Het pastorale gesprek
PASTORAAT [4]
Ergens aan de rand van Wageningen kunnen wij een restaurant aantreffen met de naam Het Gesprek. Geen gebruikelijke naam voor een dergelijke gelegenheid. Maar wel een naam die te denken geeft.
De eigenaar heeft blijkbaar willen aangeven dat zijn restaurant niet maar een plaats is waar je eten en drinken kunt, maar ook een plaats van ontmoeting. En in iedere ontmoeting speelt het gesprek een belangrijke rol. In het gesprek vindt er uitwisseling van feiten en gegevens plaats, maar ook en vooral uitwisseling van ervaringen en ideeën.
In het gesprek leert men elkaar beter kennen. Het bevordert het onderlinge contact, en herhaald gesprek kan leiden tot groeiende verbondenheid met elkaar.
Het pastoraat voltrekt zich in de vorm van het gesprek. Vandaar dat ook dit onderwerp in deze serie aan de orde moet komen.
De aard van dit gesprek
Een gesprek voeren is wat anders dan een praatje maken. Mensen die een praatje maken, zijn vaak bekenden van elkaar, buren, kennissen, collega's, maar het kunnen ook onbekenden zijn die elkaar treffen.
Ze praten over het weer, over de dingen van de dag. Of ze stellen zich aan elkaar voor en wisselen wat informatie uit. Het blijft meestal wat aan de oppervlakte. Maar soms komt het toch tot een gesprek. Dan gaat het wat dieper. Het betreft de wezenlijke dingen van het leven. Dat gebeurt zeker als een gesprek bewust wordt aangegaan. Ik denk aan het gesprek van een arts met zijn patiënt, of van een maatschappelijk werkende met zijn cliënt. Zulke gesprekken gaan over dingen die van wezenlijk belang zijn: over ziekte en gezondheid, over gezins- en werksituaties.
Ook het pastorale gesprek gaat over dingen die van wezenlijk belang zijn. Het onderscheidt zich van andere gesprekken, doordat het gevoerd wordt in het kader van de herderlijke zorg. Het gaat over de kernvragen van het geloof, van het leven voor het aangezicht van God. Het betreft de persoonlijke verhouding tot God, de vrede en de vreugde die daarin worden beleefd, maar ook de vragen, de verlegenheden, de spanningen en verstoringen die zich daarin kunnen voordoen. Daarbij kunnen alle dingen van het leven van elke dag ter sprake komen. Ze worden geplaatst in het licht van Gods Woord, met de vraag of en hoe het gemeentelid er in het geloof mee omgaat.
Vaak heeft het pastorale gesprek plaats in het kader van huis- en ziekenbezoek, maar ook wel naar aanleiding van blijde of droeve gebeurtenissen in het leven van de gemeenteleden. Een pastoraal gesprek kan ook aangevraagd worden door iemand die daar behoefte aan heeft of door een bepaalde nood gedreven wordt.
We spreken van een pastoraal gesprek, niet alleen vanwege de inhoud van een dergelijk gesprek, maar ook omdat het door de pastor, door de ouderling of huisbezoeker gevoerd wordt in opdracht van Christus, Die in 1 Petrus 5:4 de opperste Herder genoemd wordt. Daarvan moeten zij en hun gesprekspartners zich altijd bewust zijn.
Wat het pastorale gesprek vereist
Als wij in het pastoraat werkzaam zijn, hebben wij er ons dus in de eerste plaats van bewust te zijn dat wij het gesprek voeren in opdracht van Christus. Het houdt in dat wij ons daarbij in Zijn geest hebben te gedragen. Laten we dan ook het gesprek nooit aangaan zonder gebeden te hebben om de leiding van de Heilige Geest. Die maakt dat de liefde van Christus ons beweegt. Dan zullen we openstaan voor de ander. Dan zullen we met begrip, geduld, mededogen en respect met hem omgaan.
Wij worden immers geroepen het heil van de ander te dienen. Dat vergt echter ook dat we eerlijk zijn en vermanend optreden als dat nodig is. Maar laten we nooit vergeten dat wij dienaren van het evangelie zijn. Wij mogen niet verzuimen de boodschap van Gods vergevende liefde in Christus door te geven. Daardoor biedt het pastorale gesprek uitzicht en hoop. In het pastoraat gaat het om de ontmoeting met de ander. Dat vraagt de bereidheid om de ander te nemen zoals die is. Laten we hem of haar het gevoel geven dat zij ons werkelijk ter harte gaan.
Een houding van betrokkenheid bij het wel en wee van de ander is zonder meer een must. Wie die betrokkenheid mist, bereikt de ander niet. De reactie zal zijn dat men zich niet geeft. We leren de ander dan niet kennen. Dat zal wel gebeuren als de ander merkt dat we echt in hem of haar geïnteresseerd zijn.
Luisteren
We moeten niet denken dat in het pastoraat 'goed kunnen spreken' een eerste vereiste is. Sommigen zijn verbaasd als ze horen dat het vooral op luisteren aankomt. Toch is dat zo.
Goed kunnen luisteren is een eerste vereiste. Het is wellicht overdreven, maar ik zou met een variatie op een bekend spreekwoord willen zeggen: 'Spreken is zilver, luisteren is goud.' Door te luisteren stellen we ons open voor de ander. We nemen in ons op wat die over zichzelf, over zijn relaties en omstandigheden vertelt.
We proberen ons in te leven in diens gedachten en gevoelens. Zo kunnen we in ons spreken gericht ingaan op de vragen en noden die ons kenbaar gemaakt zijn.
Door geduldig te luisteren, voorkomen we dat we voortijdig antwoorden geven of met vrome algemeenheden aankomen. De ander voelt zich dan niet serieus genomen. Zo wordt geen vertrouwen gewekt. Men klapt dicht en laat ons praten.
Wie goed kan luisteren, is alleen al daardoor helpend bezig. Mensen vinden het fijn als zij hun verhaal kwijt kunnen. Het doet hun goed te merken dat er aandacht is voor hun zorgen en problemen, voor hun angsten, hun eenzaamheid en verdriet. Mij wordt nog al eens gezegd: 'Er zijn tegenwoordig zo weinig mensen met wie je praten kunt.' Men zal ons dan ook dankbaar zijn als wij een open oor hebben en de tijd voor hen nemen. Laat hen ook uitspreken. We moeten hen niet onderbreken door te komen met onze eigen verhalen en ervaringen. Dat verstoort het gesprek.
Wel kan het nodig zijn af en toe een vraag te stellen om te voorkomen dat de ander zich verliest in wijdlopigheid of zijpaden gaat bewandelen.
Niet iedereen is spontaan. En vooral in het oosten van het land heeft men doorgaans niet het hart op de tong.
Wie spontane openhartigheid verwachtte, moet zich echter niet laten ontmoedigen. Door tactvol belangstellende vragen te stellen kan men de ander aanmoedigen zich nader uit te spreken.
Al eerder heb ik er op gewezen dat we niet alleen onze oren, maar ook onze ogen de kost moeten geven. Want ook houding, gebaar en gelaatsuitdrukking vertellen iets over de persoon met wie we in gesprek zijn. Deze lichaamstaal geeft informatie over iemands intentie en gemoedstoestand. Door ook daarvoor open te staan, leren we zijn woorden goed te interpreteren en op de juiste waarde te schatten.
Al luisterend en kijkend komen we erachter hoe we de ander pastoraal het beste van dienst kunnen zijn. We kunnen dan het Woord van God en het evangelie van Christus zo gericht mogelijk brengen, toegespitst op de vragen die we hebben gehoord en de noden die we hebben gepeild.
Spreken
Natuurlijk komt in het pastorale gesprek ook de pastor, de ouderling of de medewerker aan het woord. Maar als we goed geluisterd hebben, weten we beter wat we zeggen moeten.
De vraag kan zijn: hoe zeggen we het? Daarvoor zijn, dunkt mij, geen speciale richtlijnen te geven. Want, zoals het spreekwoord zegt, 'ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is'. Dat wil niet zeggen dat er geen aanwijzingen te geven zijn.
Als pastor worden we geacht het gesprek te leiden. Dat vereist de nodige zorgvuldigheid. Ook daarom goed luisteren. Want dat bepaalt de wijze waarop we vragen stellen en antwoorden geven. Het maakt dat we met zorg onze woorden kiezen.
Het is van belang dat ons taalgebruik aangepast is aan het niveau van onze gesprekspartner. Het bevordert dat die begrijpt wat wij bedoelen, zodat men daar op zijn of haar wijze op in kan gaan. Als de taalvelden niet op elkaar afgesteld zijn, bemoeilijkt dat het gesprek.
Voorts dienen we te voorkomen dat we in ons spreken belerend en betuttelend overkomen. Dat irriteert en schrikt af. Het gesprek zou onbevredigend of onverkwikkelijk kunnen eindigen.' Laat onze bescheidenheid, onze vriendelijkheid bij alle mensen bekend zijn' (Fil. 4 : 5). En nu ik de Schrift citeer, haal ik ook het advies van Paulus in Kolossenzen 4:6 aan: 'Uw woord zij ten alle tijde aangenaam, met zout besprengt, opdat ge moogt weten hoe gij een ieder moet antwoorden.' Dat wil zeggen, zorg dat je sympathiek overkomt, zonder zouteloos gepraat. Wat je zegt, moet niet smakeloos, maar gekruid zijn, het aanhoren waard, bepaald door het evangelie van Christus, vanuit oprechte verbondenheid met Hem. Dan weet je hoe je op vragen moeten ingaan.
Wie er onzeker over is hoe hij een pastoraal gesprek moet leiden, is gebaat bij oefening in gesprekstechniek. Nu is niet ieder in de gelegenheid om een cursus te volgen. Maar ook lectuur over dit onderwerp kan helpen. In een later stadium in deze serie zal ik een aantal titels noemen, ook op dit gebied.
Het helpt ook als in kerkenraadsverband of op een consistorievergadering geoefend wordt. Dat kan als een van de pastorale bezoekers een verslag maakt van een door hem gevoerd gesprek, en dat in bespreking geeft. Ieder leert dan van de eventuele zwakke en sterke punten die men signaleert, en van de suggesties voor een betere aanpak of verwoording die men geeft.
Ten slotte
Ook wat betreft het luisteren en het spreken in het pastorale gesprek geldt: 'Aldoende leert men.' Het is aan te bevelen de gesprekken die we hebben gevoerd, te evalueren. Laten we nagaan wat daarin goed geweest is, maar ook hoe wij anders en beter hadden kunnen reageren. Van onze fouten kunnen we leren. En - dit zij tot troost gezegd - het gebeurt dat God een gesprek, waar we zelf niet tevreden over zijn, een heilzame uitwerking geeft. En wie wijsheid ontbreekt, dat die ze van God begere, Die mild geeft en niet verwijt; en ze zal hem gegeven worden (Jak. 1:5).
G. BIESBROEK, EDE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's