De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Overweldigende liefde ervaren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Overweldigende liefde ervaren

INGEZONDEN

7 minuten leestijd

Recent schreef ds. C.H. Hogendoorn in de Waarheidsvriend drie artikelen over de doop met de Heilige Geest (28 april, 5 en 12 mei). Hij verdedigde de opvatting dat heilsordelijk wedergeboorte en doop met de Heilige Geest samenvallen, tenzij de heilsgeschiedenis een uitstel vereist. Deze mening is discutabel.

De redenering dat het uitstel van de gave van de Geest in Samaria veroorzaakt wordt door bijzondere 'heilshistorische omstandigheden', is onterecht. Het woord 'heilshistorisch' dienen we nauwkeurig te gebruiken. Er zijn bijzondere omstandigheden in Samaria (vooral het optreden van Simon de tovenaar), waardoor de gave van de Geest wordt uitgesteld. Heilshistorisch is alles 'gereed': de Geest is uitgestort en Filippus is daarvan zelfs volkomen op de hoogte. Het uitstel van de gave van de Geest aan de Samaritanen geeft aan dat wedergeboorte en doop met de Heilige Geest niet noodzakelijk heilsordelijk samenvallen. Hetzelfde moet gezegd worden van Handelingen 19:2. Door een kennisachterstand, niet om een heilshistorische reden, heeft men in Efeze de Geest niet ontvangen.
Wat vieren wij eigenlijk met Pinksteren, wanneer de wedergeboorte en de doop met de Heilige Geest heilsordelijk samenvallen? De wedergeborenen uit het Oude Testament worden die uit het Nieuwe nog steeds ten voorbeeld gehouden in Hebreeën 11. In de laatste alinea van het derde artikel over de doop met de Heilige Geest wordt door ds. Hogendoorn Psalm 51 aangehaald als illustratie voor de vernieuwing van het geestelijk leven.
Wat heeft de doop met de Heilige Geest dan toegevoegd?

Heilshistorische betekenis van Pinksteren
De belofte van de Vader hangt zeer sterk samen met de verkondiging van het evangelie over de hele aarde (Hand. 1:4vv. en 8). De heilshistorische betekenis van Pinksteren is vooral dat het evangelie verkondigd wordt aan alle volkeren en dat God daarbij gebruik maakt van mensen.
De profetie uit Joël 2, die door Petrus wordt aangehaald aan het begin van zijn preek in Handelingen 2, spreekt niet voor niets over profetie, gezichten en dromen: gaven die samenhangen met de verbreiding van het evangelie en met het functioneren van de gemeente. In Efeze 4:7-16 beschrijft de apostel ons Hemelvaart en Pinksteren op zo'n manier dat duidelijk blijkt dat de gaven die Christus uitdeelt na Hemelvaart, vooral bedoeld zijn voor de opbouw van het lichaam van Christus. Christus maakt mensen tot apostelen, profeten, herders en leraren, zodat het lichaam van Christus groeit. Dat is het wonder van Pinksteren.
De vraag hoe het kan dat mensen voor de uitstorting van de Heilige Geest al wedergeboren konden zijn en dat er na de uitstorting van de Heilige Geest nog wedergeborenen zijn zonder deze gave van de Geest, kan vanuit de heilshistorische betekenis van de doop met de Geest worden verklaard. Het gaat niet om heil, maar om vruchtbaar of niet. Wedergeboorte is wel noodzakelijk om vervuld te worden met de Geest, maar geen garantie. Aan de andere kant blijkt de vervulling met de Heilige Geest in Handelingen wel (bijna) alle wedergeborenen ten deel valt. Niet vervuld zijn van de Geest is in het Nieuwe Testament geen normale geestelijke 'stand'.

Nodig, maar kwijtgeraakt?
In onze landelijke kerkgeschiedenis, waarin gedurende vele decennia christendom op de een of andere manier dominant was, bestond er niet veel aanleiding om te zoeken en uit te zien naar de kracht om te getuigen. De belangrijkste vorm van geloofsoverdracht was die in de lijn van de geslachten, zoals in Israël. Deze nadruk op het verbond heeft zeker heel goede kanten, die ik niet kwijt wil. Toch mogen we onze manier van het benaderen van geloven en geloofsoverdracht niet verabsoluteren, noch blind zijn voor mogelijke scheefgroei. Er zijn wellicht ook dingen verloren gegaan, zodat wij geen weet meer hebben van de vervulling met de Heilige Geest (vgl. Hand. 19:2).
Veel wijst ondertussen in die richting. Nu we als christelijke gemeenten meer en meer in de minderheid zijn geraakt, is het belang van evangelisatie al groter geworden. Tegelijkertijd komen ons onvermogen en onze verlegenheid aan het licht. Zonder af te willen doen aan al het goede werk dat er in de gemeenten in ons land wordt verricht, moeten we toch constateren dat onze gemeenten in werfkracht bij de eerste gemeente ver achterblijven. We worden geteisterd door een stortvloed aan interne problemen en gevechten, waardoor de vruchten van de Geest nauwelijks meer te vinden zijn, de lofzang verstomt en de eenparigheid ver te zoeken is. We zijn bovendien nauwelijks in staat om niet-christenen te winnen voor Christus. Zouden deze crises en dit onvermogen geen symptomen zijn van een ernstige vorm van Geesteloosheid? Missen wij de vervulling met de Heilige Geest? Uit Handelingen 8 kunnen we leren dat bijzondere omstandigheden daar aanleiding voor kunnen zijn. Onze landelijke kerkgeschiedenis kan zo'n factor zijn. Bovendien kunnen wij de Geest weerstaan, uitblussen en bedroeven.

Herkenbaar en verkrijgbaar
Martyn Lloyd-Jones, die theologisch zeer verwant en tegelijkertijd beter dan wij vertrouwd is met opwekkingstradities, omschrijft de doop of vervulling (vgl. Hand. 1:5 en 2:4) met de Geest als volgt: 'Als u de nieuwtestamentische verslagen leest van mensen op wie de Geest kwam, kunt u er niet om heen dat als gevolg daarvan hun geest compleet in brand stond ... De Heere Jezus openbaarde zich op een geestelijke manier; met als gevolg dat zij een geweldige liefde voor Christus voelden, die door de Heilige Geest in hun hart werd uitgestort ... Daarom kunnen de nieuw-testamentische schrijvers over  christenen dingen zeggen als: 'Die gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Wie gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde' (1 Petr. 1:8).
Deze overweldigende ervaring van de liefde van Christus maakt mensen in staat en bereid om te getuigen. Deze kern van de ervaring van de doop met de Heilige Geest, een alles overweldigende ervaring van de liefde van Christus, blijkt door de loop van de geschiedenis, zeker in opwekkingsperiodes, steeds aanwezig te zijn geweest.

We kunnen mede op grond van deze beschrijving van de doop met de Heilige Geest, die bij mij veel herkenning oproept, misschien nog wel dichter bij huis blijven. Zou veel van wat we bevinding noemen, niet een uitingsvorm van 'vervulling met de Geest' kunnen worden genoemd? Om maar een voorbeeld te noemen: de brieven van Samuel Rutherford ademen een alles overweldigende liefde van en voor Christus. Ook meer recent, uit de kleine kerkgeschiedenis, zijn er voorbeelden te noemen. Mijn grootvader was een godvrezend man. Hij vertelde ons over een bijzondere ervaring die hem als jongeman ten deel viel. Hij vertelde dat hij na zijn bekering werd overweldigd door de liefde van God. Zo krachtig was die ervaring dat hij zelfs aan God vroeg of het minder mocht worden, omdat hij het niet kon verdragen. Misschien kent u dergelijke verhalen over een dergelijke ervaring ook, of is het uw verhaal.
Nog niet zolang geleden slaakte ds. C. Blenk de verzuchting dat het ons ontbreekt aan profetische christenen (RD, 21 april): 'Voor de Eerste Wereldoorlog wisten oud-gereformeerde christenen dat Nederland gespaard zou blijven. Waar zijn zulke christenen? We zitten erom te springen!'
Met het noemen van oud-gereformeerde christenen die profetisch waren begaafd, benoemt ds. Blenk in feite een relatie tussen een van de gaven die nauw verbonden is met de doop met de Geest (Hand. 2!) en bevinding.
Het staan naar de doop/vervulling met de. Geest hoeven we niet op voorhand als  evangelische drijverij af doen. Er zijn immers veel overeenkomsten met de bevindelijkheid, waardoor we (steeds minder? !) worden gekenmerkt. We mogen al helemaal geen vrede zoeken bij de gedachte dat het zo wel goed zit, omdat de doop met de Heilige Geest heilsordelijk samen zou vallen met wedergeboorte en we niet kunnen ontkennen dat de kern van de zaak bij ons gevonden wordt. Laten we staan naar de vervulling met de Geest. Niet om een fijn gevoel, of om een geestelijk mens te worden in de ogen van een ander, maar opdat Zijn Koninkrijk kome (Hand. 1:6vv.) en wij vruchtbaar zouden zijn. Juist op de belofte van de Heilige Geest is het ons zo bekende woord van Petrus van toepassing: 'Want u komt de belofte toe en uw kinderen.' (Hand.2:39).
Hoe om te gaan met de belofte van de Vader, leert ons Hand. 1:14 (vgl. Luk 11:13).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Overweldigende liefde ervaren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's