De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Huis van God en huis van David

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Huis van God en huis van David

VERBANDEN VAN BIJBELSE KERNWOORDEN

7 minuten leestijd

Als we niet op onze hoede zijn, ondergaat de bijbelse theologie hetzelfde lot als het vak geschiedenis op onze scholen. Dat is uiteengevallen in losse onderwerpen, die vooral actueel moeten zijn. Zo kon het gebeuren dat in een tv-programma Pim Fortuyn werd uitgeroepen tot de beroemdste Nederlander aller tijden. Daarmee verdrong de hang naar actualiteit het zicht op een eeuwenlange ontwikkeling. Met als gevolg dat je de gebeurtenissen uit het verleden niet meer met elkaar kunt vergelijken. De beoordeling van personen en feiten in historisch perspectief wordt dan een slag in de lucht. Verbrokkel daarom de bijbelse theologie niet in losse bijbelse begrippen, hoe actueel een bepaald thema op een gegeven ogenblik ook kan zijn. Voordat je er erg in hebt, verlies je de Bijbel als geheel uit het oog. In De Kleine Bijbelse Theologie wordt juist onze aandacht gevraagd voor de verbanden waarin bijbelse kernwoorden functioneren. Het tweede deel uit deze serie is pas verschenen. Prof. K. Deurloo uit de 'traditie' van de Amsterdamse school heeft het met twee andere auteurs geschreven.

Samenhangen
De Hebreeuwse Bijbel bestaat uit drie delen: de Wet, de Profeten en de Geschriften. De Heere Jezus zegt van de Hoofdsom van de Wet: aan deze twee geboden hangt de ganse Wet en de Profeten. God liefhebben en je naaste als jezelf - daarom draait het in de Bijbel.

De Wet zijn de Vijf Boeken van Mozes: Genesis tot en met Deuteronomium. De Profeten vallen uiteen in de Vroege en de Late Profeten.
Tot de Vroege Profeten behoren de boeken Jozua, Richteren, 1 en 2 Samuël, en 1 en 2 Koningen.
De Late Profeten worden gevormd door de drie Grote Profeten Jesaja, Jeremia en Ezechiël, en de Twaalf Kleine Profeten in de volgorde zoals wij die kennen: van Hosea tot Maleachi. De overige bijbelboeken behoren tot de Geschriften.

Het tweede deel van de Kleine Bijbelse Theologie gaat over de Vroege en Late Profeten. Wat is nu het nieuwe in de Profeten vergeleken met de Wet? Dat is het koningschap en de tempel. In het boek Richteren wordt het steeds meer als een probleem ervaren: toen was er geen koning in Israël. Iedereen deed maar wat goed was in eigen oog. Ook rondom de tabernakel ontstaan moeilijkheden. Ze beginnen met Hofni en Pinehas. Daarover lezen we in het volgende bijbelboek, 1 Samuel (want Ruth behoort tot de Geschriften).
Het keerpunt in de geschiedenis van de Vroege Profeten is de dubbele belofte van God aan David in 2 Samuel 7. Die belofte valt zelfs buiten het verwachtingspatroon van de profeet Nathan. Dit is nieuw! Nathan brengt de boodschap van deze belofte van God over aan David: u zult geen huis bouwen voor Mij, maar Ik zal een huis bouwen voor u. Daarbij heeft het woord 'huis' een dubbele betekenis. De eerste keer is de tempel bedoeld, de tweede keer het koninklijke geslacht van David, zoals wij nog steeds spreken over het Huis van Oranje.

Land, tempel en koning
Aan het slot van de Wet komt het volk van het verbond tot aan de grens van het land van belofte. Het wordt verkend, meer niet. Aan het begin van de Vroege Profeten geeft God het tot een erfdeel. Maar dat kan het niet zijn zonder het huis van God en het huis van David. Helaas functioneren die twee niet zoals God het wil. Dan gaat ook het land van belofte verloren. De Vroege Profeten lopen in 2 Koningen uit op de Babylonische ballingschap.
Heeft de Nathan-profetie daarmee haar betekenis verloren? Nee, want de Late Profeten kondigen haar vervulling aan in de eindtijd. Te beginnen met Jesaja: 'de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld worden op de top der bergen' (2:4), 'want: er zal een Rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï' (11:1).
Evenals de Wet staan ook de Profeten onder het teken van de voorlopigheid. We krijgen aan het slot van de Twaalf Kleine Profeten nog even een glimp te zien van de voorloper van de Messias, maar de Messias zelf is er nog niet.
In de Geschriften wordt dat nog duidelijker. Zij eindigen in 2 Kronieken midden in een zin: 'En hij trekke op ...' Dat de tekst hier midden in de zin wordt afgebroken, zien we, als we dit slot vergelijken met Ezra 1:3. Daar loopt de zin door: hij trekke op naar Jeruzalem dat in Juda is, en hij bouwe het huis des HEEREN, de God van Israël: Hij is de God Die te Jeruzalem woont. Ook het huis van God is er nog niet.
Er is geen land van belofte zonder het Huis van God en de Zoon van David. Maar zo'n Plaats zal er komen. Zelfs voor de volken (Mal.1:11).

De Schriften spreken voor zich
In de gereformeerde traditie is ons geleerd om Schrift met Schrift te vergelijken. Dat vloeit voort uit het sola scriptura. We houden ons alleen aan wat God ons zegt in Zijn Woord. Daar heb je genoeg aan om te kunnen leven tot eer van God en met het oog op je eigen zaligheid (Ned. Geloofsbelijdenis, art. 2).
In de bijbelse theologie gaan we nog een stapje terug. Dan letten we op de verbanden die de Bijbel zelf legt. Want de Schriften spreken voor zich. Dat is een kwestie van lezen en horen. Voor je zelf, zoals in Psalm 1. Het overdenken van de Wet dag en nacht doe je hardop. Of in het midden van de gemeente, zoals in Openbaring 1:3. Beide teksten zijn een zaligspreking. Zalig wie de Wet overdenkt! Zalig is hij die leest, en zijn zij die horen de woorden van deze profetie en die bewaren wat daarin geschreven is, want de tijd is nabij.

Punten voor verder gesprek
Dit tweede deel van de Kleine Bijbelse Theologie laat zien hoe de thema's koning en tempel functioneren in hun onderlinge samenhang. Dat is niet alleen leerzaam maar ook heilzaam. Laten we daar onze winst meedoen. Over details kun je misschien andere gedachten hebben, maar dat valt buiten het bestek van dit artikel. Er blijven in ieder geval twee punten over voor verder gesprek.
In de eerste plaats: Wanneer we uitgaan van de Schriften in de vorm zoals zij ons zijn overgeleverd, waarom worden dan de Vroege Profeten opgevat als de schakel tussen de Wet en de Late Profeten? Daarmee hangt samen dat de figuur van 'koning' en 'tempel' worden teruggeprojecteerd in de Wet. Dat is wel in lijn met de kritische inleidingswetenschap, maar moeilijk te rijmen met de benadering van de tekst zoals deze nu voor ons ligt. Dat laatste is om zo te zeggen toch het handelsmerk van de Amsterdamse school? De Hebreeuwse Bijbel begint met de Wet. De Profeten zijn daarop het vervolg. Zij laten ons zien dat er geen land van belofte kan zijn zonder het Huis van God en de Zoon van David. Gaat het in de bijbelse theologie om de beschrijving van de theologie van de Bijbel, dan houden we ons aan de bijbelse geschiedenis en vallen niet terug op een reconstructie van de geschiedenis van Israël. Dat geeft een mengvorm die de historicus evenmin kan bevredigen als de bijbels theoloog.
In de tweede plaats: De grondstructuren van de Hebreeuwse Bijbel komen niet goed uit de verf, omdat onduidelijk blijft in welke traditie de auteurs de Wet, de Profeten en de Geschriften, of delen daarvan zien functioneren. Want dat maakt het verschil. In het perspectief van het Nieuwe Testament is het Huis van God iets anders dan in het perspectief van de gemeenschap van Qumran. Elke stroming uit het vroege Jodendom heeft haar eigen canon. Een canon is het kader waarbinnen de interpretatie van een tekst zich voltrekt Anders gezegd: uit de canon van een traditie zijn de grondstructuren af te lezen voor haar interpretatie van 'haar' Bijbel.
Daarom is het slot van het boek onbevredigend. Het eindigt met een citaat uit De Leer van de Apostelen. In dit geschrift uit de vroege kerk (begin tweede eeuw) wordt Maleachi 1:11 en 14 in verband gebracht met de eucharistie. Op de 22ste zitting van het concilie van Trente is deze opvatting nog eens bevestigd. Loopt daar dan in de visie van de auteurs de bijbelse theologie van het Oude Testament op uit? Zeker de Epiloog is een onderwerp voor verder gesprek!

N.a.v. Karel Deurloo (met Evert van den Berg en Piet van Midden):
Koning en Tempel.
Uitg. Kok, Kampen; 239 blz.; € 22,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Huis van God en huis van David

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's