Verlangen naar de volmaaktheid
HOUD ONS GEMOED VOOR U BEREID? [3]
Terecht wordt in de prediking de rechtvaardiging van de goddeloze benadrukt. Dit is een onopgeefbare zaak. Toch valt het in de Institutie van Calvijn op dat hij de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof niet plaatst vóór de overdenking van het toekomende leven, maar daarna. Eerst houdt hij ons voor wat de Heere gedaan heeft en nog zal doen. Daarna vertelt hij over het werk van God in ons. Het voorwerpelijke gaat aan het onderwerpelijke vooraf. Met andere woorden: de openbaring gaat vooraf aan de ervaring. Ook kan ik zeggen: Geen ervaring zonder openbaring. De ervaring is dus altijd gerelateerd aan de openbaring. Er is - om zo te zeggen - geen ervaring buiten de openbaring (het Woord Gods) om.
Na dit korte, maar niet onbelangrijke intermezzo gaan wij verder met de vraag hoe wij het toekomende leven hebben te overdenken. Calvijn heeft daarin ons wel het een en ander te zeggen.
Wat God gebruikt
Wij moeten nuchter zijn! Daarmee bedoel ik dat wij ons niet vromer moeten voordoen dan wij zijn. Doorgaans zijn wij niet zo druk met 'het goed dat de Heere heeft weggelegd voor allen die Hem liefhebben'. Wij zijn veel meer druk met iets te bereiken in deze wereld. In ons huist vaak de gedachte dat wij alleen maar voor het hier en nu leven. Wij zitten - zoals Calvijn dit uitdrukt - vastgeketend aan deze aarde. Wij hebben de tentpinnen daarin zeer vast geslagen. Met al de vezels van ons bestaan zijn wij daaraan gebonden. Kortom: de aarde trekt meer dan het Koninkrijk Gods.
Hoe komt hierin ooit verandering?
Om dit te veranderen, zendt de Heere ons wel eens tegenspoed. Die tegenspoed behoeft niet voor een ieder dezelfde te zijn. Voor de een kunnen dit onvruchtbare jaren zijn, maar voor de ander armoede of ziekte. Ook gebruikt de Heere wel eens moeite in gezin of huwelijk. Het doel van dit alles is dat er verlangen naar de Heere en Zijn Rijk zal ontstaan. Ja, een verlangen naar de volmaaktheid.
Ook kan de Heere daarvoor de dood in eigen omgeving gebruiken.Terecht zegt Calvijn dat de Heere die kan gebruiken, maar dat dit middel soms alle effect mist. Wij schrikken een ogenblik, maar gaan daarna weer gewoon onze gang. Wanneer de Heere er zelf niet in meekomt, blijven wij die wij zijn. Zeker is dat er dan geen gedachten zijn zullen aan het Rijk dat is gekomen en komen zal!
Niet alle nadruk
Niet alle nadruk moet vallen op dit leven. Dit aardse leven moet zelfs gering geacht worden. Dat houdt niet in dat het van nul en generlei waarde is. Dit leven is ons door de Heere geschonken. Wij mogen er geen afkeer van hebben. Want dat zou inhouden dat wij de Heere ondankbaar zijn voor wat Hij ons geschonken heeft.
Het leven is een zegen van God. Maar waartoe dient dit aardse leven? Nergens anders voor dan om ons voor te bereiden voor de hemelse heerlijkheid. Reeds in het hier en nu wordt daarvan iets ervaren.
Wel in de wereld houdt onder meer in dat wij trouw ons werk verrichten, temeer omdat wij daarvan eens rekenschap zullen afleggen. Ooit zei iemand dat christenen de beste werknemers zijn, omdat zij hart hebben voor hun werk en daarin de eer van God op het oog hebben. Kortom, zij zien op Hem die heeft gezegd: 'Ik ga heen om uw plaats te bereiden.'
Aardse goederen
In het hier en nu maken wij gebruik van wat nodig is. Dat moeten wij doen, maar daarin de juiste maat op het oog houden. De aardse goederen moeten de reis naar het Vaderhuis met Zijn vele woningen bevorderen en niet belemmeren. Zodra men zijn hart op de aardse goederen gaat stellen, raakt het Vaderhuis uit het oog.
Het is waarschijnlijk overbodig mee te delen dat er in het gebruik van de goederen een zekere matigheid moet zijn. Het bezit van aardse goederen om de naaste daarmee de ogen uit te steken is zonde. Ook het bezit van een zeer dure auto, terwijl men het afkan met één die goedkoper is, is niet goed te praten. Het kan zijn dat ik mij vergis, maar ik denk dat het meer voorkomt onder ons dat men elkaar de ogen uitsteekt met allerlei aardse goederen. Er is meer hoogmoed dan wij vaak willen weten. Wat zeker is: dit belemmert het binnengaan in het Koninkrijk van God.
Genieten
Het komt voor dat iemand zegt dat men op deze aarde niet mag genieten. Daarom moet het gebruik van goederen tot het meest noodzakelijke beperkt worden. Ik denk niet dat de Bijbel zover gaat. De Schrift houdt ons voor dat er genoten mag worden van wat de Heere ons geeft. Meer dan eens wordt in de Schrift gewezen op de schoonheid van de schepping. Maar ik kan ook een voorbeeld geven van wat ik bij Calvijn las. Hij houdt ons voor dat de Heere ons niet alleen voedsel geeft om onze honger te stillen en om er nieuwe krachten uit op te doen, maar ook om er van te genieten. Van een maaltijd die goed smaakt, mag men genieten. Niet minder moet men God prijzen dat Hij niet alleen een maaltijd geeft om de honger te stillen, maar ook om er van te genieten. Het gaat dus niet om het genieten op zich, maar dat de Heere daarin de eer ontvangt.
Hetzelfde geldt voor de kleding. Dat wij kleding dragen, is noodzakelijk.De Heere Zelf zorgde ervoor dat de mens kleding ging dragen. In ons klimaat zouden wij bovendien niet zonder kleding kunnen. Echter, de kleding is er niet alleen om onze naaktheid te bedekken en ons lichaam te beschermen, maar zij is er ook tot sieraad. Men mag met zijn of haar kleding tevoorschijn komen. Daarmee zeggen wij niet dat dit het duurste van het duurste moet zijn of dat wij Parijs een aantal modes vooruit moeten zijn. Ook daarin is het niet verkeerd als wij soberheid betrachten. Niettemin behoeven wij er niet bij te lopen alsof kleding er niet zou toedoen. Want dat is ook tot oneer van de Schepper.
Dat er van de schepping genoten mag worden, tipte ik reeds enigszins aan. Ik denk nu alleen nog aan de bloemen. Wat kunnen zij mooi kleuren en heerlijk geuren. Wij mogen ervan genieten en ons erover verbazen, hoe groot de werken van de Schepper zijn. Zo zou er nog veel meer te noemen zijn. Het gaat er maar om dat dit alles ons niet in de weg staat om het Koninkrijk van God in te gaan en in dit leven te overdenken wat de Heere in petto heeft voor allen die Hem liefhebben.
Matigheid
Matigheid is een deugd! Zij is zelfs een vrucht van de Geest, zoals ons in Galaten 5 wordt voorgehouden. Dit vraagt een beteugeling van zinnelijke lusten. Wie ze niet weet te beteugelen, zal buitensporig leven en matigheid als vrucht van de Geest niet hoog in het vaandel hebben. Terecht maakt Calvijn de opmerking dat wij de wereld hebben te gebruiken en niet te misbruiken. Van een conciliar proces had Calvijn nog nooit gehoord, maar zijn nadruk op het gebruik van de schepping (bouwen en bewaren) heeft er alles mee te maken.
Ook valt er van een heidense wijsgeer nog wel iets te leren. Ik denk aan Cato. Hij schrijft: 'Wie veel zorg aan zijn lichaam besteedt, legt weinig zorg aan de ziel voor de dag.'
De dood
Wanneer Calvijn denkt aan het toekomende leven, denkt hij ook aan de dood. Terecht maakt hij in navolging van de apostel Paulus de opmerking dat de dood vrees kan inboezemen. Hij houdt ons voor hierover niet lichtvaardig te denken. De dood heeft alles te maken met de bezoldiging der zonde. Niettemin spreekt de reformator uit Genève met twee woorden. Hij laat het niet alleen bij het eerste deel van deze tekst uit Romeinen 6:23. Hij zegt onmiddellijk daarachter: 'Maar de genadegift van God is het eeuwige leven door Jezus Christus, onze Heere.' Het is om die reden dat wij hem horen zeggen dat de dood bij de overdenking daarvan voor ons tot troost kan zijn..Want door de dood worden wij uit de ballingschap teruggeroepen om het hemelse vaderland te bewonen. Deze aardse bedeling ziet Calvijn als ballingschap. Eens zullen wij er werkelijk van verlost zijn, omdat God alles zal zijn in allen. 'Dan is de vreemdelingschap vergeten en wij, wij zijn in het vaderland.
De praktijk
Wij zullen het er wel over eens zijn dat Calvijn mooie dingen heeft geschreven over de overdenking van het toekomende leven. De vraag is wel hoe wij dit in de praktijk brengen. Hoe gaat de hemel meer trekken dan de aarde? Hoe wordt het verlangen om thuis te komen almaar groter? Kortom: wanneer gaat het leven in ons hart: Hoe dichter ik nader tot het huis van mijn Vader, hoe meer ik hijg naar de hemelse woning, het feest van de kroning, het einde van de krijg (strijd).
Ik geef geen ander antwoord dan dichtbij het Woord te leven. Dat wil zeggen dat wij de tijd nemen om het Woord te onderzoeken. Onze cultuur is er één van haast (Huizinga). Wij leven haastig en wij lezen haastig. Maar zo moeten wij met de Schrift niet omgaan. Daar moet de tijd voor genomen worden. Dat zal niet alleen het geestelijk leven verdiepen, maar dit zal ook geven dat er steeds meer een verlangen geboren wordt om bij de Heere, te zijn. Zonder het Woord, ja zonder dat wij leerlingen zijn van het Woord, zullen wij alleen maar uit dit leven halen wat erin zit. Maar dan gaat wel het onverderfelijk Koninkrijk aan ons voorbij.
Naast het onderzoek van het Woord is er het gebed: 'Houd mijn gemoed voor U bereid. Opdat het blij Uw komst verbeid'. Denkt erom dat bij de verwachting van het rijk Gods het gebed een niet geringe rol speelt. En let wel: voor het gebed is stilte en rust nodig.
Tot slot maak ik de opmerking dat bij de voorbereiding op het volmaakte rijk van God ook behoort de kerkdienst.
Om met ds. W.L. Tukker te spreken: de beide kerkdiensten op zondag. Het verval in de gemeente is niet alleen op te merken als men nog maar één keer naar Gods huis gaat, maar ook zal de overdenking van wat komen gaat, steeds minder worden. Vergeet het maar niet: een christen is een Maranatha-christen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's