De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

8 minuten leestijd

Islam en kerk
De bezinning op de relatie van de islam en het christendom is niet van vandaag of gisteren. We kennen al jaren het respectabele werk van de interkerkelijke stichting Evangelie & Moslims. Echter, ontwikkelingen van de laatste jaren hebben deze bezinning wel op scherp gezet. Als ik alleen al twee recente data noem, dan begrijpt iedereen wat ik bedoel: 11 september 2001 en 2 november 2004. Bezinning wordt ons zo min of meer opgedrongen.

Vorig jaar liet de redactie van het theologische tijdschrift Theologia Reformata een themanummer verschijnen (jaargang 47, nummer 2, juni 2004). Een van de redacteuren, dr. P.J. Visser, schreef als thema boven zijn inleidend woord: Zicht op de islam. Hoe ligt de relatie tussen kerk en moskee? Wat is onze missionaire roeping ten aanzien van onze moslim naaste?
Na de moord op Theo van Gogh liet de PKN een kanselboodschap uitgaan. De kerk bepleitte verdraagzaamheid in de richting van de moslims: je mag niet alle moslims over een kam scheren. Ook werd de verbondenheid onderstreept die de kerk met de islam ervaart in de confrontatie met de huidige liberale samenleving. Op deze kanselboodschap werd niet door iedereen met instemming gereageerd. Dr. S. Janse (predikant PKN Driebergen) deed dat nogal kritisch via een ingezonden stuk in Woord en Dienst en werd in de weken erna op zijn beurt van allerlei kanten van repliek gediend. Ik kom hierop omdat dezelfde dr. Janse in het katern Letter & Geest, zaterdagbijlage van het dagblad Trouw (16 april 2005) een artikel plaatste onder de titel Loopt er een lijn van Mohammed A. naar Mohammed B?
Ik citeer uit zijn verhaal: Veel christenen scheppen zich in de dialoog een islam naar hun eigen religieuze beeld en gelijkenis: vriendelijk, pretentieloos, ongevaarlijk, relativistisch, en voeren met deze islam een plezierig gesprek.
Het gaat hem er in zijn bijdrage om een onderzoek te doen naar de vraag in hoeverre het gebruik van geweld om je religieuze doel te bereiken bij de oorsprong van de islam hoort. De uitslag van dat onderzoek is naar zijn zeggen onontkoombaar en ik citeer opnieuw uit zijn artikel:
Gebruik van geweld ter verwezenlijking van religieuze doelen is diep in de bodem van de islam verankerd. Islamitische theologen zullen dit geen leuke conclusie vinden. De meeste christelijke theologen in ons land trouwens ook niet. Maar ik ben bang dat de Iaatsten veelal gevangen zitten in een tunnelvisie waardoor ze de historische en actuele werkelijkheid niet meer onder ogen kunnen zien.
Janse toont aan hoe vanaf het begin er in de islam een totale verbinding is geweest van religie en gewelddadige politiek. Geheel anders dan de ontstaansgeschiedenis van het christendom: 'Drie eeuwen lang hebben christenen in het Romeinse Rijk een getolereerde of vervolgde minderheid gevormd. Nooit zijn er in deze eerste eeuwen pogingen geweest om het evangelie met het zwaard te verbreiden. Dat zou ook absoluut niet in de geest van Jezus Christus zijn geweest. 
Zeker, ook het christendom kent in haar geschiedenis het gebruik van geweld, maar het hoort niet bij haar oorsprong. Waarom de zaak zo op scherp gezet, zou je kunnen vragen? Ik begrijp: om het vraagstuk van de islam en de kerk in Nederland helder te krijgen en niet in mistige, wellevende verklaringen te blijven steken die ons niet werkelijk verder helpen. En dat laatste is dringend gewenst.

In de recent verschenen aflevering van Kerk en Theologie (jaargang 56, nr. 2, april 2005) is dr. A.J. Plaisier (predikant PKN Amersfoort) een van de kroniekschrijvers. Hij schrijft indringend over de situatie van kerk en islam in ons werelddeel, inzonderheid in eigen land. Als ik de strekking van zijn bijdrage goed begrijp, ziet ook hij geen heil in een al te weke manier van omgang tussen kerk en islam. Daar is de situatie trouwens te ernstig en te ingrijpend voor. We hebben te maken met een islamisering van Europa, niet zoals in voorbije eeuwen door grof geweld, maar door immigratie. Plaisier citeert een constatering van de Duitse islamkenner Bassam Tibi, waarin deze stelt dat het aantal moslim-immigranten, dat nu 17 miljoen bedraagt, binnen enkele decennia zal verdrievoudigen. Als Turkije binnen tien jaar bij de Europese Unie komt, dan kan dat getal nog veel en veel hoger worden. Bassam Tibi oppert zelfs de mogelijkheid dat ten gevolge van de afname van de bevolkingsgroei in West-Europa we aan het eind van deze eeuw te maken zullen hebben met een overgrote moslim-meerderheid. Plaisier stelt de vraag: Hoe moet de islam in het licht van de oorspronkelijk christelijke Europese cultuur verstaan worden? Hij neigt ertoe te zeggen dat de islam als een gericht over de Europese cultuur moet worden verstaan.
Deze Europese cultuur heeft in belangrijke mate de eigen, geestelijke wortels verloochend. Ook ben ik van mening dat de manifeste aanwezigheid van de islam een gericht is over een kerk die door tweedracht is verdeeld, door verlegenheid met de eigen identiteit is verzwakt en door aanpassing aan de tijdgeest is vervlakt. Dit te bedenken is een serieuze zaak, die tot een diepgaande bezinning en zelfonderzoek aanleiding geeft. De vraag die gesteld moet worden is, of de islam de gesel Gods is, die de kerk oordeelt als 'heet noch koud'. Natuurlijk is het waar dat het gevaarlijk is om te snel te identificeren wie of wat een oordeel is in Gods hand, maar het is nog gevaarlijker wanneer het hele thema oordeel, over kerk en samenleving, is verdwenen.
Ik kan me niet herinneren dat er recent zo klemmend over dit thema is geschreven of gesproken. De regels waarmee Plaisier zijn kroniek afsluit verdienen brede aandacht omdat ze aangrijpend de geestelijke situatie verwoorden van het heden voor de christelijke kerk in ons land.

Inhoudelijk gezien stelt de islam de kerk voor de vraag naar haar identiteit. Spreken over een Abrahamitische oecumene acht ik een move, waar ik geen enkel heil in zie. De islam is een alternatieve religie tot het christendom, geen parallelle religie. Zeker, er zijn genoeg overeenkomsten tussen het christelijk geloof en de islam te vinden. Het is niet nodig hier het rijtje op te noemen. Maar een religie die zich heeft ontwikkeld als een alternatief monotheïsme, ontstaan in bewuste afwijzing van het hartbegrip van het christelijk geloof - de vleeswording van het Woord, de kruisdood en opstanding van Jezus als verzoening tussen God en mens, die religie kan niet opgevat worden als een parallel met het christelijk geloof. Integendeel, hier scheiden principieel de wegen. Dit kan gesteld worden, ook in de erkenning dat de moslim besef van God heeft en ook dat de moslim een relatie met God heeft of kan hebben. Er zijn veel waardevolle noties in de islam, zoals die er ook zijn in de Griekse filosofie, de Indiaanse Upanisade, het Chinese taoïsme. Er kan zelfs gezegd worden dat er meer verwante noties zijn tussen islam en christendom dan tussen Plato en Christus, en historisch gezien is daar ook alle reden voor. Maar te stellen dat deze verwantschap zich Iaat herleiden tot een eenheid houd ik voor een relativering van het christelijk geloof. Een dergelijke relativering zal het proces van afkalving van kerk en geloof alleen maar bespoedigen.
In het licht van het bovenstaande is het tijd dat de kerk opstaat uit haar slaap. Zij is in slaap gewiegd door het modernisme en op een andere manier door het postmodernisme. In plaats van een creatieve en moedige verhouding aan te gaan met dit (post)modernisme heeft ze zich er te veel door laten verlammen. Dat is overigens ook gebeurd waar zij de uitdaging van de moderniteit niet heeft verstaan en zich heeft opgesloten in een bastion van eigen gelijk. Er is veel dode orthodoxie, ook heden ten dage, die eindeloos de waarheden van gisteren heeft herhaald, en niets heeft gedaan om het christelijk geloof in een adequaat getuigenis vis-a-vis de eigen tijd te verwoorden en voor te leven.
De kerk in de postmoderne westerse cultuur is, vooral door de islam, opnieuw voor haar ultieme raison d'être gesteld. De islam is een religie die de kerk hierop bevraagt, juist omdat zij zich niet heeft gevoegd in de vooronderstellingen van de moderne maatschappij, is zij in staat de kerk naar haar bestaansrecht te vragen. Wanneer deze uitdaging niet wordt verstaan en wordt bezworen, bijvoorbeeld door eenzijdig op het tamboer te slaan van dialoog, respect en openheid, zal op de winterslaap van de kerk snel de dood volgen. Het lot van de kerken in Noord-Afrika mag wat dit betreft een historisch teken aan de wand zijn. Er zullen christenen zijn die dit allemaal niet erg kan beroeren. Er zijn geluiden genoeg van christenen, theologen en zelfs missiologen, die menen dat je alles kunt beweren, en die als kern overhouden dat God wel wat met mensen heeft en die daarbij elke idee van zending en zendingsdrang afwijzen. Met dit soort uitspraken is de witte vlag wel uitgehangen en is het hoofd in de schoot gelegd. Ik hoop dat de uitdaging van de islam uiteindelijk een andere uitwerking zal hebben.
Ik zou zeggen: oordeelt u zelf. Met Plaisier ben ik van mening dat we als kerken de hier geformuleerde uitdaging niet uit de weg mogen gaan. Hier gaat het om de werkelijke vragen waar we als christelijke kerken voor staan. Daarbij vergeleken kunnen we nogal wat vragen en vraagjes onbeantwoord laten.

 P.S. Een los nummer van Kerk en Theologie kost € 14,95 en  is te bestellen via www.kerkentheologie.nl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's