De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

Afgelopen zaterdag werd in Elspeet een conferentie gehouden over Bijbelvertalen. De conferentie stond onder de naam Breukelmannianum, naar de theoloog Frans Breukelman. Daarbij ging het ook over de Luthervertaling. Ondergetekende hield een co-referaat bij een lezing van prof.dr. R. Reeling Brouwer (Kampen) over De Luthervertaling en de Calvinistische vertaaltraditie. Het ging Luther meer om de bedoeling dan om de letterlijke tekst.

* Hier volgt uit het referaat van Reeling Brouwer: Luthers verantwoording
n.a.v. toevoeging van het woordje Sola, alleen, in Rom. 3: 8:

'De aanleiding tot Luthers verantwoording van zijn vertaalmethode vormt de klacht, dat hij in Rom. 3:28 het woordje 'sola' (door het geloof 'alleen') heeft ingevoegd, uitsluitend om zijn eigen rechtvaardigingsleer daarop te kunnen baseren. Niet zozeer aan zijn tegenstanders, maar ter wille van zijn (denkbeeldige) adressaat wil hij wel uitleggen waarom dit Duitse woordje 'allein' (dat hier in het Latijn trouwens eerder 'solum' of 'tantum', 'slechts' zou luiden) heeft ingevoegd. Hij wist heus wel, zo verzekert hij de lezer, dat dit woordje er zo niet staat in de Griekse of Latijnse tekst - die hij, groot geworden met de Vulgaat - de Latijnse bijbelvertaling van de kerkvader Hieronymus, (v.d.G) - als hij was, altijd beide voor ogen had!), dat hoeven die ezelskoppen die naar de vier letters van het 'sola' staren als een koe naar een pas geplaatst hek, hem heus niet te vertellen. Maar zij zien niet, dat het woordje in overeenstemming is met de bedoeling (de 'Meinung') van de tekst en als je hier krachtdadig wilt 'verteutschen' (= 'verdeutschen'), dan hoort dit woord er in! Het is alsof we hier Luther op zijn wijze het beginsel horen verwoorden, dat ook Hieronymus tot leiddraad had genomen bij zijn werk aan de Vulgaat: 'wat we (van een tekst) begrepen hebben brengen we tot uitdrukking, waarbij we soms liever de waarheid van de betekenissen dan de (volgorde van de woorden trachten te behouden'. Het is de bedoeling van de vertaler, om zo goed mogelijk in (in dit geval: het Duits) weer te geven wat in de oorspronkelijke tekst is bedoeld. Welnu, vervolgt Luther, het ligt in de aard van de Duitse taal dat je, als het om twee dingen gaat waarvan het een wordt aangeprezen en het andere afgewezen, het woordje 'alleen' toevoegt aan 'niet' of 'geen'. Je zegt bijvoorbeeld: 'de boer brengt alleen koren en geen geld', of: 'ik heb alleen gegeten en nog niet gedronken', of: 'heb je het alleen opgeschreven en niet overgelezen? ' (en daarom bij deze schriftplaats dus: 'een mens wordt niet rechtvaardig door de werken van de wet, maar alleen door het geloof). Je kunt in het Duits dit woordje 'alleen' wel weglaten, maar het wordt er dan niet duidelijker op en geen echt Duits. Kortom: je moet niet aan de letters van het Latijn vragen, hoe je Duits moet spreken, zoals die ezels (= de paapsen) doen' - let op: Luther verzet zich hier dus allereerst tegen een kunstmatig volgen van het vertrouwde klerikale Latijn, want daar ligt zijn front, veel meer dan bij een vertaling vanuit de Griekse grondtekst - , 'maar je moet het vragen aan een moeder in huis, aan de kinderen op straat, aan de gewone man op de markt en erop letten, hoe zij praten en daarnaar vertalen, dan verstaan zij het en dan merken ze dat je Duits met hen spreekt'.'

* De kortste tekst uit de Bijbel 'Jezus weende' (Joh. 11:35) vertaalde Luther met 'Und Jesu gingen die Augen über'. Zo in de zin van: waar het hart vol van is, loopt het oog van over.

Zelf gaf ik onder andere aandacht aan de Liesveltbijbel, de Nederlandse vertaling, die op de Lutherbijbel is gebaseerd. Ik refereerde daarbij aan wat prof.dr. C.C. de Bruin daarover zei.
'Bij die Hertaling nodigt De Bruin ons uit Psalm 13 hardop te lezen. Ik doe dat op zijn verzoek:

Wt der dyepten roepe ic HERE tot u. HERE hoort mine stemme, laet uwe ooren mercken op de stemme mijns smeekens. Ist dat ghi acht wilt hebben op misdaet, HERE wie sal staende bliven? Want bi u is vergevinge, opdat men u vreese. Ic verwachte den HERE. Mine siele verwachtet, ende ic wachte op zijn woort. Mijne siele wachtet op den HERE, van der eender morgenwake totter andere. Israël wachte op den HERE, want goetheyt is bi den HERE ende vele verlossinge bi hem. Ende hi sal Israël verlossen, wt alle zijnder misdaet.'

De Bruin zegt ervan: 'In volheid en gedragenheid van klank, in eenvoud en directheid van zegging steken zij (de vertalingen, v. d. G.) dankzij Luther ver uit boven de meeste vertalingen uit vroeger eeuwen'. Het tijdperk van de aan de Vulgata gebonden overzettingen is voorgoed afgesloten. 'Een nieuwe bijbel breekt zich baan en plant zich in de harten van alle evangelisch-gezinden'. Let wel: in de harten, vroomheid-bepalend.(...)
Kuyper schreef van de Liesveltbijbel: 'Die bijbel is het over wiens bladen onze vaderen hunne tranen geweend, hunne bange zuchten geslaakt hebben; hij was de schuw verholen vriend hunner eenzame uren, het gouden kleinood, waarvoor goed en bloed werd veil geboden, en dat die wondere kracht wist in te storten, die het sterven van den martelaarsdood met fieren moed braveren deed'.

Ook De Bruin zegt dat de Liesveltbijbel 'in tranen gedrenkt' was. En als het waar is wat ooit G.C. van Niftrik zei, dat de gereformeerde vaderen dankzij het geloof in de uitverkiezing, de tachtigjarige oorlog hebben gewonnen, dan hebben ze hun geloof in de predestinatie toch (goeddeels) ontleend aan de vertalingen die op de Lutherbijbel zijn geënt, ook de Deux Aesbijbel (1561). Daarom bleef deze 'Lutherbijbel' in de protestantse traditie in ere.
De latere gereformeerden waren intussen wel van overtuiging dat het met de Liesveltbijbel 'behelpen' was. Ondanks grote waardering voor Luther en zijn werk verlangden ze 'een nauwkeuriger weergave van de oorspronkelijke, heilige tekst', maar zo ook een Bijbel, 'die beter aansloot bij hun godsdienstige overtuiging', conform hun 'gereformeerde schriftbeschouwing'. Er zat dus ook theologie achter.(...)
H.A. Oberman noemt het overigens het geheim van de Luthervertaling, dat Luther wist dat een goede vertaler 'tweetalig' moest zijn: hij moest de taal van de Heilige Geest en de taal van de gewone man kennen. Daarom, niet slaafs woord voor woord vertalen maar 'met grote zorg het spraakgebruik van de Schrift leren begrijpen'. Juist als het gaat om het verstaan van 'de gerechtigheid Gods', zegt Oberman, heeft Luther langdurig op de deur van de teksten gebonsd. In die zin is het begrijpelijk dat Luther in Rom. 3:28 mede daarom het woord sola heeft ingevoegd'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's