Ontmoetingen met de synagoge
ANTISEMITISME (SLOT)
In onze tijd nemen jodenhaat en antisemitisme weer toe. Het is een kwaad met diepe wortels. Als vanzelf komt de vraag op: Is dit kwaad te overwinnen? Wat staat ons wat dit betreft te doen?
Sommigen zijn op dit punt pessimistisch. Werkelijke antisemieten zijn niet tot rede te brengen. Bepaalde vooroordelen zijn nooit weg te nemen. Joden hebben geleerd om met deze smerigheid en onzin te leven. Het is dan ook een zaak van niet-joden om er mee klaar te komen. Jodenhaat en jodenangst zijn een psychose; als psychose is het erfelijk. Het is de angst voor het vreemde;en als een sinds 2000 jaar overgeërfde zieke is het ongeneeslijk.
Onze opdracht
Juist de christelijke kerk en theologie hebben een belangrijke rol te spelen in de strijd tegen alle vormen van jodenhaat en antisemitisme. Helaas is heel veel hiervan het felst voor de dag gekomen in een 'christelijk' gewaad. Daarom moet de kerk haar medeplichtigheid aan het joodse lijden ten volle erkennen. Het Joodse volk heeft er recht op om openlijk uit de mond van de kerk te horen dat wij schuldig staan tegenover God en 'onze oudste broeder'.
Gelukkig is dit verschillende keren gebeurd en gebeurt dit nog. Van de kant van de diverse protestantse kerken in ons eigen land en in het buitenland. Maar ook van de kant van de Rooms-Katholieke Kerk. Dat betekende een mijlpaal in de eeuwenlange - zacht gezegd - problematische verhouding tussen de Rooms-Katholieke Kerk en het Joodse volk. Paus Johannes Paulus II aanvaardde het Joodse volk als 'oudste broeder' van het christendom in plaats van 'moordelaar van de Zoon van God'.
Positieve aandacht
Toch kunnen wij ook verder uit de geschiedenis leren. Daarin is gelukkig ook altijd een positieve aandacht geweest voor de blijvende betekenis van het Joodse volk. Het is goed om hiervan grondig kennis te nemen. Zo komen wij naast negatieve uitspraken van de kerkvaders ook positieve uitspraken over het joodse volk tegen.
In de tijd van de Reformatie was dat Calvijn. Aan de ene kant spreekt hij heel negatief over het Joodse volk. Scherp wijst hij hun ongeloof tegenover Christus als de vervuling van Gods verbondsbeloften af. De gemeente is in de plaats van Israël gekomen.
Maar Calvijn is geen 'vervangingstheoloog'. Daarom spreekt hij ook heel positief over de Joden. God heeft met hen Zijn verbond opgericht. Daarin is het bevoorrecht boven alle andere volken. Daarom mogen wij hen niet verachten. De felle anti-joodse uitspraken die we bij Luther tegenkomen, vinden we bij Calvijn niet terug. De Joden houden de eerste rechten op Gods heil in Christus. Zijn beloften in Hem blijven voor hen gelden. Deze gelden evenwel de uitverkorenen onder hen, de gelovigen. Dat blijft ook in de toekomst zo. De volken mogen delen in de weldaden van het verbond. Maar ook voor hen geldt: deze weldaden gaan pas echt werkelijkheid worden in de levens van de uitverkorenen. Zij die Christus en Zijn weldaden in een waar geloof aannemen. Maar ook wij kunnen door ons ongeloof 'verbannen' worden van Gods heilsbeloften in Christus, zoals ook de ongelovige Joden.
Gebed en levenswandel
In de zeventiende en achttiende eeuw waren het in Engeland de puriteinen en in ons land de mannen van de Nadere Reformatie die met grote liefde en verwachting voor het Joodse volk hebben geleefd. Zo schrijft Wilhelmus à Brakel (ongeveer 1700) in zijn Redelijke Godsdienst dat het Joodse volk op grond van Gods trouw Zijn volk blijft. Dat doet hij aan de hand van met name teksten uit het Oude Testament, en Romeinen 11. Zo verwachtte hij op grond daarvan in de toekomst ook een terugkeer naar het beloofde land en een nationale bekering van het Joodse volk tot Christus. De kerk heeft hiervoor aanhoudend te bidden.
Anderen drongen vanuit een sterk zendingsbewustzijn aan op zending onder de Joden om ze daardoor tot Christus te brengen. Voor velen was de joodse kerk de moederkerk. Wij, kerk uit de volken, zijn door het geloof bij haar ingelijfd en delen zo in Christus' heil. Wij hebben het Joodse volk lief te hebben en hen door gebed en levenswandel jaloers te maken op hun Messias.
In de periode van het Réveil (negentiende eeuw) waren het Messiasbelijdende joden als Da Costa en Capadose die met overtuiging spreken van Gods blijvende beloften voor Zijn volk. Zij verwachtten een geestelijke bekering van het hele volk tot Christus als de Messias. Verbonden met een nationale wederoprichting in het land van de vaderen. Het blijft nodig om deze zijstroom in de kerkgeschiedenis en in de theologie grondig te bestuderen. Daardoor krijgen wij een meer bijbels zicht op de blijvende plaats van het Joodse volk in Gods heilshandelen.
Prediking en catechese
Nodig is om in prediking, voorbede en catechese blijvende aandacht te geven aan de unieke en blijvende plaats van het joodse volk in Gods heilsweg. Gelukkig gebeurt dit meer dan vroeger. In dit verband verwijs ik naar de onder ons veel gebruikte catechesemethode Reflector van drs. M. van Campen. Maar het gebeurt nog veel te weinig.
Veel meer moeten wij oog krijgen voor de joodse wortels van het christelijk geloof. De Heere Jezus was naar het vlees een Jood. We moeten ervoor waken dat het vertellen en de verkondiging van Jezus' lijden en sterven geen anti-joodse gevoelens bij ons oproepen. Veel te veel is dat in het verleden gebeurd en gebeurt het nog, helaas.
Wanneer wij hiervoor geen aandacht hebben, is dat schadelijk voor de kerk. Dan wordt geestelijke bloei belemmerd. Wat is de reden van deze geringe aandacht? Velen in de kerk zijn op een verkapte of openlijke manier nog steeds aanhangers van de 'vervangingstheologie'.
De kerk heeft de plaats van het Joodse volk overgenomen. Na de Tweede Wereldoorlog heeft juist de Nederlandse Hervormde Kerk in ons land in diverse geschriften deze vervangingsgedachte krachtig afgewezen. Daarin onderstreepte zij tegelijk de onlosmakelijke band tussen het Joodse volk en het land der belofte. Maar één ding is zeker. Zolang christenen niet fundamenteel afrekenen met de vervangingsgedachte, zolang blijft het gevaar van jodenhaat springlevend. Verheugend is dat ook de Rooms-Katholieke Kerk heeft erkend dat niet alleen de Joden schuld hebben aan Jezus' dood, maar ook de volken, wij allen.
Gesprekken en ontmoetingen
Om Jodenhaat en antisemitisme te bestrijden, zijn onderlinge gesprekken en ontmoetingen tussen kerk en synagoge onmisbaar. Want onbekend maakt onbemind. Kennen wij de joodse riten en symbolen? Kennen wij de joodse leefwijze en theologie? Pas als dat zo is, kunnen kerk en synagoge elkaar echt ontmoeten. In veel plaatsen zijn leerhuizen, waar joden en christenen elkaar ontmoeten en van elkaar leren. Verschillende gemeenten kennen een commissie voor Kerk en Israël.
Verschillende kerken hebben hun orgaan voor het joods-christelijke gesprek. Zo kent de Protestantse Kerk in Nederland haar Commissie Kerk en Israël Binnenland. Sinds enkele jaren bestaat het Centrum voor Israël Studies in Ede, een samenwerkingsverband van de GZB en de Christelijke Gereformeerde Kerken.
De ontmoeting en het gesprek kan van de kant van de kerk alleen maar ootmoedig en in het besef van schuld tegenover het Joodse volk gevoerd worden. Daarin heeft de kerk het joodse 'nee' tegenover Jezus als de Messias ernstig te nemen. Maar in deze ontmoeting mag van de kant van de kerk het getuigenis niet ontbreken dat Jood en heiden alleen recht voor God staan door de Heere Jezus Christus en het geloof in Hem.
Steun aan het Joodse volk en de staat Israël
Wij moeten blijven opkomen voor het bijbelse recht van het Joodse volk op het beloofde land. Bij het land hoort ook een staatsvorm. Het bestaan van Israël als Joodse staat in het Midden-Oosten berust op volkenrechtelijke gronden en op het besluit van de Verenigde Naties op 29 november 1947. Toch heeft de stichting van de staat Israël en zijn voortbestaan in het verlengde van de terugkeer naar het land ook een geloofsdimensie. God is de getrouwe en de handelende in de geschiedenis. In 1993 erkende ook de Rooms-Katholieke Kerk de staat Israël als Joodse staat. De christelijke kerk heeft een unieke relatie met het Joodse volk, en zo ook met het land en de staat. Die heeft ook uit te komen in daadwerkelijke steun. Dit betekent niet dat wij alles moeten goedkeuren, wat de Israëlische politiek voorstaat. We moeten ook oog hebben voor het lijden en de plaats van het Palestijnse volk in het Midden-Oosten. Helaas neemt het antizionisme ook in de kerken steeds meer toe. Alles wat Israël zegt en doet, wordt veroordeeld, ten gunste van de Palestijnen. Het is daarom jammer dat in de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland gesproken wordt over de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël. Niet meer met de staat Israël?
Onderwijs
Volgens de bekende Jood Elie Wiesel is onverschilligheid de meest verraderlijke oorzaak die tot Jodenhaat leidt. Het enige antwoord om Jodenhaat en antisemitisme te bestrijden, zijn onderwijsprogramma's, waarin de geschiedenis van dit verschijnsel aan de orde komt. De kerken in Europa hebben hierin het voortouw te nemen. Het zal een proces van jaren zijn om zo Jodenhaat en antisemitisme te bestrijden.
Anderen pleiten voor het aanleren van een elementaire solidariteit tegenover Joden en andere minderheidsgroepen. Wanneer de angst voor het vreemde en ook andere oorzaken van Jodenhaat worden weggenomen, dan verdwijnt ze ook zelf. Jodenhaat is niet eeuwig.
Van Joodse kant
Om aan alle vormen van Jodenhaat een einde te maken, moet het Joodse volk zijn eigenlijke roeping weer gaan vervullen. Dat is te weinig gebeurd. Daardoor kan Jodenhaat ontstaan. Het Joodse volk moet de morele en ethische waarden van de volken beïnvloeden. Het moet opnieuw de Thora vanuit Jeruzalem laten uitgaan naar de volken. Joden zijn boodschappers die te veel hun boodschap zijn vergeten.
Ook wordt als antwoord op de Jodenhaat gegeven om als volk nergens meer in een minderheidspositie te leven. Door de Messiasbelijdende jood ds. Tabaksblatt is er op gewezen dat Joden, net als elk ander volk, hun deugden en ondeugden hebben. Dat het zoveel ellende heeft doorstaan, ligt niet aan het volk zelf. God is het, die hierin Zijn hand heeft, maar het tegelijk in Zijn trouw bewaart. Jodenhaters zouden hiermee meer rekening moeten houden. Terecht zegt hij vanuit de Bijbel: 'Wie zich vergrijpt aan Zijn volk, vergrijpt zich aan Israëls God'. Daarmee bewerken Jodenhaters hun eigen ondergang. De geschiedenis laat dat telkens zien.
Bekering
In de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland wordt ook als haar roeping genoemd om 'het inzicht in en de bestrijding van antisemitisme te bevorderen' (ordinantie 1, artikel 2, 2). Om de Jodenhaat tot in zijn wortel te kunnen bestrijden en te overwinnen, is in de eerste plaats nodig een hartelijke bekering tot de God van Israël en zijn Messias, de Heere Jezus Christus.
Er moet radicaal gebroken worden met elke vorm van afgoderij. Deze ommekeer duurt ons leven lang en ook generaties lang.
Wanneer is ze echt voltooid? Een echte christen kan geen Jodenhater zijn. Daarbij hebben wij ons te laten gezeggen door wat de Bijbel ons leert: met name in Romeinen 9 t/m 11 en Efeze 2 en 3.
Tegenover het Joodse volk mogen wij niet hoogmoedig zijn (Rom. 11:14). Als gelovigen uit de volken kunnen wij ons alleen maar verwonderen over het feit dat wij 'mede-erfgenamen en mededeelgenoten zijn van Gods belofte in Christus' (Efeze 3: 6).
Ons past de houding om het Joodse volk tot jaloersheid te verwekken (Rom. 11:14).
God heeft Zijn verbond met Zijn volk niet opgezegd. Tussen Hem en hen is een diep geheim. Wij zien het, maar doorgronden het niet. Hij vervult Zijn beloften: 'En alzo zal geheel Israël zalig worden' (Rom. 11:25, 26). Naar die toekomst zien wij uit.
Kerk en synagoge zijn in een diepe solidariteit met elkaar verbonden in die ene Naam: Jezus Christus, Immanuël. Met ons is God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's