Het doel van ons leven
En prezen God ... [Hand. 2:47a]
Wat is het doel van uw en jouw leven? 'Grove knaken verdienen', zei een jongere uit de gemeente, al schertsend. Voor velen is dat echter heel serieus het hoogste levensdoel. Anderen zoeken het in: genot, carrière, eer, gezondheid, geluk enzovoort. En wat zegt Hizkia dan in zijn dankgebed? 'De levende, de levende, die zal U loven ...' Geen wonder dat Calvijn daar ook zijn Catechismus van Genève mee opent. Het voornaamste doel van het menselijk leven wordt daar omschreven als het kennen van God, opdat Hij als Schepper in ons verheerlijkt wordt. Ja, opdat Hij door ons geprezen wordt! En dat zien we volop gebeuren in de christelijke gemeente van het eerste uur in Handelingen 2:47a: 'En prezen God ...'
En dan weet ik dat we dat vanuit onszelf niet kunnen. Maar laat dat dan maar tot schuld worden. Want we konden het wel. In het Paradijs waren we immers, om met Kohlbrugge te spreken, zangvogels om voortdurend Gods Naam te loven. Als we dan bedenken dat toen ook de Morgensterren, zoals Job de engelen noemt, vrolijk zongen, wat moet dat dan geweldig zijn geweest! Alles, zelfs de stromen en de bergen, juichend voor des HEEREN oog. Helaas volgde de zonde en het juichen verstomde.
Hoe bijzonder dat hier in Handelingen 2, temidden van een gemeente buiten het Paradijs, weer iets van het Paradijs schittert.
En hoe kon dat dan? Wel, er was wat met die mensen gebeurd. Het was Pinksteren geworden in hun leven! Ze waren ontdekt aan hun verlorenheid buiten Christus en buiten het grootmaken van Zijn Naam om. Het 'bekeert u' van Petrus had hen uitgedreven naar de Heere Jezus en Zijn vergevende liefde. En de Geest had Zijn intrek genomen in hun leven. Dan zijn ze daar zo vol van dat hun mond steeds overvloeit van Zijn eer.
Moet je dan bekeerd zijn om God te kunnen prijzen? Het is immers een bijbelse opdracht om God te loven?! Inderdaad. Maar als we Hem nog niet kennen, kunnen we Hem wel met onze mond en met onze lippen 'prijzen', maar toch is dat tekort. Het gaat de Heere om de lofprijzing vanuit ons hart! Hij verweet de Farizeeën dat ze Hem alleen met de lippen eerden. De eerste roeping van een ongelovige is niet God te loven, maar zich te bekeren. Petrus zegt op de Pinksterdag niet tegen diegenen die uitroepen wat ze moeten doen, dat ze God moeten loven. Nee: 'Bekeert u.' Calvijn zet ook heel duidelijk in met het kennen van God, opdat Hij van daaruit in ons verheerlijkt wordt.
De vraag komt van hieruit op ons af of wij beantwoorden aan het doel van ons leven. Vertonen we het beeld van Christus van Wie we lezen: 'Ik heb U verheerlijkt op de aarde'?
In de Kerstnacht waren het engelenmonden die Gods lof verkondigden: 'Prijzende God, en zeggende: Ere zij God ...' Hier, in Handelingen 2, zien we dat die lof wordt overgenomen door mensenmonden. En als het goed is ook door onze monden!
God prijzen ... Dat betekent Hem grootmaken om wie Hij is. 'Sprekende onder elkander met psalmen en lofzangen en geestelijke liederen, zingende en psalmende (jubelende) de Heere in uw hart.' Omdat Hij het zo waard is!
We kunnen de Heere echter ook op andere manieren prijzen. Ik denk aan de levenswijze van die eerste christengemeente (vers 42). Daar hoort dus ook het volhardenden in de leer bij. Denkt u dat het verdacht maken van Zijn Woord tot Zijn eer zou zijn? Of het 'afdoen van de woorden' daarvan?
Uiteraard hoort daar ook de gemeenschap bij. Vooral de onderlinge bijeenkomsten bieden uitgekozen mogelijkheden om de Heere te loven en te prijzen. In het bijzonder als daar het brood gebroken en de wijn vergoten wordt. Zijn dood verkondigend, totdat Hij komt!
Waar we de Heere ook in kunnen prijzen, is het gebed. Niet voor niets zet het 'Onze Vader' in met de lofprijzing en eindigt het er ook volop mee.
We leven in een tijd waarin het niet meer zo gemakkelijk is om temidden van de samenleving de Heere volop te loven en te prijzen. Meer en meer wordt dat teruggedrongen naar het privé- en kerkterrein. Maar toch ... laten we het uitstralen naar buiten. Calvijn heeft er op gewezen dat ons 'altaar' midden in de wereld heeft te staan. Het gaat erom dat de lofprijzing vanuit de kerk en het gezin en de binnenkamer doorklinkt naar buiten. 'Men hoort der vromen tent weergalmen ...' Opdat de buitenwereld, zelfs Israël, tot heilige jaloersheid wordt verwekt.
Zelfs de duivel weet hoe verheugd de Heere is over de lofprijzing. En daarom zal satan - die volgens Jakobus zelfs 'gelooft en siddert' - Hem absoluut nooit prijzen!
Misschien verzucht iemand dat hij al zo genoeg heeft aan zichzelf. De geloofsaanvechting, het moeilijk durven spreken over deze dingen, enzovoort. Maar een goed woord van de Koning kan er toch altijd wel af?! Bovendien hangt het prijzen van de Heere niet alleen af van onze woorden. Ook van onze levenswandel: 'Hetzij dat ge eet, hetzij dat ge drinkt, hetzij dat ge iets anders doet, doet het alles ter ere van God.' Eerlijkheid, zelfverloochening, zachtmoedigheid, hulpvaardigheid, zorg voor elkaar, het hoort er allemaal bij. En waar loopt het prijzen van God op uit? Op de eeuwige lofprijzing. Die wordt echter hier op aarde geleerd en beoefend. Hoewel die hier altijd nog onder de maat blijft, ze zal voor al Gods kinderen eenmaal overgaan in de eeuwige en volmaakte lofprijzing. Het eeuwig zingen van Zijn goedertierenheden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's