Eenvoudige harten ...
'... en (met) eenvoudigheid des harten ...' (Handelingen 2:46-c)
Waar gaat uw en jouw hart naar uit? In het Paradijs ging het eenvoudig, eenduidig uit naar God, onze Schepper. Daar leefden we voor Zijn aangezicht. Maar helaas, dat is verleden tijd. Sinds de zondeval is van nature ons hart méérvoudig. Gecompliceerd, dubbel, gedeeld. Gaat het naar van alles en nog wat uit. Naar de wereld en de zonde, naar genot, materie, carrière, eer en roem. En zeker niet naar het kruis, of naar genade. De natuurlijke mens heeft geen antenne voor de dingen van Gods Geest.
Het is heel goed mogelijk dat uw of jouw hart nog steeds dubbel is. Niet eenduidig gericht op de dingen van Gods Koninkrijk, maar ook op die van de Mammon. Het hinken op twee gedachten.
Onze samenleving biedt daar ook een vruchtbare voedingsbodem voor. Velen worden dermate meegezogen door alles wat deze wereld te bieden heeft dat ze er door verzwolgen worden. We kunnen met ons hart zó gericht zijn op het gewinnen van de hele wereld dat we onherstelbare schade lijden aan onze ziel.
Bij de leden van de christelijke gemeente in Handelingen 2 was dat door Gods genade anders geworden. De Geest had hun harde hart verbrijzeld. Bij velen was dat gebeurd tijdens die laatste woorden van de pinksterpreek van Petrus. Vanaf dat moment was hun hart gericht op het ene nodige. Lukas, die deze christelijke gemeente van het eerste uur zo aanstekelijk beschrijft, wijst erop dat de leden van huis tot huis brood braken en tezamen aten met verheuging en eenvoudigheid van hart. Niet krampachtig, niet plechtstatig, niet opgeschroefd, maar echt, authentiek.
We moeten die maaltijd zien als een gezamenlijke maaltijd, die overging in een avondmaalsviering.
Wat is er groter dan vanuit de verbondenheid in Christus samen Avondmaal te vieren in die wonderlijke eenvoud van hart? De harten opwaarts verheven tot God Die in de hemel is. Het hart gericht op Christus en Zijn machtige kruisverdienste. Die Zijn lichaam liet verbreken, en Zijn bloed liet vergieten, tot een volkomen verzoening van al onze zonden.
Dan valt alles rondom ons weg en houden we Hem alleen over. Ik denk aan dat oude baasje, dat nog helemaal verwonderd aan de Tafel zat, nadat iedereen al was teruggekeerd naar z'n plaats. Een rustpunt voor ons hart, temidden van een wereld vol onrust.
U of jij hebt nog geen eenvoudig hart? Dan moet u/je bij Christus zijn! Ga uit tot Hem! Hij heeft de plaats waar Hij heel direct gericht was op Zijn Vader, vrijwillig willen verlaten om af te dalen naar een wereld vol zondaren als u en jij en ik, bij wie de uitgangen van het hart van nature naar alles uitgingen, behalve naar Hem.
En toch ... Hij kwam. Om onze harten te richten op Hem. Te verenigingen tot de vreze van Zijn Naam. Zodat we Zijn beeld gaan vertonen. Het beeld van Hem Die te allen tijde alleen maar gericht was op de dingen van Zijn Vader. Wiens eten en drinken het was om altijd de wil van Zijn Vader te doen.
Voor velen is een leven dat gericht is naar Boven, allerminst aantrekkelijk. Maar nochtans, juist dit leven is het rijkste leven dat denkbaar is. Het is een leven vanuit de verwondering. Een leven vanuit de vergeving van zonden. Een leven in samenspraak met de Herder. Geleid wordend door Hem. Waarbij we ook anderen opwekken mee te gaan.
Het is bovendien een leven met zekerheid. Want het Hoofd is als garantie al Boven en de eeuwige erfenis wacht. Van daaruit kent het leven vanuit de eenvoudigheid van hart iets van het verlangen naar de eeuwige Toekomst.
Om ontbonden te worden en met Christus te zijn. Nooit meer te hoeven zondigen. Eeuwig en volmaakt heel direct op Hem gericht te zijn. En Hem al onze liefde waardig te schatten.
Wie echter denkt dat het christenleven vanuit de eenvoud van hart hier op aarde al een leven is waarin we volmaakt op de Heere gericht zijn, vergist zich. De praktijk is weerbarstig. Satan is er altijd op uit om datgene wat recht is, krom te maken. En ons op hem te richten.
Paulus klaagt in Romeinen 7 - waar zijn hart al naar de Heere was gericht - dat, als hij het goede wil doen, het kwade hem bijligt. Een voortdurend tweegevecht. Misschien is dat ook wel uw en jouw strijd. Aan de ene kant een vermaak in de dingen van God. Aan de andere kant dat andere, dat daar zo tegenin gaat.
Daar staan we dan, met - zoals Luther vertolkte - alleen maar Gods beloften en ons arme aangevochten geloof. Echter: 'Wat naar God vraagt, bevindt zich voortdurend op het slagveld, verkeert voortdurend in nood en aanvechting.' (Kohlbrugge) Het ware zaligmakend geloof is immers een aangevochten geloof. Ook de aanvechting moet echter medewerken ten goede. Door de loutering heen moeten we immers pasklaar gemaakt worden voor een plaats in Zijn Koninkrijk.
De pelgrimsstoet van Handelingen 2, die met verheuging en eenvoudigheid van hart van huis tot huis brood brak, mocht Gode zij dank, ondanks alle strijd en aanvechting, uitgroeien tot een machtige stoet. Voortschrijdend door de nacht van strijd en zorgen, etend van het hemels manna en drinkend van het water uit de geestelijke Steenrots. Van kracht tot kracht voortgaande, totdat elk hunner voor God zal verschijnen in Sion!
Kom, ga met ons, en doe als wij!'
H. LIEFTING, SCHOONHOVEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's