De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

3 minuten leestijd

Bij uitgeverij Verloren te Hilversum verscheen een boek van Jan J.B. Kuipers en Robbert Jan Swiers, Het verhaal van Zeeland. Hier volgen twee fragmenten:

• Alcuin, wetenschapper aan het hof van Karel de Grote en achterneef van Willibrord, beschreef ooit de komst van Willibrord in de nederzetting 'Villa Walcheren' als volgt:

Eens dus, toen de eerbiedwaardige man een reis maakte om het evangelie te verspreiden, zoals hij gewoon was, kwam hij bij een nederzetting, Walichrum geheten. Hier werd nog een beeld bewaard van een oude afgod. Toen de man Gods, brandend van ijver, dit beeld stuk sloeg in tegenwoordigheid van de bewaker ervan, heeft die, ontstoken in heftige woede, om het onrecht zijn god aangedaan te wreken, in een aanval van waanzin (razernij), met zijn zwaard op het hoofd van de priester van Christus geslagen. Maar die heeft, daar God zijn dienaar beschermde, geen wond overgehouden aan de slag van de woedende bewaker.

• Jacob Cats deed meer dan dichten:
Cats poldert in. 'Het Twaalfjarig Bestand (1009-1621) bracht naast de mogelijkheid tot het bouwen van versterkingen ook de rust voor de wens om geïnundeerde gebieden opnieuw in te polderen. En hier duikt de naam van Jacob Cats weer op. Samen met zijn broer begon hij vanaf 1611 met het inpolderen van verloren gegane gebieden onder Groede en Oostburg. Hij doet daar in eigen woorden verslag van:

' Daer waeren in den krijgh veel dijcken doorgesteeken.
Het land lagh ongebouwt, de lieden weggeweecken,
Dat eertijts werdt beploeght dat was een mosselbanck,
De krabben uyt het slijck dat was de beste vanck,
Daer was geen ploegh gebruyckt in meer als dertigh jaren,
De regen op de vrucht dat waren sou te baren,
En wat er was omtrent dat was maer driftigh sant.
Het velt voor desen groen, dat was een dorre strant.
Ick heb om goeden raet mijn broeder aangesproocken,
Hoe dat men landen dijekt door oorlogh ingebroocken,
Die heeft mij niet alleen hier op bericht gedaen,
Maar vingh beneffens den gantschen handel aan ...
Ick vond'er groot vermaeck,wanneer het koolsaet bloeide,
Of dat de wintergerst in volle struyeken groeide,
En 't was een schoon gesicht, wanneer de korentas
Van allerhande groen om hoogh gestapeld was."

Cats heeft dus veel plezier beleefd aan zijn inpolderingsactiviteiten. Hij heeft er ook grof geld mee verdiend, want hij handelde onder meer met de abdijen en kloosters over de tiendrechten. Het plezier duurde nog geen twaalf jaar. Aan het eind van het bestand, toen het formeel afliep, ging de oorlog weer verder en opnieuw werden de polders een prooi van de golven. Inundaties waren een belangrijk militair middel in - overigens niet alleen - die tijd. Het zou tot de Vrede van Munster duren, voordat opnieuw met het inpolderen van geïnundeerd gebied kon worden begonnen. Sommige delen van Zeeuws-Vlaanderen zijn altijd buitendijks blijven liggen, zoals Het Verdronken Land van Saeftinghe.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's