Dringend een reveil nodig
OPENINGSWOORD JAARVERGADERING 2005
Broeders en zusters,
De afgelopen jaren waren vol van kerkelijk verdriet. Nu staan we bij de rafels van ons kerkelijk leven. We staan bij de puinhopen. Alle zelfverzekerdheid verstomt. Alle zelfgenoegzaamheid verbleekt. Juist de kring die zegt dat ze de waarheid wil verbreiden en wil verdedigen, brak op de kerkorde, op de fusie van de kerken. Die breuk trekt diepe sporen. Gesprekken en pers worden er door beheerst. De boodschap van het heilig evangelie wordt er door overschaduwd, de gang van het Koninkrijk Gods erdoor belemmerd.
We kunnen niet doen alsof er onder ons niets gebeurd is. We zetten ons daar niet zomaar overheen. Schade aan de zaak van onze Koning. We hebben reden voldoende om tot onszelf in te keren. Het is niet zo moeilijk om oorzaken bij de kerk te zoeken. U vindt het wel goed dat ik dichter bij huis blijf. Dat ik met u nadenk over de woorden van Daniël. 'Wij hebben gezondigd ...'
Kiemkracht
Ik denk niet alleen aan de scheuring. Ik meen dat wij een groot gevaar lopen het diep ootmoedig leven met de Heere te verliezen. Dat we de grote, diepe Traditie van het ootmoedig leven met de Heere dreigen te verliezen. Naast de verdediging van de waarheid, de overeenstemming met de belijdenis, was een grondtrek van de gereformeerde beweging het leven in de vreze des Heeren. We waren ervan doordrongen zondaar voor God te zijn. We waren ervan doordrongen dat alleen de genade van de Heere ons redt. Zalig worden is een wonder, een heerlijk wonder van God. Dat besef dat het alleen Gods werk is ... dat daarom zalig worden een wonder is, dat leefde. Dat hield onder ons het gebed voor de kerk levend. Omdat de Heere ons heeft liefgehad, daarom kan het ook voor de ander in de kerk die dwaalt, soms ernstig dwaalt.
Nee, de kerk is geen optelsom van individuele gelovigen. Die visie past daar niet bij. Ons geloofsleven was diep geworteld in de rechtvaardiging van de goddeloze. Dat kleurde ook diep ons kerkelijk besef. Daarom konden we leven in de kerk. In haar midden trok de Heere de sporen van Zijn verbond, van Zijn genade. Al was de kerk in diep verval, verbond is als een zaad dat eeuwen sluimert maar dat een diepe kiemkracht heeft.
Ootmoed
Ik sprak over een geding dat wij met de kerk hebben. We moeten ernst maken met het bijbelse gebod om dwaling in leer en leven te verwerpen.
Maar, dat kan alleen als we terugkeren tot de waarachtige ootmoed van het verslagen hart, waarin we schuld belijden. Over onze hoogmoed tegenover elkaar en tegenover de kerk. Over de geesteloosheid in onze gesprekken, in ons leven. Het gebrek aan verborgen omgang met de Heere. Wat heeft de kerk aan een hervormd-gereformeerde beweging, als we zelf niet leven uit het wonder van de vergeving, de rechtvaardiging van de goddeloze, de trouw van Gods verbond?
Als we niet voortdurend komen aan de voet van het kruis, waar we de barmhartigheid van God onze Zaligmaker vinden.
De waarheid verbreiden en verdedigen dat is meer dan ooit nodig. Nu binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Maar, wij hebben niets te verbreiden en we hebben niets te verdedigen, als we er zelf niet in het geloof uit leven. Als de gloed van de liefde niet door ons belijden en getuigen trekt.
Zijn we ervan doordrongen dat juist in deze situatie dringend een reveil nodig is? Een nieuwe gehoorzaamheid aan de Heere. Ootmoedig gebed waarin we schuld belijden over onze ontrouw aan de kerk, onze schuld tegenover de kerk, onze schuld tegenover de Heere! Als Mijn volk zich schuldig kent, dan zal Ik aan Mijn verbond gedenken. Wat kan de kerk gezegend worden als hervormd-gereformeerden leven uit het geloof dat we belijden en daarvan midden in de kerk getuigenis afleggen. Als we verder gaan in ootmoed en in gehoorzaamheid. In gebed en in verantwoordelijkheid. Deze vroomheid zoeken we onder ons. Deze vroomheid vragen we aan onze leden, aan onze kerkenraden, aan onze predikanten.
Niet vanzelfsprekend
Wat moet er worden van de kerk met al haar ziekten en met al haar dwalingen? De kerk waar u en ik bij horen, waar we deel van uit maken. Wat moet er van haar worden?
Is er wel hoop voor haar? Wat moet er van ons worden in deze kerk? De Heere kan toch de kandelaar wegnemen uit de kerk! Uit onze gemeenten! Uit ons leven! Dat kan toch? 'Ik zal heengaan en terugkeren tot Mijn plaats ...' Of, houdt u daar geen rekening mee? Automatisme past niet in het woordenboek van de Geest. Ook vandaag niet!
Vanzelfsprekendheid vloekt met genade. Ook vandaag. Een beroep op Gods verbond is en blijft een roep uit de diepte. 'Als zij zich schuldig zullen kennen, dan zal Ik aan Mijn verbond gedenken.'
Genoeg daarover! Want het woord genade is gevallen. Het is genade om bij de kerk te horen. Vindt u niet? Al is het een kerk in gebrokenheid. Maar, dat is de kerk hier op aarde altijd. Genade dat je bij de kerk mag horen, want daar klinkt het Woord van God! Velen hebben de kerk verlaten. De Heere echter niet. Daarom kunnen wij er ook zijn. In al haar armoede is de kerk toch rijk. Ze heeft de Schriften, Gods Woord wordt er gehoord.
Hebben we dan geen geding meer met de kerk? Jawel! Wij roepen haar en onszelf op tot de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan Christus in leer en in leven. Tot het helder en krachtig getuigenis van de ene Naam, Die on-
Op dinsdag 24 mei vond in Putten de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond plaats. De daar gehouden inleidingen hopen we binnenkort in ons blad te plaatsen.
Vandaag nemen we het openingswoord van ds. G.D. Kamphuis op.
RED. DE WAARHEIDSVRIEND
der de hemel is gegeven waardoor wij zalig moeten worden. We roepen haar op dat op geen enkele manier in spreken en handelen te verzwijgen.
Om geen compromis te sluiten met de dwaling die haar voortdurend bedreigt. Om tegen alle wind van leer in - ook in haar midden - getuigen te zijn van Wet en Evangelie. Want de waarheid is geen kwestie van voorkeur, geen kwestie van keuze, maar van leven en van dood, van hemel en van hel. Daarover moeten we het samen hebben in de kerk, zodat de kerk leeft. Zo heeft de kerk een profetische boodschap voor ons volk in deze tijd.
Bruidsgestalte
De Heere gaat in deze wereld Zijn stille gang. In die gerafelde kerk die in al haar schamelheid door de wereld trekt, is toch iets kostbaars. Onder de schamelheid en gebrokenheid is de bruid van Christus verborgen. Soms gaat die bruidsgestalte helemaal schuil achter vervolging, achter welvaart, achter dwaling en schuld. Soms zien we alleen maar het instituut.
Maar, ineens klinken de woorden van de Heere: 'Ook heb Ik in Israël doen overblijven zeven duizend, alle knieën die zich niet gebogen hebben voor Baäl, en alle mond die hem niet gekust heeft.' De bruidsgestalte van de kerk. Er is geloof voor nodig om dat te zien.
Er is geloof nodig om zo de kerk te lief te hebben en de gemeente lief te hebben.
Luther zegt: 'God is voor ons, wat wij van Hem verwachten.' Dat geldt ook voor de kerk, voor onze plaats in de kerk. Na Pinksteren hebben we hoop op de kracht van de Geest van God. Want Christus heeft Zijn bruid lief, in het midden van de kerk. Mag ik u vragen om ook zo naar de kerk te kijken? We zoeken niet het failliet van de kerk, we zoeken haar leven.
De kerk gaat een weg, de Heere heeft er Zijn hand in, al weten wij niet hoe. Ik vraag uw gebed voor het zaad dat sluimert. We bidden de God van het verbond dat het in rijke mate ontkiemt. Zodat ook de Protestantse Kerk leven zal door de kracht van Gods Geest in gehoorzaamheid aan haar Heere en Koning.
G.D. KAMPHUIS, AMSTELVEEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's