Door wegen van ontmoediging
VOLHARDING IN HET LEVEN VAN DE PREDIKANT (1)
Klopt het niet dat veel van Gods knechten een groot en onwankelbaar geloof hebben? En volharden niet alle profeten en apostelen in triomf tot het einde? Luister maar eens naar hen!
'Och, dat wij toch tevreden geweest en gebleven waren aan gene zijde der Jordaan!' Dit is Jozua, de grote leider van het volk Israël (Jozua 7:7).
'(Hij) kwam en zat onder een jeneverboom, en bad, dat zijn ziel stierve, en zeide: Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.' Dat zegt Elia, de grote, volhardende profeet van Israël (1 Kon. 19:4).
'Och, dat mij iemand vleugelen als ener duive gave! Ik zou heenvliegen, waar ik blijven mocht. Zie, ik zou ver wegzwerven, ik zou vernachten in de woestijn. Ik zou haasten, dat ik ontkwame...', zegt David, de door God beminde en grote Messiaanse koning (Ps. 55:7-9).
'(...) des HEEREN woord [is mij] de ganse dag tot smaad en schimp.' Dat is Jeremia, de grote aartsvader en trouwe profeet (Jer. 20:8).
'Wij (zijn) uitnemend zeer bezwaard geweest boven onze macht, alzo dat wij zee in twijfel waren ook van het leven (...) Zo heeft ons vlees geen rust gehad, maar wij waren in alles verdrukt: van buiten strijd, van binnen vrees.' Dat zegt Paulus, de bijzondere zendeling, het voorbeeld van christelijke toewijding (2 Kor. 1: 8 en 7:5).
'(Hij) begon droevig en zeer beangst te worden. Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe. (...) Kunt gij dan niet één uur met Mij waken?' Dat, en laten we het met alle eerbied zeggen, zegt Jezus, de Zoon van God en volmaakt Mens (Matth.26:37, 38, 40).
Zij allen zijn door wegen van ontmoediging gegaan. Zij allen hebben de verleiding gevoeld om hun ambt neer te leggen. Ja, zelfs Jezus: 'Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan' (Matth.26:39). Zij allen zijn met ontferming bewogen over u en mij, in al onze strijd en onze mislukkingen, in al onze vurige wensen om standvastig te blijven in de taak die God geven heeft.
Groeiende bezorgdheid
Enkele jaren geleden is er een enquête gehouden, voornamelijk onder de Vrije Evangelische Gemeenten in Engeland. Men wilde weten hoeveel predikanten na de eerste jaren doorgegaan zijn in hun ambt in hun plaatselijke kerk, en voor hoe lang. De resultaten waren alarmerend. Een relatief hoog percentage predikanten had óf het kerkelijk werk na enkele jaren verlaten óf was in een of andere para-kerkelijke organisatie gaan werken. Tegelijkertijd is er een groeiende bezorgdheid in de gereformeerde en evangelische kerken over het steeds dalende aantal studenten dat zich op het predikantschap voorbereidt aan bijbelse instituten en theologische faculteiten. Dat wil niet zeggen dat er geen studenten aan onze faculteiten en instituten zijn.
God zij dank voor het succes van het wereldwijde zendingswerk van de laatste twee eeuwen.
God zij dank voor de duizenden Afrikanen en Indiërs, Koreanen en Brazilianen die zich voorbereiden aan onze scholen en instituten.
In Frankrijk heeft u hetzelfde voorrecht met uw Congolezen, Senegalezen, Madagasken, Cambodjanen, Haïtianen en Antillianen. Maar dat alles neemt niet weg dat het aantal kandidaten in onze eigen landen terugloopt, enkele opvallende uitzonderingen daargelaten. Het is evenmin erg bemoedigend te weten dat de situatie aan liberale en katholieke faculteiten over het algemeen nog erger is.
Tijdens de jaarlijkse Colloque Biblique Francophone (de voormalige Pastorale de Dijon) sprak Rev. John M. McPherson vorig jaar over De volharding in het leven van de predikant. Ds. McPherson was vele jaren als zendeling werkzaam in Peru, waar hij goede relaties met de GZB onderhield vanuit de Free Church of Scotland. Omdat zijn bijdrage ook betekenis heeft voor hen die de kerk niet als predikant dienen, plaatsen we deze in enkele afleveringen. Laurien Wisse uit Waarde (Zld), studente/lerares Frans, zorgde voor de vertaling.
RED. DE WAARHEIDSVRIEND
Waarom bestaat toch het probleem van volharding in het ambt? Alvorens enkele redenen nader te bezien, wil ik stellig beweren dat er mannen zijn die om goede redenen, of het nu als predikanten of als oprichters van nieuwe kerken is, het plaatselijk ambt neergelegd hebben. God heeft: hen in Zijn soevereiniteit geroepen om les te gaan geven aan theologische faculteiten, om voor de radio of de televisie te gaan werken, om als predikanten in ziekenhuizen, gevangenissen of in het leger te werken, om de verspreiding van de Bijbel of van christelijk publicaties te bevorderen, etc., of om in wat voor werk dan ook te getuigen van Christus.
Maar voor vele anderen zijn de redenen niet zo eenvoudig. Ik zal ze onder vier kopjes samenvatten, zonder op dit moment in te gaan op de manier waarop een predikant op deze problemen moet reageren.
1. Financiële problemen
Er zijn predikanten die jarenlang geprobeerd hebben om van een te laag salaris te leven, en die zich misschien in de schulden gestoken hebben, die uiteindelijk besluiten om beter betaald werk te zoeken. Moet men dit deze predikanten kwalijk nemen?
Nehemia 13 vertelt ons het verhaal van de Levieten die hun plichten in de tempel verzaakt hebben en teruggekeerd zijn naar de akkers van hun voorvaderen om die te gaan bewerken. Wat doet Nehemia als hij dit ontdekt? Verplicht hij de Levieten terug te keren en berispt hij hen dat ze hun heilige plichten verzaakt hebben? Verre van dat! 'En ik twistte met de overheden en zeide: Waarom is het huis Gods verlaten (...)? Toen bracht gans Juda de tienden (...)' (Neh. 13:11, 12). De Levieten moesten hun hongerende gezinnen voeden, maar zij die beloofd hadden hen te onderhouden, hadden jammerlijk gefaald.
Verscheidene jarenlang ben ik leraar en vervolgens directeur geweest van het Evangelisch Seminarie in Lima, Peru. Hoeveel malen werden we bedroefd, toen we hoorden dat onze oud-studenten niet meer als predikant werkzaam waren, sommige van hen waren geëmigreerd, voornamelijk naar de VS. Maar wat ons vaak nog meer bedroefde, was het feit dat de kerken die beloofd hadden hen te steunen, dat niet gedaan hadden. Er waren maanden dat de predikanten hun traktement niet ontvingen. Soms verwachtte de kerk dat de predikant zelf de kosten van de kerk betaalde van zijn (niet bestaande) loon. Jazeker, de mensen waren arm, maar als ze trouw hun tienden gegeven hadden, was het verdriet van een onvermijdelijke scheiding beide partijen bespaard gebleven.
Ik moet bekennen dat er predikanten zijn aan wie nooit een hoog salaris beloofd was, die vast geloofden dat God hen geroepen had en dat Hij, naar de rijkdom in Jezus Christus, in al hun behoeften zou voorzien, die het uiteindelijk toch opgegeven hebben. Ze geloven dat ze genoeg offers gebracht hebben, hun gezinnen hoeven er niet meer onder te lijden door zich van alles te moeten ontzeggen, terwijl andere gezinnen in de gemeente al deze problemen niet hebben. Ze getuigen nog wel van Christus, maar ze volharden niet in het predikambt De kerk moet zichzelf maar zien te redden of een andere predikant zoeken.
2. Relatieproblemen
Hierbij denk ik vooral aan de relatie tussen de predikant en zijn gemeente. Zij moeten van één gevoelen zijn in de Heere, en, God zij dank, is dat ook vaak zo. Maar soms heeft de predikant te maken met een gebrek aan steun. De diakenen geven niet graag een euro méér aan de predikant en willen alles aan de gebouwen of aan het algemene kerkenwerk besteden. Soms maken de ouderlingen de predikant duidelijk dat zij de baas zijn en dat de predikant zich moet aanpassen aan hun wijze van aanpak.
Ik herinner me dat veertig jaar geleden de grootste bijbelgetrouwe kerk in Lima enkele jaren zonder predikant geweest was. Uiteindelijk hebben ze een predikant beroepen die erg bekwaam was in het evangelisatiewerk. Je zou denken dat alles goed zou verlopen. Maar spoedig kwamen de spanningen. De ouderlingen lieten de predikant weten dat hij alleen met hun toestemming aan de kerkenraadsvergaderingen mocht deelnemen. Hij mocht preken, evangeliseren en bezoeken afleggen, maar belangrijke beslissingen nemen was hun zaak. Het waren allemaal goede christenen, maar verbaast het u dat de predikant is afgetreden, wat veel bitterheid en verdriet met zich meebracht?
Soms is de predikant gebonden aan een extreem conservatisme van een kerk, dat elke poging om geliefde gewoonten te veranderen, beschouwt als een aanval op de waarheid van de Schrift. Als gevolg geeft de predikant de strijd uiteindelijk op en vertrekt.
Of misschien zijn er zulke ernstige onenigheden tussen de leden van de kerk onderling dat het geestelijk leven dreigt weg te kwijnen. Na enkele vergeefse pogingen van de predikant om de vrede te herstellen, kan hij het niet langer verdragen. Bedroefd en zelfs met een zekere verbittering vertrekt hij en wil misschien het ambtswerk niet meer op zich te nemen.
Maar er moet ook gezegd worden dat de predikant soms niet heeft geleerd om goed met andere mensen om te gaan. Hij beseft niet dat elke kerk een microkosmos van de maatschappij is, waar altijd moeilijke mensen, pietlutten en egoïsten zullen zijn, zelfs onder christenen. De predikant kan zelf autoritair, koppig en hard zijn; is het dan vreemd dat de kerk scheuren gaat vertonen en kleiner wordt? Volharding? Wie interesseert zich voor volharding? De kerk popelt van ongeduld om van zijn predikant af te komen, terwijl deze zelf druk op zoek is naar een andere kerk. Helaas zal hij uiteindelijk ook in die kerk weer verdeeldheid brengen; zó overtuigd van zichzelf dat, als de mensen zijn lijn maar volgden, het wel goed zou komen met de kerken.
3. Ontmoedigingsproblemen
Wie heeft er geen ontmoedigingen gekend in het predikantschap? U heeft in de loop der jaren trouw het Woord bediend. U en uw kerk hebben lang en vurig gebeden. U heeft allerlei evangelisatiewerk geprobeerd in overeenstemming met de Schriften. U heeft zich krachtig vastgehouden aan alle bijbelse beloften over de onweerstaanbare kracht van Gods Woord. Maar er gebeurt niets. Misschien belijden één of twee mensen dat ze bekeerd zijn, maar ze volharden niet. Zij die onophoudelijk gebeden hebben, worden zwak en sterven. Verscheidene van uw meest actieve leden verhuizen en uw kerk moet ze missen. De kerk van zestig leden waarvan u een visie had dat ze tot meer dan honderd leden uit zou groeien, heeft nu nog maar veertig leden, van wie het merendeel ouderen zijn. Het lijkt over het algemeen een verloren zaak. En u vraagt zich af of het de moeite waard is om door te gaan. Als er zulke dingen gebeuren, kan een predikant zich afvragen of God in Zijn soevereiniteit deze kerk nog wil zegenen. Heeft Hij besloten de kandelaar weg te nemen, zoals Hij dat bij de Noord-Afrikaanse kerk heeft gedaan?
Een predikant kan ook zijn roeping in twijfel trekken. Misschien heeft hij zich vergist, toen hij dacht dat God hem tot het predikambt riep. Laat zijn overduidelijke mislukking niet zien dat hij daar nooit had moeten zijn? Is dit niet het moment om te vertrekken, in de hoop dat iemand anders het beter zal doen?
Soms leidt een gebrek aan resultaat tot een schuldgevoel van de predikant, die zich hiervoor persoonlijk verantwoordelijk voelt. Ontmoediging wordt depressie en de enige optie die overblijft, is het ambt neerleggen, blijvend neerleggen, wat hem de mogelijkheid ontneemt om een ander pastoraat op zich te nemen.
4. Morele problemen
'Die meent te staan, ziet toe dat hij niet valle.' Abraham zou daar in Egypte aan hebben moeten denken. David op het dak van zijn paleis en Petrus in Antiochië zouden daaraan hebben moeten denken. En er zijn predikanten die dit moeten bedenken. Een gebrek aan waakzaamheid en gebed; tot anderen preken en niet tot zichzelf. Een hoogmoedig hart ten opzichte van eigen moreel vermogen of christelijke ervaring - en satan overwint Dan komt de schaamte. De zonde tegen de zaak van Christus, twijfel over een nieuwe christelijke bediening in de toekomst Volharding? Dat is alleen nog maar een verloren illusie.
JOHN M. MCPHERSON
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's