Belang van de tweede dienst
WAARDERING VAN DE ZONDAG [3]
Als Christus Zich laat ontmoeten waar mensen in zijn Naam bijeen zijn, zouden wij dan wijzer zijn en thuis blijven? Met die vraag eindigde de vorige bijdrage. Maar daarmee is nog niets gezegd over de invulling van die tweede samenkomst. Uit 1 Korinthiërs 11 krijgen we de indruk dat men dan het Heilig Avondmaal vierde, of althans: een vorm van levensgemeenschap oefende die 'lichamelijk' was. Dat is dus iets anders dan de invulling van de tweede dienst als leerdienst. Door de eeuwen heen kwam men in de kloosters en ook daarbuiten verscheidene keren per dag - en zeker per zondag - samen.
Dat de Heidelbergse Catechismus wordt uitgelegd, is iets eigens van de gereformeerde Reformatie. Het was niet altijd een groot succes. In het Westerkwartier in Groningen was het op sommige plekken zo dat alleen zij die verplicht waren aanwezig te zijn, die middagdienst ook bezochten. Dat resulteerde in een klein gezelschap: de predikant, de koster en de schoolmeester. Als de schoolmeester, die immers de jeugd de Heidelbergse Catechismus moest bijbrengen, en de dominee van mening verschilden en dat ontaardde in een luidruchtige woordenwisseling, stonden de mensen wel buiten mee te luisteren. Niet uit heilbegeerte, zoals overbodig is te zeggen. Het is echter niet juist om de invoering van de tweede dienst op de zondagen alleen met de Reformatie te verbinden, en te stellen dat men toen de noodzaak voelde de mensen in bijbels-gereformeerde zin te vormen - een noodzaak die vandaag niet meer zou gelden.
'Kolenbrandersgeloof'
Het is goed ons te realiseren hoe belangrijk die leerdienst was. Men kwam uit de Latijnse mis, die voor een groot deel over de hoofden van de mensen heen ging. Men leefde in de sfeer van het 'kolenbrandersgeloof'. Wie Calvijn leest, komt die uitdrukking telkens tegen. Het bekende beeld van het 'kolenbrandersgeloof' uit die tijd is een waar schrikbeeld voor hem geweest. Die echte of denkbeeldige kolenbrander zou gevraagd zijn naar wat hij geloofde, maar hij bleef ieder antwoord schuldig en verwees degene die hem de vraag stelde, naar de dichtstbijzijnde pastoor: 'Wat hij gelooft, geloof ik ook.'
Een schrikbeeld was het voor Calvijn, omdat hoofd en hart dan dus niet in aanraking met en onder het beslag komen van de bevrijdende en oordelende kracht van het Woord van God. Het gaat daarbij ook niet alleen om het persoonlijk bestaan. Telkens komt het woord uit Spreuken bij hem terug: 'Zonder inzicht gaat het volk te gronde'. Bij Calvijn bespeur je overal hoeveel het hem er aan gelegen was om de gemeente te brengen tot een eigen, bewust beleefd en kennend geloof.
Gezonde leer
Dit staat ook op de achtergrond van Zondag 38 van de Heidelbergse Cateismus. Centraal in de Heidelbergse Catechismus is dat we mogen 'kennen' en 'vertrouwen', maar het 'kennen' gaat voorop. De ongehoorde bevrijding en verrukking, dat we zelf ook kunnen kennen en weten waar we met Hem aan toe zijn, vormt ook de achtergrond van de uitleg van Zondag 38. Daarom moeten er kerken en scholen en preekdiensten worden onderhouden. De mensen moeten niet door onzekerheid gekweld worden,m aar weten aan Wie ze zich toevertrouwen, en waarin hun heil vast ligt.
De Heidelbergse Catechismus stond evenmin op zichzelf, maar met dit belijdenisgeschrift ontstonden ook de liturgische formulieren. Daaraan alleen kunnen we zien dat de 'leer' geen zaak voor het intellectualisme was, maar dat het erom ging de gemeente de machtig rijke inhoud van wat de HEERE haar gegeven heeft in te prenten. En men schreef ook allerlei formulieren en gebeden voor huiselijk gebruik. Héél het leven wilde men vernieuwen, door het onder het beslag van 'gezonde leer' te brengen.
Kleine theologen
Is die leerdienst vandaag nog nodig? Nee, niet als plichtmatige uitleg van de Heidelbergse Catechismus. Dat is de meest effectieve anti-reclame, die maar mogelijk is. Maar het kan en moet ook anders. De leerdienst is om minstens twee redenen vandaag van belang.
In de eerste plaats:
We zijn allemaal kleine theologen geworden. Maar dat is nog iets anders dan dat we de HEERE kennen. We hebben onze opvattingen, we maken ons sterk, en we worden daarbij ook 'geholpen' door de verschrikkelijke versplintering van het lichaam van Christus. We kunnen met een heet hoofd en een koud hart het gelijk van de kerkgemeenschap, waarvan we deel uitmaken, verdedigen. En het is voor de voorgangers moeilijk om dat tegen te gaan. Het heeft een schijn van degelijkheid en belijndheid, maar het zou wel eens het 'vrome vlees' kunnen zijn dat hier de toon aangeeft. In onze kerkscheuringen zijn we moderne mensen geworden, individualisten, die het geheim van de kerk, van de gemeenschap zijn kwijtgeraakt.
Van het kennen van de HEERE wordt een mens ootmoedig en verwonderd, en kritisch naar zichzelf toe. We worden niet eigenwijs, maar saamhorig. Kijk maar naar de eerste gemeente. Dagelijks maar liefst kwam men samen (Hand. 2:41-47)!
Waar hebben we het over met een tweede dienst op zondag? ! Als we een leerdienst hebben, dan zal het niet mogen gaan om ons kerkelijk standpunt nog eens te verdedigen, maar om ons te binnen te brengen wat een genade het is God te mogen kennen - want dat is het eeuwige leven (Joh. 17)!
Belevingscultuur
In de tweede plaats: we maken vandaag deel uit van een 'belevingscultuur'. We hebben het niet meer zo op de leer, we zoeken eerder beleving. We vragen wat 'werkt', wat 'aanspreekt'. Het gevaar is levensgroot dat we ons laten meenemen in de 'beleving'. Maar het geloof leeft van de belofte, die tot de héle mens komt, tot verstand en hart. In de moderne beleving is dit beslissend dat mensen helemaal van zichzelf zijn.
In de Heidelbergse Catechismus horen we ervan dat dit pas troost mag heten dat we niet van onszelf zijn, maar van onze trouwe Zaligmaker Jezus Christus. Als.we deze analyse delen, weten we dat het erom gaat in een belevingscultuur - nee, niet dwars te gaan liggen - , maar wel heel gericht aandacht te vragen voor de waarde van de leer, en het kennen van de HEERE.
We hebben de leerdienst nodig om te weten waar het om gaat, en om in de cultuur van vandaag staande te blijven. Als we deze dingen helder zien, komt de discussie over een tweede dienst in een ander licht te staan. Als we deze beseffen zouden aantreffen bij hen die de tweede dienst verzuimen zouden we een basis hebben om te praten over hoe we dan wel inhoud kunnen aan wat broodnodig is. Er is méér nodig dan een tweede dienst. Het zal erom moeten gaan ons weer aanhoudend en diepgaand in de geheimenissen van het geloof te verdiepen. Om ons heen valt nogal eens te beluisteren: 'de tweede dienst redt het niet'. Misschien is het wel omgekeerd: de tweede dienst moet óns redden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's