Van ronde lap naar jodenster
ANTISEMITISME [2]
Kruistochten en Middeleeuwen
Rond 1050 breken er voor de Joden in West-Europa heel donkere tijden aan. Het was de tijd van de kruistochten. Niet alleen de moslims in het Heilige Land moesten worden uitgeroeid, ook de Joden. Zij waren 'tegenover Christus duizend maal schuldiger dan de mohammedanen', volgens Peter van Cluny, die de tweede kruistocht in het jaar 1146 predikte. De kruistochten maakten ook een einde aan vele joodse gemeenschappen in het Rijnland. Het persoonlijk optreden van Bernard van Clairvaux, de organisator van de tweede kruistocht, hield de gepredikte jodenhaat gelukkig in toom. In een door heel West-Europa verspreide brief uit 1147 schrijft hij bijvoorbeeld: 'De Joden moet men niet vervolgen, nog minder afmaken en zelfs niet wegjagen'; 'En ten slotte, wanneer de grote massa der heidenen de kerk is binnengegaan, dan zal heel Israël worden gered' (Rom. 9:25).
Rond 1250 horen we voor het eerst de beschuldiging van 'rituele moord'. Joden vermoorden christenkinderen om hun bloed te kunnen drinken tijdens de Pesachmaaltijd. Van alle rampen krijgen zij de schuld. De gedachte van 'de zondebok'. De pestepidemie in de veertiende eeuw, die in drie jaar meer dan een derde van de Europese bevolking, ook de joodse wegvaagde, was de schuld van de Joden. In deze tijd verloren zij allerlei maatschappelijke posities. Dat maatschappelijk isolement riep weer nieuwe haat op.
Grondhouding in West-Europa
Voor Joden bleef niets anders dan de geldhandel over. Prompt werden zij beschuldigd van woekerrente. De Jood is de 'bloedzuiger' en de 'aasgier'. Op het concilie van Lateranen in 1215 werd onder andere besloten dat Joden geen openbare ambten mochten bekleden en dat zij zich door hun kleding moesten onderscheiden van de christenen. Het begin van de gele 'Jodenster' uit nazi-Duitsland ligt hier. In Frankrijk was dat een ronde, gele lap. In Duitsland de kenmerkende jodenhoed.
Allerlei karikaturen waren het gevolg, zoals de jood met de 'haviksneus', met 'de varkensoren' en de 'duivelse' hoorns. Joden werden uit meerdere landen verdreven. Na 1492 werden er in Spanje de meest absurde bewijzen gevraagd om aan te tonen dat iemand geen joods bloed had. In 1516 ontstond in Venetië de eerste aparte jodenwijk, het ghetto. Jodenhaat, gevoed door allerlei motieven, was in de late Middeleeuwen een grondhouding geworden van de Westeuropese samenleving.
Luther
In zijn boekje uit 1523 Dass Jesus Christus eingeborener jude sei (Dat Jezus Christus een geboren Jood is) spreekt Luther heel positief over de Joden. Hij noemt ze 'broers van onze Heer'. Wij (heidenen) zijn 'vreemdelingen'. Door onze liefde zullen we nog een aantal van hen kunnen bekeren. Vanaf het begin van zijn colleges tot het einde van zijn leven noemt Luther de Joden in één adem met de paus, de roomsen, ketters, schijnchristenen en met de Turken. Mensen die denken door hun eigen werken voor God rechtvaardig te kunnen zijn. Daarom zijn ze vijanden van Christus' kruis. Voor Luther is het jodendom daarom een geestelijke houding. Het ging hem hier om waarheid en leugen. Luther noemt de Joden geen 'Godsmoordenaars', zoals in de Middeleeuwen. Maar ze staan wel in dienst van de duivel. Hij probeert op allerlei manieren immers het evangelie van vrije genade uit te roeien. Daarvoor gebruikt hij ook de Turken, die in 1529 het beleg voor Wenen sloegen. Luther, en velen met hem, dachten dat zij in de eindtijd leefden en de duivel zijn beslissende slag ging slaan. Mede uit teleurstelling over de zaak van het evangelie in Duitsland en door de overgang van christenen in Bohemen naar het jodendom schrijft Luther in 1543 zijn beruchte boekje Von den Juden und ihren Lügen (Van de Joden en van hun leugens). Hiermee bedoelt hij de joodse uitleg van het Oude Testament. In dit geschrift noemt hij meerdere maatregelen, waaraan de Joden moeten voldoen om in Duitsland te mogen blijven. Luther noemt: het verbranden van de synagogen en leerhuizen, van de talmud en de gebedenboeken, het verbod om op hun eigen manier te bidden, het samendrijven in werkkampen en dwangarbeid en het verbod om vrij te reizen. Hij noemt ze 'dorstige bloedhonden en moordenaars van het ganse christendom'. De inhoud van dit geschrift is door de nazi-propaganda in Duitsland gebruikt om hun maatregelen tegen de Joden te verdedigen.
Op dit punt heeft Luther gedwaald. Juist door zijn gezag heeft hij de jodenhaat bevorderd. De nazi's hebben daardoor op een verschrikkelijke manier van zijn uitspraken misbruik gemaakt. Luthers anti-joodse uitspraken zijn nooit racistisch, maar theologisch. Drie dagen voor zijn dood in 1546 zegt hij in zijn laatste preek nog 'dat wij in liefde met ze moeten omgaan en voor ze bidden, opdat ze zich bekeren'.
Racistische Jodenhaat
In de negentiende eeuw kwam de evolutietheorie op. Er ontstonden er allerlei 'wetenschappelijke' theorieën over het ontstaan van volken en rassen. Ook in Duitsland vonden deze ideeën gretig ingang. Alles wat 'germaans' was, werd verheerlijkt. De Ariër was de pure, natuurlijke mens. Hij belichaamde alle edele eigenschappen, zoals kracht, heldendom en vitaliteit. Al deze eigenschappen zijn terug te vinden in het Germaanse (Duitse) volk.
In schrille tegenstelling daarmee stond het 'joods-semitische ras'. Dat was het begrip van alles wat laag en verachtelijk was. De joodse mentaliteit, hun moord en geldzucht, zijn een kwestie van bloed. Alle vooroordelen tegen hen werden op deze manier 'wetenschappelijk' verklaard. De Joden zijn zo. Het grootste gevaar dat volk en vaderland bedreigt, is de wereldheerschappij van dit minderwaardige ras. De jood is de Gegenmensch (het tegenovergestelde van een mens) en de Untermensch (een wezen, lager dan de mens). Hij is een verrottingsverschijnsel, dat moet worden uitgesneden. Dat betekent onverbiddelijke strijd tegen ieder die tot dit ras behoort. Men ging ook spreken over een 'rassentheologie'. Op 'wetenschappelijke' en 'bijbelse' gronden werd gepleit voor een 'jodenvrij' christendom.
Nazi's
Zo eiste Alfred Rosenberg, de nazi-ideoloog, in zijn boek Der Mythus des 20. Jahrhunderts (De mythe van de twintigste eeuw) de afschaffing van het zogenaamde Oude Testament als boek voor de godsdienst. Dan kunnen wij niet langer meer geestelijk tot joden worden gemaakt. Ook het Nieuwe Testament moest gezuiverd worden van 'allerlei bijgelovige berichten'. Er moet aandacht komen voor de eigen, eeuwenoude sagen van Odin en meester Eckhart. Het juiste beeld van Jezus moet naar voren gehaald worden. Volgens Rosenberg heeft alleen Zijn leven betekenis voor de Germaanse mens, en niet Zijn pijnlijke sterven aan het kruis, waarmee hij zoveel succes verwierf bij de volken aan de Middellandse Zee.
De nationaal-socialisten wensten alleen een Jezus te aanvaarden als 'een krachtige prediker', een 'toornende in de tempel', een man die iedereen meesleurde en die door iedereen gevolgd werd. En niet 'het offerlam van de joodse profeten, niet de weke man aan het kruis'.
Met name Mattheüs en Paulus hebben de christelijk kerk verjoodst. Rosenberg is in zijn gedachten sterk beïnvloed door de theologie van Paul de Lagarde, hoogleraar in Göttingen. Volgens hem heeft Paulus het hele evangelie in joodse richting verminkt: door de invoering van het Oude Testament, de joodse offertheorie en de joodse geschiedenisopvatting. Hij was het ook die het christendom op de dood van Jezus heeft gefundeerd. Voor hem zelf was Zijn leven de grondslag voor het Rijk van God. Volgens De Lagarde heeft Paulus Jezus dus totaal misverstaan. Hij noemt hem 'de joodse aartsvervalser van de boodschap van Jezus'.
Jodenvrije kerk
Het is moeilijk te zeggen of een oorspronkelijke jodenhaat bij De Lagarde hem bracht tot dit negatieve beeld van Paulus of dat zijn theologie leidde tot anti-joodse uitspraken. Wel komen we bij hem voor het eerst de verbinding tegen die zo kenmerkend zou worden voor de völkische (volks)theologie van de jaren twintig in Duitsland; een racistisch gekleurde jodenhaat met een negatief beeld van Paulus werd verbonden met een zuivere Jezus-religie. Volgens De Lagarde moest de staat deze religie, die precies paste bij de Duitse geest, overal invoeren.
Zijn gedachten hebben grote invloed gehad op de nazi's. Hitler noemde Jezus een Ariër. De kerk werd jodenvrij gemaakt. De nazi's hebben jodenhaat gemaakt tot een politiek systeem. Hun op bepaalde rassentheorieën gefundeerde jodenhaat is het eigenlijke antisemitisme. Het leidde tot een uitroeiing van zes miljoen Europese Joden.
Ook bepaalde sociaal-economische omstandigheden en eeuwenoude vooroordelen droegen hiertoe bij. Zij hebben de uiterste consequenties getrokken uit wat mede door de christelijke kerk in prediking, officiële en niet officiële theologie en catechese eeuwenlang aan jodenhaat is gezaaid. Hitler zag zichzelf als uitvoerder van Luthers gedachten over de joden. Het grootste deel van de lutherse en Rooms-Katholieke Kerk volgde de nazi's.
Antizionisme
Een eigentijdse vorm van jodenhaat is het antizionisme. Het richt zich tegen het bestaansrecht en de politiek van de joodse staat Israël ten koste van de Palestijnen. Met name in de Arabische wereld en ook bij Palestijnse christenen leeft deze vorm van jodenhaat zeer sterk. Het hele onderwijssysteem op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook is middel om de haat tege de joden levend te houden en om aan te tonen dat de staat Israël om allerlei redenen geen bestaansrecht heeft. Zo wordt onder andere de heilige oorlog tegen alles wat joods is, heel sterk verheerlijkt.
Ook al heeft de Palestijnse Autoriteit op grond van de Oslo-akkoorden uit 1993 de staat Israël erkend, in het handvest van de PLO is nog steeds de vernietiging van Israël het uiteindelijke doel. Ook organisaties als Hamas en de Islamitische Jihad hebben ditzelfde doel. Andere, uit Europa afkomstige anti-joodse uitingen zijn eveneens overal in de Arabische wereld bekend. Dit geldt bijvoorbeeld van het meest anti-joodse geschrift uit de Europese traditie: De protocollen van de Wijzen van Sion.~~In de rest van de wereld en in de christelijke kerken groeit het antizionisme sterk, ook in ons land. Er heeft een heel duidelijke verschuiving plaatsgevonden van een liefdevolle verbondenheid met het joodse volk en de staat - liggend in het verlengde van de landbelofte als teken van Gods trouw - naar een grote sympathie voor de Palestijnen. Ondubbelzinnige solidariteit met Israël is veranderd in een onverbloemde veroordeling van Israëls politiek tegenover de Palestijnen. Zelfmoordaanslagen van Palestijnse kant op Israëlitische burgers worden niet of nauwelijks veroordeeld. In 1975 werd door de Verenigde Naties zionisme veroordeeld als een vorm van racisme. Later is men hierop teruggekomen. In Palestijnse schoolboeken zijn zionisme en nazisme de meest duidelijke voorbeelden in de wereld van rassendiscriminatie. Voor veel Joden is kritiek op Israëls politiek gelijk aan een afwijzen van de joodse staat. Ze is Jodenhaat. Vanuit de geschiedenis en de bedreiging van de staat is dat te begrijpen. Toch hoeft dit niet zo te zijn. Ook in Israël zelf is kritiek op het regeringsbeleid tegenover de Palestijnen. Maar zijn de wereld en de kerken er als de kippen bij om Israël te veroordelen? Dan is dat het onheilspellend bewijs dat Jodenhaat nog springlevend is. De ergste vorm daarvan in onze tijd is de ontkenning door neo-Nazi's en historici, van wat in de Tweede Wereldoorlog met de Joden is gebeurd.
Theologie
Gaat het om de vraag naar de oorzaken van jodenhaat? Dan moeten wij als christelijke kerk heel diep bij onszelf naarbinnen kijken. Godsdienstige wortels van jodenhaat vinden we in de christelijke jodenhaat. Door de moord op Gods Zoon zijn ze voor eeuwig door Hem verworpen. De kerk heeft de plaats van het joodse volk in Gods heislplan ingenomen. Hun ellendige toestand is Zijn straf. De eeuwen door moet de kerk Hem helpen om die uit te voeren. Zo is er geen plaats voor een ongehinderd voortbestaan van het joodse volk en zijn godsdienstige traditie.
Bovendien werden persoon en werk van Jezus helemaal losgemaakt uit de joodse context. Daardoor kreeg de kerk een verkeerde visie op het Oude Testament en daardoor op Jezus zelf. In dit feit en in de gedachte dat het joodse volk voorgoed heeft afgedaan, liggen de wortels van de christelijke jodenhaat. Eeuwenlang is zij en wordt zij nog door prediking en catechese levend gehouden.
Onverschilligheid
De bekende Jood Elie Wiesel, overlevende van Auschwitz, ziet niet in de haat, maar in de onverschilligheid van de toeschouwer, het grootste gevaar voor blijvende jodenhaat.
Gaat het om de diepste oorzaak van jodenhaat? Moeten wij dan niet zeggen: 'Jodenhaat en antisemitisme zijn het innerlijk verzet van de heidense mens tegen de God van Israël, en Zijn geboden en Messias.' (K.H. Miskotte, S. Gerssen). Omdat Hij zelf ongrijpbaar is, vergrijpt men zich aan Zijn volk. Deze sluimerende Jodenhaat leeft daarom in elk onbekeerd mensenhart.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's