Vreugdevolle harten...
... aten zij tezamen met verheuging [...] des harten... )Handelingen 2:46-b)
Christendom en vreugde. De wereld lacht erom. Nee, volgens de wereld zijn christenen, en vooral calvinisten, zwartkijkers. Miezerige, bekrompen, droefgeestige mensjes. Die niets mogen, vooral zondags niet.
Eigenlijk is het ook niet vreemd dat de wereld zo denkt. Zij kijkt immers heel anders naar vreugde en genot. Ja, bij de wereld staat alles op de noemer van aards genot.
Maar dit genot kost geld. In de wereld kun je immers alleen maar gelukkig zijn met veel geld, mooie spullen, dure vakanties, ongebonden seksualiteit, feesten met muziek en dans en drank, enz., enz.
De jongste zoon uit de gelijkenis dacht dat ook. En hij trok de wijde wereld in, met zakken vol geld ...
Wie echter de vreugde ver van God zoekt, vergaat. Een ernstige waarschuwing om nooit de vreugde van de wereld na te jagen. En ook maar nooit al die karikaturen die de wereld van het christendom schetst, te geloven. Het zijn verhalen van mensen die totaal niets kennen van de vreugde in de Heere. Van de vreugde als vrucht van de Pinkstergeest.
Handelingen 2 laat ons zien dat de vreugde van Gods kinderen pas échte vreugde is. In gedachten zien we ze door de wereld trekken. Die stoet der pelgrims, door één Geest tesaam verbonden en met één lied uit 'duizend' monden. Van huis tot huis brood brekend en samen etend, met verheuging en eenvoudigheid van hart.
Maar hoe konden deze christenen zo blij en verheugd zijn? De echte vreugde zijn we immers door de zondeval kwijtgeraakt. Ik denk aan Adam, die na de zondeval ontredderd uitriep: 'Ik hoorde Uw stem, en ik vreesde'. En inderdaad, buiten het Paradijs wachtte de vloek, de pijn en de smart, de harde arbeid, de broedermoord, het rusteloos dolen over de aarde.
Dat betekent dat de vreugde van de avondmaalvierende pelgrims uit Handelingen 2 niet vanzelfsprekend was. Er was wat met hen gebeurd. Door de Pinksterprediking van Petrus en het ontdekkend werk van de Heilige Geest werden ze gewaar dat ze de échte vreugde in God misten en riepen ze uit wat ze doen moesten. En dan die altijd weer uiterst actuele woorden: 'Bekeert u ...'
En wat zien we dan? De Geest doet geen half werk. Ze worden uitgedreven naar Hem Die de echte vreugde uitdeelt.
'Ja maar, ik durf zo moeilijk blij in God te zijn, dat past niet zo bij ons ...' Aan de ene kant een begrijpelijke uitspraak. Er is immers ook in de godsdienst veel opgeklopte vreugde. Veel vreugde aan de buitenkant. Zelfs zoiets als 'uit je dak gaan voor Jezus'. Het gaat in Handelingen 2 echter over 'vreugde des harten'. Innerlijke vreugde. Die als het goed is wel doorstraalt naar buiten! Laten we daarom de ware bijbelse vreugde in Christus en Zijn volbrachte heilswerk, als vrucht van de Geest, nooit verdacht maken. Petrus schrijft zelfs over 'onuitsprekelijke vreugde' en Paulus roept op om 'te allen tijde' verblijd te zijn.
Die vreugde heeft echter niets met het geld en het genot van de wereld te maken. Ze is gratis te verkrijgen op de markt van vrije genade. En ze kan zelfs, hoe tegenstrijdig het ook klinkt, genoten worden in de gevangenis. Ik denk aan Paulus en Silas met hun voeten in het blok, terwijl ze wisten de volgende dag te moeten sterven. Volgde er een nacht van gekreun en gejammer in hun donkere, vunzige cel? Nee, ze zongen Gode lofzangen!
Paulus heeft het bovendien over het 'roemen in de verdrukkingen'. Omdat ook die voor Gods kinderen moeten medewerken ten goede. Dan kan er zelfs blijdschap zijn als we om Zijns Naams wil vervolgd en gehoond en gesmaad worden. Ja, dan kan er gezongen worden op de brandstapel. Ik denk aan John Bradford, die tegen zijn medeveroordeelde zei: 'Wat zullen we prachtig schitteren als de vlam wordt aangestoken.' Het was voor hem een vreugde om de bebloede kroon van het martelaarschap te mogen dragen. Ik denk ook aan de vreugde die er kan zijn terwijl we worden gekastijd of 'afgebroken'. In de smeltkroes van de Goudsmid. Onder het snoeimes van de Landman. In de handen van de Pottenbakker.
De leden van de kleine christengemeente uit Handelingen 2 ervoeren de vreugde in Christus vooral rond het breken van het brood. Omdat ze daardoor in de geest werden meegevoerd naar Golgotha. En het zicht kregen op hun Heere en Heiland, Die Zijn gezegend lichaam aan het vloekhout liet nagelen tot een volkomen verzoening van al hun zonden!
Dat geeft echte vreugde. En verwondering. Verwondering over zoveel onverdiende liefde en genade. Zo kan vooral rondom de Tafel des Heeren het werkelijke zicht op de kruisverdiensten van Christus zomaar doorbreken, zodat we niemand over houden dan Jezus alleen.
Waar we door genade werkelijk de vreugde in de Heere kennen, hollen we niet meer de hele wereld achterna.
En zal door alles heen iets van het apostolisch verlangen gekend worden om ontbonden te worden en altijd met Christus te zijn. Vooral op sterfbedden wordt het duidelijk welke vreugde stand houdt. In het bijzonder als de Heere al heel voorzichtig iets van Zijn hemels gordijn openschuift en de volmaakte verheuging, het eeuwig zingen van de goedertierenheden van de Heere, ons toestraalt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's