Belijdenis van de hoop vasthouden
GEMEENTEGROEI IN EEN GESECULARISEERDE SAMENLEVING [2]
En nu de kerk
In de vorige aflevering schetsten we wat lijnen die het klimaat in onze maatschappij aangeven. We vervolgen met de vraag: Wat is er in de Hervormde Kerk gebeurd, de afgelopen decennia? De tijd dat zij als presbyteriaal-synodale kerk met onze cultuur verbonden was, is voorbij. De landelijke kerk, bestaande uit de honderden gemeenten, is niet meer het oriëntatiepunt voor het geloof en het leven. Ook de culturele elite behoorde grotendeels tot de kerk.
We moeten na jaren van forse ontkerkelijking zeggen dat het volk uit de zogenoemde volkskerk verdwenen is. Dr. H. de Leede stelt in een opstel over deze thematiek de vraag in hoeverre het volk, met name het proletariaat - zowel landarbeiders als fabrieksarbeiders - ooit echt een innerlijke binding met de Hervormde Kerk heeft gehad (zie Uitgedaagd door de tijd). De Leede noemt de teloorgang van de ethische en vrijzinnige richting in de Hervormde Kerk een bewijs van het feit dat de burger zijn levensbeschouwelijke en culturele oriëntatie buiten de sfeer van de kerk zocht. Deze groepen zochten namelijk naar een verbinding tussen het evangelie en de cultuur.
Ook na 1951 is de beoogde Christusbelijdende volkskerk er niet gekomen. Het voorop plaatsen van het apostolaat ten koste van een overtuigende binding aan de belijdenis van de kerk heeft de massale ontkerkelijking niet kunnen keren. We denken hierbij aan de enige maanden geleden door de Rotterdamse predikant dr. A. Polhuis geuite woorden dat het diaconaat alleen de gemeenten niet bouwt - integendeel zelfs, moest hij constateren vanuit zijn context. Gemeentegroei wordt blijkbaar niet bereikt als we geheel inzetten op armoedebestrijding, vluchtelingenhulp, verslaafdenproblematiek. Het roer moet om, zei ds. Polhuis. De kerk zal zich bezig moeten houden met haar core business, de verbreiding van het evangelie. Hij deed een appèl op de landelijke kerk, om een missionaire werker te sturen.
Weg uit Jorwerd?
De laatste maanden lijkt het dat we min of meer oogsten wat in de periode van twee paarse kabinetten is gezaaid. Het heeft ook te maken met de gevoelens in de samenleving na de moord op Theo van Gogh door een islamitische fundamentalist. Het is gevaarlijk als een geloofsovertuiging vertaald wordt naar het publieke leven, zodanig dat gepretendeerd wordt dat ook anderen hieraan een boodschap zouden moeten hebben. Dan botst het. Vrijheid van godsdienst, jawel, maar dan ondergeschikt aan het grondrecht dat niemand mag discrimineren.
Met name de culturele bovenlaag, degenen die werken bij de seculiere media, kennen geen metafysisch wereldbeeld meer, houden geen rekening met het bestaan van een persoonlijke God. God is verdwenen uit Jorwerd. Is hij ook verdwenen uit Sebaldeburen, uit Opende, uit Drachten, uit Akkerwoude of nog niet? We moeten de vraag onder ogen zien hoe de kerk aanwezig is in het dorp, wat er nog over is van die hervormde traditie, waarin de gemeente op natuurlijke wijze aanwezig was in een samenleving - en in ieder geval op kruispunten in het leven het licht van het evangelie kon laten schijnen.
In deze context behoren wij vandaag tot de gemeente van Jezus Christus. De grote aantallen zijn voorbij, de vanzelfsprekendheid (een woord dat overigens niet bij de kerk past) is voorbij, de toekomst van de gemeente kan hier en daar bedreigd worden. Een geweldige verandering ligt achter ons, waarover we niet gering moeten denken. Een vijftiger uit Driesum vertelde dat in zijn jonge jaren er in dit Friese dorp 's maandag op straat over de preek gesproken werd, ook in de smederij waar men kwam op een paard te beslaan. Nu is die smederij niet meer nodig, maar is de verwevenheid met het geleefde leven ook weg.
Volharding
Gemeentegroei in een geseculariseerde samenleving. Dat is ons thema. Bijbelsmokkelaar Dick Langeveld zei bij de presentatie van zijn levensbeschrijving dat de kerk beter af is met verdrukking dan met vrijheid. We moeten ons daarom vooral geen verwachtingen aanpraten over gemeentegroei, die geen basis hebben in het Woord van God en die niet reëel zijn, als we letten op de situatie in onze steden en dorpen. Wat hebben we wel te doen? Als ik die vraag opwerp, komt er geen pasklaar recept voor gemeentegroei. Ook geen uittreksel uit een boek over doelgericht gemeente-zijn. Wel een aantal overwegingen.
In de eerste plaats wil ik erop wijzen dat het van belang is dat we elkaar bemoedigen. Dat is als bijbelse notie veel meer dan een collegiale schouderklop. Dat is de oproep tot de volharding in het geloof. Waar sommigen onder de Hebreeën dreigden te verslappen en de onderlinge bijeenkomst lieten lopen, klinkt de oproep om de onwankelbare belijdenis van de hoop vast te houden. Die oproep vindt haar fundament in de trouw van de Heere: 'want Die het beloofd heeft, is getrouw' (Hebr. 10:23). Bij de Heere blijven, dat is de opdracht ten tijde van afval of bedreiging. Deze aansporing en bemoediging zet de schrijver van deze brief in het kader van het komende gericht: 'Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden, maar een schrikkelijke verwachting van het oordeel.'
Waar de groei van de gemeente niet doorzet, moeten we ons blijven concentreren op Wie God is (Hij is getrouw), maar ook op wat Hij gedaan heeft. Zo zet Petrus zijn pastorale brief aan de verstrooiden in. 'Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons naar Zijn grote barmhartigheid heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.'
Aantrekkelijke gemeente
We kunnen niet uitvoerig ingaan op wat een aantrekkelijke gemeente is, een gemeente met aantrekkingskracht voor buitenstaanders. Als we er iets over zeggen, dan dit dat het uitblijven van gemeentegroei, in onze verlegenheid over de toekomst van de gemeente, geen reden tot aanpassing van essentiële zaken in de gemeente moet zijn. Er kunnen terechte of niet relevante argumenten zijn om de liturgie te wijzigen, de leerdienst af te schaffen, ondersteuning van de prediking in audiovisuele middelen te zoeken, maar we moeten niet menen dat hierdoor de gemeente zal groeien. We geloven immers in de lijn van de Reformatie dat de Heilige Geest zich altijd weer verbindt aan de getrouwe verkondiging van het Woord. Het komt me voor dat waar de kennis van het gereformeerde belijden zou gaan ontbreken, eerder de toevlucht gezocht gaat worden bij middelen, die er niet werkelijk toe doen.
Leert de Heilige Schrift ons niet dat vanuit de kern van het gemeente-zijn de gemeente gebouwd wordt? In Handelingen 2 zien we het beste voorbeeld van gemeentegroei, als we lezen dat de Heere dagelijks toedeed tot de gemeente die zalig wordt. Laten we ons beleidsplan en onze activiteiten spiegelen aan de blauwdruk die we hier vinden. Een volmaakte gemeente was het in Jeruzalem ook niet, waar ze al snel geconfronteerd werd met de leugen van Ananias en Saffira. Niettemin volhardde de gemeente in de leer van de apostelen, in de gemeenschap, in de breking van het brood en in de gebeden.
Niemand geeft garanties dat waar de gemeente dit profiel heeft, er groei zal zijn. Maar wel is er de zekerheid dat God deze gemeente zal zegenen, omdat ze lijkt op Christus en omdat ze Zijn beeld vertoont. Het omgekeerde zou wellicht wel te constateren zijn, namelijk dat waar deze kenmerken niet meer aanwezig zijn, de gemeente de verdwijning nabij is. Vrijzinnigheid duurt slechts één generatie, wordt wel gezegd. Vanuit het blijven bij de leer van de apostelen, bij de centrale artikelen van het christelijk geloof, wordt de gemeenschap ervaren, is er omzien naar elkaar en wordt het gebed beoefend.
In de Bijbel lezen we niet over plannen tot gemeentegroei, vinden we geen concepten voor een aanpak ervan. Maar we zien wel, zoals hier in Handelingen, dat waar de gemeente dichtbij Christus blijft en Zijn geboden praktiseert, er groei is.
In de gemeente
De vraag is hoe een en ander concreet kan worden voor het gemeentewerk.
Als Petrus de gelovigen die in de verstrooiing leven aanspoort tot een levenswandel die overeenkomt met hun status, herinnert hij aan een woord uit Leviticus: 'Weest heilig, want Ik ben heilig'. Dat betekent een nadrukkelijke distantie van onze genotscultuur, ons individualisme, ons materialisme. Het gaat er om dat de christelijke gemeente zich onbesmet bewaart van de wereld. Die heiliging geeft meer zekerheid van onze verbondenheid met Christus, geeft groei in de kennis van Zijn Naam.
Dat is de groei binnen de gemeente waar de Bijbel ons over spreekt. Het is juist Petrus die twee keer over groei spreekt. Hij wil dat de gelovigen alle kwaadheid en kwaadspreken afleggen, ook alle bedrog en huichelachtigheid, maar dat ze begerig zijn naar de redelijke onvervalste melk, opdat gij daardoor moogt opwassen, groeien. Er ligt dus een directe relatie tussen de groei van en binnen de gemeente en het afleggen van de werken van het vlees: roddels, gierigheid, overspel. In het laatste vers van de tweede Petrusbrief klinkt het opnieuw: 'Wast op in de genade en kennis van Jezus Christus'. Ook hier weer dat appèl tot groei, met aan de ene kant de 'verleiding van gruwelijke mensen', aan de andere kant de voorbereiding op de wederkomst van de Heere en Zaligmaker.
Voor Hem levend
Waar hierboven de nodige Schriftgegevens zijn aangereikt, is het nodig de gemeente bij de hand te nemen en haar van de werkelijkheid van deze woorden te doordringen. Buitenstaanders kunnen opmerken dat wij God werkelijk ervaren in ons leven, ook op crisismomenten! Waar is God ten tijde van een zeebeving? Waar is God bij een ernstig ongeluk op ons dorp? Daar moeten we over nadenken en zulke momenten bieden een opening tot getuigenis en tot dienst.
Dat vraagt van u als voorgangers kwalitatief goed werk, dat u in de verkondiging de mensen laat horen welk Godsbeeld het bijbelse is, een beeld van God dat we zelf hebben opgevangen en dat we mogen doorgeven. Dan laten we horen wat God van ons vindt, hoe Hij tegen de mensen aankijkt, mensen die voor zichzelf leven en mensen die Hem zoeken.
Ook een trouw en hartelijk pastoraat is hierbij van waarde. Het lijkt een open deur, als we nadenken over gemeentegroei. Waar de kerk steken laat vallen, kan dit een generatie meegaan, een alibi vormen om niet meer mee te doen. Maar waar vanuit de barmhartigheid van Christus de schare bearbeid wordt en de enkeling begeleid wordt, daar mag verwachting zijn dat dit werk in Zijn naam gedaan, niet ijdel, niet tevergeefs is.
Het blijft in onze tijd gaan om prediking en catechese, pastoraat en liturgie, diaconaat en getuigenis, alles in het licht van de pelgrimsgestalte van de gemeente van God op aarde, op weg naar de dag van de Zoon des Mensen.
Met de woorden van Bonhoeffer rest ons dan niets dan te bidden en dan het goede op aarde te doen. Gemeentegroei is er daarom waar de gemeente geheel voor Hem leeft.
Volmaakte gemeente?
In het begin van deze bijdrage noemde ik het boekje van prof. Selderhuis: Morgen doe ik het beter, die daarin wil leren ondanks onze zwakte in het geloof te leven. Die zwakte, het gebrokene, het onvolmaakte moeten we helemaal een plaats geven in onze bezinning. In Filippenzen 3 zegt Paulus te jagen naar het volmaakte, naar de prijs van Gods roeping. Ingespannen loopt de apostel de loopbaan. Maar hij weet van het onvolkomene. Een volmaakt mens is er niet en een volmaakte gemeente evenmin. We blijven onder de maat van de Heilige Geest. Dat is een grondtoon in het gereformeerde geloofsleven en dat houdt ons met Noordmans bij een sobere liturgie. Dat roept ons op tot een heilige wandel in Christus, tot volharding en trouw, ook als de omstandigheden moeilijk zijn.
En als er in ons midden gevonden wordt wat goed is in Gods oog, dan mogen we deze zegeningen tellen. Tegelijk betekent dit niets anders dan te roemen in het kruis van Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's