Gereformeerd theologisch onderwijs
INLEIDING JAARVERGADERING [2]
Wie in de gemeente werkt, zal nogal eens de ervaring hebben dat het mooiste werk datgene is wat in stilte plaatsheeft. Die ontmoeting van hart tot hart. Die voorbereiding van een bijbelkring. Een onverwacht geestelijk contact met jongeren, over zinvragen. De gestage stille voortgang van het werk in het Koninkrijk van God kan ons blij maken. Daartegenover: waar onenigheid is, waar spanningen zijn, zelfs waar een scheuring plaatsheeft, is de aandacht gevangen, wordt erover gesproken en geschreven. Die ervaring sluit goed aan bij het woord van de profeet dat het geen kracht en geweld zijn, maar dat het de Geest van God is die het werk laat geschieden. Dat is voor ons troostrijk en hoopvol, maar is eveneens een leermoment. Laten we ons concentreren op wat blijvende waarde heeft.
Het doctorsambt
Bewust noem ik bovenstaande woorden, als we vanavond ook spreken over het onderwijs aan de aanstaande dienaren van het Woord. Wat zou u als gemeentelid van de arbeid van prof. De Reuver en van prof. Verboom merken, als zij niet wekelijks de gemeenten in de verkondiging dienen? Overigens een feit om dankbaar voor te zijn, dat zij die het doctorsambt bekleden, het vierde ambt zoals Calvijn dit noemde, als dienaar van het Woord met de gemeenten verbonden blijven. We weten van beiden dat ze dit voor geen goud willen missen.
Maar blijft de vraag: wat merken we in directe zin van hun werk dat zij sinds 1993 en 1994 in Utrecht en Leiden verrichten, elk op eigen wijze, met een eigen, wel vergelijkbare leeropdracht, die cirkelt om de ontsluiting van wat in het gereformeerd protestantisme verstaan is van de woorden van God, om door te geven hoe in de Reformatie en daarna, hoe in de belijdenis van de kerk gesproken is over het werk van de drie-enige God, om de betekenis daarvan voor onze tijd te benoemen. Jaarlijks doen zij verslag aan het hoofdbestuur, waarna deze verslagen aan alle hervormd-gereformeerde kerkenraden worden verzonden. Opdat de gemeenten het werk blijven dragen, in de gebeden en ook noodzakelijkerwijs in financiële zin. Ik ben benieuwd of er kerkenraden zijn die deze verslagen als meer dan een ingekomen stuk bezien, die de inhoud bespreken of passages opnemen in het kerkblad. Dit onderdeel van onze jaarvergadering wil een moment zijn om u hiertoe op te roepen.
Leerstoelfonds
Vanouds wordt op de Oudejaarsavond of op een andere tijd in veel gemeen-ten gecollecteerd voor het Leerstoelfonds van de Gereformeerde Bond. Gelukkig! Anders was het gauw gedaan. Tegelijk zijn er vele tientallen gemeenten die het werk ten dienste van de aanstaande predikanten geen plaats geven op het collecterooster - en waarin de betrokkenheid op dit werk minder is. Laten we vaststellen dat gemeenten die zich rekenen tot de Gereformeerde Bond in een andere kerkelijke context verkeren dan verwante kerkgenootschappen: de Christelijke Gereformeerde Kerken brengen jaarlijks enorme bedragen bijeen voor de Theologische Universiteit in Apeldoorn, de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt voor de universiteit in Kampen. Er is een jaarlijkse schooldag, er zijn acties etc. Ook inhoudelijk is er meer zicht op het werk van de hoogleraren, immers verankerd in het geheel van de kerkgemeenschap.
Nodig is voor ons dat we het belang zien van wetenschappelijk theologisch onderwijs, waarbij de Bijbel gezien wordt als de stem van de levende God. Als we ooit daarvan doordrongen moeten zijn, dan toch nu?! Hebben we bij de afronding van het Samen op Wegproces niet geleerd dat de kerk niet geneest door haar orde - hoe belangrijk zij ook is voor de inrichting van het gemeentelijke leven - , maar dat zondaren in de vrijheid gesteld worden en dat de gemeente gebouwd wordt door de verkondiging van het levende Woord? De prediking van het evangelie is de kerk als een schat toebetrouwd, die zij als zodanig mag waarderen. En daarmee is gezegd dat de dingen in de kerk van Christus nauw samenhangen: het leven van de kerk en het geestelijk leven binnen de kerk is direct gerelateerd aan de prediking van het Woord. En de prediking van het Woord hangt ten zeerste samen met de wijze waarop de aanstaande dienaren onderwezen en gevormd worden. En de cirkel is rond, als we er de geloofsopvoeding in de gezinnen bij betrekken, kerkjes in de kerk, oefenplaatsen voor het leven met God, waaruit de toekomende predikanten voortkomen.
Rechtzetten
De nood van de kerk is de nood van de prediking, een adagium dat onder ons vaak genoemd is. Het mag daarom van inzicht getuigen dat onze kerkelijke voorouders zich, zo kort na de oprichting van de Gereformeerde Bond, 99 jaar geleden, inspanden voor Schriftgebonden onderwijs aan de faculteiten. Zoals na een opstand tegen de gevestigde orde in een land direct gepoogd wordt de media te bezetten om zo invloed te verkrijgen, zo is er gekeken naar een leerstoel, waarop in de bedding van een openbare faculteit de gereformeerde theologie onderwezen werd.
In oktober 1913 benoemt het hoofdbestuur prof. Hugo Visscher tot bijzonder hoogleraar in de Gereformeerde Dogmatiek, de theoloog die tien jaar eerder door Abraham Kuyper tot gewoon docent benoemd was. De pretenties waren heel wat hoger dan waarmee onze hoogleraren nu hun werk doen, getuige een citaat uit de Standaard, namelijk dat 'de Gereformeerde Bond de geboden gelegenheid aangreep om wat te Utrecht haperde, recht te zetten'. Dat de gemeenteleden van de noodzaak van dit werk overtuigd konden worden, blijkt uit de financiële thermometer: een jaar na de doorstart van de GB in 1910 is er 3500 gulden voor het leerstoelfonds in kas, in 1912 al 10.500 gulden, voor die tijd aanzienlijke sommen gelds.
Geschiedenis van de theologie
Hoe is de vormende waarde voor vele, vele honderden studenten in bijna honderd jaar in kaart te brengen? Dat
Op dinsdag 24 mei had de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond plaats. Het hoofdbestuur wilde daar graag met de leden van onze vereniging in gesprek zijn over drie thema's. Ondergetekende sprak over het belang van gereformeerde theologisch wetenschappelijk onderwijs. Vandaag plaatsen we deze bijdrage. Na wat er vorige week over de (onzekere) toekomst van de theologische faculteiten in de media verscheen, onderstrepen we slechts het belang van betrokkenheid op het onderwijs aan de aanstaande dienaren van het Woord.
RED. DE WAARHEIDSVRIEND
kunnen slechts zij aangeven die de colleges bijgewoond en ondervonden hebben. Cijfers zeggen immers lang niet alles, waar we in het verslag uit 1926 op onze jaarvergadering lezen dat 'niet minder dan 44 studenten getekend hadden voor de colleges Dogmatiek van prof. Visscher en er een gestage groei in zit'. Na het terugtreden van Visscher in 1937 duurt het tot 1972, voordat prof. Graafland benoemd wordt, die vele theologen gevormd heeft in zijn doordenking van de zekerheid van het geloof, de verhouding tussen verkiezing en verbond, het in kaart brengen van de Nadere Reformatie. Zijn voorkeur voor de geschiedenis van de theologie was 'vooroefening om de kerk van vandaag te dienen en haar kritisch te toetsen bij het beslissende licht van de Schrift' (A. de Reuver).
Op zijn werk mogen dr. De Reuver en dr. Verboom ieder op eigen wijze voortbouwen, de een in zijn colleges over Calvijn, Luther, Kohlbrugge, het Piëtisme, de gereformeerde vroomheid, de ander in zijn onderwijs vanuit de Heidelbergse Catechismus, de Ned. Geloofsbelijdenis, over de theologie van onze belijdenisgeschriften, in de bezinning op de catechese. De gemeenten ten goede. Want wie de gemeenten wil bouwen, moet zaaien aan het water van de theologische faculteiten. Met een roeping die breder is dan hervormd-gereformeerde gemeenten, die voortkomt uit verantwoordelijkheid voor heel de kerk. Dat betekent aanwezigheid als het academisch gesprek gevoerd moet worden.
Reformatorische beginselen
Als in de kring van de Gereformeerde Bond een eigen theologisch wetenschappelijk tijdschrift wordt opgericht, Theologia Reformata, wordt verwoord op welke wijze de theologische wetenschap beoefend moet worden: 'Redding uit de noden kan alleen worden verwacht van de herleving van het waarachtige geloof, dat in diepe afhankelijkheid van en gehoorzaamheid aan Gods Woord, streeft naar de zuiverste expressie van het oorspronkelijke christelijke leven. Naar onze overtuiging getuigen de belijdenisgeschriften der vaderen van dat geloof en (...) zal het bij machte zijn ook in onze ingezonken cultuur zijn wederbarende kracht te openbaren. Om dit alles moge het gerechtvaardigd heten, de reformatorische beginselen levend te houden en nader uiteen te zetten onder degenen die daarvan nog niet vervreemd zijn, en terwille ook van de dienaren des Woords die zich voorbereiden voor de Heilige Dienst.' Deze doelstelling geldt in gelijke mate voor het werk aan de faculteiten.
Veranderde omstandigheden
En nu? In een veranderende universitaire context wil het hoofdbestuur nauw betrokken blijven bij de opleiding van de aanstaande predikanten. Hier ligt een eerste verantwoordelijkheid voor onze vereniging, om welke reden we vanavond hier aandacht voor vragen. Wat is die wisselende academische situatie? We benoemen die concreet, opdat u even concreet kunt meeleven in de zorgen en de mogelijkheden die er in onze huidige tijd zijn.
Daarbij denken we allereerst aan de langzaam dichterbij komende emeritering van prof. Verboom en prof. De Reuver. Van eerstgenoemde is het afscheidscollege zelfs al vastgesteld, DV op 29 september 2006. Zijn Utrechtse collega is iets jonger en mag daarom iets langer doorgaan.
Maar het hoofdbestuur staat wel voor de vragen op welke wijze hun arbeid ten dienste van de studenten theologie gecontinueerd kan worden. Daarin speelt de lengte van onze financiële polsstok mee. Maar daarin is de situatie aan de faculteiten ook bepalend. In Utrecht maakt de theologische faculteit sinds kort deel uit van de faculteit Geesteswetenschappen. Prof. Immink heeft in april ter synode aandacht gevraagd voor de werkelijkheid dat de theologie in de academische wereld geen uitzonderingspositie meer heeft. Haar huidige status in de marge heeft ook te maken met het synodebesluit van 1999 om drie van de zes kerkelijke opleidingsplaatsen te sluiten. De voortvretende secularisatie betekent dat alle krachten gebundeld moeten worden om haar positie te handhaven. Waar de faculteit Godgeleerdheid in Utrecht zich de afgelopen tijd bezonnen heeft op de positie van de bijzondere leerstoelen, hoopt het hoofdbestuur half juni het gesprek over de toekomst van onze in Utrecht zo oude leerstoel voort te zetten. Daarnaast hebben we van doen met een toenemende internationalisering, waarbij gepromoveerde theologen op hun specifieke terrein bij voorkeur ook buiten de landsgrenzen van zich moeten laten horen, voor ze in aanmerking komen voor een hoogleraarspost. Dit is een andere insteek dan die waarin de theologie, hoe zelfstandig haar positie ook is, zich nauw verbonden weet met de kerk, met de traditie waarin de kerk staat en voortgaat.
Kortom, de toekomst van ons werk in Utrecht en Leiden zal beleidsmatig de komende jaren veel aandacht vragen. Het hoofdbestuur hecht er waarde aan dat u dit weet, met name opdat dit werk een plaats mag houden in de gebeden, ook in de erediensten.
Kampen
Tot slot nog enige opmerkingen over de Theologische Universiteit in Kampen, vanouds gelieerd aan de Gereformeerde Kerken, sinds 1 mei vorig jaar aan de Protestantse Kerk in Nederland. Ook hier studeren jonge mensen die op hervormde kansels staan. Vanuit de doelstelling van de Gereformeerde Bond ligt in de huidige situatie betrokkenheid op deze faculteit evenzeer voor de hand, ook omdat we ons immers verantwoordelijk weten voor geheel de kerk. Onze ledenvergadering is de plaats om te melden dat het hoofdbestuur met de rector, de decaan en het curatorium van deze academische opleiding verschillende gesprekken gevoerd heeft, die beogen om ook in Kampen te komen tot de vestiging van een bijzondere leerstoel vanwege de Gereformeerde Bond. Vanuit onze roeping liggen er in de nieuwe situatie dus ook nieuwe mogelijkheden, kansen om in een wetenschappelijke setting de religie van het belijden ter sprake te brengen en door te geven. De leeropdracht zal cirkelen rond de 'gereformeerde spiritualiteit'. Van harte hopen we dat u als onze leden ook dit werk mede wilt dragen.
Het theologisch onderwijs aan de faculteiten vanwege de Gereformeerde Bond nadert een kruispunt. Bij het inslaan van wegen weten we ons zeer afhankelijk van de zegen van God, opdat Hij mogelijkheden schept die wij nog niet zien, opdat Hij theologen geeft die vanuit een natuurlijke verstrengeling van wetenschap en vroomheid de kerk willen dienen, opdat Hij hun onderwijs en onderzoek vruchtbaar maakt voor heel de kerk. En daarom belijden we dat onze hulp in de Naam des Heeren is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's