haar regering stempelt.
De discipelen zijn voor de laatste keer met de Heere Jezus op aarde samen. Zij zijn samen met de Koning der koningen en de Heere der heren.
Zij zijn samen met Hem, Die het heeft uitgesproken: 'Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.'
Zij zijn samen met Hem, van wie de dichter van Psalm 2 zegt: 'Nu dan, gij koningen, handelt verstandig.'
Ja, de koningen der aarde krijgen de dringende oproep: 'Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne en gij op de weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden.' Van harte bidden wij Hare Majesteit onze koningin toe in dit licht haar jubileum te vieren.
Dat zijn toch de vragen voor haar en voor een ieder van ons. Zijn wij een kind van het Koninkrijk dat komt? Weten wij van een nieuwe geboorte? Zonder wedergeboorte kunnen wij het Koninkrijk Gods niet zien. Kwam het tot een radicale overgave in ons leven aan Koning Jezus? Zijn wij echt discipelen, leerlingen van Hem?
Wat zijn we diep en diep ongelukkig als dat niet echt zo is. Wat zal ons leven eens een totale mislukking blijken als we de Zoon niet gekust hebben.
Wat zal de rechterstoel een verschrikking zijn en de eeuwigheid een eindeloos afgrijzen, als we Koning Jezus niet hebben bemind en gehoorzaamd. Als Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Dan vergaan we op onze levensweg.
Ja, dat is toch wel een heel voornaam kenmerk van een echte discipel van Jezus. Het verlangen naar het Koninkrijk. Dat legt de Zaligmaker door Zijn Geest toch Zelf in ons hart. Als Hij ons leert bidden: 'Uw Koninkrijk kome.' Waarom is dat Koninkrijk zo aantrekkelijk?
Het is een Koninkrijk zonder zonde. Het is een Koninkrijk waar de duivel niet meer is en nooit meer komen kan. Het is een Koninkrijk waar de goddelozen niet zijn. Nooit meer. Het is een Koninkrijk waar God de Vader, God de Zoon, God de Heilige Geest, volmaakt wordt gekend, bemind en geprezen.In dat Koninkrijk is God alles in allen. Daar komen we tot ons hoogste doel. Daar verkrijgen we onze diepste wens. Vergeleken bij dit Koninkrijk is alles op aarde onbelangrijk. Daarom zei de Zaligmaker zo indringend: 'Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid ...'
Toch kunnen er bij ware discipelen nog verkeerde gedachten leven over het Koninkrijk van God. Wellicht was dit bij de discipelen ook het geval. Misschien dachten zij nog veel te werelds over dit Koninkrijk. Daar moeten ook wij van verlost worden. Van onze eigen gedachten over het Koninkrijk Gods.
Ook over het tijdstip hadden zij verkeerde gedachten. Het komt niet op onze tijd. Op Gods tijd. Wel moeten we goed letten op de tekenen die aan de komst van het Koninkrijk voorafgaan. Wel is het gezond dat wij die grote dag met groot verlangen verwachten.
Wat hebben wij de Geest van Pinksteren hiervoor nodig. Als die Geest ons ontbreekt, kunnen we het Koninkrijk Gods helemaal niet zien. Dan maken we er een aards en werelds gedoe van. Dan zoeken we het paradijs hier. Ook de discipelen moeten nog dieper het Woord van de Heere Jezus verstaan: 'Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld ...'
Nee, hier geen koninkrijk van macht en eer. Hier droeg onze Koning de doornenkroon. Hier werd Hij gehaat en gesmaad, juist omdat het Koninkrijk Gods in Hem belichaamd werd. Het zal met ons niet anders zijn. Als wij voortdurend en overal wijzen op Koning Jezus. Als wij oproepen tot een totale overgave aan Hem. Als wij iedereen plaatsen in het licht van de rechterstoel. Als we alle godsdienst en geloof, buiten het ware geloof in Hem, ontmaskeren als vals. Dan moeten we hier Zijn smaadheid dragen. Dan ervaren ook wij. 'Zij hebben Mij gehaat, ze zullen ook u haten. Zij hebben Mijn Woord verworpen, zij zullen ook het uwe verwerpen.' Maar dat is onze eer, Zijn smaadheid dragen.
Indien wij met Hem lijden, zullen wij ook met Hem verheerlijkt worden. Juist door dat lijden worden onze eigen gedachten en verlangens aangaande het Koninkrijk weggesnoeid. Zo wordt het inzicht in wat Zijn Koninkrijk werkelijk is, verdiept en geheiligd. Juist door dat lijden wordt het verlangen in ons hart steeds groter naar de komst van onze Koning. Want de Geest en de bruid zeggen: Kom! En de Koning antwoordt: 'Zie, Ik kom haastig en Mijn loon met Mij om een iegelijk te vergelden gelijk zijn werk zal zijn.'
Bent u de bruid? Dan is Hij uw Liefste. Dan hebt u niets te vrezen, maar alles te hopen. Door Hem, Die ons heeft liefgehad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's