Eendrachtig
'Deze allen waren eendrachtig volhardende in het bidden en smeken ...' (Handelingen 1:14a)
Verlangt u ook zo naar een opwekking? Wat zou dat heerlijk zijn, als het echt Pinksteren werd in Nederland. Als Gods Geest zou worden uitgestort over de kerk en over u en jou persoonlijk. Als van u en jou zou gelden: 'En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.'
Al het andere is eigenlijk maar godsdienstig surrogaat, mensenwerk. Eigenlijk vijandschap tegen God. Zonder die Geest zijn we een klinkend metaal en een luidende schel. Als de Heere Zijn Geest onthoudt, dwalen we ver af van Zijn waarheid. Als die Geest ons niet leidt, zijn we overgeleverd aan de leugen en de leugenaar. Als de Geest ons niet overtuigt, weten we niet eens echt wat zonde is. Dan houden we natuurlijk licht voor Goddelijk licht. De Geest is het Die levend maakt. Hij maakt Christus heerlijk voor ons. 'Die zal Mij verheerlijken en Hij zal het u verkondigen.'
Door die Geest gaat de Parel van grote waarde, Christus, schitteren voor het oog van onze ziel. Door die Geest worden we heilig verliefd op de Heere Jezus. Door die Geest komen we tot de volle zekerheid van het heil. Hij getuigt met onze geest dat we kinderen van God zijn en doet ons roepen: 'Abba, Vader.'
Door de Geest wandelen we oprecht en jagen we naar heiligmaking zonder welke niemand de Heere zien zal. Als Gods Geest ons vervult, zijn we voor niemand bang. Dan geven we met grote kracht getuigenis van de opstanding van Jezus Christus uit de doden. Die Geest leidt ons in alle waarheid en maakt ons bekwaam tot de taak waartoe God ons roept.
O, wat hebben wij Gods Geest toch nodig. Als de Geest ons niet leidt en regeert, laten we ons leiden door satan. Hij verkleedt zich als een engel des lichts. Alleen door de Geest beproeven we de geesten of ze uit God zijn.
Ons wordt hier de weg gewezen. De weg waarin de Heere Zijn Geest uitstort. Zolang we elkaar verbijten en vereten, bedroeven wij de Geest en blussen wij de Geest uit. Dan wordt het zo donker en geesteloos in de kerk. Dan vechten we elkaar de kerk uit. De wereld spot, de satan lacht. En wij geven oorzaak. Dan strijden we zogenaamd voor 'de zuivere waarheid' en de 'eer van God'. Maar we vergissen ons jammerlijk. We aanbidden onszelf, we strijden voor eigen gelijk en voor de eigen groep. We zijn verblind door ons eigen gelijk.
De Geest werkt geen verdeeldheid, maar eenheid.
De Geest werkt geen verbittering, maar liefde, zachtmoedigheid en verdraagzaamheid.
De Geest maakt ons klein, zacht en teer.
De Geest leidt in alle waarheid en doet ons de leugen en de dwaalleer haten.
De discipelen waren onderling zeer verscheiden. Maar het verlangen naar Gods Geest bond hun harten samen. Ze waren één in dat grote verlangen naar de uitstorting van de Heilige Geest. Dat had de Heere Jezus hen nog eens nadrukkelijk beloofd, voor Hij heenging. 'Gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal.' Die belofte geldt nog. Het is Pinksteren geweest.
'Ik zal Mijn Geest uitgieten op alle vlees.' Daarin zijn we toch één? In de belijdenis dat we zonder de Heilige Geest niets zijn en niets doen dan alleen maar tegenwerken. Wat ons ook scheiden kan, waarin we ook kunnen verschillen. We zijn toch één, als het goed is, in het verlangen naar de uitstorting van Gods Geest.
Dat onze jonge mensen vol worden van God en van Zijn liefde. Dat ze er niet meer van kunnen zwijgen. Dat onze ouderen met grote kracht en vrijmoedigheid getuigen van de hoop die in hen is.
Dat onze predikanten vol worden van de Heilige Geest. Zodat hun woord kracht doet en vrucht draagt in rijke mate. Zodat onze gemeenten mogen groeien en bloeien in aantal en diepgang.
Dat er van Gods kerk weer een goede reuk van Christus zal uitgaan. Een gezegende invloed op heel ons volksleven. 'Gij zijt het zout der aarde.' Ze waren eendrachtig aan het bidden om de Geest. Dat is ook de opdracht voor ons vandaag. Niet vechten, maar samen bidden en smeken om de Heilige Geest.
Het woord 'bidden' betekent hier eigenlijk 'missen'. Ze hadden niets, ze konden niets. Ze waren helemaal afhankelijk, echt voor honderd procent, van de Heilige Geest. Maar dat gemis maakte hen heilig actief. Ze bleven aan het smeken. Bedelen, vurig en aanhoudend. Ze konden de Heere niet loslaten. De zaak die hen beloofd was, was zo heerlijk, zo onmisbaar.
Weet u, weet jij, dat die belofte zelfs aan je voorhoofd verzegeld is, toen je werd gedoopt? Dat de Heilige Geest in je wil wonen en je tot lidmaten van Christus wil heiligen. Dat mag je moed geven. Dat moet je aansporen om net als de discipelen de Heere heilig lastig te vallen. 'Ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent.'
Ze hebben niet tevergeefs gebeden. Ze moesten wel wachten. Heilig actief, vol van verwachting en verlangen. Heel wat anders dan 'maar afwachten.' Nee, we kunnen nergens over beschikken. We blijven voor honderd procent afhankelijk. Maar Gods beloften falen nooit. En op Gods tijd is het gebeurd. 'Niet lang na deze dagen.' Niet om, maar wel op dit eendrachtig bidden en smeken, vervult de Heere al Zijn beloften.
Het is uiteindelijk nog maar even en de ganse aarde zal vol zijn van kennis des Heeren. De vijanden zullen voor eeuwig zijn weggedaan. En God zal alles zijn in allen. 'Kom, Heere Jezus, kom haastig!'
D.J. BUDDING, WAARDER
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's