Heilshistorie en heilsorde
DOOP MET DE HEILIGE GEEST [2]
Probleemstelling
Is de doop met de Heilige Geest een aparte, extra ervaring boven de wedergeboorte of behoort zij wezenlijk tot de wedergeboorte? Die vraag werd in het vorige artikel opgeworpen. We hebben gezien dat volgens de evangelisch-charismatische visie de doop met de Heilige Geest een ervaring is, die na de wedergeboorte plaatsvindt Op basis van diverse teksten uit het boek Handelingen werd beargumenteerd dat de doop met de Heilige Geest volgt op het moment van wedergeboorte. De belangrijkste teksten zijn in het vorige artikel (kort) genoemd.
In dit artikel zullen we op grond van dezelfde teksten het omgekeerde beargumenteren. Bepaalde gebeurtenissen uit het zendingsboek Handelingen kunnen niet meteen normatief gesteld worden. We mogen heilshistorie en heilsorde niet met elkaar verwarren. Wat dat betekent, wordt straks duidelijk gemaakt.
Handelingen 1 en 2
Om welke teksten gaat het eigenlijk? Een eerste tekst die in deze kwestie een belangrijke rol speelt, is Handelingen 1:5. De Heere Jezus staat op het punt om naar de hemel op te varen. Hij beveelt de discipelen niet uit Jeruzalem weg te gaan, voordat ze de belofte van de Vader verkregen hebben, want, zo zegt Hij: 'Johannes doopte wel met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.'
Wat gebeurt hier precies? De discipelen geloven in de Heere Jezus, al heeft dat geloof veel twijfel en aarzeling gekend. En nog! Maar toch, geloof! De Kanttekenaren zeggen dat dit woord van Jezus tot vervulling komt op de Pinksterdag, wanneer de Heilige Geest over de discipelen zal worden uitgestort. De doop met de Heilige Geest verwijst dus naar Pinksteren. Daar zijn de meeste exegeten het wel over eens. Door de lijdende vorm: 'gedoopt worden in/met' wordt duidelijk dat dit dopen van God uitgaat. Tien dagen na Jezus' hemelvaart werd de Heilige Geest inderdaad uitgestort. Allereerst op de 120 mensen, die zich in de bovenzaal ophielden (Hand. 1:15). En door hun getuigenis kwamen er nog 3000 die op die ene dag tot bekering, zo lezen we in Handelingen 2:41. Nu goed opletten! Er is op de Pinksterdag sprake van 'twee groepen' mensen! Allereerst de groep van 120, biddend in de bovenzaal. Op hen wordt zichtbaar en hoorbaar de Heilige Geest uitgestort. Inderdaad, deze discipelen en volgelingen van de Heere Jezus ontvangen de vervulling en uitstorting van de Geest na het moment van hun wedergeboorte.
Maar nu de andere groep. Dat zijn de 3000 die door de prediking zo in het hart getroffen zijn dat capitulatie aan God de enige weg is. Letten we erop wat Petrus tegen hen zegt, nadat ze gevraagd hebben: 'wat zullen wij dan doen, mannenbroeders?' Het antwoord van Petrus (vers 38) valt eigenlijk in twee delen uiteen: 'Bekeert u en een iegelijk van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus tot vergeving van zonden.' Dat is één.
Het tweede is: 'gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.'
Van belang is dat we zien dat verlossing niet alleen 'negatief' redding van zonde en schuld en Goddelijke toorn is, maar ook wezenlijk een 'positieve' component heeft, namelijk het ontvangen van de Heilige Geest. De Geest, die in ons woont, ons leven vernieuwt en hervormt!
'Norm' voor vandaag
Met andere woorden: op het moment dat we in geloof het Woord omhelzen, Hem als onze Heiland erkennen en belijden, gebeuren er twee dingen: verlossing van onze schuld en tegelijk het ontvangen van Zijn Geest. Dat leert ons Handelingen 2. We moeten de woorden heilsgeschiedenis en heilsorde nu goed definiëren. Niet de groep van 120, maar de groep van 3000 (en later meer!) is 'norm' voor vandaag. Dat de 120 worden 'gedoopt' met de Heilige Geest een bepaalde tijd na hun wedergeboorte, is het (heilshistorische) gevolg van het feit dat ze de Pinkstergave (de Geest) niet konden ontvangen vóór de Pinksterdag. Pas met Pinksteren gaat de oudtestamentische belofte over de Heilige Geest (zie o.a. Jes. 32:15; 44, 3; Ez. 39: 8-29; Joël 2:28) in vervulling. Voorheen was de Heilige Geest uiteraard ook actief!
Zeker, in het Oude Testament is de Heilige Geest onophoudelijk bezig; in de schepping, in de openbaring, in het toerusten van mensen tot een speciale taak. Maar de 'uitstorting van de Geest' werd steeds in het vooruitzicht gesteld als een van de duidelijkste tekenen van het nieuwe tijdperk dat met Pinksteren aanvangt. Johannes de Doper staat precies op de grens: 'Ik doop u wel met water, maar Hij komt, Die sterker is dan ik ... Deze zal u met de Heilige Geest dopen en met vuur' (Luk. 3: 6).
Dat dopen met de Geest gebeurt met Pinksteren. Daarmee is Pinksteren een eenmalig en uniek gebeuren. De gedachte dat Pinksteren 'model' staat voor elke gelovige, alsof we 'ons eigen Pinksterfeest' moeten afwachten, wordt hiermee afgewezen. Heilsordelijk vallen wedergeboorte en de gave van de Geest samen.
Handelingen 8
Handelingen 8:5-17 is het tweede schriftgedeelte dat in dit verband aandacht vraagt. Ook hier valt geloof in de Naam van de Heere Jezus en het ontvangen van de Heilige Geest niet samen. Filippus (een van de zeven diakenen; Hand. 6:5) verkondigt in Samaria het evangelie. Met vrucht! Velen geloven en laten zich dopen (vs. 12). Dan gebeurt er iets vreemds. 'Als nu de apostelen in Jeruzalem hoorden dat Samaria het Woord Gods aangenomen had, zonden zij tot hen Petrus en Johannes' (vs. 14). Waarom is dit nodig? Twijfelt men aan de echtheid van het geloof in Samaria?
Sommige exegeten kiezen voor dit spoor. In Samaria was ook Simon de tovenaar actief. Dat zou kunnen betekenen dat men in Samaria weliswaar geloof had geschonken aan de woorden van Filippus, maar dat dit geloof nog niet zaligmakend is. Want dat komt pas na de komst van Petrus en Johannes. Dan pas vallen geloof en het ontvangen van de Heilige Geest samen. Toch is deze exegese zeer aanvechtbaar. Al was het alleen maar om het feit dat Lukas hier het gebruikelijke woord pisteuein (= geloven) gebruikt. Dit woord heeft op andere plaatsen bij Lukas altijd dezelfde betekenis, namelijk van waar, zaligmakend geloof. De waarachtigheid van het geloof stellen we daarom niet ter discussie. Waarom dan toch die discipelen vanuit Jeruzalem naar Samaria? Calvijn brengt het gebeuren in Samaria in verband met het koninkrijk van God (let op vs. 12: het evangelie van het Koninkrijk Gods). De Heilige Geest openbaart zich op een bijzondere manier in Samaria, zodat duidelijk wordt: ook hier regeert de Koning! Is het immers niet bijzonder dat juist in Samaria het evangelie niet alleen verkondigd, maar ook geloofd wordt? De relatie tussen Joden en Samaritanen was al sinds tijden uiterst gespannen (zie o.a. Joh. 4:4.9). In dat licht bezien is de komst van de apostelen vanuit Jeruzalem niet zo verwonderlijk. De evangelieverkondiging heeft een bijzondere mijlpaal bereikt nu ook in Samaria - overeenkomstig het zendingsbevel van de Heere Jezus (Hand. 1:8) - het evangelie omhelsd en beleden wordt. Volgens Calvijn wordt door het optreden van de apostelen de eenheid van de kerk benadrukt. Daarom - zo menen we - is het Gods bijzondere zorg geweest om met de gave van de Geest te 'wachten' tot de twee discipelen vanuit Jeruzalem in Samaria zijn aangekomen. Natuurlijk werkte de Heilige Geest voor die tijd ook. Hoe zou het Woord anders ingang hebben gevonden in de harten van de Samaritanen? Ook hier zien we dus dat het onderscheid heilsorde en heilshistorie van belang is. Vanwege bijzondere heilshistorische omstandigheden wordt de Heilige Geest pas 'later' uitgestort.
Handelingen 19
Handelingen 19 kan in dezen ook niet onbesproken blijven. Over deze passage zijn de meningen zeer verdeeld. Enige terughoudendheid is geboden. Als Paulus tijdens zijn derde zendingsreis in Efeze komt, ontmoet hij daar een aantal discipelen. Paulus vraagt aan hen of zij de Heilige Geest ontvangen hadden, toen zij tot geloof kwamen. Blijkbaar is ervoor Paulus een onlosmakelijk verband tussen het komen tot geloof en het ontvangen van de Heilige Geest.
Het antwoord van de discipelen is verbazingwekkend: 'Wij hebben zelfs niet gehoord of er een Heilige Geest is' (vs . 2). We kunnen ons eigenlijk niet voorstellen dat deze discipelen van Johannes niet van het bestaan van de Heilige Geest op de hoogte waren. Volgens L. Floor, die de vertaling van F.W. Grosheide volgt ('.. .we hebben zelfs niet gehoord, dat de Heilige Geest er is, d.i. gekomen is'), moeten we daarom concluderen dat deze discipelen in Efeze nog niet wisten wat er op de Pinksterdag in Jeruzalem voorgevallen was. Kennelijk hebben deze discipelen na hun ontmoeting met Johannes de Doper in een afgelegen gebied gewoond en waren ze daarom verstoken van het grote gebeuren dat op de Pinksterdag plaatsvond.
Nadat Paulus hen de handen heeft opgelegd, komt de Heilige Geest over hen en spreken zij met vreemde talen en profeteren. L. Floor ziet in Handelingen 19 dan ook duidelijk een aansluiting bij het gebeuren in Jeruzalem. Dus: geen herhaling, maar uitbreiding van Pinksteren!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's