De schoonheid van de taal
'De goedertierenheid en waarheid zullen elkander ontmoeten; de gerechtigheid en de vrede zullen elkander kussen. De waarheid zal uit de aarde spruiten, en gerechtigheid zal van de hemel nederzien.' [Psalm 85:11 en 12]
Op verjaardagsvisite bij ouderen lees ik meestal de Psalm die hetzelfde nummer heeft als het aantal jaren van de jarige. Op een huisbezoek aan een 85-jarige las ik dus deze Psalm. De schoonheid van de taal viel me tijdens het lezen op. Vooral de bovenstaande verzen sprongen me in het oog.
Waarheid en vrede, goedertierenheid en gerechtigheid zijn in dit bestaan ver te zoeken. Als ik het zo formuleer, dan klinkt het nog hoopvol. Het verlangen naar de vrede en de gerechtigheid op aarde klinkt er in door. Er zijn genoeg mensen die helemaal niet meer op zoek zijn naar waarheid en vrede. Ze zijn ervan overtuigd dat die op aarde niet te vinden zijn. Jongeren gaan er niet eens naar op zoek. Ze houden het al bij voorbaat voor gezien. De leugenachtigheid en de onvrede van dit bestaan gaapt hen aan. Tal van jongeren en ouderen beleven dit bestaan als totaal zinloos. Er zijn ook mensen die spreken over de onzinnige wereld waarin zij leven. Bespaar je de moeite om op zoek te gaan naar goedertierenheid en gerechtigheid. Het recht struikelt op de straten. Het onrecht viert hoogtij. Velen beleven de werkelijkheid op deze manier. Het is een heel deprimerende levenshouding die door velen belichaamd wordt. Zelf beschouwt men zich als een realist. De werkelijkheid moet je niet overvragen. Dat levert alleen maar frustraties op.
In schril contrast hiermee staat het tekstgedeelte uit deze Psalm. Er wordt hier gesproken over een hogere werkelijkheid. Er wordt hier veel verder gekeken dan de realiteit, die voorhanden is. Er wordt gesproken over waarden, waar wij zelf nooit op zouden komen. De waarheid en de vrede, de goedertierenheid en de gerechtigheid worden bezongen. Dat gebeurt in poëtische taal. Toch zijn hier niet de muzen van de dichtkunst aan het woord.
Ook al is de schoonheid van deze taal oogverblindend, we willen niet eindigen in de letterkunst. Het is door de bezieling van de Heilige Geest dat de opperzangmeester zijn lied voorzingt aan het koor van de kinderen van Korach. Het gedicht vraagt om instemming. Dit lied wil aangeheven worden. De woorden overstijgen de barre werkelijkheid ver. Ze steken ver boven onze werkelijkheid uit. Een andere wereld wordt bezongen. Het is alsof de hemel een ogenblik de aarde raakt. Zo wordt het ook verwoord in vers 12. Een groots perspectief opent zich voor onze ogen. De hoogste waarden en normen worden aan de orde gesteld. De grootste gelukzaligheid wordt bezongen. Het is veelomvattend wat in enkele regels wordt weergegeven. De hele inhoud van het evangelie van de Heere Jezus Christus schittert er in door. In Hem hebben hemel en aarde elkaar weer teruggevonden. Jezus Christus heeft de kloof tussen hemel en aarde, die wij door onze zonden geslagen hadden, overbrugd. Alles wat door onze zonden is stuk gemaakt, heeft Hij weer heel gemaakt aan het kruis op Golgotha. Van die heelheid en van die volmaaktheid getuigen onze tekstverzen. Niet alleen de goddelijke eigenschappen van goedertierenheid en waarheid, gerechtigheid en vrede worden genoemd in deze verzen. Ook de wijze waarop ze aan elkaar verbonden worden door de werkwoorden is schitterend. De goedertierenheid en waarheid zullen elkaar ontmoeten. Een echte ontmoeting is altijd een Godsgeschenk. Hier ontmoeten Gods verbondstrouw en de waarheid van Zijn beloften elkaar. Ze omarmen elkaar, ze omhelzen elkaar, ze gaan hand in hand. Het is een liefelijk tafereel. Het is bovenaards. Het ziet al op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarop die twee voor altijd verenigd zullen zijn. De gerechtigheid en vrede zullen elkander kussen. Ze begroeten elkaar met een kus. Ze vallen elkaar in de armen. Het beeld is heel teer. De verbeelding is liefelijk.
Ja, en dan worden hemel en aarde nog met elkaar verbonden. Het goede druipt neer van boven en het spruit op van beneden. Wat een zegen! De waarheid zal uit de aarde spruiten, en gerechtigheid zal van de hemel nederzien. Gods gunst rust op de aarde. Zijn goedgunstigheid is het deel van allen die Hem vrezen. De aarde draagt zijn vruchten. Een volkomen harmonie wordt beschreven. Wat is het prachtig dat hiervoor woorden zijn gevonden. Wat geweldig dat Gods Geest deze heeft ingegeven. De dichter zou er uit zichzelf nooit opgekomen zijn. Maar de Geest heeft het hem doen zien. God heeft deze voorstelling in zijn hart gegeven.
De Heere Jezus Christus heeft er alles voor overgehad om het ongerijmde van dit bestaan weer te doen rijmen. Hij heeft Zijn leven gegeven om de toorn van Zijn Vader over de zonden te stillen aan het kruis en aan het recht van God te voldoen. Zodat deze eigenschappen van God niet langer het heil van de mens uitsluiten, maar dat juist mogelijk maken.
Het duizelt ons als we daaraan denken. We kunnen het niet verklaren. De psalmist legt ook niets uit. Hij zingt ervan. Het hoogste lied. En het is zeker dat hij zelfs in de eeuwigheid niet uitgezongen raakt. Want juist daar kan het ten volle klinken, bewonderd en gezongen worden door de engelen en de gezaligden voor Gods troon: de vereniging van waarheid en vrede, van gerechtigheid en goedertierenheid.
P.B. VERSPUIJ, OTTERLO
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's