Bijna goddelijk gemaakt ...
TWEEDE BUNDEL NA UTRECHTSE STUDIEDAG
Dit artikel is een boekbespreking, maar tegelijkertijd een soort inleiding. Bijbelvaste lezers zullen bij de titel gedacht hebben aan Psalm 8, waarin over de heerlijkheid van Gods schepping wordt gesproken, met name over die van de mens.
Enerzijds: voorwerp van Gods barmhartigheid.
Anderzijds: een te kostbaar stuk van de schepping om verloren te laten gaan, bijna goddelijk. Zo spreekt Psalm 8, zo wordt ook in Bijna goddelijk gemaakt. Gedachten over de menselijke gerichtheid op God over hem gesproken. In de titel pakken de schrijvers deze uitspraak over de mens op en doordenken ze hem. Die schrijvers zijn de doctores Arjan Plaisier, Antonie Vos, Luco van den Brom, Nico den Bok, Nienke Vos, Theo Zweerman, Willem Balke, Klaas Bom, Hans de Knijff en Guus Labooy. De titels zal ik maar verder achterwege laten; het volgen van een eigentijdse mode vraagt soms iets te veel ruimte.
Van beneden naar boven
Het is geen meditatief maar een echt theologisch boek, en dito studie. Overigens: daar hoort voor predikanten en theologisch geïnteresseerden weinig onderscheid tussen te bestaan; wie theologie studeert en zijn vak bijhoudt, weet hoezeer hij bezig is met geestelijke inspanning, met 'bevindelijk' denken. Dat probeert een aantal theologen speciaal op de zogenoemde Utrechtse studiedagen, om het jaar gehouden, terwijl het verslag van zo'n dag in het tussenliggende jaar in boekvorm verschijnt: een reeks korte lezingen, studies binnen het kader van een strak afgebakend onderwerp. Ook dit keer zijn het bijdragen van hoge kwaliteit, veelal door mensen die het voluit waard (zouden) zijn zichzelf via de universiteit te ontplooien, en die zich bewegen in de door de Reformatie ingeslagen richting. Het zijn geen ingewikkelde denkexperimenten, bedoeld om liefhebbers te boeien, maar eerder verdiepende bijdragen over wat de reformatorische positie met name vandaag te zeggen heeft.
Het thema van dit boek is actueel: de ondertitel luidt, ter verduidelijking: Gedachten over de menselijke gerichtheid op God. De denkweg loopt dus hier van beneden naar boven, in onderscheid met de vorige uitgave. Wat bewoog God mens te worden, dat de weg van boven naar beneden afliep. Het gaat er nu over dat mensen, en zeker ook christenen, geneigd zijn over God te denken in het verlengde van de manier waarop we over zichzelf denken, als een soort boven-verstandelijke uitvergroting van onszelf. De Bijbel leert ons echter dat niet God naar óns beeld is gevormd, maar wij naar het zijne: dat doorbreekt radicaal ons denken over onszelf, onze antropologie. Zoals de hele openbaring dat steeds weer doet.
Geen scheidingsdenken
Het boek is tegelijkertijd ouderwets en modern. Ouderwets, omdat de moderne cultuur waar wij deel van zijn, niet geneigd is zich druk te maken over God, hoe Hij is of werkt: zelfs Zijn bestaan is te verwaarlozen. Modern echter, omdat de schrijvers allen serieus nemen dat God niet weg te denken is uit ons bestaan, uit ons 'zijn', ook niet als men Hem een te verwaarlozen factor vindt. We moeten de eerlijkheid opbrengen om te erkennen dat wij, met de ontkenning van God, onmiddellijk iets anders gaan vergoddelijken, of het nu een cultuurverschijnsel is als de sport dan wel een denkpatroon als onze rechten en vrijheden. Dit blijkt uit de feiten. Daarom, hoe goed het ook is dat wij onze belijdenis grondig kennen, evenals de knooppunten binnen de gereformeerde theologie, daarna begint de nieuwe opdracht. Ter wille van het evangelie. Er staan hoofdstukken in deze uitgave met een hoog gehalte - ze bewegen zich alle in de Augustijnse lijn: de schrijvers verwerpen een scheidingsdenken tussen God en mens, waarin altijd weer onze samenwerking een plaats krijgt toegewezen. Ze gaan uit van de ontsporing door de zonde die de Godskennis verwoestte, maar niet het beeldschap dat de mens van Godswege kreeg ingedrukt. Reformatorisch denken weet: we kennen God niet uit onszelf, maar nochtans tasten we naar Hem, ook in onze uitgeschreeuwde of stilzwijgende ontkenningen van Hem. Vandaar de spits van dit boek: wat moeten we met dit belijden aan in de moderne tijd?
Beeldschap
Dat is dan ook de hamvraag waarmee dr. Plaisier in huis valt. De ontwikkelingen van het Westen laten mannen als Dante en Pascal achter zich door hun invoering van het scheidingsdenken, en uiteindelijk wordt de uitspraak van Augustinus: 'Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U, o Heer' opzij gezet voor de zogenaamde menselijke vrijheid, de ontkenning van zijn verlorenheid. Die leidt echter onontkoombaar tot een opgesloten zitten in jezelf, een gevangenis. Elders lezen we hetzelfde: zelfs hij die wil terugkeren naar de theologie uit de Renaissance-tijd, dus naar de hoge waarden en normen uit de Grieks-Romeinse oudheid, komt uiteindelijk met al zijn ijdelheid terecht in determinisme, een uitzichtsloos noodlotsgeloof (Antoon Vos).
Dat is reformatorische taal. Wat mij betreft had bijvoorbeeld Dr. Plaisier, zijn stelling uitgezet hebbend, nog breder en voller over het beeldschap mogen spreken. Als dr. Balke duidelijk maakt dat noch de tegenstelling tussen lichaam en ziel, noch die tussen verstand en gevoel het beeldschap mogen bepalen (Calvijn), maar dat het de hele mens aangaat, dan blijkt de historicus te stokken. De systematicus moet echter weten dat het thema van de hele mens als psychosomatische eenheid, met al zijn gaven, en zelfs met zijn lichaam, krachtig mag worden uitgewerkt. God spreekt ook over zichzelf als Eén die ruimte inneemt, namelijk in de hemel. Zo kreeg de mens immers het beeldschap ingedrukt. Die kant komt in dit boek wat tekort.
Gods gedenken
Maar wie zo massief wil spreken, moet tegelijkertijd op zijn spraakgebruik passen. In dit boek wordt nogal eens, zij het zonder bijzondere bedoeling, gesteld dat de mens beeld Gods is. Ik zelf houd het, met dit boek, op het stempel dat God de mens heeft ingedrukt, en zo op het beeldschap dat de mens draagt.
Immers, deze uitgave pleit niet voor een soort aanknopingspunt voor het evangelie in de mens (Van den Brom); die aansluiting mogen we aan de Geest overlaten. Echter, denken en geloven binnen de relatie die de Geest schept, sluit het massieve, het schepselmatige, van het door God ingedrukte beeldschap niet uit. Is dat niet juist het scharnier van Psalm 8: hoe groter en ruimer we spreken over de gaven die aan de mens zijn toebedeeld, des te dieper getuigen we van Gods 'gedenken', van zijn barmhartigheid?
Dat er een andere bijbelse weg is dan deze Augustijns-Calvijnse gang, zie ik niet. Daarom kan ik ook niets met de suggestie van dr. Van den Brom, die sprekend over Blaise Pascal, stelt dat er bij het denken over het beeldschap ook zoiets zou kunnen bestaan als een derde weg, tussen de gebonden wil van de Reformatie en de vrije wil van Pelagius. Wanneer Pascal op 23 november 1654 als een overrompeling middenin zijn werelds bestaan in Parijs in het hart wordt gegrepen, trekt hij zich terug in het klooster te Port-Royal, vlakbij Parijs dat (vanuit de stichter Jansenius) van harte de Augustijnse visie is toegedaan. Daar wordt Pascal niet alleen de briljante filosoof en natuurkundige wiens invloed en naam tot nu toe doorwerken, maar ook de niet minder briljante verdediger van de Reformatie tegen de aanvallen van de Jezuïeten.
Menselijke gestalte
Zowel Plaisier als - vooral - De Knijff wijzen erop hoe het beeldschap nooit kan worden losgemaakt van de persoon van Jezus Christus, in zijn menselijke gestalte op aarde. Dat heeft de gereformeerde theologie best eens vergeten, in haar polemiek met een verdienstelijkheid met Jezus als ons grote voorbeeld.
Zo zou ik door kunnen gaan, want ik zie nog zo veel meer, maar liever zeg ik dat deze vorm van theologie bedrijven nu net is wat onze studenten en predikanten nodig hebben, en wat de faculteiten ons maar mondjesmaat gunnen. Tot schade voor de prediking en veler theologische ontwikkeling.
N.a.v. Nico den Bok en Arjan Plaisier (red.):
Bijna goddelijk gemaakt. Gedachten over de menselijke gerichtheid op God.
Uitg. Boekencenrum, Zoetermeer; 288 blz.; € 16,90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's