Blommen van de kerrek ...
Het is ruim anderhalf jaar geleden dat ik hem voor het eerst ontmoette. Hij had een kamer gekregen in het zorgcentrum voor ouderen waar ik pastoraal werk doe. Zoals gebruikelijk bezocht ik hem, gewapend met een fleurig kamerplantje, ter verwelkoming. Een grote kerel, met een weliswaar grijze, maar nog stevige haardos. Nogal nors en terughoudend. Onmiddellijk zei hij me onomwonden: 'Zeker van de kerrek? Nou, dan kan ik je vertellen dat ik geen blommen van de kerrek mot!'
Mijn uitleg over een pastorale commissie die mensen bezoekt, onverschillig wel of geen belangstelling voor een kerk, enzovoort, baatte niets. 'Ik heb niks met God, niks met de kerrek en die blommen hoef ik niet ... punt uit!'
Ik vond een harde aanpak vereist en zei dus maar glashard dat ik de blommen in het raam zou zetten of op tafel en dat ik verwachtte dat hij ze water zou geven en dat ik wel een keer terug zou komen om wat verder kennis te maken ...
'Nou, nou', mopperde hij. 'Je lijkt er wel een van het Leger ... fratsen!' Ik groette hem vriendelijk, hij mompelde iets van 'Voor mij hoeft het niet.' Ik vertrok.
Levensverhaal
Twee weken later stapte ik weer bij hem binnen. Onmiddellijk zag ik dat de 'blommen' er nog fleurig bijstonden. 'Ik kom nog eens wat verder praten, komt dat gelegen nu?' 'Nou, vooruit dan maar', pruttelde hij en zette de televisie zelfs wat zachter. Zonder dat ik ergens naar vroeg, kwam zijn levensverhaal. Als jongen allerlei werk gedaan, in de Tweede Wereldoorlog in Duitsland terechtgekomen als militair, aan het front gevochten, veel narigheid gezien, de gruwel van de oorlog tot op de bodem van zijn jongensziel doorleefd: 'Ja, en reken maar dat ik gebeden heb, want ik ben christelijk opgevoed en waarachtig, ik ben er doorgekomen. Ik heb de bevrijding gehaald. Veel van mijn maten niet, het merendeel niet!' Doordringend keek hij me aan. De afschuw lag dik op zijn gezicht.
Na de bevrijding kreeg hij kennis aan een gelovig meisje, ze trouwden en gingen een kruidenierswinkel beginnen. Ze gingen regelmatig naar de kerk, lazen uit de Bijbel, baden. Er kwamen kinderen, die werden gedoopt, gingen naar de christelijke school, trouwden in de kerk. 'En ik had een hele lieve vrouw! Maar ... acht jaar geleden werd ze ziek. Kanker ... kanker!' Hij balde zijn vuisten. 'Vijftien maanden heeft ze geleden, verschrikkelijk geleden en toen kwam het einde. Nooit heeft ze geklaagd en ze zei dat ze naar Boven ging ...' De tranen stonden in zijn ogen. Hij boog zich naar me toe en met een verwrongen gezicht schreeuwde hij bijna met zijn zware stem: 'Vanaf het ogenblik dat m'n vrouw de laatste adem uitblies, heb ik gezworen dat ik niets meer met God te maken wil hebben en ook niet met de kerrek. God bestaat niet! Begrijp je dat? ' Op dat moment voelde ik aan dat ik gaan moest. Elk woord zou te veel zijn ...
Koetjes en kalfjes
Met een zekere regelmaat bezocht ik hem en dan praatten we over koetjes en kalfjes. 'Ik heb het hier best, maar de fleur is overal af, ik hoop dat ik maar gauw dood ga', verzuchtte hij meer dan eens. 'Ik heb nergens meer plezier in!'
Als de kruidenierswinkel ter sprake kwam, dan veerde hij even op. 'Ja, dat was wat anders dan dat onpersoonlijke gedoe in die supermarkten tegenwoordig. Je kende de mensen persoonlijk, je had een praatje met ze. Dat was een goeie tijd en de zaak liep als een trein.' Wat niet liep als een trein, waren diepere gesprekken tussen ons. Soms probeerde ik dat, soms ook niet. Ik wist er eigenlijk niet goed raad mee. En de 'blommen' gedijden ondertussen prima.
'Je plant staat er nog', zei hij eens. 'Je begrijpt er niks van, bij zo'n chaggerijn ...' We voelden op de een of andere manier ons beiden onmachtig.
Staat dat in de Bijbel?
Een paar maanden geleden trof ik hem aan bij de biljarttafel.
'Zo, leef je nog?', zei hij. 'Ik zie je nooit meer. We moesten maar 's naar mijn kamer gaan.' Hij pakte resoluut zijn rollator en slofte voor me uit naar zijn kamer. Ik volgde gedwee. Ik had het gevoel dat het spannend ging worden!
Dat werd het ook.
Nauwelijks in zijn stoel geland, stak hij dreigend zijn vinger in de lucht en zei driftig: 'Hij heeft me wat aangedaan! M'n vrouw afgenomen. Nou, wat zeg je daarvan?'
Nooit eerder heb ik zo lijfelijk de woorden van de Heere Jezus ervaren dat de Heilige Geest je woorden te spreken geeft als het nodig is. 'Ik begrijp niks van u', antwoordde ik op zijn dreiging. 'U gaat te keer tegen iemand die volgens u helemaal niet bestaat. Kort geleden zei u dat God niet bestaat en u zit nu tegen Hem te tieren en te razen. Dat is toch raar? Je hoeft je niet nijdig te maken op iemand die er niet is ...'
Een beetje verbouwereerd keek hij me aan. 'Wat bedoel je?' 'Precies wat ik zeg, dit is gekkenwerk, wat u aan het doen bent!' 'Je begrijpt er niks van', wierp hij me tegen. 'Ik ben in gevecht met Hem daar Boven, snap je dat niet?' 'O, maar dan doet u precies wat mensen in de Bijbel ook doen. Vechten met God ...' 'Nou breekt m'n klomp. In de Bijbel gaat het toch over zachte eitjes, over hele dagen en nachten bidden en over psalmen zingen en nou zeg jij ...' 'Ja, precies. Nu zeg ik dat er heel veel mensen in de Bijbel gevochten hebben met God. We gaan het opzoeken ...' Samen hebben we de Bijbel opengeslagen en gekeken hoe Jakob met God worstelde, hoe psalmdichters van alles en nog wat naar de hemel slingerden, klachten, wanhoop, verwijten zelfs. We hebben het over Job gehad, die zijn geboortedag vervloekte. 'Nooit geweten dat dit in de Bijbel stond. Ik denk niet dat mijn vrouw dat wist.'
'Vast wel', zei ik, 'denk je dat zij ook in al haar lijden niet heeft geworsteld met de vraag: Waarom moet het zó?' 'Daar heeft ze nooit wat van gezegd ...' 'Misschien wel uit liefde voor jou!' 'Zou het?'
Tussen haakjes, ondanks de vermaningen van deskundigen op het terrein van pastoraat, niet te close te worden met de mensen die je bezoekt, heb ik mijn broeder op dat spannende moment en ook daarna aangesproken met 'jij' en 'jou'...
Daar breng ik een bos blommen!
Verschillende gesprekken hebben we nog gehad samen. We hebben de Bijbel meerdere malen ter hand genomen. We ontdekten dat de levensgang van ieder mens verschillend is. Beter gezegd dat God met ieder mens een andere weg gaat. We leerden uit de Schrift dat het karakter van mensen een grote rol speelt in het geloofsleven.
We hebben ook samen gebeden. Kort en krachtig, omdat mijn broeder geen man van veel woorden is. We hebben de Heere gevraagd om kracht en wijsheid voor ons beiden, omdat we dat beiden nodig hebben.
Ondertussen had ik nog een moeilijke klus. Van verschillende medebewoners had ik klachten gekregen dat er door mijn 'blommenman' veel gevloekt werd bij het binnengaan en verlaten van zijn kamer, en dat vanwege zijn stramme handen die het slot niet goed meer kunnen hanteren.
Ik heb hem daarover aangesproken. Ook gezegd dat er mensen zijn die veel verdriet hiervan hebben en ... ook voor hem bidden,
'Is dat zo? Dan ga ik bij die mensen een bos blommen brengen, want ze motte van mijn geen last hebben!' 'Doe dat maar niet, er wordt zo gauw gekletst', was mijn antwoord, 'maar laat die krachttermen achter je kiezen, want anders kunnen wij samen ook niet meer zo vrij met God spreken in ons gebed. Bidden en vloeken vloekt met elkaar ...'
'Je ben een rare', zei hij, 'nou wil ik wat goedmaken en nou mot het niet.' Een rare of niet, ik ervaar dat het Woord en de Geest werken in het leven van deze eenzame gebeukte mens en daar ben ik intens blij om!
We kunnen nog vooruit Er valt nog genoeg te praten met mijn blommenbroeder, want recent vertelde hij me een liefhebber van sport te zijn. Kijk eens aan, de apostel Paulus reikt ons voldoende stof aan om via dat thema opnieuw te komen tot een geestelijk gesprek.
'Het Woord heeft voor ieder mens een woord', hoorde ik nu wijlen ds. A. den Hartogh meerdere malen zeggen. Zo is het!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's