De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rust en heiliging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rust en heiliging

WAARDERING VAN DE ZONDAG [2]

9 minuten leestijd

Gevulde rust
Gaandeweg in het bijbelboek Exodus wordt duidelijk dat de rust een positieve spits heeft: de 'heiliging' van de dag voor de dienst van de HEERE. Daarom krijgt de dienst van de HEERE een plaats op deze dag. In de woestijn is er de tent der samenkomst, maar als Israël eenmaal in Kanaän is, komt er in Jeruzalem de tempel. Iedere dag wordt een morgenoffer en een avondoffer gebracht (Ex. 29:38-46; Num. 28:1- 8), en op de sabbat komt er nog een brandoffer bij (Num. 28:9-10).
In Psalm 92 horen we dat de dichter 'in de morgen Gods goedertierenheid verkondigt, en in de nachten zijn trouw'. Daar staat niet dat men tweemaal bijeenkomt, maar wél dat de sabbat helemaal in het teken van de ontmoeting met de HEERE staat.
Drie keer per jaar gaat Israël naar de tempel, op de grote pelgrimsfeesten. Maar wat doet men op de andere sabbatten, als men zich ver van Jeruzalem bevindt? Als in de geschiedenis van Israël na de ballingschap de synagoge ontstaat, is dat een ontwikkeling die niet een kwestie is van een direct voorschrift van de kant van de HEERE, maar vrucht van geestelijk inzicht en groei bij Israël. Die nadere invulling door Israël is goed, en de HEERE verheugt zich als dat bij ons weerklank vindt: er staat veelzeggend dat Christus naar zijn gewoonte op sabbat naar de synagoge ging (Luk. 4:16). Hij zocht de gemeenschap met het volk van God, op de plaats waar de Schriften gelezen worden.

Duidelijk is wel dat de rustdag helemaal in het teken staat van de rust die de HEERE geeft, en die alleen bij Hem te vinden is. Ds. L. Kievit moet een veertig jaar geleden - zo vertelde men mij wel in Leiden - al gezegd hebben dat de hele zondag van karakter verandert als we alleen de morgendienst bezoeken. Daar lijkt me veel in te zitten. Het is niet alleen een kwestie van één of twee diensten, maar van: in welk teken staat de zondag?

Waarom blijft men weg?
Ik wil nu kijken naar wat er in de discussie over de tweede dienst zoal aan argumenten naar voren wordt gebracht. Gaat het eigenlijk alleen over die tweede dienst? Eén ding is wel duidelijk: we zien allemaal het bezoek aan de middagdienst teruglopen, en het is meer dan nodig ons te bezinnen op de vraag hoe het verder kan en moet. Maar als ik mijn oor te luisteren leg, hoor ik tegenstrijdige geluiden. We hebben soms ervaringen met mede-gemeenteleden, die op geen enkele wijze op hun afwezigheid tijdens de middagdiensten wensen te worden aangesproken. Als je een aantal van die vruchteloze gesprekken gevoerd hebt, heb je er grondig je bekomst van. In elk geval nemen de animo en de moed om er op een nieuw adres wéér over te beginnen sterk af.
We weten ook van tevoren al wat ze ertegen in gaan brengen. 'Waar staat in de Bijbel dat je twee keer naar de kerk moet? Nergens toch?! Nou dan!' Je zucht dan diep, omdat er een manier van omgaan met de Bijbel uit spreekt die ons alleen maar treurig kan stemmen. Er spreekt immers afstand en vervreemding van de dingen van het geloof uit-! In zulke tegenwerpingen komt in elk geval niet een echt geestelijke houding naar voren.
Men houdt ons ook voor dat de tweede kerkdienst een exclusief Nederlands verschijnsel is, en dat we er ons een beetje belachelijk mee maken. 'Als we met vakantie gaan is het is het kerkelijk leven heel anders, en is de zondag nergens zó als bij ons.' Dat argument wordt naar mijn indruk nauwelijks in stelling gebracht als het gaat om Goudse kaas, IJsselmeerpaling of zoute drop. Daarvan nemen we graag het nodige mee. Maar wat belangrijker is: het is opnieuw niet een inhoudelijk argument. Het is een dooddoener.

Het hart in het geding
Een bezwaar dat minder gehoord wordt, althans naar mijn indruk, is dat het niet goed lukt om twee preken per zondag vast te houden. Mensen brachten het naar voren in een tijd, toen het nog moeilijk was om ronduit te zeggen dat je de tweede dienst niet zo nodig vond of er geen behoefte aan had. We zijn verder, vrees ik, en men zegt soms ronduit en brutaal dat men maar één keer komt. En men voegt er ook wel aan toe dat men het doet om niet te worden kandidaat gesteld voor de kerkenraad.
Beseffen ze dat ze in de vragen zichzelf verraden? Verraden, dat ze niet de vraag voortdurend voor ogen hebben hoe we optimaal inhoud kunnen geven aan het leven met de HEERE? Verraden, dat de cultuur hun denken veel meer beïnvloed heeft dan ze zelf denken? Het gaat niet om die tweede dienst op zichzelf, maar om hoe we leven met en voor de HEERE.
Er is ook de druk uit de evangelische stroming. Ik ken een echtpaar dat van een kerk van gereformeerd belijden is overgegaan naar een evangelische gemeente. De vrouw vertrouwde mij ooit toe dat ze zó had moeten wennen aan één keer kerkgang, aan een zondag die heel anders werd. Toen we hen tijdens de vakantie ontmoetten, kwam het er de eerste zondag niet van om naar de kerk te gaan, en de tweede zondag zou hun zoon misschien langskomen, en bleven ze ook allebei maar thuis. Het heette allemaal in naam van de christelijke vrijheid te zijn, maar ze onderkenden niet dat het hart van het christen-zijn in geding was. Het is niet alleen een kwestie van één of twee erediensten, maar van: in welk teken staat de zondag?

Christus zoekt het verlorene
Ik kijk nu naar Lukas 24, het hoofdstuk van de opstanding en de verschijningen van Christus. De eersten die Jezus in het opstandingsverhaal naar de beschrijving van Lukas zien, zijn de Emmaüsgangers. Zij hoorden bij de kring rond Jezus. Ze waren geen discipelen in de zin van: behorend bij de twaalf, die Jezus bijzonder geroepen had. Maar ze waren wél leerlingen van Hem.
Als Christus is gekruisigd, dan smeult het pitje van de hoop nog enkele dagen, maar als het de derde dag is, de beslissende dag, dan trekken ze de conclusie dat het afgelopen is. Nu moeten wij goed voor ogen houden dat Lukas nog niet heeft verteld dat de vrouwen en Petrus Jezus gezien hebben. Dat ontbreekt in hoofdstuk 24:1-12, het komt pas in het gedeelte dat erop volgt. De beide Emmaüsgangers wisten dus nog niet van de verschijning van Jezus aan zijn discipelen! Nu, juist dan moet het iets te zeggen hebben dat de eersten die Jezus in het opstandingsverhaal van Lukas zien, deze Emmaüsgangers zijn! Christus toont zich hier als de Goede Herder, die achter het verlorene aan gaat. Als deze schapen van de kudde wegdwalen, gaat Hij achter hen aan.

Terug in de gemeenschap
Maar Christus gaat óók weer bij hen weg. Waarom doet Hij dat? Waarom staat Hij weer in het midden van de discipelkring, als de Emmaüsgangers terug zijn in de kring van de gemeente? Christus gaat bij hen weg, als ze weten dat Hij leeft. En het is voor hen dan ook duidelijk dat ze meteen terug moeten. Naar de gemeente.
Als ze een keer terug zijn in Jeruzalem, komt Christus in hun midden. Wanneer komt Christus? Hij komt, terwijl zij met elkaar spreken ... In Lukas 24:14 lezen we dat de Emmaüsgangers met elkaar spraken over er voorgevallen was. In vers 36 is het hetzelfde: 'terwijl zij hierover spraken, stond Hij zelf in hun midden ...'
Maar er is óók verschil. In vers 14 herkennen ze Jezus niet. Ze spreken over Hem op een manier, waarbij ze het Woord afgeschreven hebben. Jezus is er niet meer, en met Hem is de hoop dat Hij Israël zou verlossen de bodem ingeslagen.
In vers 36 komen de beide Emmaüsgangers met hun boodschap in een kring, die tegen hen zegt: 'De Heere is waarlijk opgestaan en is aan Simon verschenen'. Als ze naar Jeruzalem gaan om de gemeenschap te herstellen, omdat Christus door zijn opstanding een nieuwe gemeenschap heeft gesticht, dan ontmoeten ze daar broeders en zusters, die hun vertellen: 'Hoort, wat ons God deed ondervinden!' Christus woont niet in het enkele hart, dat zichzelf niet kan oprichten, dat uitzichtloos om zichzelf kan cirkelen. De God van Israël woont in het midden van zijn volk. Hij is de Heilige in ons midden. Christus komt waar twee of drie in zijn naam bijeen zijn. Als we over Hem spreken, is Hij in ons midden. De Emmaüsgangers moesten eerst in het Woord binnengeleid worden, voordat ze Christus herkennen. En waar dat Woord regeert, daar is Hij, daar mogen we Hem verwachten!
Maar als Christus niet is bij de Emmaüsgangers, die de gemeenschap met de gemeente verbreken, is Hij er dan alleen 's zondags, tijdens de diensten? In Johannes 20 lezen we dat de opgestane Christus tot Thomas komt. Maar hij komt niet tot Thomas alleen, maar 'na acht dagen', in de samenkomst van de gemeente. Als Thomas de gemeenschap met de anderen verbroken heeft, duurt het inderdaad een week, voordat hij Jezus ontmoet. In de volgende bijeenkomst op zondag. Nu, het is wel duidelijk dat bij Christus horen ook inhoudt: graag bij de zijnen zijn, de gemeente bezoeken.

De eerste tijd
Deze paar lijnen in het Nieuwe Testament laten ons het belang van de samenkomsten zien, niet in de laatste plaats op de zondag. En laat de wijze waarop de aanwezigheid van Christus ons wordt getekend in Lukas 24 ons niet zien dat hier de 'goedertierenheid in de morgen' en 'de trouw in de avond' - zoals Psalm 92 die bezingen - een nieuwe invulling krijgen? Uit wat we in 1 Korinthiërs 11:2vv lezen krijgen we trouwens óók de indruk dat men op zondagavond samenkwam, nadat men - zoals toen ook gebruikelijk - ook 's morgens vroeg bijeen was geweest.
Als Christus de Zijnen bijeenhaalt, en Zich laat ontmoeten waar mensen in zijn Naam bijeen zijn, zouden wij dan wijzer zijn en thuis blijven? Willen we riskeren te verdwalen, als moderne mensen zoals de Emmaüsgangers dat in zekere zin al waren: 'wij verkeerden in de veronderstelling, dat Hij het was ...'? Dat is wat naar mijn overtuiging ook vandaag op het spel staat. We moeten een spa dieper, en kijken wat er achter en onder die teruggang van het kerkbezoek in de middagdiensten ligt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Rust en heiliging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's