In onze zwakheid afhankelijk
GEMEENTEGROEI IN EEN GESECULARISEERDE SAMENLEVING [1]
Inleiding
Op de dag dat ik begon met de voorbereiding van deze bijdrage, bevatte het evangelisch maandblad Uitdaging een foto van een man van middelbare leeftijd in een zwembassin, die twee jongere mensen omarmde. Het onderschrift verhaalde dat het afgelopen jaar bij de Saddleback-church van voorganger Rick Warren 2029 mensen gedoopt zijn, het hoogste aantal in het 25-jarig bestaan van deze Amerikaanse kerk. Een mijlpaal die volgens de voorganger met name te danken is aan zijn veertig-dagen-programma rond het doelgericht gemeente-zijn, dat door hem is geïntroduceerd.
Echter, zo simpel is het niet. Als het wel zo eenvoudig was, hoeft deze bijdrage niet gehouden te worden en kunnen we volstaan met het uitdelen van dit boek of het weggeven van een boekenbon, om het kerkelijk succes van Stadskanaal en Sebaldeburen, van Opende en Oude Pekela te garanderen. Dat het niet simpel ligt, was me een dag eerder al duidelijk geworden, toen mijn ochtendblad verslag deed van het symposium ter gelegenheid van het terugtreden van Aad Kamsteeg bij CV.Koers. Aandacht werd gegeven aan de ontwikkeling van de afgelopen tien jaar, die toonde dat orthodoxe gemeenten steeds meer aan evangelisatie doen. Het besef is doorgebroken dat kerkmensen hetzelfde nodig hebben als buitenkerkelijken, zodat gemeenteopbouw en evangelisatie ook dingen gemeenschappelijk hebben. Tijdens dat symposium noemde dr. Stefan Paas het opvallend dat in de christelijke boekentoptien twee boeken enorm scoren, boeken die qua inhoud lijnrecht tegenover elkaar staan. Dat is aan de ene kant het boek Doelgericht leven van Rick Warren, dat mensen in veertig dagen wil brengen tot het doel van ons leven, de aanbidding van God. En dat is aan de andere kant Morgen doe ik het beter, van prof. Herman Selderhuis, bedoeld als een gids voor gewone christenen, waarvan sinds 2002 al tien (!) drukken verschenen en 25.000 exemplaren verkocht werden. Is het eigenlijk wel de bedoeling dat wij superchristenen worden, vraagt Selderhuis zich af? We worden immers niet behouden door ons christen-zijn, maar door genade. Hij wijst een weg hoe we ondanks onze zwakheden toch in geloof kunnen leven, kunnen verdiepen.
In het kader van gemeentegroei is het goed centraal te stellen dat wij in onze zwakheden geheel afhankelijk blijven van de genade van Christus, van de voorbede van Christus. Wat maken wij klaar met onze passie?
Titel
Ondertussen heb ik wel tegen de titel van deze bijdrage zitten aankijken: Gemeentegroei in een geseculariseerde samenleving. Wat betekent dit? Welke suggestie gaat hiervan uit? Toch niet deze dat wij met onze kerkelijke riemen tegen de stroom van de ontkerkelijking kunnen oproeien? Ik kan me wel iets voorstellen bij Gemeentegroei in een samenleving die vervolgt, in plaats van seculariseert. Neem onze broeders en zusters in China, in Korea. De gemeente van Christus ligt onder vuur en vertoeft daarom grotendeels ondergronds. Allen die Zijn naam belijden, kunnen nauwelijks in hun levensonderhoud voorzien en hebben werkelijk alles schade geacht om de uitnemendheid van de kennis van Christus. Daar is groei - overigens heel wonderlijk. Een leven van hartstochtelijk gebed en van een voor ons beschamende toewijding draagt veel vrucht, zodat de gemeente in de verdrukking groeit. Gemeentegroei in een geseculariseerde samenleving - is dat geen wishful thinking? Ik moet denken aan de jaren van Noach, voor de zondvloed. In Genesis 6 lezen we dat de aarde vol was van misdadigheid, verdorven voor Gods aangezicht. Dat is nooit de bedoeling geweest, en de Heere God wil als het ware zo niet verder. 'Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met de mens', besluit de Heere, voordat hij Noach een ark laat bouwen. Als heel de wereld moreel bankroet blijkt, vormt Noach met zijn gezin de rest, waarmee God verder gaat en met wie Hij een nieuw begin maakt. Dat is blijkbaar Gods antwoord op de mens die toont geen boodschap aan Hem te hebben.
Onze dagen
Kunnen we dat van onze dagen ook zeggen, dat die gelijk zijn aan de dagen van Noach. Dat zou heel goed kunnen, als we uit Mattheüs 24 horen hoe het zijn zal in de toekomst van de Zoon des Mensen. 'Want gelijk zij waren in de dagen voor de zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot de dag toe, waarin Noach in de ark ging, en bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van de Zoon des mensen.'
Betekent de secularisatie niet vooral dat voor velen in Nederland de Heere God er niet meer toe doet? Hij is niet de Schepper en Onderhouder van de wereld, en alles wat de Bijbel over Hem zegt, heeft geen betekenis voor het leven van velen. In het laatste grote onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau werd geconstateerd dat Nederlanders zichzelf prima in staat achten om uit te maken wat goed is en wat kwaad. Zij hebben er de kerk steeds minder bij nodig. Dat betekent dat de kerk geen rol in hun leven meer speelt, dat het evangelie hen koud laat.
Bij gewetensvragen zoekt de Nederlander niet de kerk op, al vindt men het prima dat de kerk zich uitspreekt. De plaats van de predikant en de pastoor is voor de eigen besluitvorming echter ingenomen door vrienden en vriendinnen. Een ander opvallend gegeven uit het genoemde SCP-rapport is dat de eeuwigheid uit het blikveld raakt, dat het leven op aarde een doel in zichzelf geworden is, in plaats van dat we leven tot eer van de Heere God en ons hebben voor te bereiden op de eeuwigheid. Steeds meer mensen kiezen voor een hedonistische levensstijl, waarbij plezier maken, van het leven genieten en nieuwe dingen beleven centraal staan.
Postmoderne zwervers
Een vaste oriëntatie op het Woord van God is er niet meer in onze samenleving. Zo postmodern als we zijn, heeft iedereen zijn eigen waarheid. De moderne tijd begon met de Verlichting. In de Middeleeuwen stond God in het middelpunt, na de Verlichting was dat de mens, die bevrijd moest worden van geestelijke en religieuze onderdrukking. De mens kreeg verantwoordelijkheid, heeft kennis en macht. Wat door de rede begrepen wordt, nemen we aan.
Vanaf de tweede helft van de vorige eeuw is het postmodernisme gekomen. Er is wel gezegd dat de moderne mens een pelgrim was, op weg naar een beter oord, waarheen hij in een leven van hoogten en diepten op weg is. De postmoderne mens typeren we dan als een vrolijke en welgestelde zwerver, die geen vertrekpunt of reisdoel heeft. Dit leven is een spel met risico's en kansen, geluk en pech, serieus gespeeld, maar nooit serieus bedoeld: wie af is, begint vrolijk een nieuw spel, zoals ds. G.J. van Beusekom in de IZB-bundel Uitgedaagd door de tijd beschrijft.
Kenmerkend is dat tradities worden veronachtzaamd, het gevestigde gezag wordt niet meer erkend en eensgezindheid in allerlei samenwerkingsverbanden ontbreekt. De samenleving vervlakt en fragmentariseert. Het gaat erom dat iets functioneel is. Gezag moet je verwerven en komt niet voort uit iemands functie. Een postmodern principe is dat er geen vaststaande normen meer zijn. De pluraliteit - het naast elkaar kunnen bestaan van verschillende visies die elkaar uitsluiten - is een rode draad in de levensvisie geworden. Deze visie heeft zich het eerste eigen gemaakt in een intellectuele bovenlaag, is vervolgens bij een middengroep als de media terechtgekomen, om vervolgens heel de maatschappij binnen te dringen. Het herkenbaarst is deze visie aan een politieke partij als D66, die geen vaste ideologie heeft.
Tijdens de halfjaarlijkse ontmoeting van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond met predikanten uit de noordelijke provincies sprak drs. P.J. Vergunst op verzoek van deze predikanten over het onderwerp Gemeentegroei in een geseculariseerde samenleving. In twee afleveringen plaatsen we deze bijdrage in ons blad.
RED. DE WAARHEIDSVRIEND
Eigen doelen
Dit, postmoderne denken heeft grote gevolgen, die christenen helder voor ogen moeten hebben, omdat we de gevaren anders onvoldoende onderkennen. Als alle levensbeschouwingen van gelijke waarde zijn, is er geen bestaansrecht voor één bepaalde overtuiging, gegrond op de Bijbel. We kunnen niet meer spreken over de zin en het doel van ons leven. Elk mens schept zijn eigen doel, je kunt die wel met meer mensen delen, maar ze zijn niet meer geldig voor alle mensen. Dat betekent dat het begrip gemeenschap wegvalt. Er is geen collectief meer. Als er één uitzondering zou moeten zijn, is dat de christelijke gemeente! Iedereen zoekt een netwerk van vrienden, waarin velen zich weten te redden, maar waarin minder sociaal vaardige mensen zich nauwelijks staande kunnen houden.
Ook valt de functie van de geschiedenis weg. Deze fungeert veel minder als leerschool van de mensheid. Ik hoop dat u zelf steeds de toespitsing naar de christelijke gemeente maakt: Hoe functioneren wij nog als christelijke gemeente, als een gemeenschap waarin we delen wat we ontvangen hebben? In hoeverre zijn wij verbonden met de kerk van alle tijden, met ons eigen hervormd-gereformeerde voorgeslacht, of is er veel meer sprake van beïnvloeding door de huidige cultuur?
P.J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's