De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dieper ingeleid in het heil

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dieper ingeleid in het heil

DOOP MET DE HEILIGE GEEST [3]

8 minuten leestijd

In dit laatste artikel proberen we tot een afronding en evaluatie te komen. In de voorgaande artikelen is de gedachte dat de doop met de Heilige Geest een extra ervaring is die na de wedergeboorte ontvangen wordt, afgewezen. Deze opvatting, die in evangelisch-charismatische kring breed opgeld doet, is op basis van de besproken teksten uit Handelingen niet te handhaven.
Schrijven wat het niet is, zonder (voorzichtig) een alternatief te bieden, is niet eerlijk. Daarom proberen we nu te ontdekken wat er volgens de Bijbel wel met de doop met de Heilige Geest bedoeld wordt. We zullen eerst ingaan op de term doop met de Heilige Geest. Verder proberen we vanuit de Schrift aan te tonen dat de wedergeboorte en de doop met de Heilige Geest op het allernauwst met elkaar verbonden zijn. Ten slotte trekken we een aantal lijnen naar de pastorale praktijk.

Terminologie
De term 'doop met/in de Heilige Geest' komt zeven keer in het Nieuwe Testament voor.
Vier keer uit de mond van Johannes de Doper, die het werk van de Heere Jezus beschrijft met de woorden: Hij zal dopen met de Heilige Geest (Matth. 3:11; Mark. 1:8; Luk. 3:16; Joh. 1:33).
De Heere Jezus zelf spreekt in Handelingen 1:5 ook over de doop met de Heilige Geest, als Hij verwijst naar het komende Pinksterfeest. Vervolgens noemt ook Petrus de doop met de Heilige Geest in Handelingen 11:16.
Ten slotte gebruikt Paulus deze uitdrukking in 1 Korinthe 12:13. Het is inmiddels al duidelijk geworden dat de doop met de Heilige Geest heeft plaatsgevonden op het Pinksterfeest en ook daarna. Het is de vervulling van de oudtestamentische profetie dat God Zijn Geest zou uitstorten 'op alle vlees'.

Nu hebben we in het voorgaande soms gesproken over 'gave van de Geest', dan weer over 'doop met de Geest'. Wanneer we de eerste twee hoofdstukken van Handelingen bestuderen, zien we dat de woorden 'gave', 'belofte', 'doop' en 'uitstorting' door elkaar worden gebruikt. We concluderen dat deze woorden synoniemen zijn. Hoewel de uitdrukkingen 'gave' en 'belofte' meer benadrukken dat de Geest geschonken wordt, terwijl 'doop' en 'uitstorting' meer het ontvangen van de Geest accentueren. We hebben al eerder gezien dat de doop met de Heilige Geest ons bepaalt bij een belangrijk aspect van de verlossing. Verlossing is niet alleen (negatief) het wegnemen van de zonde en schuld en het redden van de Goddelijke toorn, maar heeft ook een andere (positieve) component, namelijk het ontvangen van de Heilige Geest. We gaan daar nu iets dieper op in, om zo ook aan te tonen dat de Heilige Geest ons geschonken is in de wedergeboorte.
Voor alle duidelijkheid wijzen we er eerst nog op dat er in de Schrift een nauwe samenhang bestaat tussen wedergeboorte en geloof in Christus; we kunnen en mogen deze niet ten opzichte van elkaar verzelfstandigen. Door het geloof worden we wedergeboren. Met enige voorkeur hanteren we nu de term wedergeboorte, omdat juist daarin Gods herscheppende werk in het hart van de mens het volle gewicht krijgt.

Wedergeboorte
Wedergeboorte is geboorte van Boven. Onmogelijk voor mensen, maar mogelijk bij God door Christus door Zijn Heilige Geest! (Joh. 3:4-6).
Het is de Heere Jezus zelf die in Johannes 3 Nicodemus en ons wijst op de levensnoodzakelijkheid van het wederom (van Boven) geboren worden. Goed om opnieuw te benadrukken dat hier geloof en wedergeboorte onlosmakelijk verbonden zijn. In Johannes 3 wordt de wedergeboorte strikt verbonden met het werk van de Heilige Geest. Wedergeboorte is het (herscheppende) werk van de Heilige Geest! Vanuit Handelingen 2 leerden we dat de doop met de Heilige Geest niet los te koppelen is van Christus en Zijn Middelaarswerk. De Geest kon niet worden uitgestort vóór het Pinksterfeest (heilshistorie).
Verder: de doop met de Heilige Geest wordt ons gegeven in de weg van geloof en bekering (heilsorde). Letten we erop dat in Romeinen 8 het 'in Christus zijn' hetzelfde is als 'in de Geest' zijn. Allen die door Gods Geest geleid worden, zijn kinderen Gods. En in Galaten 4:6: 'En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba Vader!'
De Geest is ons dus van meet af aan geschonken met dat we Christus in het geloof omhelzen. 'Maar zo iemand de Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.' (Rom. 8:9) We mogen de doop met de Heilige Geest betrekken op de verzegelende werking van de Heilige Geest, waar Paulus over schrijft in Efeze 1:13-14: 'In Welke gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte; Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregen verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid'. Zo gezien kunnen we ook inhoudelijk nog iets toevoegen: de doop met de Heilige Geest is dus geen extra, een plus die ons bovenop de wedergeboorte geschonken wordt. Maar de doop met de Heilige Geest wijst ons wel op een extra dimensie. Zij die door wedergeboorte opnieuw zijn geboren, kind zijn geworden van de hemelse Vader, worden door de geschonken Geest dieper ingeleid in de heilsgeheimen. Ds. C. den Boer schreef ooit in dit verband (doop met de Heilige Geest): 'Geen plus in de zin van een extra gift, los van het voorgaande (bedoeld wordt: bekering en geloof), maar een uitbouw en doorbraak van wat er reeds was door de krachtige werking van de Pinkstergeest. Het kind wordt een man in Christus'.

De Heilige Geest die ons gegeven is (Rom. 5:5), zal ons Christus meer en meer openbaren, zodat we Hem dieper gaan kennen. Christus en Zijn weldaden zijn ons in het geloof geschonken. Artikel 22 van de NGB is hierin duidelijk genoeg: 'Wij geloven dat ... de Heilige Geest in onze harten ontsteekt een oprecht geloof, hetwelk Jezus Christus met al Zijn verdiensten omhelst, Hem eigen maakt, en niets anders meer buiten Hem zoekt ... Nu, dat men zeggen zou, dat Christus niet genoegzaam is, maar dat er nog benevens Hem iets meer toe behoeft, ware een al te ongeschikte godslastering; want daaruit zou volgen, dat Christus maar een halve Zaligmaker ware ...' De Heilige Geest moet ons wel gaan leren welke dingen ons (in Christus) geschonken zijn' (1 Kor. 2:12). Dat is een leerproces, waarin de Heilige Geest ons dus niet alles op één dag leert, maar gaandeweg. Is dat ook niet het verlangen van hem of haar die door het geloof met Christus verbonden is? Hem meer en dieper leren kennen?

Pastorale praktijk
We begonnen de artikelen met de constatering dat er met name vanuit de evangelisch-charismatische bewegingen een sterke nadruk valt op de persoon en het werk van de Heilige Geest. Er wordt in dat verband nogal nadrukkelijk geschreven en gesproken over: meer van de Geest, groeien in het geloof, intieme(re) relatie met God enzovoort. Een 'gevaar' dat daarin schuilt, wordt treffend verwoord in het artikel van CV.Koers (oktober 2004) met de sprekende titel: Help, ik ervaar niks! Sommige mensen lijken veel te beleven met God. Maar wat als je daar alleen maar onzeker van wordt, want is jouw geloof dan niet goed? Of als je er wel naar verlangt en ook je best doet, maar je ervaart gewoon niks? We komen deze hartenkreet in het pastoraat nog wel eens tegen. Gevoelens van teleurstelling en frustratie. Als ik niets ervaar, is er dan ook niets? Eenzijdige (en voor je gevoel soms drammerige) nadruk op het feit dat je moet groeien in je geloof, kan verlammend en verstikkend werken. Heiliging wordt een werk in plaats van een gave. Juist in deze situatie kan de notie dat Gods Geest ons in het geloof geschonken is en dat die Geest in ons vernieuwend en heiligend werken wil, bevrijdend uitwerken. Verlost van de kramp.
En toch is het oprechte verlangen legitiem. Een verlangen naar een krachtige (uit)werking van de Heilige Geest in het persoonlijk geestelijke leven en in het leven van de gemeente. Geboden zelfs. Maar hoe dan? Vragenderwijs stelde ds. C. den Boer in dit verband ooit: 'Zou de oorzaak, waarom het in de gemeente niet tot een doorbraak komt en waardoor het geestelijke leven vaak beneden pinksterniveau blijft, ook kunnen liggen in het feit, dat de zonde(n) onvoldoende en niet radicaal in de prediking aan de orde komt?' Psalm 51 is daarbij een goede illustratie. 'Schep mij een rein hart, o God! En vernieuw in het binnenste van mij een vaste geest. Verwerp mij niet van Uw aangezicht en neem Uw Heilige Geest niet van mij. Geef mij weder de vreugde des heils, en de vrijmoedige geest ondersteune mij.'
Vernieuwing van de kerk kan slechts geestelijke vernieuwing zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Dieper ingeleid in het heil

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's